INLEIDING
Werkgerelateerde gezondheidsproblemen : fysiek, stress/angst/depressie of somatisch
Sectoren: bouw, zorg, logistiek of productie
ð Meeste fysieke klachten
MSA: musculoskeletale aandoeningen
Directe kosten bedrijf :
ð Bedrijf verliest veel geld door blijven doorbetalen tijdens ziekte
Indirecte kosten bedrijf:
- Korte afwezigheid
ð Daling productiviteit + verhoogde werkdruk collega’s
- Lange afwezigheid
ð Verlies knowhow + opleiding nieuwe mensen
- Langdurige klachten
ð Verandering functie in bedrijf
Kostenstructuur:
ð Medische behandeling + revalidatie/herscholing
ð Sociale zekerheid/ uitkeringen
ð Belastingen die worden misgelopen door overheid
Gezondheidsbeleid door overheid en bedrijven = ROI
ð Return on investement
ð Struikelblokken
Ø Bouw, handel en horeca: onregelmatige uren + werken op verplaatsing
Ø Kleine ondernemingen: beperkte HR/middelen
ð Succesverhalen
Ø Gesubsidieerde diensten: overheid, ziekenhuizen, scholen
Ø Industrie: streng alcohol en illegale drugs beleid
Vraag 1: goede houding, maar niet hele dag aanhouden
ð Elke 30min even rechtstaan
1
,Vraag 2: op bepaalde punten ondersteudn, maar hakken zorgen dat knieën hoger komen te staan,
rechtstaan kan je ook niet uren volhouden
Vraag 3: éénmalig bukken kan met gebogen rug, doe je dit vaker dan met rechte rug en door de knieën
gaan
Vraag 4: inrichting van kantoor voor werknemers is ook ergonomie
ERGONOMIE
= werk + wet
ð Wetenschappelijke discipline die zich bezighoudt met begrijpen van interacties tussen de mens
en zijn werk in de brede context
ð Theorie, principes, data en methoden toepassen op ontwerp
ð Menselijk welzijn en systeem optimaliseren
Context:
- Uitrusting
ð Machines, hulpmiddelen, gereedschap, technologie…
- Werkplek + omgeving
- Organisatie van werk
Doel:
2
, - Werk aanpassen aan fysieke en psychische mogelijkheden + beperkingen werknemer
- Werk mensen faciliteren
- Prestatie interactie tussen mens en omgeving optimaliseren
è Pro-actief: alle bureau’s
è Retro-actief: 1 medewerker krijgt aangepaste bureau wegens rugklachten
Domeinen:
1. Fysieke ergonomie
ð Studie van fysieke belasting
Ø Bewegings-en houdingsbelasting, werkplekinrichting, hanteren van lasten
ð Gebruik maken van menselijke anatomie, fysiologie, biomechanica in relatie tot fysieke
belastbaarheid
Ø Meer bewegen op werkvloer, werkhoudingen, manueel hanteren lasten, repetitieve bewegingen,
werkgerelateerde musculoskeletale klachten, werkplekinrichting, veiligheid en gezondheid
2. Cognitieve ergonomie
ð Studie van mentale processen
Ø Perceptie, denken en motorische reacties in interactie tussen mens en systeem
ð Gebruik maken van kennis uit psychologie en IT
Ø Informatieverwerking, geheugen, perceptie, redeneren, motorische respons, ontwikkeling
software
3. Organisatie ergonomie
ð Studie van optimaliseren van sociotechnische systemen
Ø Organisatiestructuren en -processen
ð Gebruik maken van communicatiewetenschappen en psychologie
Ø Communicatie, ontwerpen van werplekken en -tijden, teamwork, participatieve ergonomie,
telewerken en kwaliteitszorg
4. Fysische, chemische en biologische omgevingsfactoren
Ergonoom
ð Draagt bij tot ontwerpen en evalueren taken, jobs, producten, ruimtes en systemen
ð Tegemoetkomen aan noden, mogelijkheden en beperkingen mensen
Ø Specialist in analyseren risicofactoren + bedenken van oplossingen om werk minder belastend te
maken
ð Iedereen die een bijdrage levert aan ergonomisch beeld
3
, Ø Preventiemedewerkers, verpleegkundigen, ingenieurs, kinesitherapeuten, artsen, psychologen,
architecten…
Preventie-adviseur:
- Niveau III: basis
- Niveau II: groep B
- Niveau I: groep A
ð In bezig van attest niveau II + 5jaar ervaring als preventie-adviseur geattesteerd door TWW
ð Of beschikken over bachelordiploma universitair niveau
Wetgeving
- Alcohol en drugs
ð Verboden om risico op ongevallen te vermijden
- Roken
ð Binnenruimtes moeten rookvrij blijven
ð Verplicht om rookvrije plek te voorzien
- Algemene gezondheid + mentaal welbevinden
ð Nodige maatregelen tegen psychosociale risico’s
- Ergonomisch materiaal
ð Beeldscherm
Ø Tekens voldoende scherp, duidelijk en groot met voldoende afstand tussen tekens/regels
Ø Beeld moet stabiel zijn (geen flikkering)
Ø Contrast moet gemakkelijk aanpasbaar zijn
Ø Scherm moet gemakkelijk verstelbaar en kantelbaar zijn
Ø Scherm vrij van glans en spiegelingen
ð Toetsenbord
Ø Hellend kunnen plaatsen
Ø Geen geheel met beeldscherm
Ø Voldoende ruimte voor steun handen en armen
Ø Mat oppervlak om reflecties te voorkomen
Ø Symbolen voldoende contrastrijk
ð Werktafel
Ø Reflecteiarm oppervlak
Ø Voldoende groot en flexibele opstelling
Ø Documenthouder stabiel en regelbaar
Ø Voldoende ruimte voor comfortabele houding
ð Werkstoel
Ø Stabiel, bewegingsvrijheid geven en comfortabele werkhouding
Ø In hoogte verstelbaar
Ø Hoogte en hellingshoek van rugleuning verstelbaar
Ø Voetsteun
ð Ruimte: voldoende plaats om veranderingen houding en beweging mogelijk te maken
4