Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 52 pagina's
Samenvatting

NCOI samenvatting Management en Organisatie COMPLEET 2025 + oefentoets + leerdoelen + kernbegrippen + veelgemaakte fouten

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 52 pagina's

We hebben als studiegroep alles in 1 doc gestopt voor NCOI M&O, wel zo overzichtelijk. De complete samenvatting van het boek (kort, editie 2023 eppink), de leerdoelen met checklist, top 30 kernbegrippen, veelgemaakte fouten en hoe te voorkomen tentamen. ik heb er zelf nog een extra oefentoets op basis van veelgemaakte fouten aan toegevoegd einde. Super compleet, alles in 1.

Voorbeeld van de inhoud

,We hebben als studiegroep alles in 1 doc gestopt:

tentamen samenvatting van boek Eppink (editie 2023)
oefentoets 55 Q&A
kernbegrippen
leerdoelen
veelgemaakte fouten tentamen

de samenvatting van het boek is kort; alleen de kernzaken voor tentamen

,Hoofdstuk 1: Bouwstenen

Drie bouwstenen van een succesvolle organisatie:
• Strategie (is een koppeling tussen de buitenwereld (externe omgeving) en de
binnenwereld van de eigen organisatie)
• Het operationele deel
• Organisatiestructuur (gaat het om de verdeling van het werk en de samenwerking)

Als op een bepaald moment de eisen uit de externe omgeving (gaan) veranderen, moet de
organisatie daarop inspelen. (zie pagina 20)

Hoofdstuk 2: Management, organisatie en besluitvorming

Het begrip management heeft 3 betekenissen:
• Bepaalde groep functionarissen (topmanagement, middelmanagement, uitvoerend
of eerstelijnsmanagement)
• De activiteiten van managers
• Een vakgebied (deze term verwijst naar alle kennis en kunde die op dat gebied in
de loop der tijd is ontstaan)

Rollen van managers
• Construerende taken ( als een manager hoor in de organisatie zit: plannen en
organiseren)
• Dirigerende taken ( het geven van opdrachten en de controle op uitvoering)

Mintzberg onderscheidt 3 groepen van activiteiten of rollen van managers:
• Interpersoonlijke rollen (boegbeeld van de organisatie)
• Informationele rollen ( Informatie verstrekken intern en extern)
• Besluitvormende rollen ( Problemen oplossen en besluiten nemen)

Kotter komt tot andere conclusies:
• Managers zijn een korte tijd bezig met activiteiten
• Hij ziet een patroon in de effectieve manager (die bezig is met agenda setting, het
vaststellen van de problemen die om een oplossing vragen)

Wat is organisatie?
• Eenheid van mensen die geformuleerde resultaten bereiken
• Wijze waarop de organisatie is ingericht
• De activiteiten van het organiseren


• Input
• Throughput
-logistieke activiteiten: die het uiteindelijke product voortbrengen
-Ondersteunende activiteiten: sturen de logistieke activiteiten aan
• Output

Beschrijvende theorie (descriptief)
Geeft weer hoe de werkelijkheid eruitziet volgens de ontdekker ervan

Voorschrijvende theorie (prescriptief of normatief)
Gaat een stap verder en geeft aan hoe de werkelijkheid te verbeteren is (theorie van kotter is
een voorbeeld hiervan)

Universele theorie
Geeft aan hoe de werkelijkheid er altijd uitziet (theorie boeken)

, Situatieafhankelijke theorie
Hangt in hoge mate af van de aard van de situatie in een onderneming

Fasen in besluitvorming BLZ.37
1. Probleemstelling=uitwerken
Krachtenveldanalyse maken om het aantal fouten met 50% te verminderen
2. Oplossingsrichtingen=opstellen en uitwerken
Brainstormen/lateraal denken dus het ontwikkelen van nieuwe informatie en ideeën
3. Kiezen
• Beslissingsmatrix daar worden de verschillende te verwachten uitkomsten van de
oplossingsrichtingen weergeven in woorden
• Beslissingsboom geeft grafisch weer welke oplossingsrichtingen bestaan en welke
externe omstandigheden van invloed zijn

Besluitvorming kent 2 manieren van denken:
• Snelle fast denken
Is intuïtief en emotioneel
• Langzame denken
Is logisch en weloverwogen

