1.Reflecteren
Onderwijskunde:
didactiek (‘aanleren’ aan leerlingen) + psychologie (het ‘leren’ van de leerling)
Reflecteren:
nadenken, bewustwording en beschouwing over het eigen handelen
Single loop learning:
reflecteren over het concrete handelen (lesgeven) → Doe ik het goed? Volg ik de regels?
(Doe ik het volgens de regels? Doe ik zoals men mij het geleerd heeft? Doe ik wat van mij verwacht wordt? …)
Double loop learning:
reflecteren over het subjectieve onderwijstheorie (eigen visie van onderwijs) → Doe ik het goede?
(De manier van lesgeven, de relatie met leerlingen, de leerinhouden, contacten met collega’s, directie en ouder …)
Triple loop learning:
reflecteren over het professioneel zelfverstaan (persoon) → Doe ik het om goede redenen? Volg ik mijn principes?
(zelfbeeld, zelfwaarde, beroepsmotivatie, taakopvatting, toekomstperspectief … zie pg 7)
Persoonlijke interpretatiekader (teachers’ beliefs):
double loop triple loop
subjectieve onderwijstheorie (= onderwijsvisie) + professioneel zelfverstaan → persoonlijke opvattingen over het
leraarschap
Methodes persoonlijk interpretatiekader
1) de narratieve methode
narratief = vertellen (over jezelf als leerkracht) (bv. welke leraar wil ik (niet) worden, wat maakt het beroep waardevol …)
iets met metafoor (notitie Talyssa)
2) de biografische methode
terug kijken naar eigen ervaring in schoolcarrière (goede leerkracht, negatieve herinneringen aan leraar …)
3) persoonlijkheidsonderzoek
Roos van Leary? (notitie Talyssa)
4) lemo-test
Reflectiecyclus van Korthagen: (uitleg + vb situatie pg 13-15)
Wat? :
reflecteren over jouw lesgeven
Stappen:
1) handelen/ervaring ((wat was mijn doel?))
2) terugblikken (leraarsperspectief, leerlingenperspectief) ((wat is er precies gebeurd?))
3) bewustwording van essentiële aspecten ((je gaat op zoek naar de oorzaak – single, double, triple reflectie))
4) alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen ((hoe kan ik het de volgende keer anders aanpakken? Concreet))
5) uitproberen
2. Basiscompetenties en beroepsprofiel
Selbstrolle:
balans de zelfbepaalde rol van leraar (het persoonlijk interpretatiekader van de leraar)
vinden (bv. leerkracht weigert om bep. leerplandoelen na te streven omdat hij/zij ze zelf niet belangrijk acht)
Fremdrolle:
de van buitenaf opgelegde rol van de leraar (minimumvereisten van overheid, scholen, ouders …)
(leerkracht zonder persoonlijkheid, creativiteit inspiratie …)
, Is Basiscompetenties:
afgestemd basiskennis + basisvaardigheden + basisattitudes waarover leerkracht moet beschikken
op Beroepsprofiel:
omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de leraar tijdens zijn beroepsuitoefening ((=die hij effectief
bezit?))
10 basiscompetenties:
- leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen ((voortgang leerling beoordelen en aanpakken))
- leraar als opvoeder ((klasdiscussies, begeleiden bij conflictoplossing))
- leraar als inhoudelijk expert ((lesplannen aansluitend bij lesdoelen, actuele onderwerpen integreren))
- leraar als organisator ((klasactiviteiten, lessen goed plannen))
- leraar als innovator ((experimenteren, nieuwe leermethode experimenteren, bijscholen))
- leraar als partner van ouders ((oudercontact))
- leraar als lid van een schoolteam ((samenwerking → klassenraad, project werk))
- leraar als partner van externen ((CLB, sportvereniging, jongerenadviescentra, revalidatiecentra, sportdag organiseren))
- leraar als lid van de onderwijsgemeenschap ((samenleving, conferentie))
- leraar als cultuurparticipant ((musea, schoolkrant, reis buitenland))
+ de leerkracht als beziel(en)de persoon (pg 21) ((liefde voor de job, leerlingen inspireren, passie)) NIET KENNEN!!
