Romeinse archeologie en kunst
HOOFDSTUK 1: INLEIDING EN OMKADERING
Wat is Romeinse archeologie?
=wts discipline die alle materiële bronnen en fysieke resten uit de Romeinse
oudheid bestudeert.
Romeinen brachten kunstvoorwerpen over uit Griekse wereld waar ze gekopieerd
werden om hun eigen culturele dominantie te legitimeren.
Johann Winckelmann : “ontdekker van de Grieken”
18de -eeuwse grondlegger van een meer wetenschappelijke en historische
studie vd kunst uit de Klassieke Oudheid
Vergeleek op een ongenuanceerde wijze de Griekse en de Romeinse kunst
Uitgesproken voorliefde voor Griekse kunst
19de eeuw: groei van de klassieke archeologie
Toenemende rol bij de creatie van politieke identiteiten
Napoleontisch bewind in Rome: liet antiquiteiten uit Rome overbrengen
naar Parijs
Oprichting van het Duits archeologisch Instituut in Rome (1829)
Verkenning van christelijke catacomben in Rome -> ‘vroeg-christelijke’
archeologie
Toestroom van Europese en Amerikaanse toeristen in Pompeji en
Herculaneum
Opgravingen onder Giuseppe Fiorelli in Pompeji
Meer aandacht voor eigen ‘Romeinse’ verleden
Eerste helft 20ste eeuw
Grootschalige ‘opgravingen’ in Italië onder Mussolini -> ideaalbeeld van
Romeinse verleden centraal stond bij de bouw van hedendaagse politieke
ideologie
Laatste kwart 20ste eeuw
Meer wetenschappelijke methodes
Waarom zijn Romeinse archeologie en kunst belangrijk?
Romeinse wereld als een soort spiegel voor onze moderne maatschappij
Klassieke landschap nog steeds zichtbaar
Kunst vd Romeinen geven blik op hoe Romeinen de sl vormgaven en
beleefden
Architectuur en kunst als politieke propaganda
,Romeinse archeologie en kunst
Wat is Romeinse kunst?
Invloeden
Romeinse kunst: vaak pluralisme van stijlen
- Italische
- Etruskische
- Grieks-Hellenistische
Voornaamste invloed: Grieks-Hellenistische wereld
Rechtstreekse overname van klassieke repertoria (vb. mythologische
scènes)
In Rome verschijnen tempels voor Griekse goden
Rome werd overspoeld met Griekse kunstwerken
o Grootschalige plundering
o “nouveau riche” verzamelwoede
Kopiëren en reproductie van Griekse kunst
Tweede invloed: Italische component
Italische invloeden laten zich minder herkennen in duurdere en officiële
werk
Later vooral herkenbaar in onbeholpen volkskunst
Derde invloed: Etruskische sl
Etruskische kunst groeide onder invloed van Griekse kunst
Geen grote vernieuwers
Aristocratische kunst met herkenbaar karakter
Vooral stempel gedrukt in de bouwkunst
Algemene kenmerken
Heterogene kunst: pluralisme van stijlen
Heterogeniteit van Romeinse kunstproductie : staatskunst vs. volkskunst
Verschillende proporties: gebruiken muren om inwendige ruimte te creëren
Frontaliteit en monumentaliteit
Horror vacui: talloze versieringen om lege ruimtes te vullen
Chronologie
,Romeinse archeologie en kunst
HOOFDSTUK 2: DE ETRUSKISCHE BESCHAVING
Inleiding
Beschaving ontwikkelde zich in Etrurië vanuit de autochtone ijzertijd cultuur
aangevuld met niet-Italische bevolkingselementen en invloeden uit het oosten.
Oorsprong vd Etrusken:
- Herodotos beweerde dat Etrusken afstamden van bevolkingsgroep, die uit
oostelijk Middellands zeegebied geëmigreerd waren
- Dionysos geloofde dat de Etrusken altijd in Etrurië gewoond hadden en
autochtoon waren
- Moderne onderzoekers zeggen dat de cultuur is ontstaan door interactie
tussen de autochtone bevolking en bevolkingsgroepen uit het oostelijk
mediterrane gebied
Politieke ontwikkeling vd Etrusken:
- Leefden in driehoekig gebied met als grenzen de westkust van Italië, de
Tiber en de Arno
- Hoogtepunt van 8ste tot 5de eeuw v.Chr
- Politieke ontwikkeling in 3 fasen:
o 8ste tot 6de eeuw v.Chr de lucumo (koning) heerst en heeft
volledige macht over de stad
o 5de eeuw v.Chr oligarchisch bewind dat jaarlijks verkozen werd
o 4de eeuw v.Chr politieke strijd tussen de geboorteadel en de
middenstand
Etruskische taal:
- Verschillende Griekse klanken werden weggelaten
- Meeste teksten kort en formuleachtig opgebouwd en functie kan afgeleid
worden uit context
- Langste tekst: op mummiewikkel van Zagreb
- Gouden plaatjes van Pygri
- Kunst van schrijven kwam voor in aristocratische kringen
Godsdienst:
- Goden werden onder Griekse invloed gepersonifieerd
- Volk dat zich overgaf aan religieuze rites
- Sterk gebonden aan rituelen
- Voorspellingen werden geschreven in verschillende boeken;
o Libri haruspicini: boeken over het schouwen van ingewanden van
offerdieren
o Libri fulgurales: boeken over de interpretatie van bliksem
, Romeinse archeologie en kunst
o Libri rituales: boeken over de uitvoering vd cultus
o Libri fatales: boeken over het noodlot, de grenzen vh menselijk
leven
o Libri acherontici: boeken over de onderwereld
- Bronzen leven van Piacenza (tweede helft van 2 de eeuw
v.Chr): namen vd goden
- Polytheïstisch : goden waren anoniem en stonden symbool
voor het noodlot
o Griekse oppergod: Tin/Tinia
Villanova-cultuur (900-720 v.Chr)
Beschaving uit de vroege ijzertijd.
