Verworven slikstoornissen
1. Dysfagie: begrippen
• Dysfagie:
o Dys: “moeilijk”, “gestoord” of “abnormaal”
o Phagein: “eten” of “slikken”
• Slikken:
o “Het geheel van gedrags-, sensorische- en motorische handelingen ter voorbereiding op de slikbeweging,
inclusief de cognitieve bewustwording van de aankomende eetsituatie, de visuele herkenning van voedsel
en alle fysiologische reacties op de geur en de aanwezigheid van voedsel zoals bv. toename van speeksel”
o “De gehele uitvoering, van het plaatsen van voedsel in de mond, de orale, faryngeale en oesofageale fasen
van de slikbeweging tot het moment waarop het voedsel via de gastro-oesofageale sfincter in de maag is
aangekomen”
o (Logemann, 2000; De Bodt et al., 2015)
• Dysfagie:
o “Disordered movement of the bolus from the mouth to stomach due to abnormalities in the structures
critical to swallowing or in their movements” (Rosenbek and Jones, 2009). “
o “The result of a physiologic change in the muscles needed for swallowing. Physiologic change often leads
to the two hallmarks of dysphagia: delay in propulsion of a bolus as it transits from the mouth to the
stomach and/or misdirection of a bolus. Misdirection can be defined as bolus materials that enters the
mouth, farynx or oesofagus during swallowing attempts but fails to reach the stomach… impairment of
emotional, cognitive, sensory and/or motor acts involved with transferring a substance from the mouth to
stomach, resulting in failure to maintain hydratation and nutrition, and posing a risk of choking and
aspiration (Groher and Crary, 2010).”
o “Verminderd functioneren van structuren, spieren of zenuwen in het orale, faryngeale en/of oesofageale
gebied met als gevolg problemen met transport en/of beveiliging kunnen één of meerdere consistenties
(van vloeibaar tot vast) niet, moeilijk of niet veilig van mond naar maag gebracht worden. Hierdoor ontstaat
een verhoogd risico op aspiratiepneumonie, dehydratie en/of malnutritie (De Bodt et al., 2015).
o Twee belangrijke zaken:
§ Verminderde eZiciëntie van de slikact
§ De veiligheid komt in drang
• DiZerentiatie met:
o Eetstoornissen (anorexia, boulemie)
o Motorische problemen t.h.v. armen en handen
o Voedingsproblemen (bij jonge kinderen): te weinig gevarieerd voedsel voor een normale ontwikkeling in
gewicht + lengte of voedsel bevat onvoldoende energie- en voedingswaarde (Rommel, 2018)
2. Classificaties
• Classificatie volgens leeftijd slokdarmcarcinoom
o Ontwikkelingsdysfagie
o Verworven dysfagie
o (Presbyfagie à normaal verouderingsproces)
• Classificatie volgens fase
o Orofaryngeale dysfagie: moeite met propulsie (voortduwen) van de mond naar de oesofagus (Groher et al.,
2010)
o Oesofageale dysfagie: bv. achalasie, oesofageale spasmen, slokdarmcarcinoma…
§ Achalasie door verstoorde/verminderde peristaltiek (bolus kan moeilijk naar beneden, verstoring
in beweeglijkheid)
• Cricofaryngeus achalasie (bovenste slokdarmsfincter kan onvoldoende relaxeren)
• Spasmen
§ Obstructie
1
,Opdracht: bespreek normale slikproces volgens de verschillende fasen
A. Orale voorbereidende fase: voedsel wordt met speeksel gemengd à voedselbolus wordt gevormd à
voedselbolus gaat op tong liggen
B. Orale transportfase: voedselbolus wordt naar achteren gebracht met een golfbeweging door de tong
à slikreflex wordt opgewekt
C. Faryngeale fase: trachea sluit af door epiglottis (ware en valse stembanden sluiten ook) à bovenste
slokdarmsfincter gaat open (vooral reflexmatig, maar we kunnen manipuleren)
D. Oesofaryngeale fase: onderste slokdarmsfincter gaat open (volledig reflexmatig, maar belangrijk)
Vaak voorkomende slikproblemen per fase (ex! Bv. Noem vaak voorkomende problemen in orale fase)
Orale fase
Dysfunctie Secundaire gevolgen Mogelijke oorzakelijke factoren
Gebrekkige lipsluiting Speekselvloed Facialisparalyse (CVA)
Orale terugvloei Structureel letsel
Onvoldoende intra-orale druk
Verminderde faciale tonus Onvoldoende zuigkracht Facialisparalyse
Residuvorming in de wangen Oedeem
Vertraagde initiatie van orale fase Residuvorming Apraxie
Onvoldoende voedselcontrole Dementie
Vertraagde initiatie faryngeale fase Verminderde alertheid (geen
slikonderzoek doen als patiënt een
kwartier niet alert is)
Beperkte verticale en/of laterale Kauwproblemen Structureel letsel (bv. kaakoperatie)
beweeglijkheid Beperkte mondopening Post-radiotherapie
Verminderde of afwezige laterale Kauwproblemen Neuro motorische aandoening (bv.