Zie oef ppt 2 of boek
8 attitudes:
beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor
samenwerking, verantwoordelijkheidszin, flexibiliteit
Oef pg 28
3. Referentiekader
Wie is onze nieuwe minister van onderwijs? + welke partij?
Zuhal Demir - NVA
Macro-niveau: niveau van het beleid (regeringen, ministerie, vakbonden, koepels …)
Meso-niveau: school (directie, leerlingenpopulatie, lerarenkorps, zorgteam, teamgroepen, CLB-begeleiders …)
Micro-niveau: niveau van de klas (factoren: leerling, leerkracht, leerstof)
Niveaus beïnvloeden elkaar voortdurend, bv.:
- als individuele leraren klagen over werklast
(micro), dan zal de school daaraan iets moeten
doen (meso)
- als lerarenkorps (meso) klagen, dan zal de
overheid daaraan iets moeten doen (macro)
- overheid (macro) legt competenties op waarover
leerkracht (micro) moet beschikken
,Het macro-niveau
Onderwijs is een Vlaamse bevoegdheid (= verantwoordelijkheid) (dus niet nationaal of federaal = hetzelfde)
Decreten:
wetten die door de Vlaamse Regering worden gemaakt
Onderwijsdecreten:
wetten die door de Vlaamse Regering worden gemaakt in verband met onderwijs
((ministerie = ‘specifieke organisatie/onderdeel van overheid’, bevoegdheid = verantwoordelijkheid, regering = uitvoerend))
Is er schoolplicht in België?:
Geen schoolplicht in België, wel leerplicht (kan thuis)
Vrijheid van onderwijs:
elk persoon mag onderwijs organiseren (= als je een school wilt opzetten, kun je dat doen) die wordt dan een ‘inrichtende
macht’ → meestal bestaande uit meerdere personen die zo het ‘schoolbestuur’ kunnen vormen.
IM kunnen zich aansluiten bij een onderwijsnet (3 in Vlaanderen).
Schoolbestuur:
Bestuur dat verantwoordelijk is voor de organisatie van een specifieke school. Bestaat meestal uit leden van de IM
Onderwijsnet:
Een vereniging van verschillende inrichtende machten. Biedt ondersteuning en coördinatie aan individuele IM zoals
het opstellen van leerplannen en lesroosters ??
3 onderwijsnetten in Vlaanderen:
1. Het gemeenschapsonderwijs: het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
→ neutraliteit (Koen Pelleriaux)
2. Het officieel gesubsidieerd onderwijs: het gemeentelijk en provinciaal onderwijs
IM zijn verenigd in 2 koepels:
° OVSG: Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (Walentina Cools)
° POV: Provinciaal Onderwijs Vlaanderen
3. Het vrij gesubsidieerd onderwijs
→ confessionele scholen (katholieke, joodse, protestantse, orthodoxe, islamitische … scholen)
Directeur generaal van het ‘Katholiek Onderwijs Vlaanderen’: (Bruno Vanobbergen)
→ niet-confessionele scholen: Kan vertegenwoordigd worden door koepels zoals het Katholiek Onderwijs
Vlaanderen of de FOPEM (Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen)
Privéscholen:
Ontvangen geen subsidies van de overheid. Studeert men af in zo’n school en wil men alsnog een diploma, dan
moet men examens afleggen voor de zgn. Examencommissie basisonderwijs of de zgn. Examencommissie secundair
onderwijs (‘middenjury’). Ook huisonderwijs valt onder deze regeling
Structuren van het SO
1e graad
vroeger:
‘college’ (→ met ASO)
‘vakschool’ (→ met TSO en BSO)
→ Keuze school gaf al beperking op de keuze die men in de 2e graad moest maken
, nu:
ofwel
1egraads leerlingen zitten nog niet scholen kunnen ook hun driegradenstructuur behouden
vast aan een onderwijsvorm (ASO, BSO ..)