Combinatie van beide is de juiste manier van denken

Hoofdstuk 3: omgeving van organisatie

• De meso omgeving
Bestaat uit een bedrijfstak en ondernemingen die daar direct of indirect op
inwerken. Direct contact met leveranciers en indirect nieuwe toetreders en
substituten
• De macro omgeving
Alle factoren en actoren die van invloed zijn op alle bedrijfstakken en
organisaties
• De micro omgeving
De factoren en actoren aan de binnenkant (intern) van de organisatie

Porters vijfkrachtenmodel: Meso-omgeving
Structurele winstgevendheid en aantrekkelijkheid van deze bedrijfstak, nu en in de
toekomst:

• Rivaliteit tussen bestaande concurrenten
In de bedrijfstak gaat hem om de druk die bedrijven voelen om de strijd aan te gaan
met de huidige concurrenten (verlagen van prijzen of introduceren van nieuwe
producten)

• De dreiging die uitgaat van nieuwe toetreders
Is afhankelijk van de barrières die een bedrijfstak opwerpt. Hoe meer barrières hoe
moeilijker de toetreding wordt. (NZA heel beveiligd)

• Dreiging die uitgaat van substituten
Bestaat uit het gevaar dat nieuwe producten of diensten op de markt komen die beter
of goedkoper zijn (voorbeeld is bijvoorbeeld verzenden van post via een e-mail in plaats
van een brief-skype of bellen)

• De onderhandelingsmacht van afnemers
Beperkt de vrijheid van het bedrijf om de vraagprijs voor producten te verhogen

• Onderhandelingsmacht van toeleveranciers
Beperkt de mogelijkheden voor het bedrijf om de kosten van in te kopen goederen en
diensten te verlagen (dus een uniek product of bedrijf zijn er niet veel van)