tongbeweeglijkheid Residu in laterale sulci hypoglossusparalyse)
Beperkte boluscollectie Glossectomie
Verminderd of afwezige tongelevatie Verminderde tong-palatumcontact Neuro motorische aandoening
Gestoorde boluspropulsie Glossectomie
Verminderde boluscontrole
Afwijkende tongbewegingen (bv. Vertraagde initiatie van orale fase Neurologische aandoeningen (bv.
tongduw/”rocking”…) Aspiratierisico voor de slikact Parkinson/Chorea van Huntington)
Frontaal letsel
Orale sensibiliteitsstoornissen Verbranding Post-radiotherapie
Residuvorming Na operatieve ingreep
Vertraagde of afwezige slikreflex
Verminderde spontane slikreflex
(speekselvloed)
Verminderde tongsterkte Residu (palataal) Hypoglossusparalyse
Glossectomie
Verminderde tongpropulsie Verlenging duur orale fase Tongbeendysfunctie
Vertraagde initiatie slikact Neuro motorische aandoening
2
, Faryngeale fase
Velofaryngeale dysfunctie Nasale regurgitatie Neuro motorische aandoeningen (n.
glossopharyngeus)
Structureel letsel
! Aanwezigheid neus-maagsonde
(enterale voeding: neus-maagsonde
of pegsonde)
Vertraagde of afwezige faryngeale Aspiratierisico voor slikact Beperkte tongbewegingen
slikactiviteit Sensorische gevoeligheid
Verminderde of afwezige faryngeale Residuvorming aan farynxwand Neuro motorische aandoeningen
contracties (uni-/bilateraal) Aspiratierisico na slikact Structureel letsel (bv. faryngectomie)
Onvoldoende larynxelevatie Onvoldoende larynxprotectie ! Aanwezigheid van tracheacanule
Cricofaryngeale dysfunctie Neuro motorische aandoeningen
Aspiratierisico na slikact Partiële laryngectomie
Oedeem
Verminderde laryngeale beveiliging Aspiratierisico tijdens slikact Stembanddysfunctie
Penetratie van voedsel Structureel letsel (bv.
supraglottislaryngectomie)
Verminderde laryngeale constrictie
Onvolledige beweging van epiglottis
Cricofaryngeale dysfunctie Secundaire overflow in trachea Achalasie van de cricofaryngeale
Aspiratierisico na slikact sfincter (= coördinatiestoornis)
Normaal verouderingsverschijnsel
Verminderde larynxelevatie
• Classificatie volgens etiologie + begrippen
o Neurogene dysfagie:
§ Acute (t.g.v. CVA)
§ Chronische
§ Degeneratieve
o Structurele dysfagie: tumoren, cervicale osteofyten (botuitsteeksels), Zenker’s divertikel (soort zakje t.h.v.
cricofaryngeus waarin voedsel ophoopt), kaak- en gebitsproblemen (vals gebit helpt niet voor een betere
slikact)
§ Pathologie
§ Behandeling structureel probleem
o Iatrogene dysfagie: medicatie (xerostomie à droge mond), intubatie, beschadiging craniale zenuwen,
algemene zwakte na chirurgische ingreep
o Presbyfagie: primair (het verouderen is de primaire oorzaak van de presbyfagie) en secundair (primaire
oorzaak is een neurogene/verworven dysfagie, boven op de veroudering)
o Psychogene dysfagie (ze denken dat ze problemen hebben)
o Premature lekkage (spilling): voortijdig weglopen van voedsel naar de farynx voor de eigenlijke initiatie van
de slikreflex
§ Oorzaak: verminderde/afwezige oraal motorische mogelijkheden en/of verminderde of afwezige
orale sensibiliteit met vertraagde initiatie slikreflex
o Residu/stase (voedselresten die overblijven):
§ Oraal (op de tong, wangen…)
§ Faryngeaal (t.h.v. sinus periformis en valleculae)
§ Na residu heb je vaak te maken met secundaire aspiratie:
• Primaire aspiratie: tijdens of onmiddellijk na slikken van voedsel in
trachea
• Secundaire aspiratie: eerst residu in sinus periformis of valleculae en
na het slikken gaat de luchtweg open en pas dan loop residu in trachea
o Nasale regurgitatie: onvoldoende functioneren van velofaryngeale beveiligingsmechanisme (drank of eten
keert terug via de neus)
3
, o Laryngeale penetratie en aspiratie (zichtbaar: met hoestreflex of stil: geen hoestreflex): ex!
