Orthopedagogiek
2025 - 2026
__________________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 1: Wat is orthopedagogiek?
1. Wat is orthopedagogiek?
1.1 Definitie: klassieke en moderne invullingen
Orthopedagogiek:
- = de wetenschap vh handelen in als problematische of moeilijk ervaren opvoedingssituaties
- vanaf 1930 in verschillende Europese landen (België, Zwitserland, Nederland, Duitsland en
Oostenrijk)
- gericht op ondersteunen van kinderen, jongeren en volwassenen en hun sociaal netwerk, die
in moeilijke opvoedings- en/of levenssituaties verkeren
- maakt deel uit vd pedagogische wetenschappen
- ‘ortho’ = ‘juiste manier/weg’
‘pedagogiek’ = kind en handelen (‘pais’ & ‘agein’) -> juist handelen
- doel: interveniëren en de problematische situatie verbeteren, Qol verbeteren, inclusie
Recente definitie: Orthopedagogiek bestudeert op wetenschappelijke wijze het handelen in als
problematisch omschreven opvoedingssituaties. De orthopedagogiek is daarmee niet louter gericht
op de studie en de behandeling van individuele stoornissen en beperkingen, maar op het handelen in
de gehele problematische opvoedingssituatie met een bijzondere aandacht voor de context.
Orthopedagogiek = De studie van methodisch, integratief, ethisch en betekenisvol handelen in
maatschappelijk kwetsbare opvoedings- en leefsituaties en dit door wetenschappelijk
onderbouwde kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden.
Men wil leefsituaties en kwaliteit van leven verbeteren en de participatie in de maatschappij
vergemakkelijken.
Doelgroepen:
- verstandelijke beperkingen
- fysieke beperkingen
- visuele beperkingen
- auditieve beperkingen
- Ernstige meervoudige beperking
- Autisme
- Gedrags- en emotionele problemen
- Verslavings- en middelengerelateerde problemen
- Ernstige psychische problemen
1
,Klemtonen op:
- Aandacht voor het historisch en maatschappelijk perspectief
- Aandacht voor klinische vaardigheden, contextueel werken, handelingsgerichte diagnostiek
en beeldvorming
- Introductie van het eco-bio-psycho-sociale model binnen de klinische orthopedagogiek
- Belang van ervaringsdeskundigheid en het insiderperspectief
- Problemen in opvoeding, ontwikkelen, leren, gedrag en psychosociale gevolgen hiervan.
- Focus op ‘doelgroepspecifieke’ expertise
- Disability Studies onderzoekt ‘disability’ als een sociaal, cultureel en politiek fenomeen en
richt zich op het bevorderen van inclusie en gelijkheid voor mensen met ‘disability’.
- Focus op superdiversiteit en intersectionaliteit.
1.2 Evoluties in de naamgeving van orthopedagogiek
- Heilpedagogiek = het behandelen en het helen/genezen van stoornissen
- Speciale pedagogiek = meer specifieke benadering bvb. van bepaalde doelgroepen zoals
personen met een verstandelijke/fysieke beperking of kinderen en jongeren met gedrags- en
emotionele problemen. (In Vlaanderen = bijzondere orthopedagogiek)
- Orthopedagogiek = sinds eind jaren ‘40, naar aanleiding van de pejoratieve bijklank van ‘heil’
na WOII -> Tweede Internationaal Congres voor Orthopedagogiek beslist heilpedagogiek
veranderen naar orthopedagogiek.
- Klinische orthopedagogiek = in de klinische psychologie en orthopedagogie als geestelijke
gezondheidsberoepen
2. Internationale situatie
Ander gebruik vd term -> VS: special education
Frankrijk: éducation spécialisée, Rusland: defectologie
Hongarije: conductieve pedagogiek, Zuid-Afrika: genees-/orthopedagogiek
Canada: orthopédagogie, Duitsland: heilpädagogik/orthopädagogik
Internationale beroepsvereniging van orthopedagogen = International Society of Professional
Heilpaedagogic Organizations waarin orthopedagogische beroepsverenigingen uit Nederland,
Zwitserland, Duitsland, Slowakije, Hongarije en Luxemburg samenwerken.
3. Identiteit vd orthopedagogiek
3.1 Focus: van individu naar sociale omgeving
Evolutie van wetenschap gericht op corrigeren/oplossen van problemen -> wetenschap gericht op
ondersteunen van mensen en hun netwerk in het uitbouwen van een waardevol en kwaliteitsvol
leven.