A-stroom: getuigschrift basisonderwijs
B-stroom: geen getuigschrift basisonderwijs
(was voor 2019 ook al)
2e graad en 3e graad
Verticale school: ((biedt 1 soort finaliteit?))
of - alleen doorstroomrichtingen
of - alleen arbeidsmarktgerichte studierichtingen
of - alleen studierichtingen met dubbele finaliteit (doorstroom & arbeidsmarktgericht)
(colleges, technische vakscholen … kunnen blijven bestaan)
Horizontale school:
combinatie van alle finaliteiten
→ Domeinschool:
In elk studiedomein (Taal en cultuur, Stem, Kunst en creatie, Land- en tuinbouw, Economie en organisatie, Maatschappij en welzijn,
Sport, Voeding en horeca) van elke graad, met uitzondering van de 1e graad, wordt ten minste één studierichting uit elke
finaliteit (doorstroom, dubbel, arbeidsmarkt) georganiseerd.
Bv. Taal en cultuur heeft een studierichting voor doorstroom, een studierichting voor dubbel en een studierichting
voor arbeidsmarkt. Stem heeft een studierichting voor doorstroom, een studierichting voor dubbel en een
studierichting voor arbeidsmarkt enz…
→ Campusschool:
In ten minste twee studiedomeinen samen per graad, met uitzondering van de 1e graad, wordt ten minste één
studierichting uit elke finaliteit georganiseerd.
Bv. Stem en Kunst hebben elk studierichtingen voor doorstroom, arbeidsmarkt en dubbele finaliteit. Sport heeft
enkel studierichtingen voor bijvoorbeeld doorstroom en dubbele finaliteit.
3 finaliteiten:
- Doorstroomfinaliteit (worden voorbereid op hogere studies)
- Arbeidsmarktfinaliteit (worden voorbereid op werksituatie)
- Dubbele finaliteit (hogere studies of werkveld)
8 studiedomeinen:
- Taal en cultuur
- Stem
- Kunst en creatie
Onderwijskunde:
didactiek (‘aanleren’ aan leerlingen) + psychologie (het ‘leren’ van de leerling)
Reflecteren:
nadenken, bewustwording en beschouwing over het eigen handelen
Single loop learning:
reflecteren over het concrete handelen (lesgeven) → Doe ik het goed? Volg ik de regels?
(Doe ik het volgens de regels? Doe ik zoals men mij het geleerd heeft? Doe ik wat van mij verwacht wordt? …)
Double loop learning:
reflecteren over het subjectieve onderwijstheorie (eigen visie van onderwijs) → Doe ik het goede?
(De manier van lesgeven, de relatie met leerlingen, de leerinhouden, contacten met collega’s, directie en ouder …)
Triple loop learning:
reflecteren over het professioneel zelfverstaan (persoon) → Doe ik het om goede redenen? Volg ik mijn principes?
(zelfbeeld, zelfwaarde, beroepsmotivatie, taakopvatting, toekomstperspectief … zie pg 7)
Persoonlijke interpretatiekader (teachers’ beliefs):
double loop triple loop
subjectieve onderwijstheorie (= onderwijsvisie) + professioneel zelfverstaan → persoonlijke opvattingen over het
leraarschap
Methodes persoonlijk interpretatiekader
1) de narratieve methode
narratief = vertellen (over jezelf als leerkracht) (bv. welke leraar wil ik (niet) worden, wat maakt het beroep waardevol …)
iets met metafoor (notitie Talyssa)
2) de biografische methode
terug kijken naar eigen ervaring in schoolcarrière (goede leerkracht, negatieve herinneringen aan leraar …)
3) persoonlijkheidsonderzoek
Roos van Leary? (notitie Talyssa)
4) lemo-test
Reflectiecyclus van Korthagen: (uitleg + vb situatie pg 13-15)
Wat? :
reflecteren over jouw lesgeven
Stappen:
1) handelen/ervaring ((wat was mijn doel?))
2) terugblikken (leraarsperspectief, leerlingenperspectief) ((wat is er precies gebeurd?))