Inhoudsopgave

  1. 01 Hoofdstuk 1: Bouwstenen 3
  2. 02 Hoofdstuk 2: Management, organisatie en besluitvorming 3
    1. Het begrip management heeft 3 betekenissen: 3
    2. De activiteiten van managers 3
    3. Rollen van managers 3
    4. Mintzberg onderscheidt 3 groepen van activiteiten of rollen van managers: 3
    5. Kotter komt tot andere conclusies: 3
    6. Wat is organisatie? 3
    7. Input 3
    8. Output 3
    9. Voorschrijvende theorie (prescriptief of normatief) 3
    10. Universele theorie 3
    11. Situatieafhankelijke theorie 4
    12. Fasen in besluitvorming BLZ.37 4
    13. 2. Oplossingsrichtingen=opstellen en uitwerken 4
    14. 3. Kiezen 4
    15. Besluitvorming kent 2 manieren van denken: 4
    16. Langzame denken 4
  3. 03 Hoofdstuk 3: omgeving van organisatie 4
    1. De meso omgeving 4
    2. De macro omgeving 4
    3. De micro omgeving 4
    4. Porters vijfkrachtenmodel: Meso-omgeving 4
    5. Rivaliteit tussen bestaande concurrenten 4
    6. De dreiging die uitgaat van nieuwe toetreders 4
    7. Dreiging die uitgaat van substituten 4
    8. De onderhandelingsmacht van afnemers 4
    9. Onderhandelingsmacht van toeleveranciers 4
    10. Macro omgeving DESTEP-rubricering 5
    11. -Economisch 5
    12. -Sociaal maatschappelijk 5
    13. -Technologisch 5
    14. -Politiek juridisch 5
    15. -Scenario’s 5
    16. -Zwakke signalen 5
    17. Kwantitatieve methode 5
    18. Bronnen van informatie over wat er in de macro/meso omgeving speelt: 5
    19. Cijfermatige informatie Internationaal 5
  4. 04 Hoofdstuk 4: Strategieformulering 6
    1. Strategieformulering 6
    2. Stappen van het vaststellen strategisch profiel: 6
    3. Huidig strategisch profiel 6
    4. Waardenketen van Porter (kijken waar de organisatie sterker of zwakker in is) P.106 6
    5. Ondersteunende activiteiten 6
    6. -Humanresourcesmanagement 6
    7. -Technologieontwikkeling 6
    8. -Inkoop 7
    9. Core competences Hamel en prahalad 7
    10. Raming bij ongewijzigd beleid (ROB) 7
    11. Strategische alternatieve P.122 7
    12. Confrontatiematrix: 7
    13. Zwakke kanten/kansen 7
    14. Sterke kanten/kansen 7
    15. Sterke kanten/bedreigingen 7
    16. Productenmatrix: 7
    17. Bestaand product/bestaande markt 7
    18. Nieuw product/nieuwe markt 7
    19. Nieuwe markt/bestaand product 7
    20. Nieuw product/Bestaande markt 7
    21. Ansoff vat marktpenetratie, productontwikkeling en marktontwikkeling samen onder: 7
    22. Ansoff onderscheidt binnen diversificatiestrategie nog twee vormen: 7
    23. Concentrische diversificatie 8
    24. Product/marktmatrix(keuning Eppink) P.115 8
    25. -Diffrentatie 8
    26. -Verwantschap(bijna gelijk) 8
    27. Drie dimensies van stategie 8
    28. -Speiding: waar concurreren? 8
    29. -Positionering 8
    30. -Samenwerking 8
    31. FUR criteria 8
    32. -Financiën 8
    33. Liquiditeit 8
    34. Solvabiliteit 8
    35. -Uitvoerbaarheid 8
    36. Risico’s 9
    37. Aanpak strategische planning 9
  5. 05 Hoofdstuk 5: Leidinggeven en ontwikkelen 9
    1. Wat is leidinggeven? 9
    2. Waarop is de invloed of de macht van de leidinggevende gebaseerd (kotter) 9
    3. Geloof in kundigheid: 9
    4. Identificatie: 9
    5. Afhankelijkheid 9
    6. Formele positie 9
    7. Pfeffer heeft gezien dat managers soms aarzelen om hun macht te gebruiken, daarvoor heeft hij drie verklaringen: 9
    8. Pfeffer brengt nog naar voren dat de manager meer macht krijgt door: 9
    9. Verschil tussen managers en leiders 9
    10. Theorieën over leiderschap: 10
    11. Human relations beweging: mensgericht leidinggeven 10
    12. X en Y theorie: (Mc Gregor) 10
    13. - Y theorie gaat uit van een goed mens (revisionisme) 10
    14. Managerial grid Blake en Mouton 10
    15. Situatieafhankelijke theorie (Redding) Driedimensionale: taak, relatie of mensgerichtheid 10
    16. Hersey en Blanchard: situationeel leiderschap 11
    17. S2: (overtuigen) 11
    18. S3: (overleggen) 11
    19. S4: (delegreren) 11
    20. Transactioneel leiderschap 11
    21. Transformationeel leiderschap 11
    22. Mondelinge taakopdracht voor/nadelen 11
    23. Schriftelijke taakopdracht voor/nadelen 11
    24. Enkelvoudige taakopdracht 11
    25. Samengestelde taakopdracht 11