2
,Paradagimaomsalg in 1990 -> van individuele kijk op handicap naar een sociaal-ecologische
benadering, met een focus op relatie tussen individuele competenties en beperkingen en
uitdagingen vd samenleving.
Volgens AAIDD handicap = resultaat van interactie tussen de mogelijkheden van mensen en wat de
omgeving van hen verwacht.
Labeling en etikettering leidt tot stigmatisering en uitsluiting.
Aandacht voor self-advocacy, eigen krachten en mogelijkheden, en volwaardige participatie aan de
samenleving
Orthopedagogiek als handelingswetenschappen -> niet handicap centraal, maar het (samen)
handelen in opvoedings- en levenssituaties die door de betrokkenen als moeilijk worden ervaren
3.2 Orthopedagogische werkvelden: een brede diversiteit
Verschillende sectoren:
- ondersteuning en zorg voor personen met beperking
- jeugdhulpverlening (bijzondere jeugdzorg)
- geestelijke gezondheidszorg
- scholen en diensten gericht op ondersteuning van kinderen en jongeren met
(leer)moeilijkheden in het onderwijs
- pleegzorg
- ouderenzorg
- diensten voor vorming en opleiding
- forensische hulpverlening
- verslavingszorg
- onderzoekinstellingen
- beleid
Diversiteit aan:
werkvormen: mobiel, ambulant en residentieel
doelgroepen: personen met fysieke-, verstandelijk-, zintuigelijke beperkingen, kinderen en jongeren
met emotionele-, gedrags-, geestelijke gezondheidsproblemen, leermoeilijkheden
-> Veel tewerkstellingsmogelijkheden: revalidatiecentra, scholen, dagcentra, thuisbegeleiding…
3.3 Functieprofiel en eigenheid vd orthopedagogiek in interdisciplinaire
context
Orthopedagogen voeren verschillende functies uit: preventie, diagnostiek, vroegtijdige signalering en
ondersteuning, coaching, vorming, wetenschappelijk onderzoek
Ze werken in multidisciplinaire teams samen (met artsen, psychologen, sociaal werkers, opvoeders)
Orthopedagogen werken vanuit eco-bio-psycho-sociale modellen met veel aandacht voor individuele
en omgevingskenmerken. Maar ook focus op methodisch, doelgericht en zinvol handelen.
3
, __________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 2: personen met een verstandelijke
beperking
1. Geschiedenis
1.1 19e eeuw
Voor 1800 was er voor personen met een (verstandelijk) beperking weinig interesse.
1ste belangrijke inzicht gevolg van ontwikkeling binnen psychiatrie (begin 19e eeuw)
-> concepten ‘krankzinnigheid’ en ‘verstandelijke beperking’ van elkaar onderscheiden
Belangrijke pioniers:
Pinel (1745 - 1826)
- Nosographie des maladies mentales -> gaf voor eerst een systematische beschrijving van
psychiatrische ziektebeelden.
- bestudeerde term ‘idiotie’
- vader vd psychiatrie
- startte studie en observatie wat leidde tot eerste classificatie van geestesziekten
- Verloste geestesziekten van hun ketenen -> leidde tot nieuwe benadering dmv gesprekken,
‘instituut’
Esquirol (1772 - 1840)
- Opvolger Pinel
- Werd directeur van La Salpêtrière en L’Hospice de Bicêtre (17e eeuw)
-> doel ‘hospital’: bedelaar en marginalen opvangen
- bestudeerde term ‘idiotie’ verder -> onderscheiding 3 groepen:
● verwarden = tijdelijk verwarde mensen door bvb emotie of waanzin
● dementen = mensen die eerst normaal waren en dan verstand verloren door ziekte
of ouderdom
● idioten = mensen die nooit volledig verstand hebben ontwikkeld (= aangeboren
beperking)
- Beschreef idiotie als afzonderlijke toestand
Itard (1774 - 1838)
- verder ‘idiotie’
- De wilde van Aveyron (1801) = verwilderde jongen in bossen werd als studieobject gebruikt
-> Itard probeerde hem te leren spreken (eenvoudige communicatie, geen vloeiende taal)
- ontwikkelde een medisch-pedagogische theorie voor behandeling idioten: opvoeding en
therapie kunnen samenwerken om VP te verbeteren
- opbouw in de behandeling: aandacht voor sensorische elementen, taal, abstract denken
-> een natuurwetenschappelijke benadering in de zorg voor personen met VB
- observatie als basis van complexe analyse om tot juiste therapeutische of opvoedkundige
handeling te stellen
- Sensualisme inspireerde Itard -> kennis ontstaan door herhaaldelijke, zintuigelijke ervaringen
