Congenitale slikstoornissen
1. Terminologie
• Voedingsstoornis of dysfagie:
o Problemen met het veilig en e0iciënt eten en drinken
o Directe gevolgen voor de gezondheid en ontwikkeling van het kind (bv. groei, gewicht etc.)
o Congenitaal of verworven
o Werkgebied van de logopedist
• Voedingsprobleem (feeding problem):
o Problemen bij opnemen, verteren of verwerken van voedsel (bv. diarree)
o Logopedie kan betrokken zijn, maar de hoofdaanpak is medisch
• Eet- en drinkmoeilijkheden:
o Gedragsmatig of omgeving gebonden problemen rond eten en drinken
o Bv. moeilijke eter, beperkt voedingsaanbod, alleen willen eten als tv aanstaat, weigeren van bepaalde
structuren of smaken
o Geen medisch probleem of slikstoornis
o Heef geen medische gevolgen, maar kan wel stress in het gezin veroorzaken
• Eetstoornis:
o Psychiatrische aandoeningen: relatie tussen eten en lichaamsbeeld is verstoord
o Anorexia, boulemia
o De term wordt niet gebruikt bij jonge kinderen
o Niet het werkgebied van de logopedist
2. Classificatie
2.1. Op basis van problemen met vaardigheden (vanaf geboorte tot ± 3 jaar)
• Onvoldoende of niet e0iciënt zuigen van de borst of fles à verminderde inname à groeiproblemen
• Problemen met lepelvoeding: lippen niet sluiten rond de lepel
• Problemen met kauwen: niet afbijten of verwerken
• Problemen met drinken uit een beker: lipafsluiting, coördinatie drinken-slikken
• Combinatie van bovenstaande problemen
• Problemen met speekselcontrole: speekselvloed (congenitale dysfagie)
2.2. Doelgroepen op basis van onderliggende oorzaken
• Prematuur geboren kinderen (vanaf 24 weken)
• Kinderen met aangeboren afwijkingen t.h.v. eet- en slikorganen: schisis, gespleten tong…
• Kinderen met genetische afwijkingen: bij aanmelding is vaak geen diagnose bekend, omdat men niet meteen een
genetische screening uitvoert
• Kinderen met neurologische afwijkingen: CP, orale dyspraxie (moeite met plannen en uitvoeren van
mondbewegingen) ...
• Kinderen met ASS: sensorische gevoeligheden, rigiditeit, voorkeuren, routines…
• …
2.3. ICF-model
• Lichaamsfuncties en -structuren: stoornissen in zuig-, slik- of kauwfuncties
• Activiteiten en participatie: zelfstandig eten en deelnemen aan gezinsmaaltijden
• Omgevingsfactoren: houding, hulpmiddelen, ouderbegeleiding, eetomgeving…
• Persoonlijke factoren: leeftijd, ontwikkelingsniveau, motivatie, eerdere eetervaringen…
1
, 3. Normale ontwikkeling (primaire) mondfuncties
3.1. Motoriek
• Algemeen
o Primaire mondfuncties: zuigen, slikken, kauwen
o Nodig voor voeding en ontwikkeling van spraak en taal
o Voedingsmotoriek is gekoppeld aan algemene motoriek en sensibiliteit
• Zuigen
o Algemeen:
§ Eerste georganiseerde mondmotorische functie
§ Vormt basis voor latere mondmotoriek
o Voeding:
§ Borstvoeding (voorkeur): 6 uur – 6 dagen – 6 maanden
§ Flesvoeding
o Soorten zuigen:
§ Voedend: opname voeding
§ Niet-voedend: duim, speen…
o Reflexmatig zuigen:
§ Tot ± 3 maanden
§ Reflex heeft prikkel nodig: prikkel rond mond à zoekreflex à zuig-slikreflex
o Ademhaling:
§ Anatomie van baby is anders t.h.v. farynx, waardoor zuigen, slikken en ademen beter
gecombineerd kunnen worden
§ Coördinatie is cruciaal voor veilig drinken
o Zuigtechnieken:
§ Tepelzuigen: pompzuigen (vacuüm) of likzuigen (tong tegen lepel)
§ Rietjeszuigen: ontwikkelt zich rond ± 2 jaar
• Slikken
o Ontwikkeling:
§ Zuig-slikreflex à slikreflex
§ Slikmoment: voedselbolus t.h.v. gehemeltebogen
§ Start faryngale fase: verloopt onwillekeurig
o Zuigen ≠ slikken:
§ Niet elke zuigbeweging leidt automatisch tot een slik
§ Wanneer een baby stop met zuigen, stop het slikken (een kleine hoeveelheid melk blijft achter in
de mond)
o Evolutie naar gescheiden functies:
§ Doel: evolutie naar geïsoleerd zuigen en geïsoleerd slikken
§ Baby: slikken kan niet zonder zuigen, maar zuigen kan wel zonder slikken
• Kauwen
o Bijtreflex:
§ Evolueert van reflexmatig naar willekeurige verticale kauwbewegingen
§ Kinderen moeten leren deze bewegingen bewust te controleren
o Wurgreflex:
§ Ligt bij baby’s relatief ver vooraan
§ Verplaatst zich geleidelijk naar achteren
o Rotatoire kauwbewegingen ontwikkelen zich rond de leeftijd van 2 à 3 jaar
o Tongontwikkeling:
§ Van een transversale tongreflex naar laterale tongbewegingen
§ Nodig om voedsel tussen de kiezen te brengen en terug te halen
o Volwassen kauwpatroon tussen 3 à 4 jaar
2
1. Terminologie
• Voedingsstoornis of dysfagie:
o Problemen met het veilig en e0iciënt eten en drinken
o Directe gevolgen voor de gezondheid en ontwikkeling van het kind (bv. groei, gewicht etc.)