Sporen van hutten op de Palatijn in Rome -> gemengde landbouw en veeteelt
gecentreerde dorpjes
- Ronde, ovale of rechthoekige hutten hebben ondiepe funderingen in de
grond
- Opgebouwd uit leem en vlechtwerk
- Versiering vd urne (dak vd hut) -> vorm van vogels en horens die
kwaadwerende functie hadden
Villanova-graven bevonden zich buiten de nederzetting (necropolen) en waren
eenvoudige ronde putten (tombe a pozzo).
- Crematie domineert
- Weinig grafgiften
o Mannengraven: scheermessen, slangenfibulae, wapens
o Vrouwengraven: bronzen haarspelden, juwelen, boot- en
bloedzuigerfibulae, objecten voor wolbewerking
- Urne mag geen relatie hebben met de wereld vd
levenden
- Meeste potten hebben drinknap als deksel
o Opvallend: bronzen helmen die als deksel
voorkomen
2de helft vd 9de eeuw v.Chr Populonia, vroege vormen van kamergraven met
een rond grondplan met vals gewelf opgebouwd uit kalkstenen platen
8ste en 7de eeuw v.Chr paardentuig in rijke graven -> ontstaan van
aristocratische ruiterij
Bijzondere vondsten:
- Bronzen urne met ‘berendans’ (7de eeuw v.Chr) uit Bisenzio
Betreft vermoedelijk een diviniteit uit de onderwereld.
HOOFDSTUK 1: INLEIDING EN OMKADERING
Wat is Romeinse archeologie?
=wts discipline die alle materiële bronnen en fysieke resten uit de Romeinse
oudheid bestudeert.
Romeinen brachten kunstvoorwerpen over uit Griekse wereld waar ze gekopieerd
werden om hun eigen culturele dominantie te legitimeren.
Johann Winckelmann : “ontdekker van de Grieken”
18de -eeuwse grondlegger van een meer wetenschappelijke en historische
studie vd kunst uit de Klassieke Oudheid
Vergeleek op een ongenuanceerde wijze de Griekse en de Romeinse kunst
Uitgesproken voorliefde voor Griekse kunst
19de eeuw: groei van de klassieke archeologie
Toenemende rol bij de creatie van politieke identiteiten
Napoleontisch bewind in Rome: liet antiquiteiten uit Rome overbrengen
naar Parijs
Oprichting van het Duits archeologisch Instituut in Rome (1829)
Verkenning van christelijke catacomben in Rome -> ‘vroeg-christelijke’
archeologie
Toestroom van Europese en Amerikaanse toeristen in Pompeji en
Herculaneum
Opgravingen onder Giuseppe Fiorelli in Pompeji
Meer aandacht voor eigen ‘Romeinse’ verleden
Eerste helft 20ste eeuw
Grootschalige ‘opgravingen’ in Italië onder Mussolini -> ideaalbeeld van
Romeinse verleden centraal stond bij de bouw van hedendaagse politieke
ideologie
Laatste kwart 20ste eeuw
Meer wetenschappelijke methodes
Waarom zijn Romeinse archeologie en kunst belangrijk?
Romeinse wereld als een soort spiegel voor onze moderne maatschappij
Klassieke landschap nog steeds zichtbaar
Kunst vd Romeinen geven blik op hoe Romeinen de sl vormgaven en
beleefden
Architectuur en kunst als politieke propaganda
,Romeinse archeologie en kunst
Wat is Romeinse kunst?