4
2025 - 2026
__________________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 1: Wat is orthopedagogiek?
1. Wat is orthopedagogiek?
1.1 Definitie: klassieke en moderne invullingen
Orthopedagogiek:
- = de wetenschap vh handelen in als problematische of moeilijk ervaren opvoedingssituaties
- vanaf 1930 in verschillende Europese landen (België, Zwitserland, Nederland, Duitsland en
Oostenrijk)
- gericht op ondersteunen van kinderen, jongeren en volwassenen en hun sociaal netwerk, die
in moeilijke opvoedings- en/of levenssituaties verkeren
- maakt deel uit vd pedagogische wetenschappen
- ‘ortho’ = ‘juiste manier/weg’
‘pedagogiek’ = kind en handelen (‘pais’ & ‘agein’) -> juist handelen
- doel: interveniëren en de problematische situatie verbeteren, Qol verbeteren, inclusie
Recente definitie: Orthopedagogiek bestudeert op wetenschappelijke wijze het handelen in als
problematisch omschreven opvoedingssituaties. De orthopedagogiek is daarmee niet louter gericht
op de studie en de behandeling van individuele stoornissen en beperkingen, maar op het handelen in
de gehele problematische opvoedingssituatie met een bijzondere aandacht voor de context.
Orthopedagogiek = De studie van methodisch, integratief, ethisch en betekenisvol handelen in
maatschappelijk kwetsbare opvoedings- en leefsituaties en dit door wetenschappelijk
onderbouwde kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden.
Men wil leefsituaties en kwaliteit van leven verbeteren en de participatie in de maatschappij
vergemakkelijken.
Doelgroepen:
- verstandelijke beperkingen
- fysieke beperkingen
- visuele beperkingen
- auditieve beperkingen
- Ernstige meervoudige beperking
- Autisme
- Gedrags- en emotionele problemen
- Verslavings- en middelengerelateerde problemen
- Ernstige psychische problemen
1
,Klemtonen op:
- Aandacht voor het historisch en maatschappelijk perspectief
- Aandacht voor klinische vaardigheden, contextueel werken, handelingsgerichte diagnostiek
en beeldvorming
- Introductie van het eco-bio-psycho-sociale model binnen de klinische orthopedagogiek
- Belang van ervaringsdeskundigheid en het insiderperspectief
- Problemen in opvoeding, ontwikkelen, leren, gedrag en psychosociale gevolgen hiervan.
- Focus op ‘doelgroepspecifieke’ expertise
- Disability Studies onderzoekt ‘disability’ als een sociaal, cultureel en politiek fenomeen en
richt zich op het bevorderen van inclusie en gelijkheid voor mensen met ‘disability’.
- Focus op superdiversiteit en intersectionaliteit.
1.2 Evoluties in de naamgeving van orthopedagogiek
- Heilpedagogiek = het behandelen en het helen/genezen van stoornissen
- Speciale pedagogiek = meer specifieke benadering bvb. van bepaalde doelgroepen zoals
personen met een verstandelijke/fysieke beperking of kinderen en jongeren met gedrags- en
emotionele problemen. (In Vlaanderen = bijzondere orthopedagogiek)
- Orthopedagogiek = sinds eind jaren ‘40, naar aanleiding van de pejoratieve bijklank van ‘heil’
na WOII -> Tweede Internationaal Congres voor Orthopedagogiek beslist heilpedagogiek
veranderen naar orthopedagogiek.
- Klinische orthopedagogiek = in de klinische psychologie en orthopedagogie als geestelijke
gezondheidsberoepen
2. Internationale situatie
Ander gebruik vd term -> VS: special education
Frankrijk: éducation spécialisée, Rusland: defectologie
Hongarije: conductieve pedagogiek, Zuid-Afrika: genees-/orthopedagogiek
Canada: orthopédagogie, Duitsland: heilpädagogik/orthopädagogik
Internationale beroepsvereniging van orthopedagogen = International Society of Professional
Heilpaedagogic Organizations waarin orthopedagogische beroepsverenigingen uit Nederland,
Zwitserland, Duitsland, Slowakije, Hongarije en Luxemburg samenwerken.
3. Identiteit vd orthopedagogiek
3.1 Focus: van individu naar sociale omgeving
Evolutie van wetenschap gericht op corrigeren/oplossen van problemen -> wetenschap gericht op
ondersteunen van mensen en hun netwerk in het uitbouwen van een waardevol en kwaliteitsvol
leven.
2
,Paradagimaomsalg in 1990 -> van individuele kijk op handicap naar een sociaal-ecologische
benadering, met een focus op relatie tussen individuele competenties en beperkingen en
uitdagingen vd samenleving.
