HOOFDSTUK 8 - proeftoets
Vraag 1
Welke van de onderstaande grafieken geeft het best de evolutie van het reëel
bnp per capita weer van de wereldbevolking sinds het begin van onze
tijdrekening?
A)
B)
C)
D)
,Vraag 2
Economische groei hangt af van zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de
beschikbare productiefactoren arbeid, kapitaal en natuur. Wat hoort bij wat?
- Hoeveelheid arbeid ➔ Het aantal inwoners
- Hoeveelheid kapitaal ➔ Het aantal kilometer autosnelweg per inwoner
- Kwaliteit van de arbeid ➔ Het niveau van het onderwijs
- Kwaliteit van het kapitaal ➔ Technologische vooruitgang
Vraag 3
De gemiddelde economische groei tussen 1960 en 1994 was het grootst in Oost-
Azië. Dit is voor een stukje te danken aan Zuid-Korea, maar vooral aan nog een
ander land: welk land?
--> antwoord gewoon intikken, geen spaties, punten, noch bijkomende uitleg;
enkel de naam van het land)
(staat niet meer in handboek, dus daarom krijg je het antwoord: Japan)
Antwoord: Japan
Vraag 4
De economische groei van de laatste 2 eeuwen heeft ons veel voordelen
opgeleverd, maar ook een aantal nadelen, zoals:
A) De aantasting van het leefmilieu
B) De opwarming van het klimaat
C) Het ontstaan van 'welvaartsziekten' zoals stress en burn-out
D) Een gedaalde levensverwachting
Vraag 5
Voorbeelden van landen die - ondanks de aanwezigheid van grote natuurlijke
rijkdommen - toch weinig economische groei kenden en een arme bevolking
hebben, zijn (niet in handboek):
A) Noorwegen
B) Zimbabwe (cadeautje: dit antwoord moet je al zeker aanduiden)
C) Democratische Republiek Congo
D) België
, HOOFDSTUK 9 - proeftoets
Vraag 1
Golfbewegingen in de economische groei: het best voorspelbaar en te anticiperen
zijn:
A) De kondratieff-golven
B) De seizoensbewegingen
C) De conjunctuurgolven
D) Ze zijn alle 3 even voorspelbaar
Vraag 2
De conjunctuurindicator van de Nationale Bank van België (=NBB) is:
A) Beschrijvend
B) Samengesteld
C) Voorspellend
D) Kwantitatief
Vraag 3
Grote investeringswerken uitvoeren, zoals het aanleggen of vernieuwen van
autowegen, havens en internetinfrastructuur is een voorbeeld van:
A) Budgettair beleid
B) Monetair beleid
C) Restrictief beleid
D) Expansief beleid
Vraag 4
Welke maatregelen kunnen behoren tot een expansief beleid?
A) De intrest verhogen
B) De overheidsinvesteringen verhogen
C) De inkomstenbelasting verlagen
D) De BTW verhogen
HOOFDSTUK 10 – proeftoets
Vraag 1
Welke van de onderstaande grafieken geeft het best de evolutie van het reëel
bnp per capita weer van de wereldbevolking sinds het begin van onze
tijdrekening?
A)
B)
C)
D)
,Vraag 2
Economische groei hangt af van zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de
beschikbare productiefactoren arbeid, kapitaal en natuur. Wat hoort bij wat?
- Hoeveelheid arbeid ➔ Het aantal inwoners
- Hoeveelheid kapitaal ➔ Het aantal kilometer autosnelweg per inwoner
- Kwaliteit van de arbeid ➔ Het niveau van het onderwijs
- Kwaliteit van het kapitaal ➔ Technologische vooruitgang
Vraag 3
De gemiddelde economische groei tussen 1960 en 1994 was het grootst in Oost-
Azië. Dit is voor een stukje te danken aan Zuid-Korea, maar vooral aan nog een
ander land: welk land?
--> antwoord gewoon intikken, geen spaties, punten, noch bijkomende uitleg;
enkel de naam van het land)
(staat niet meer in handboek, dus daarom krijg je het antwoord: Japan)
Antwoord: Japan
Vraag 4
De economische groei van de laatste 2 eeuwen heeft ons veel voordelen
opgeleverd, maar ook een aantal nadelen, zoals:
A) De aantasting van het leefmilieu
B) De opwarming van het klimaat
C) Het ontstaan van 'welvaartsziekten' zoals stress en burn-out
D) Een gedaalde levensverwachting
Vraag 5
Voorbeelden van landen die - ondanks de aanwezigheid van grote natuurlijke
rijkdommen - toch weinig economische groei kenden en een arme bevolking
hebben, zijn (niet in handboek):
A) Noorwegen
B) Zimbabwe (cadeautje: dit antwoord moet je al zeker aanduiden)
C) Democratische Republiek Congo
D) België
, HOOFDSTUK 9 - proeftoets
Vraag 1
Golfbewegingen in de economische groei: het best voorspelbaar en te anticiperen
zijn:
A) De kondratieff-golven
B) De seizoensbewegingen
C) De conjunctuurgolven
D) Ze zijn alle 3 even voorspelbaar
Vraag 2
De conjunctuurindicator van de Nationale Bank van België (=NBB) is:
A) Beschrijvend
B) Samengesteld
C) Voorspellend
D) Kwantitatief
Vraag 3
Grote investeringswerken uitvoeren, zoals het aanleggen of vernieuwen van
autowegen, havens en internetinfrastructuur is een voorbeeld van:
A) Budgettair beleid
B) Monetair beleid
C) Restrictief beleid
D) Expansief beleid
Vraag 4
Welke maatregelen kunnen behoren tot een expansief beleid?
A) De intrest verhogen
B) De overheidsinvesteringen verhogen
C) De inkomstenbelasting verlagen
D) De BTW verhogen
HOOFDSTUK 10 – proeftoets