Invloeden
Romeinse kunst: vaak pluralisme van stijlen
- Italische
- Etruskische
- Grieks-Hellenistische
Voornaamste invloed: Grieks-Hellenistische wereld
Rechtstreekse overname van klassieke repertoria (vb. mythologische
scènes)
In Rome verschijnen tempels voor Griekse goden
Rome werd overspoeld met Griekse kunstwerken
o Grootschalige plundering
o “nouveau riche” verzamelwoede
Kopiëren en reproductie van Griekse kunst
Tweede invloed: Italische component
Italische invloeden laten zich minder herkennen in duurdere en officiële
werk
Later vooral herkenbaar in onbeholpen volkskunst
Derde invloed: Etruskische sl
Etruskische kunst groeide onder invloed van Griekse kunst
Geen grote vernieuwers
Aristocratische kunst met herkenbaar karakter
Vooral stempel gedrukt in de bouwkunst
Algemene kenmerken
Heterogene kunst: pluralisme van stijlen
Heterogeniteit van Romeinse kunstproductie : staatskunst vs. volkskunst
Verschillende proporties: gebruiken muren om inwendige ruimte te creëren
Frontaliteit en monumentaliteit
Horror vacui: talloze versieringen om lege ruimtes te vullen
Chronologie
,Romeinse archeologie en kunst
HOOFDSTUK 2: DE ETRUSKISCHE BESCHAVING
Inleiding
Beschaving ontwikkelde zich in Etrurië vanuit de autochtone ijzertijd cultuur
aangevuld met niet-Italische bevolkingselementen en invloeden uit het oosten.
Oorsprong vd Etrusken:
- Herodotos beweerde dat Etrusken afstamden van bevolkingsgroep, die uit
oostelijk Middellands zeegebied geëmigreerd waren
- Dionysos geloofde dat de Etrusken altijd in Etrurië gewoond hadden en
autochtoon waren
- Moderne onderzoekers zeggen dat de cultuur is ontstaan door interactie
tussen de autochtone bevolking en bevolkingsgroepen uit het oostelijk
mediterrane gebied
Politieke ontwikkeling vd Etrusken:
- Leefden in driehoekig gebied met als grenzen de westkust van Italië, de
Tiber en de Arno
- Hoogtepunt van 8ste tot 5de eeuw v.Chr
- Politieke ontwikkeling in 3 fasen:
o 8ste tot 6de eeuw v.Chr de lucumo (koning) heerst en heeft
volledige macht over de stad
o 5de eeuw v.Chr oligarchisch bewind dat jaarlijks verkozen werd
o 4de eeuw v.Chr politieke strijd tussen de geboorteadel en de
middenstand
Etruskische taal:
- Verschillende Griekse klanken werden weggelaten
- Meeste teksten kort en formuleachtig opgebouwd en functie kan afgeleid
worden uit context
- Langste tekst: op mummiewikkel van Zagreb
- Gouden plaatjes van Pygri
- Kunst van schrijven kwam voor in aristocratische kringen
Godsdienst:
- Goden werden onder Griekse invloed gepersonifieerd
- Volk dat zich overgaf aan religieuze rites
- Sterk gebonden aan rituelen
- Voorspellingen werden geschreven in verschillende boeken;
o Libri haruspicini: boeken over het schouwen van ingewanden van
offerdieren
o Libri fulgurales: boeken over de interpretatie van bliksem
, Romeinse archeologie en kunst
o Libri rituales: boeken over de uitvoering vd cultus
o Libri fatales: boeken over het noodlot, de grenzen vh menselijk
leven
o Libri acherontici: boeken over de onderwereld
- Bronzen leven van Piacenza (tweede helft van 2 de eeuw
v.Chr): namen vd goden
- Polytheïstisch : goden waren anoniem en stonden symbool
voor het noodlot
o Griekse oppergod: Tin/Tinia
Villanova-cultuur (900-720 v.Chr)
Beschaving uit de vroege ijzertijd.
Sporen van hutten op de Palatijn in Rome -> gemengde landbouw en veeteelt
gecentreerde dorpjes
- Ronde, ovale of rechthoekige hutten hebben ondiepe funderingen in de
grond
- Opgebouwd uit leem en vlechtwerk
- Versiering vd urne (dak vd hut) -> vorm van vogels en horens die
kwaadwerende functie hadden
Villanova-graven bevonden zich buiten de nederzetting (necropolen) en waren
eenvoudige ronde putten (tombe a pozzo).
- Crematie domineert
- Weinig grafgiften
o Mannengraven: scheermessen, slangenfibulae, wapens
o Vrouwengraven: bronzen haarspelden, juwelen, boot- en
bloedzuigerfibulae, objecten voor wolbewerking
- Urne mag geen relatie hebben met de wereld vd
levenden
- Meeste potten hebben drinknap als deksel
o Opvallend: bronzen helmen die als deksel
voorkomen
2de helft vd 9de eeuw v.Chr Populonia, vroege vormen van kamergraven met
een rond grondplan met vals gewelf opgebouwd uit kalkstenen platen
8ste en 7de eeuw v.Chr paardentuig in rijke graven -> ontstaan van
aristocratische ruiterij
Bijzondere vondsten:
- Bronzen urne met ‘berendans’ (7de eeuw v.Chr) uit Bisenzio
Betreft vermoedelijk een diviniteit uit de onderwereld.