• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 81 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Uitgewerkte examenvragen - revalidatie in de GGZ: preventie en behandeling (L07J3a)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 81 pagina's

Uitgewerkte examenvragen van "revalidatie in de GGZ: preventie en behandeling". Prof: D. Vancampfort

Voorbeeld van de inhoud

VOORBEELDEN EXAMENVRAGEN
REVALIDATIE IN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG: PREVENTIE EN
BEHANDELING – DAVY VANCAMPFORT
Verklaar de onderstaande begrippen, termen of concepten.


LES 1 – INTRODUCTIE IN GGZ EN HAAR VOORZIENINGEN

PSYCHODYNAMISCHE THERAPIE (29)

Gaat op zoek naar onderliggende gevoelens, gedachten en motieven. Hierbij gaat men er vaak van uit dat veel
van onze psychische én vaak ook lichamelijke problemen terug te voeren zijn naar ervaringen uit onze prille
kindertijd, zoals een verstoorde hechting tussen ouder en kind. Doordat de patiënt zich van deze onbewuste
processen bewust wordt, kan deze ermee aan de slag gaan en verandering in gang zetten.

COGNITIEVE GEDRAGSTHERAPIE (30)

Deze therapievorm vertrekt van de veronderstelling dat alle gedrag is aangeleerd. De therapie is erop gericht
de belemmerende gedrags- en gedachtenpatronen geleidelijk aan te vervangen door ‘gezondere’.

Acceptance en commitment therapie en mindfulness based therapie zijn vormen van cognitieve
gedragstherapie die we ook binnen de kinesitherapie vaak toepassen. Ze zijn erop gericht stil te staan bij de
gedachten, gevoelens en lichamelijke gewaarwordingen van de patiënt op een bepaald moment. Zo kan deze
leren te kiezen hoe hij/zij met deze gewaarwordingen omgaat, in plaats van er automatisch op te reageren. De
patiënt probeert gevoelens of gedachten niet zozeer te veranderen. Men accepteert dat ze er zijn, ook al zijn
ze moeilijk.

ERVARINGSGERICHTE THERAPIE (31)

Ook hier is het gevoel en de beleving het uitgangspunt, maar je gaat niet zozeer op zoek naar wat er in het
verleden gebeurde, maar naar wat er vandaag speelt.

In de Gestalttherapie bijvoorbeeld gaat ook aandacht uit naar lichamelijke gewaarwordingen en wordt naast
gesprekken ook gewerkt met lichaamsgerichte oefeningen om meer bewust te worden van wat er precies zich
afspeelt in het lichaam en waarom. Heel wat psychische problemen komen immers lichamelijk tot uiting in de
vorm van lichamelijke vermoeidheid, spierspanning, spierstijfheid, pijn, enzovoort.

SYSTEEMTHERAPIE (32)

Deze therapievorm heeft als uitgangspunt dat problemen grotendeels ontstaan door de manier waarop
mensen met elkaar in interactie staan. Het probleem van één persoon in het gezin wordt dan gezien als een
symptoom van het functioneren van het gezin als geheel. Stoornissen (vb. een eetstoornis, of een kind dat
probleemgedrag vertoont) kunnen een manier zijn om het hele gezin in een, weliswaar wankel, evenwicht te
houden. Dergelijke therapieën gaan dan ook met de relatie of het hele gezin aan de slag. Dit betekent ook dat
je gezinsleden bereid moeten zijn om mee naar de therapeut te komen.

,DE AMBULANTE ZORGVERLENING BINNEN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG (53)

Ambulante zorg wordt ook wel extramuraal (buiten de muren) genoemd.

Onder ambulante zorg verstaan we de zorg die niet in een instelling (psyschiatrisch ziekenhuis, psychiatrisch
verzorgingstehuis, etc.) verleend wordt. Mensen die van deze zorg gebruik maken worden niet opgenomen,
wonen veelal zelfstandig, maar hebben wel op een bepaalde manier zorg nodig.