Volgens AAIDD handicap = resultaat van interactie tussen de mogelijkheden van mensen en wat de
omgeving van hen verwacht.
Labeling en etikettering leidt tot stigmatisering en uitsluiting.
Aandacht voor self-advocacy, eigen krachten en mogelijkheden, en volwaardige participatie aan de
samenleving
Orthopedagogiek als handelingswetenschappen -> niet handicap centraal, maar het (samen)
handelen in opvoedings- en levenssituaties die door de betrokkenen als moeilijk worden ervaren
3.2 Orthopedagogische werkvelden: een brede diversiteit
Verschillende sectoren:
- ondersteuning en zorg voor personen met beperking
- jeugdhulpverlening (bijzondere jeugdzorg)
- geestelijke gezondheidszorg
- scholen en diensten gericht op ondersteuning van kinderen en jongeren met
(leer)moeilijkheden in het onderwijs
- pleegzorg
- ouderenzorg
- diensten voor vorming en opleiding
- forensische hulpverlening
- verslavingszorg
- onderzoekinstellingen
- beleid
Diversiteit aan:
werkvormen: mobiel, ambulant en residentieel
doelgroepen: personen met fysieke-, verstandelijk-, zintuigelijke beperkingen, kinderen en jongeren
met emotionele-, gedrags-, geestelijke gezondheidsproblemen, leermoeilijkheden
-> Veel tewerkstellingsmogelijkheden: revalidatiecentra, scholen, dagcentra, thuisbegeleiding…
3.3 Functieprofiel en eigenheid vd orthopedagogiek in interdisciplinaire
context
Orthopedagogen voeren verschillende functies uit: preventie, diagnostiek, vroegtijdige signalering en
ondersteuning, coaching, vorming, wetenschappelijk onderzoek
Ze werken in multidisciplinaire teams samen (met artsen, psychologen, sociaal werkers, opvoeders)
Orthopedagogen werken vanuit eco-bio-psycho-sociale modellen met veel aandacht voor individuele
en omgevingskenmerken. Maar ook focus op methodisch, doelgericht en zinvol handelen.
3
, __________________________________________________________________________________
Hoofdstuk 2: personen met een verstandelijke
beperking
1. Geschiedenis
1.1 19e eeuw
Voor 1800 was er voor personen met een (verstandelijk) beperking weinig interesse.
1ste belangrijke inzicht gevolg van ontwikkeling binnen psychiatrie (begin 19e eeuw)
-> concepten ‘krankzinnigheid’ en ‘verstandelijke beperking’ van elkaar onderscheiden
Belangrijke pioniers:
Pinel (1745 - 1826)
- Nosographie des maladies mentales -> gaf voor eerst een systematische beschrijving van
psychiatrische ziektebeelden.
- bestudeerde term ‘idiotie’
- vader vd psychiatrie
- startte studie en observatie wat leidde tot eerste classificatie van geestesziekten
- Verloste geestesziekten van hun ketenen -> leidde tot nieuwe benadering dmv gesprekken,
‘instituut’
Esquirol (1772 - 1840)
- Opvolger Pinel
- Werd directeur van La Salpêtrière en L’Hospice de Bicêtre (17e eeuw)
-> doel ‘hospital’: bedelaar en marginalen opvangen
- bestudeerde term ‘idiotie’ verder -> onderscheiding 3 groepen:
● verwarden = tijdelijk verwarde mensen door bvb emotie of waanzin
● dementen = mensen die eerst normaal waren en dan verstand verloren door ziekte
of ouderdom
● idioten = mensen die nooit volledig verstand hebben ontwikkeld (= aangeboren
beperking)
- Beschreef idiotie als afzonderlijke toestand
Itard (1774 - 1838)
- verder ‘idiotie’
- De wilde van Aveyron (1801) = verwilderde jongen in bossen werd als studieobject gebruikt
-> Itard probeerde hem te leren spreken (eenvoudige communicatie, geen vloeiende taal)
- ontwikkelde een medisch-pedagogische theorie voor behandeling idioten: opvoeding en
therapie kunnen samenwerken om VP te verbeteren
- opbouw in de behandeling: aandacht voor sensorische elementen, taal, abstract denken
-> een natuurwetenschappelijke benadering in de zorg voor personen met VB
- observatie als basis van complexe analyse om tot juiste therapeutische of opvoedkundige
handeling te stellen
- Sensualisme inspireerde Itard -> kennis ontstaan door herhaaldelijke, zintuigelijke ervaringen
4