    26. Kenmerk van een goede opdracht – SMART 11
    27. Management by objectives (McGregor) 12
    28. Humanresourcesmanagement 12
    29. Management development 12
    30. Personeelsplanning 12
    31. Kenmerken van zeer effectieve medewerkers (Covey) 12
  6. 06 Hoofdstuk 6: Mensen motiveren en belonen 12
    1. Verschil inhoudstheorie en procestheorie 12
    2. Behoeftehiërarchie (Maslow) 13
    3. Motivatie hygiëne benadering (herzberg) 13
    4. Functieclassificatie voor beloningsstelsels Stap 1: opstellen van functiebeschrijvingen 13
    5. Stap2: vaststellen van het gewicht van alle functies 13
    6. Stap3: functiewaardering 13
    7. Beloning stelsels: Tijdloonstelsel 13
    8. Beloning stelsels: P.298 14
    9. -Individuele prestatie beloningen 14
    10. Collectieve prestatie beloning 14
    11. Winstdeling 14
    12. Optieregeling 14
    13. Bonusregelingen 14
    14. Cafetariaplan (Thierry) 14
  7. 07 Hoofdstuk 7: Financiële middelen en sturing 15
    1. Wat is budgettering? 15
    2. Begroting 15
    3. Redenen voor het opstellen van budgetten 15
    4. Voorwaarden voor succesvol budgetteren 15
    5. Samenhang tussen deelbudgetten: P.321 15
    6. Investeringsbudgetten 15
    7. Strategische budgetten 15
    8. Deze drie soorten budgetten komen samen: 15
    9. Mogelijkheden bij dreiging liquiditeitsprobleem 15
    10. Problemen met budgettering 15
    11. Financiële aansturing van afdelingen P.325 16
    12. Methoden om de interne verrekenprijs vast te stellen: 16
    13. Voor elke invalshoek moet de organisatie: 16
    14. Ze zien de BSC ook als managementsysteem dat op langere termijn tot betere resultaten kan leiden: 17
  8. 08 Hoofdstuk 8: Duurzame productie middelen 17
    1. Gebouwen: 17
    2. Machine: 17
    3. Installatie: 17
    4. Productieprocessen: 17
    5. Manieren om ICT-kosten te verlagen: GOED LEZEN! P.360 17
    6. Safety security 17
    7. Business proces management 17
    8. Algemene aandachtspunten m.b.t duurzame productiemiddelen 18
    9. Flexibiliteit 18
    10. Standaard of maatwerk 18
    11. Invloed van de overheid 18
  9. 09 Hoofdstuk 9: besturen van bedrijfsprocessen 18
    1. Langetermijnplanning 18
    2. Capaciteitsplanning 18
    3. Behoefteplanning P.384 18
    4. Bezettingsplanning 18
    5. Afleverplanning 18
    6. Werkdistributie 18
    7. Material management: Beheersing van de goederenstroom 19
    8. Material requirements (voorwaarden) Planning 19
    9. MRP 2: 19
    10. Just in time 19
    11. Business process management software 19
    12. Wat is een project? 19
    13. Projectmatig werken moet de volgende stappen goed bekeken worden: 19
    14. Stappen van een project: 20
    15. 2. Projectvoorbereiding 20
    16. 3. Projectuitvoering 20
    17. 4. Projectafronding 20
    18. 5. Projectborging 20
    19. Primaire instrumenten bewaken de interne kant van het project : 20
    20. Secundaire instrumenten signaleren of er in de loop van het project bijsturing nodig is doordat de situatie is veranderd: 20
    21. Netwerkplanning P.393 (zie andere samenvatting) 20
    22. Organisatie aspecten 21
  10. 10 Hoofdstuk 10: Beheersen van kwaliteit 21
    1. Wat is kwaliteit? 21
    2. Belang van kwaliteit 21
    3. Acties gericht op de koper voor het ondersteunen van hogere kwaliteit : 21
    4. Consumentenmarkt (business to consumer) 21
    5. Six sigma en INK hebben de volgende kenmerken gemeen: 21
    6. Meten is weten 21
    7. 2. Afstreepformulier (check sheet) 21
    8. 3. Controlekaart 21
    9. 4. Histogram 22
    10. 5. Paretodiagram 22
    11. 6. Spreidingsdiagram 22
    12. 7. Stratificatiediagram 22
    13. 8. Stroomdiagram 22
    14. Processen om kwaliteit te verbeteren: 22
    15. Six sigma-cyclus: DMAIC 22
    16. Het bestaat uit: 23
    17. Het 10e aandachtsgebied : Verbeteren en vernieuwen 23
    18. 5 Kenmerken voor succesvolle organisaties: 23
    19. Veranderwielen binnen INK-model 23
    20. Certificering: 23
    21. Diensten 24
    22. SERVQUAL-model 24
    23. Klovenmodel: P.434 24
  11. 11 Hoofdstuk 11: Arbeidsverdeling 24
    1. Organisatiestructuur heeft drie elementen: 24
    2. (Kruisinga) twee motieven spelen een rol bij het structureren van een organisatie: 24
    3. (bestuursmotief staat boven kostenmotief) 24