§ Laryngeale penetratie: bolus dringt larynx binnen, maar blijft boven stemplooien
§ Laryngeale aspiratie: bolus gaat voorbij stemplooien en komt in trachea terecht
o Tekenen van laryngeale penetratie en aspiratie (zichtbare/stille):
§ Aspiratie:
• Hoesten voor slik: premature lekkage
• Hoesten tijdens slik: slechte coördinatie slikreflex
• Hoesten na slik: overlopen residu van farynx naar larynx; terugkeren voedsel uit slokdarm
§ Vocale veranderingen:
• Natte stem: borrelend geluid bij uitademen of spreken door residu t.h.v. glottis
§ Ademnood:
• Rood worden, naar adem happen: bolus blijft in larynx of lager in LW steken
3. Gevolgen van slikstoornissen
• Problemen op medisch vlak:
o Dehydratatie en malnutritie
o Pneumonie: multifactorieel: dysfagie, slechte mondhygiëne en sondevoeding
o Verstikking
o Sterfte
• Problemen op sociaal vlak: 45% van oudere personen met slikklachten vindt eten nog aangenaam, 41% krijgt angst-
of paniekaanvallen tijdens eten en 36% vermijdt om te eten samen met anderen
• Problemen op psychologisch vlak: laag zelfbeeld, schaamte, …
• Problemen op financieel vlak: voedingssupplementen vaak kostelijk
4. Diagnostiek
• Verloop: (De Bodt et al., 2015)
4
1. Dysfagie: begrippen
• Dysfagie:
o Dys: “moeilijk”, “gestoord” of “abnormaal”
o Phagein: “eten” of “slikken”
• Slikken:
o “Het geheel van gedrags-, sensorische- en motorische handelingen ter voorbereiding op de slikbeweging,
inclusief de cognitieve bewustwording van de aankomende eetsituatie, de visuele herkenning van voedsel
en alle fysiologische reacties op de geur en de aanwezigheid van voedsel zoals bv. toename van speeksel”
o “De gehele uitvoering, van het plaatsen van voedsel in de mond, de orale, faryngeale en oesofageale fasen
van de slikbeweging tot het moment waarop het voedsel via de gastro-oesofageale sfincter in de maag is
aangekomen”
o (Logemann, 2000; De Bodt et al., 2015)
• Dysfagie:
o “Disordered movement of the bolus from the mouth to stomach due to abnormalities in the structures
critical to swallowing or in their movements” (Rosenbek and Jones, 2009). “
o “The result of a physiologic change in the muscles needed for swallowing. Physiologic change often leads
to the two hallmarks of dysphagia: delay in propulsion of a bolus as it transits from the mouth to the
stomach and/or misdirection of a bolus. Misdirection can be defined as bolus materials that enters the
mouth, farynx or oesofagus during swallowing attempts but fails to reach the stomach… impairment of
emotional, cognitive, sensory and/or motor acts involved with transferring a substance from the mouth to
stomach, resulting in failure to maintain hydratation and nutrition, and posing a risk of choking and
aspiration (Groher and Crary, 2010).”
o “Verminderd functioneren van structuren, spieren of zenuwen in het orale, faryngeale en/of oesofageale
gebied met als gevolg problemen met transport en/of beveiliging kunnen één of meerdere consistenties
(van vloeibaar tot vast) niet, moeilijk of niet veilig van mond naar maag gebracht worden. Hierdoor ontstaat
een verhoogd risico op aspiratiepneumonie, dehydratie en/of malnutritie (De Bodt et al., 2015).