3) bewustwording van essentiële aspecten ((je gaat op zoek naar de oorzaak – single, double, triple reflectie))
4) alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen ((hoe kan ik het de volgende keer anders aanpakken? Concreet))
5) uitproberen
2. Basiscompetenties en beroepsprofiel
Selbstrolle:
balans de zelfbepaalde rol van leraar (het persoonlijk interpretatiekader van de leraar)
vinden (bv. leerkracht weigert om bep. leerplandoelen na te streven omdat hij/zij ze zelf niet belangrijk acht)
Fremdrolle:
de van buitenaf opgelegde rol van de leraar (minimumvereisten van overheid, scholen, ouders …)
(leerkracht zonder persoonlijkheid, creativiteit inspiratie …)
, Is Basiscompetenties:
afgestemd basiskennis + basisvaardigheden + basisattitudes waarover leerkracht moet beschikken
op Beroepsprofiel:
omschrijving van de kennis, vaardigheden en attitudes van de leraar tijdens zijn beroepsuitoefening ((=die hij effectief
bezit?))
10 basiscompetenties:
- leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen ((voortgang leerling beoordelen en aanpakken))
- leraar als opvoeder ((klasdiscussies, begeleiden bij conflictoplossing))
- leraar als inhoudelijk expert ((lesplannen aansluitend bij lesdoelen, actuele onderwerpen integreren))
- leraar als organisator ((klasactiviteiten, lessen goed plannen))
- leraar als innovator ((experimenteren, nieuwe leermethode experimenteren, bijscholen))
- leraar als partner van ouders ((oudercontact))
- leraar als lid van een schoolteam ((samenwerking → klassenraad, project werk))
- leraar als partner van externen ((CLB, sportvereniging, jongerenadviescentra, revalidatiecentra, sportdag organiseren))
- leraar als lid van de onderwijsgemeenschap ((samenleving, conferentie))
- leraar als cultuurparticipant ((musea, schoolkrant, reis buitenland))
+ de leerkracht als beziel(en)de persoon (pg 21) ((liefde voor de job, leerlingen inspireren, passie)) NIET KENNEN!!
Zie oef ppt 2 of boek
8 attitudes:
beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor
samenwerking, verantwoordelijkheidszin, flexibiliteit
Oef pg 28
3. Referentiekader
Wie is onze nieuwe minister van onderwijs? + welke partij?
Zuhal Demir - NVA
Macro-niveau: niveau van het beleid (regeringen, ministerie, vakbonden, koepels …)
Meso-niveau: school (directie, leerlingenpopulatie, lerarenkorps, zorgteam, teamgroepen, CLB-begeleiders …)
Micro-niveau: niveau van de klas (factoren: leerling, leerkracht, leerstof)
Niveaus beïnvloeden elkaar voortdurend, bv.:
- als individuele leraren klagen over werklast
(micro), dan zal de school daaraan iets moeten
doen (meso)
- als lerarenkorps (meso) klagen, dan zal de
overheid daaraan iets moeten doen (macro)
- overheid (macro) legt competenties op waarover
leerkracht (micro) moet beschikken
,Het macro-niveau
Onderwijs is een Vlaamse bevoegdheid (= verantwoordelijkheid) (dus niet nationaal of federaal = hetzelfde)
Decreten:
wetten die door de Vlaamse Regering worden gemaakt
Onderwijsdecreten:
wetten die door de Vlaamse Regering worden gemaakt in verband met onderwijs
((ministerie = ‘specifieke organisatie/onderdeel van overheid’, bevoegdheid = verantwoordelijkheid, regering = uitvoerend))
Is er schoolplicht in België?:
Geen schoolplicht in België, wel leerplicht (kan thuis)
Vrijheid van onderwijs:
elk persoon mag onderwijs organiseren (= als je een school wilt opzetten, kun je dat doen) die wordt dan een ‘inrichtende
macht’ → meestal bestaande uit meerdere personen die zo het ‘schoolbestuur’ kunnen vormen.