    4. Verticale uitbouw: 25
    5. Horizontale uitbouw: 25
    6. Kostenmotief P.462 25
    7. Bestuursmotief 25
    8. Bestuur en kostenmotief 25
    9. Twee vormen van functionalisatie 25
    10. Product indeling: 25
    11. Markt indeling: 25
    12. Geografische indeling: 25
    13. Voor/nadelen verschillende vormen van functionalisatie 25
    14. Keuze van arbeidsverdeling 26
    15. Organieke en personele structuur: 26
    16. (luijk) taakverdeling en functievorming: 26
    17. Er zijn 6 criteria om concrete taken te kunnen verdelen: 26
    18. Zijn de functies gevormd, dan is het verstandig om criteria vast te stellen waaraan een functie getoetst moet worden: 26
    19. Als functies eentonig zijn: 26
    20. Voordelen: 27
    21. Nadelen: 27
    22. Stafrelatie 27
    23. Generalistische staf 27
    24. Specialistische staf: 27
    25. Persoonlijke staf: 27
    26. Lijnstaforganisatie: 27
    27. Verschil tussen lijnstaf relatie en functionele relatie 27
    28. Invloedingsfactoren op decentralisatie: 28
    29. Overwegingen juiste mate van decentralisatie 28
    30. Beslissingen omtrent de hele organisatie 28
  12. 12 Hoofdstuk 12: Coördinatie 28
    1. Organisatie besteed ‘zware’ voorziening oplossen coördinatieprobleem 28
    2. Een te lichte voorziening 28
    3. Gepoolde samenhang P.521 28
    4. Sequentiële samenhang 28
    5. Reciproque samenhang 29
    6. Verschillende coördinatievoorzieningen: P.523 29
    7. Samenhang en daarbij passende coördinatievoorziening Gepoolde samenhang: P.526 29
    8. Sequentiële samenhang: 29
    9. Reciproque samenhang: 29
    10. Taak-en functiebeschrijving 29
  13. 13 Hoofdstuk 13: van strategie via operaties naar organisatiestructuur 30
    1. Lorsch & Morse: Mensen die succesvol werken in verschillende afdelingen hebben verschillende kenmerken: 30
    2. Factor die kan beperken wat een organisatie kan gaan doen: 30
    3. Negen tests voor een goede organisatiestructuur 30
    4. 4 tests om te zien of een ontwerp past: 30
    5. 5 tests kijken of de organisatiestructuur goed ontworpen is 30
  14. 14 Capita selecta 1: Cultuur in organisaties 30
    1. Soorten culturen: 30
    2. Cultuurverschillen tussen afdelingen: 30
    3. deze cultuurverschillen beschrijven dus de verschillen 31
    4. Verschillen in klimaten: 31
    5. Tegenstellingen van de cultuur van bedrijven: 31
    6. Mensgericht tegenover werkgericht 31
    7. Open tegenover gesloten 31
    8. Strak gecontroleerd tegenover losjes gecontroleerd 31
    9. 3. Nationale cultuur 31
    10. Machtsafstand: 31
    11. Onzekerheidsvermijding: 31
    12. Individualisme: 32
    13. Masculiniteit: 32
    14. Overgave tegenover terughoudendheid: 32
    15. Cultuur in een bedrijf kan je veranderen: 32
    16. (hall) Cultuurverschillen hangt af van twee factoren: 32
  15. 15 Capita selecta 4: configuratiebenadering P.617 32
    1. (Miles en Snow) succesvolle configuraties: 32
    2. Laat Slechte prestaties zien: 32
  16. 16 Oefentoets 55 Q&A 35
    1. 20 open vragen 35
    2. Hoofdstuk 1: Bouwstenen van de organisatie 35
    3. Hoofdstuk 2: Management en besluitvorming 35
    4. Hoofdstuk 3: De omgeving van de organisatie 35
    5. Hoofdstuk 4: Strategieformulering en implementatie 35
    6. 20 meerkeuze vragen 37
    7. Hoofdstuk 5: Strategie en omgeving 37
    8. Hoofdstuk 6: Besluitvorming en managementrollen 38
    9. Hoofdstuk 7: Leiderschap en motivatie 39
    10. Hoofdstuk 8: Organisatie en beheersing 40
    11. 15 invul vragen 42
    12. Hoofdstuk 9: Motivatie en beloning 42
    13. Hoofdstuk 10: Financiële middelen en sturing 42
    14. Hoofdstuk 11: Duurzame productiemiddelen en ICT 42
  17. 17 Top 10 leerdoelen met checklist 44
  18. 18 Top 30 kernbegrippen 46
  19. 19 Top 10 meest gemaakte fouten tentamen (specifiek) 48

Gekoppeld boek
 image
Jan Eppink, Gert-Jan Melker Bouwstenen van management en organisatie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789055163410 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
17 augustus 2025
Aantal pagina's
52
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,00

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
7970
Volgers
2695
Items
2773
Laatst verkocht
2 uur geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen