Inleiding
Virologie à denken aan ziektemakende virussen
ð MAAR niet alle virussen gevaarlijk = commensale virussen
o Vb endogene retrovirussen à aanwezig in erfelijk materaal
§ = oude retrovirussen
• Deel niet meer actief, v deel weten we niet of nog actief
§ Deel v deze virussen bep wie we zijn
• Vb kleurenzicht
o DUS niet allemaal ziektemakend
o Zelfs diegenen die ziektemakend z à niet de bedoeling om ziekte te
verwekken
Virus = wil niemand ziek maken
ð Gebeurt steeds per ongeluk
ð Nooit het hoofddoel van het virus
o Willen gewoon erfelijk materiaal vermenigvuldigen
o Gastheer ziek maken en doden is nooit het doel
§ Want als gastheer sterft = einde ook voor virus
§ Als sterven = overreactie lich op virus
1898: eerste keer ‘virus’ gebruikt bij beschrijving van het tabakmozaïekvirus.
ð Sindsdien exponentiële groei aan literatuur en onderzoek
o Vanaf midden 20ste eeuw à bereikt piek in jaren 80 tgv AIDS en HIV
o Nu ook weer met corona
ð Kleiner dan bact want z ultrafiltreerbaar, maar toch ziekteverwekkend voor
tabaksplant
ð Virus à latijn = vergif
Onderwerpen studies
ð 1. Small pox
o Lelijke blazen en littekens
o Volledig uitgeroeid nu dankzij vaccinatie, ouderen zijn nog gevaccineerd,
wij niet meer
ð 2. Polio
o Veroorz door poliovirus à zenuwbanen verlammen
o Ernstige verlammingen in eender welke plek, niet te voorspellen waar
o Kon soms overgaan en soms blijven
o Kwam in outbreaks
, o Soms middenrif verlamd (n phrenicus) en in ijzeren long moeten leven
§ Polio Paul à tss 1952 en 2024 in ijzeren long geleefd
o Er bestonden 3 serotypes, 2 zijn uitgeroeid
§ 1 bestaat nog in Afganistan en Pakistan omdat daar slechter
gevaccineerd w
• Iedereen w uit voorzorg dus nog gevaccineerd
o Zal uitgeroeid w à waarschijnlijk nog 10-20j na uitroeiing
§ Laatste restje poliogevallen moeilijk onder controle te krijgen
ð 3. AIDS/HIV
o Veel schrik want men was ten dode opgeschreven, lange tijd grootste
doodsoorzaak bij jonge mannen in jaren 80
o Door behandeling is sterfte veel minder geworden
Kenmerken virussen
ð Ultrafiltreerbaar
o Virus zo klein dat door heel fijne filters kan passeren
§ Filters houden bact en andere ‘grote’ deeltjes tegen
ð Grootte = zeer klein (25-400 nm)
o Niet zichtbaar met gewone lichtmicroscoop
o Allegrootste kan je net zien
o E- microscoop nodig
o Voorbeelden:
§ Mimivirus à 400 nm (grootste)
§ Pokkenvirus à 300 nm
§ Herpesvirus à 100 nm
§ Picornavirus à 25 nm (kleinste)
• Vb polio
• Vb verkoudheidsvirussen
§ <-> E coli bact —> 1500 nm
o Eerste gedetaileerde opname virus = staafjes van tabaksmozaïekvirus
§ = lange rigide buis met in midden DNA
§ Mechanisme: Xray stralen à gebroken door gekristalliseerde
moleculen/virussen à verstrooiing van de stralen opgevangen en
omgezet in een elektronendensiteitsmap à zichtbaar beeld
• Door Rosalind Franklin
o Nu cryo-elektromicroscopie à zeer groot en duur
§ Laat toe om elk atoom v structuur te visualiseren
,Virale structuur
ð Envolop/naakt
= lipidendubbellaag àgemaakt vanuit celwand waaruit ze geboren zijn + enkele
viruseigen eiwitten.
o Vloeibaar vetlaagje
o Vaak gaat virus hier viruseigen eiwitten doorsteken
§ Zo andere cellen infecteren
§ Receptoren vinden waaraan het kan binden
o Virussen met extra lipide dubbellaag (enveloppe) =/= beter beschermd
§ Omgekeerde is waar!
§ Enveloppe = heel gevoelig voor externe factoren (vb uitdroging,
zeep,…)
• Als enveloppe weg à infectiviteit virus weg
• Zonder enveloppe verliest virus dus de eiwitten die nodig z
om menselijke cellen binnen te dringen
§ DUS deze virussen fragieler dan naakte virussen
§ Voordeel enveloppe = k gem menselijke cellen binnendringen
ð Capside
o Volgende laag OF eerste laag (als naakt virus)
o 3 vormen:
§ Helicaal
• Dakpan stapeling met in het midden opening voor genetisch
materiaal
o Streng (meestal RNA) dat beschermd moet w à
capside eiwit w hierrond gebouwd
o Voor helicale structuur = maar 1 eiwit nodig!
o Hoe proces assembleert à nog niet volledig
begrepen
• Capsidevorming kost virus zelf geen energie
• Voorbeelden
o Vb: tabaksmozaïekvirus, ebolavirus
§ Isohedraal
• Veel voorkomend
• Verdeelt druk over alle punten = sterk
o Structuur zeer weerstandig en veerkrachtig van
opbouw
, • Opgebouwd uit capsomeren (= eiwitstructuren)
o Combinatie van 5 en 6 hoeken
Ø Vergelijkbaar met voetbal
o Zo stevig EN vervormbaar
o Capsomeren samen vormen capside
Ø Zo nucleïnezuur en genetisch materaal
beschermen
• Vb herpes virus, papillomavirus
§ Complex:
• = alles wat niet icosahedraal of helicaal is
• Vb pokkenvirus
• Vb Bacteriofagen
o = virussen die bact infecteren
o Meest complexe virussen die we kennen qua bouw
o Geen menselijke aandoeingen veroorz
o Hoofdje met gen materiaal
o Zijn essentieel voor natuur à helpen bacteriële
populatie onder controle te houden
ð Genoom
o Erfelijk materiaal: ofwel RNA ofwel DNA (nooit beide)
§ Dubbelstrengig (ds)
§ Enkelstrengig (ss)
o Vorm genoom:
§ Lineair (meestal)
• Meeste virussen ds lineair
§ Circulair (zeldzaam)
• Vb papilloma
• Vb plant viroid
o ssRNA zonder eiwitmantel à k overleven zonder
o MAAR normaal k RNA virussen zonder eiwitmantel
NIET overleven
• Speciaal geval: hepatitis B = 2/3 ds & 1/3 ss circulair
o DNA virussen
§ Meestal dsDNA
• Herpesvirus: klassiek dsDNA
• Papillomavirus: circulair dsDNA