o Twee belangrijke zaken:
§ Verminderde eZiciëntie van de slikact
§ De veiligheid komt in drang
• DiZerentiatie met:
o Eetstoornissen (anorexia, boulemie)
o Motorische problemen t.h.v. armen en handen
o Voedingsproblemen (bij jonge kinderen): te weinig gevarieerd voedsel voor een normale ontwikkeling in
gewicht + lengte of voedsel bevat onvoldoende energie- en voedingswaarde (Rommel, 2018)
2. Classificaties
• Classificatie volgens leeftijd slokdarmcarcinoom
o Ontwikkelingsdysfagie
o Verworven dysfagie
o (Presbyfagie à normaal verouderingsproces)
• Classificatie volgens fase
o Orofaryngeale dysfagie: moeite met propulsie (voortduwen) van de mond naar de oesofagus (Groher et al.,
2010)
o Oesofageale dysfagie: bv. achalasie, oesofageale spasmen, slokdarmcarcinoma…
§ Achalasie door verstoorde/verminderde peristaltiek (bolus kan moeilijk naar beneden, verstoring
in beweeglijkheid)
• Cricofaryngeus achalasie (bovenste slokdarmsfincter kan onvoldoende relaxeren)
• Spasmen
§ Obstructie
1
,Opdracht: bespreek normale slikproces volgens de verschillende fasen
A. Orale voorbereidende fase: voedsel wordt met speeksel gemengd à voedselbolus wordt gevormd à
voedselbolus gaat op tong liggen
B. Orale transportfase: voedselbolus wordt naar achteren gebracht met een golfbeweging door de tong
à slikreflex wordt opgewekt
C. Faryngeale fase: trachea sluit af door epiglottis (ware en valse stembanden sluiten ook) à bovenste
slokdarmsfincter gaat open (vooral reflexmatig, maar we kunnen manipuleren)
D. Oesofaryngeale fase: onderste slokdarmsfincter gaat open (volledig reflexmatig, maar belangrijk)
Vaak voorkomende slikproblemen per fase (ex! Bv. Noem vaak voorkomende problemen in orale fase)
Orale fase
Dysfunctie Secundaire gevolgen Mogelijke oorzakelijke factoren
Gebrekkige lipsluiting Speekselvloed Facialisparalyse (CVA)
Orale terugvloei Structureel letsel
Onvoldoende intra-orale druk
Verminderde faciale tonus Onvoldoende zuigkracht Facialisparalyse
Residuvorming in de wangen Oedeem
Vertraagde initiatie van orale fase Residuvorming Apraxie
Onvoldoende voedselcontrole Dementie
Vertraagde initiatie faryngeale fase Verminderde alertheid (geen
slikonderzoek doen als patiënt een
kwartier niet alert is)
Beperkte verticale en/of laterale Kauwproblemen Structureel letsel (bv. kaakoperatie)
beweeglijkheid Beperkte mondopening Post-radiotherapie
Verminderde of afwezige laterale Kauwproblemen Neuro motorische aandoening (bv.
tongbeweeglijkheid Residu in laterale sulci hypoglossusparalyse)
Beperkte boluscollectie Glossectomie
Verminderd of afwezige tongelevatie Verminderde tong-palatumcontact Neuro motorische aandoening
Gestoorde boluspropulsie Glossectomie
Verminderde boluscontrole
Afwijkende tongbewegingen (bv. Vertraagde initiatie van orale fase Neurologische aandoeningen (bv.
tongduw/”rocking”…) Aspiratierisico voor de slikact Parkinson/Chorea van Huntington)
Frontaal letsel
Orale sensibiliteitsstoornissen Verbranding Post-radiotherapie
Residuvorming Na operatieve ingreep
Vertraagde of afwezige slikreflex
Verminderde spontane slikreflex
(speekselvloed)
Verminderde tongsterkte Residu (palataal) Hypoglossusparalyse
Glossectomie
Verminderde tongpropulsie Verlenging duur orale fase Tongbeendysfunctie
Vertraagde initiatie slikact Neuro motorische aandoening
2
, Faryngeale fase
Velofaryngeale dysfunctie Nasale regurgitatie Neuro motorische aandoeningen (n.