Voorzieningen die werkzaam zijn binnen de ambulante zorgverlening zijn:

 De centra voor geestelijke gezondheidszorg (= CGG)
o “consultatiebureaus”: leveren psycho-medische-sociale zorgen
o Gespecialiseerd in een multidisciplinaire aanpak
o Vormen stap in maatschappelijke aanpassing van voormalige patiënten die woonachtig
waren in een gesloten verzorgingstehuis
o Functies
 Eerste opvang bieden (analyse, verwijzing, …)
 Diagnose stellen
 Vroegtijdige detectie psychiatrische problemen
 De psychiatrische thuiszorg biedt dan weer een intensief (één huisbezoek/week aan één patiënt)
hulpaanbod aan psychiatrische patiënten.

DE SEMI-MURALE ZORGVERLENING BINNEN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG (43)

= tussenvoorzieningen

De mensen die hier gebruik van maken wonen niet zelfstandig, maar hoeven ook niet opgenomen te worden
of in verzorgingstehuis te wonen.

Deze semimurale zorg wordt verleend op de volgende manieren:

 Beschermd wonen
o = woonvorm voor mensen met een psychiatrische problemen die geen
ziekenhuisbehandeling meer nodig hebben
o Bewoners wonen individueel of in kleine groepjes, enkele keren per week komt begeleider
langs.
 Dagbesteding voor personen met een verstandelijke of lichamelijke beperking
o Doel: personen met een fysieke en/of mentale beperking te assisteren om hun dag zinvol in
te vullen obv hun eigen talenten, interesses en verwachtingen
 Beschutte werkplaatsen (= sociale werkplaatsen)
o Doel: bedrijven willen personen met een arbeidshandicap tewerk stellen

DE INTRA-MURALE ZORGVERLENING BINNEN DE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG (38)

De intramurale zorg = zorg die binnen de muren van een instelling verleend wordt en waarbij de mensen
opgenomen worden in deze instelling en hier ook meerdere nachten verblijven, waaronder:

Voorzieningen:

 De PAAZ of een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis.
o Dringende psychiatrische crisishulpverlening = crisisinterventie
2

, o Liaisonpsychiatrie
= de scheiding tussen de psychiatrie en de rest van de geneeskunde in het algemeen
ziekenhuis verkleinen
 Psychiatrische ziekenhuizen
o Biedt een specialistische diagnosestelling en behandeling voor mensen met psychiatrische
stoornissen, en dit multidisciplinair. De duur en doelstellingen van de behandeling zijn
afgestemd op de individuele mogelijkheden en behoeften van de patiënt.
o Volledige of partiële hospitalisatie/opname mogelijk
 Psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT)
o Bedoeld voor mensen met een langdurige en gestabiliseerde psychiatrische stoornis en voor
mensen met een verstandelijke beperking die nood hebben aan continue begeleiding om
bewoners hun autonomie te herwinnen
o Het is een beschermende collectieve woonvorm
 Instelling voor personen met een verstandelijke beperking
o Het verblijven van personen met een verstandelijke beperking die een permanente zorg- en
woonondersteuning nodig hebben

LIAISONPSYCHIATRIE (41)

= scheiding tussen de psychiatrie en de rest van de geneeskunde in het algemeen ziekenhuis te verkleinen

WAT ZIJN MANTELZORGERS?(51)

Mensen die onbetaald en langdurig zorg verlenen aan een naaste die vanwege problemen extra hulp nodig
heeft.




PARENTEE-PSYLOS (NIET OP SLIDES, WEL BIJ VOORBEELDVRAGEN)

Federatie voor sport en recreatie voor personen met een beperking/kwetsbaarheid

= overkoepelt en ondersteunt sportclubs voor personen met een verstandelijke beperking

- Doelgroep: personen met een verstandelijke beperking
- Doelen:
o Stimulatie tot blijvende vrijetijdsbesteding en gezonde levensstijl
o Brugfunctie zodat patiënten makkelijker kunnen doorstromen naar het reguliere
sportaanbod