IM kunnen zich aansluiten bij een onderwijsnet (3 in Vlaanderen).
Schoolbestuur:
Bestuur dat verantwoordelijk is voor de organisatie van een specifieke school. Bestaat meestal uit leden van de IM
Onderwijsnet:
Een vereniging van verschillende inrichtende machten. Biedt ondersteuning en coördinatie aan individuele IM zoals
het opstellen van leerplannen en lesroosters ??
3 onderwijsnetten in Vlaanderen:
1. Het gemeenschapsonderwijs: het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap
→ neutraliteit (Koen Pelleriaux)
2. Het officieel gesubsidieerd onderwijs: het gemeentelijk en provinciaal onderwijs
IM zijn verenigd in 2 koepels:
° OVSG: Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (Walentina Cools)
° POV: Provinciaal Onderwijs Vlaanderen
3. Het vrij gesubsidieerd onderwijs
→ confessionele scholen (katholieke, joodse, protestantse, orthodoxe, islamitische … scholen)
Directeur generaal van het ‘Katholiek Onderwijs Vlaanderen’: (Bruno Vanobbergen)
→ niet-confessionele scholen: Kan vertegenwoordigd worden door koepels zoals het Katholiek Onderwijs
Vlaanderen of de FOPEM (Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen)
Privéscholen:
Ontvangen geen subsidies van de overheid. Studeert men af in zo’n school en wil men alsnog een diploma, dan
moet men examens afleggen voor de zgn. Examencommissie basisonderwijs of de zgn. Examencommissie secundair
onderwijs (‘middenjury’). Ook huisonderwijs valt onder deze regeling
Structuren van het SO
1e graad
vroeger:
‘college’ (→ met ASO)
‘vakschool’ (→ met TSO en BSO)
→ Keuze school gaf al beperking op de keuze die men in de 2e graad moest maken
, nu:
ofwel
1egraads leerlingen zitten nog niet scholen kunnen ook hun driegradenstructuur behouden
vast aan een onderwijsvorm (ASO, BSO ..)
A-stroom: getuigschrift basisonderwijs
B-stroom: geen getuigschrift basisonderwijs
(was voor 2019 ook al)
2e graad en 3e graad
Verticale school: ((biedt 1 soort finaliteit?))
of - alleen doorstroomrichtingen
of - alleen arbeidsmarktgerichte studierichtingen
of - alleen studierichtingen met dubbele finaliteit (doorstroom & arbeidsmarktgericht)
(colleges, technische vakscholen … kunnen blijven bestaan)
Horizontale school:
combinatie van alle finaliteiten
→ Domeinschool:
In elk studiedomein (Taal en cultuur, Stem, Kunst en creatie, Land- en tuinbouw, Economie en organisatie, Maatschappij en welzijn,
Sport, Voeding en horeca) van elke graad, met uitzondering van de 1e graad, wordt ten minste één studierichting uit elke
finaliteit (doorstroom, dubbel, arbeidsmarkt) georganiseerd.
Bv. Taal en cultuur heeft een studierichting voor doorstroom, een studierichting voor dubbel en een studierichting
voor arbeidsmarkt. Stem heeft een studierichting voor doorstroom, een studierichting voor dubbel en een
studierichting voor arbeidsmarkt enz…
→ Campusschool:
In ten minste twee studiedomeinen samen per graad, met uitzondering van de 1e graad, wordt ten minste één
studierichting uit elke finaliteit georganiseerd.
Bv. Stem en Kunst hebben elk studierichtingen voor doorstroom, arbeidsmarkt en dubbele finaliteit. Sport heeft
enkel studierichtingen voor bijvoorbeeld doorstroom en dubbele finaliteit.
3 finaliteiten:
- Doorstroomfinaliteit (worden voorbereid op hogere studies)
- Arbeidsmarktfinaliteit (worden voorbereid op werksituatie)
- Dubbele finaliteit (hogere studies of werkveld)
8 studiedomeinen:
- Taal en cultuur
- Stem
- Kunst en creatie