o Congenitaal of verworven
o Werkgebied van de logopedist
• Voedingsprobleem (feeding problem):
o Problemen bij opnemen, verteren of verwerken van voedsel (bv. diarree)
o Logopedie kan betrokken zijn, maar de hoofdaanpak is medisch
• Eet- en drinkmoeilijkheden:
o Gedragsmatig of omgeving gebonden problemen rond eten en drinken
o Bv. moeilijke eter, beperkt voedingsaanbod, alleen willen eten als tv aanstaat, weigeren van bepaalde
structuren of smaken
o Geen medisch probleem of slikstoornis
o Heef geen medische gevolgen, maar kan wel stress in het gezin veroorzaken
• Eetstoornis:
o Psychiatrische aandoeningen: relatie tussen eten en lichaamsbeeld is verstoord
o Anorexia, boulemia
o De term wordt niet gebruikt bij jonge kinderen
o Niet het werkgebied van de logopedist
2. Classificatie
2.1. Op basis van problemen met vaardigheden (vanaf geboorte tot ± 3 jaar)
• Onvoldoende of niet e0iciënt zuigen van de borst of fles à verminderde inname à groeiproblemen
• Problemen met lepelvoeding: lippen niet sluiten rond de lepel
• Problemen met kauwen: niet afbijten of verwerken
• Problemen met drinken uit een beker: lipafsluiting, coördinatie drinken-slikken
• Combinatie van bovenstaande problemen
• Problemen met speekselcontrole: speekselvloed (congenitale dysfagie)
2.2. Doelgroepen op basis van onderliggende oorzaken
• Prematuur geboren kinderen (vanaf 24 weken)
• Kinderen met aangeboren afwijkingen t.h.v. eet- en slikorganen: schisis, gespleten tong…
• Kinderen met genetische afwijkingen: bij aanmelding is vaak geen diagnose bekend, omdat men niet meteen een
genetische screening uitvoert
• Kinderen met neurologische afwijkingen: CP, orale dyspraxie (moeite met plannen en uitvoeren van
mondbewegingen) ...
• Kinderen met ASS: sensorische gevoeligheden, rigiditeit, voorkeuren, routines…
• …
2.3. ICF-model
• Lichaamsfuncties en -structuren: stoornissen in zuig-, slik- of kauwfuncties
• Activiteiten en participatie: zelfstandig eten en deelnemen aan gezinsmaaltijden
• Omgevingsfactoren: houding, hulpmiddelen, ouderbegeleiding, eetomgeving…
• Persoonlijke factoren: leeftijd, ontwikkelingsniveau, motivatie, eerdere eetervaringen…
1
, 3. Normale ontwikkeling (primaire) mondfuncties
3.1. Motoriek
• Algemeen
o Primaire mondfuncties: zuigen, slikken, kauwen
o Nodig voor voeding en ontwikkeling van spraak en taal
o Voedingsmotoriek is gekoppeld aan algemene motoriek en sensibiliteit
• Zuigen
o Algemeen:
§ Eerste georganiseerde mondmotorische functie
§ Vormt basis voor latere mondmotoriek
o Voeding:
§ Borstvoeding (voorkeur): 6 uur – 6 dagen – 6 maanden
§ Flesvoeding
o Soorten zuigen:
§ Voedend: opname voeding
§ Niet-voedend: duim, speen…
o Reflexmatig zuigen:
§ Tot ± 3 maanden
§ Reflex heeft prikkel nodig: prikkel rond mond à zoekreflex à zuig-slikreflex
o Ademhaling:
§ Anatomie van baby is anders t.h.v. farynx, waardoor zuigen, slikken en ademen beter
gecombineerd kunnen worden
§ Coördinatie is cruciaal voor veilig drinken
o Zuigtechnieken:
§ Tepelzuigen: pompzuigen (vacuüm) of likzuigen (tong tegen lepel)
§ Rietjeszuigen: ontwikkelt zich rond ± 2 jaar
• Slikken
o Ontwikkeling:
§ Zuig-slikreflex à slikreflex
§ Slikmoment: voedselbolus t.h.v. gehemeltebogen
§ Start faryngale fase: verloopt onwillekeurig
o Zuigen ≠ slikken:
§ Niet elke zuigbeweging leidt automatisch tot een slik
§ Wanneer een baby stop met zuigen, stop het slikken (een kleine hoeveelheid melk blijft achter in
de mond)
o Evolutie naar gescheiden functies:
§ Doel: evolutie naar geïsoleerd zuigen en geïsoleerd slikken
§ Baby: slikken kan niet zonder zuigen, maar zuigen kan wel zonder slikken
• Kauwen
o Bijtreflex:
§ Evolueert van reflexmatig naar willekeurige verticale kauwbewegingen
§ Kinderen moeten leren deze bewegingen bewust te controleren
o Wurgreflex:
§ Ligt bij baby’s relatief ver vooraan
§ Verplaatst zich geleidelijk naar achteren
o Rotatoire kauwbewegingen ontwikkelen zich rond de leeftijd van 2 à 3 jaar
o Tongontwikkeling:
§ Van een transversale tongreflex naar laterale tongbewegingen
§ Nodig om voedsel tussen de kiezen te brengen en terug te halen
o Volwassen kauwpatroon tussen 3 à 4 jaar
2