3

, 4

Inhoudsopgave

  1. 01 Revalidatie in de geestelijke gezondheidszorg: preventie en behandeling – Davy Vancampfort 1
    1. Les 1 – introductie in GGZ en haar voorzieningen 1
    2. Psychodynamische therapie (29) 1
    3. Cognitieve gedragstherapie (30) 1
    4. Ervaringsgerichte therapie (31) 1
    5. Systeemtherapie (32) 1
    6. De ambulante zorgverlening binnen de geestelijke gezondheidszorg (53) 2
    7. De semi-murale zorgverlening binnen de geestelijke gezondheidszorg (43) 2
    8. De intra-murale zorgverlening binnen de geestelijke gezondheidszorg (38) 2
    9. Liaisonpsychiatrie (41) 3
    10. wat zijn mantelzorgers?(51) 3
    11. Parentee-psylos (niet op slides, wel bij voorbeeldvragen) 3
    12. Similes (niet op slides, wel bij voorbeeldvragen) 5
    13. Biomedische/biologische verklaringsmodel (61) 5
    14. het biopsychosociaal model = bps (72) 6
    15. meerdimensioneel belasting en belastbaarheidsmodel = MDBB (77) 7
    16. Psychomotorische therapie (6) 8
    17. eudaimonische kwaliteit van het leven (28) 9
    18. hedonistische kwaliteit van het leven (28) 9
    19. De SF-36 gezondheidstoestandsvragenlijst (33) 9
    20. Het hiërarchische model van het zelfconcept (43) 10
    21. De lichaamsbeleving (49) 13
    22. beweegnorm (8) 15
    23. Autonome motivatie (22) 15
    24. 5A-model (27) 16
    25. stress (5) 17
    26. De stressrespons (9) 18
    27. Copingsstijlen 18
    28. Mentaal contrasteren 19
    29. Geluksdriehoek (29) 19
    30. Progressieve spierrelaxatie (37) 19
    31. Autogene training (40) 20
    32. Mindfulness (42) 21
    33. De body scan (49) 21
    34. De slaapcyclus (6) 22
    35. slaapstoornissen (18) 23
    36. Primaire insomnia (21) = dysomnie 23
    37. Primaire hypersomnia (22) dysomnie 24
    38. Narcolepsie (23) = dysomnie 24
    39. Apneu (25) = dysomnie 25
    40. stoornis in circadiaanse ritmiek (27) = dysomnie 25
    41. De 6 slaapvragen die je kan stellen in je anamnese en de gewenste antwoorden 26
    42. Het slaapdagboek (42) 27
    43. insomnia severity index = ISI (43) 27
    44. De Pittsburgh Sleep Quality Index = PSQI (44) 27
    45. Epworth sleepiness scale (49) 28
    46. Screenen naar rode vraggen in de kinesitherapiepraktijk 29
    47. Burn-out (4) 29
    48. Burn-out bij hulpverleners (5) 29
    49. De 12 verschillende fases van burn-out (7) 30
    50. behandeling van burn-out (15) 30
    51. Depressie vs burn-out (19) 31
    52. anorexia nervosa = AN (9) 32
    53. Boulimia nervosa = BN (12) 32
    54. Binge eating disorder = BED of eetbuistoornis (27) 33
    55. De voorbeschikkende factoren voor eetstoornissen (33) 33
    56. De uitlokkende factoren voor eetstoornissen (37) 34
    57. De onderhoudende factoren voor eetstoornissen (38) 34
    58. De theorie van de 4 lenzen (42) 34
    59. Spiegeloefeningen bij eetstoornissen (47) 34
    60. Het stress-kwetsbaarheidsmodel (10) 38
    61. bewegingsgerichte werkvormen: storende factoren (18) 39
    62. Aandachtspunten voor beweeginterventies bij ernstige psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie (19) 39
    63. Psychomotorische symptoomclusters bij ernstige psychiatrische aandoeningen (34) 40
    64. Parkinsonisme (36) 41
    65. Klinisch onderzoek bij motorische stoornissen (43) 41
    66. 10 tips om om te gaan met een psychose (49): 42
    67. 10 tips om om te gaan met iemand met een depressie (50) 43
    68. SOLK = somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten 43
    69. Ernstige SOLK 43
    70. De voorbeschikkende, uitlokkende en onderhoudende factoren voor SOLK 44
    71. De SCEGS-methodiek 44
    72. Centrale sensitisatie = verklaringsmodel 45
    73. Het predictive coding model = verklaringsmodel 45
    74. Eerste stap interventies bij SOLK 45
    75. Graded activity 46
    76. pacing 46
    77. Het vrees-vermijdingsmodel 47
    78. Acceptance and commitment therapy 47
    79. Lichaamsmentaliseren 47
    80. De Patiënt Specifieke Klachtenlijst (PSK) 47
