STAP 1: DE MORELE KNOOP
Bepaal je het ethisch probleem
Formuleer je één centrale normatieve vraag
Splits je die op in enkele deelvragen
Dit is de basis voor de rest van je analyse.
De normatieve vraagstelling
Bevat een waardeoordeel
o Mag / moet / verantwoord / ethisch juist
Gaat over jouw handelen als hulpverlener
o Staat dus in de IK-vorm
Is open
o Antwoord is niet vooraf duidelijk
Bijvoorbeeld
“Valt het te verantwoorden dat ik … ?”
“Is het ethisch juist dat ik … ?”
“Kan ik moreel verantwoorden dat ik … ?”
Grondwaarden in hoofdvraag
1. Zorgverlening autonomie
o Begeleiden, doorverwijzen, ingrijpen, ondersteunen, informeren…
Bijvoorbeeld: Hoe kan ik op een ethisch verantwoorde manier een
ex-gedetineerde begeleiden tijdens een vrijwillige taak met
minderjarige jongeren?
2. Levenskwaliteit beschermwaardigheid
Bijvoorbeeld: valt het te verantwoorden dat ik Bert niet meer begeleid in
zijn voeding?
3. Privacy participatie
o School, werk, samenleving, zelfstandigheid, keuzes maken…
Bijvoorbeeld. Hoe kan ik op een ethisch verantwoorde manier een
ex-gedetineerde begeleiden tijdens een vrijwillige taak met
minderjarige jongeren?
Bijvoorbeeld: Valt het te verantwoorden dat ik deze situatie meldt
aan andere leerkrachten?
Voorbeelden van goede normatieve hoofdvragen
Voorbeeld 1 – beschermwaardigheid
“Valt het te verantwoorden dat ik ingrijp in de keuze van de cliënt om
haar veiligheid te garanderen?”
, Voorbeeld 2 – Autonomie
“Is het verantwoord om een cliënt haar eigen beslissing te laten nemen,
ook al leidt dat mogelijk tot een slechte uitkomst voor haar welzijn?”
Voorbeeld 3 – Solidariteit
" Is het ethisch verantwoord om een gemeenschap bij te dragen aan de
kosten van een zorgvoorziening, zelfs als sommige leden daar geen
direct voordeel van ondervinden?"
Deelvragen
Deelvragen verduidelijken je morele knoop
Helpen je om de hoofdvraag later goed te beantwoorden
Bereiden de volgende stappen (regels, waarden, handelen) voor
Soorten deelvragen
1. Rol & opdracht
o Wat is mijn taak als hulpverlener in deze situatie?
o Hoort dit binnen mijn takenpakket?
2. Regels & grenzen
o Mag ik dit volgens de regels / het beroepsgeheim?
o Mag ik informatie delen, en met wie?
3. Risico’s & gevolgen
o Welke schade of risico’s zijn er als ik niets doe?
o Wat zijn de gevolgen van ingrijpen?
4. Autonomie & keuzebekwaamheid
o Is de cliënt voldoende keuzebekwaam?
o Kan de cliënt de gevolgen van zijn keuze overzien?
5. Waarden
o Welke grondwaarden spelen hier een rol?
o Welke waarden botsen met elkaar?
Belangrijk: De manier waarop je de vraag stelt en formuleert kan al veel zeggen over hoe
je de cliënt bekijkt. PAS DAARMEE OP
STAP 2 – ORIËNTATIE IN DE BREEDTE (ACTOREN)
Breng je alle betrokkenen in kaart
Bekijk je de situatie op drie niveaus
o Micro, meso, macro
noteer je feiten en belangen, geen oordelen
De drie niveaus
Micro-niveau
2