glossopharyngeus)
Structureel letsel
! Aanwezigheid neus-maagsonde
(enterale voeding: neus-maagsonde
of pegsonde)
Vertraagde of afwezige faryngeale Aspiratierisico voor slikact Beperkte tongbewegingen
slikactiviteit Sensorische gevoeligheid
Verminderde of afwezige faryngeale Residuvorming aan farynxwand Neuro motorische aandoeningen
contracties (uni-/bilateraal) Aspiratierisico na slikact Structureel letsel (bv. faryngectomie)
Onvoldoende larynxelevatie Onvoldoende larynxprotectie ! Aanwezigheid van tracheacanule
Cricofaryngeale dysfunctie Neuro motorische aandoeningen
Aspiratierisico na slikact Partiële laryngectomie
Oedeem
Verminderde laryngeale beveiliging Aspiratierisico tijdens slikact Stembanddysfunctie
Penetratie van voedsel Structureel letsel (bv.
supraglottislaryngectomie)
Verminderde laryngeale constrictie
Onvolledige beweging van epiglottis
Cricofaryngeale dysfunctie Secundaire overflow in trachea Achalasie van de cricofaryngeale
Aspiratierisico na slikact sfincter (= coördinatiestoornis)
Normaal verouderingsverschijnsel
Verminderde larynxelevatie
• Classificatie volgens etiologie + begrippen
o Neurogene dysfagie:
§ Acute (t.g.v. CVA)
§ Chronische
§ Degeneratieve
o Structurele dysfagie: tumoren, cervicale osteofyten (botuitsteeksels), Zenker’s divertikel (soort zakje t.h.v.
cricofaryngeus waarin voedsel ophoopt), kaak- en gebitsproblemen (vals gebit helpt niet voor een betere
slikact)
§ Pathologie
§ Behandeling structureel probleem
o Iatrogene dysfagie: medicatie (xerostomie à droge mond), intubatie, beschadiging craniale zenuwen,
algemene zwakte na chirurgische ingreep
o Presbyfagie: primair (het verouderen is de primaire oorzaak van de presbyfagie) en secundair (primaire
oorzaak is een neurogene/verworven dysfagie, boven op de veroudering)
o Psychogene dysfagie (ze denken dat ze problemen hebben)
o Premature lekkage (spilling): voortijdig weglopen van voedsel naar de farynx voor de eigenlijke initiatie van
de slikreflex
§ Oorzaak: verminderde/afwezige oraal motorische mogelijkheden en/of verminderde of afwezige
orale sensibiliteit met vertraagde initiatie slikreflex
o Residu/stase (voedselresten die overblijven):
§ Oraal (op de tong, wangen…)
§ Faryngeaal (t.h.v. sinus periformis en valleculae)
§ Na residu heb je vaak te maken met secundaire aspiratie:
• Primaire aspiratie: tijdens of onmiddellijk na slikken van voedsel in
trachea
• Secundaire aspiratie: eerst residu in sinus periformis of valleculae en
na het slikken gaat de luchtweg open en pas dan loop residu in trachea
o Nasale regurgitatie: onvoldoende functioneren van velofaryngeale beveiligingsmechanisme (drank of eten
keert terug via de neus)
3
, o Laryngeale penetratie en aspiratie (zichtbaar: met hoestreflex of stil: geen hoestreflex): ex!
§ Laryngeale penetratie: bolus dringt larynx binnen, maar blijft boven stemplooien
§ Laryngeale aspiratie: bolus gaat voorbij stemplooien en komt in trachea terecht
o Tekenen van laryngeale penetratie en aspiratie (zichtbare/stille):
§ Aspiratie:
• Hoesten voor slik: premature lekkage
• Hoesten tijdens slik: slechte coördinatie slikreflex
• Hoesten na slik: overlopen residu van farynx naar larynx; terugkeren voedsel uit slokdarm
§ Vocale veranderingen:
• Natte stem: borrelend geluid bij uitademen of spreken door residu t.h.v. glottis
§ Ademnood:
• Rood worden, naar adem happen: bolus blijft in larynx of lager in LW steken
3. Gevolgen van slikstoornissen
• Problemen op medisch vlak:
o Dehydratatie en malnutritie
o Pneumonie: multifactorieel: dysfagie, slechte mondhygiëne en sondevoeding
o Verstikking
o Sterfte
• Problemen op sociaal vlak: 45% van oudere personen met slikklachten vindt eten nog aangenaam, 41% krijgt angst-
of paniekaanvallen tijdens eten en 36% vermijdt om te eten samen met anderen
• Problemen op psychologisch vlak: laag zelfbeeld, schaamte, …
• Problemen op financieel vlak: voedingssupplementen vaak kostelijk
4. Diagnostiek
• Verloop: (De Bodt et al., 2015)
4