    81. ABCDEFW-schema 48
    82. het hoover’s sign bij parese 48
    83. graded motor imagery (GMI) 48
    84. spiegeltherapie als deel van motor imagery 49
    85. activiteitenmanagement 49
    86. FITT principes bij graded exercise therapy 49
    87. Waarin verschilt de invalshoek van de kinesitherapeut in de geestelijke gezondheidszorg van de invalshoek van de psycholoog? 50
    88. Wat is het onderscheid tussen positieve en negatieve stress? 50
    89. Wat is het onderscheid tussen de stressrespons en de relaxatierespons? 50
    90. Leg de window of tolerance uit. 51
    91. Leg het stress-kwetsbaarheidsmodel uit aan de hand van de balkmetafoor (zie ook: https://www.balkmetafoor.be/nl). 52
    92. Leg het verschil uit tussen passieve en actieve ontspanning. 52
    93. Leg het verschil uit tussen acute en chronische hyperventilatie. 53
    94. Geef voorbeelden van relaxatieoefeningen bij kinderen. 53
    95. Welke rol kan de kinesitherapeut spelen bij hyperventilatie? 53
    96. Welke rol kan de kinesitherapeut spelen bij bewegingsangst? 53
    97. Welke rol kan de kinesitherapeut spelen binnen de behandeling van long covid? 54
    98. Dementie (2) 54
    99. 10 signalen van dementie (8) 54
    100. Ziekte van Alzheimer (10) 55
    101. fronto-temporale dementie (12) 55
    102. Vasculaire dementie (13) 55
    103. Lewy Body Disease (14) 55
    104. Hoe omgaan met iemand met dementie (niet op onze slides) 56
    105. Aandachtspunten voor kinesitherapie bij dementie (16) 57
    106. 1 bevorderen van kwaliteit van leven 58
    107. Het belang van bewegen bij dementie (25) 59
    108. 2 bevorderen van het aanpassingsproces 61
    109. Adaptatie-copingmodel (38) 61
    110. 3 reduceren op valrisico 62
    111. Timed Up and Go Test (53) 65
    112. Valanamnese (57) 65
    113. Four test balance scale (58) 65
    114. Functional Reach (61) 66
    115. Timed Chair Stand Test (62) 67
    116. Risicofactoren om te vallen 67
    117. Tinetti Test (74) 68
    118. DCD (12) 68
    119. 1 Coördinatie (9) 68
    120. 2 ontwikkeling (11) 69
    121. 3 stoornis (12) 69
    122. Diagnostische criteria (DSM-5) (13) 69
    123. Klinisch beeld = heterogeen (23) 70
    124. Impact van DCD (31) 71
    125. impact van DCD: Acitivity deficit hypothesis (38) 71
    126. Impact van DCD: elaborated environmental stress hypothesis (38) 72
    127. Movement Assessment Battery for Children = MABC (47) 72
    128. BOT-3 (52) 72
    129. KTK-2 = Körperkoordinationstest für Kinder (54) 73
    130. VMI-6 = Beert-Butenica Developmental Test for Visual Motor Ability (55) 73
    131. SOS-2 = Systematische Opsporing Schrijfmotorische Problemen (56) 73
    132. MATCH principes (66) 73
    133. algemene richtlijnen in behandeling DCD (67) 74
    134. Procesgerichte interventies/bottom-up (79) 74
    135. top-down/taakgerichte interventies 74
    136. Neuromotor Task Training = NTT (82) 75
    137. CO-OP = Cognitive Orientation to Daily Occupational Performance (89) 76
    138. STICORDI maatregelen (92) 77
    139. Prader-Willi-syndroom (14) 77
    140. VCF-syndroom = velo-cardio-faciaal syndroom (14) 77
    141. Williams syndroom (14) 77
    142. Down-syndroom (trisomie 21) (48) 78
    143. factoren die kunnen bijdragen tot psychische problemen bij mensen met verstandelijke beperking (25) 79
    144. Algemene richtlijnen voor oefentherapie met personen met VE (41) 79
    145. methodologische aandachtspunten voor bewegingsgerichte interventies bij personen met een verstandelijke beperking (61) 80
    146. Het Healthy Athletes programma van de Special Olympics (67) 81
    147. Effecten kinesitherapie bij mensen met een verstandelijke beperking 81

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
31 december 2025
Aantal pagina's
81
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$19.17

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
3
Volgers
0
Items
7
Laatst verkocht
7 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen