100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting handboek voor leraren H1, H2, H4 en H5

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
16
Geüpload op
09-05-2025
Geschreven in
2021/2022

Samenvatting van vier hoofdstukken waarin de belangrijkste dingen naar voren komen.











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1,2,4 en 5
Geüpload op
9 mei 2025
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1 - Hoe leren leerlingen?
Handboek voor leraren

1.1 Een krachtige leeromgeving motiveert
Als docent moet je bijdragen aan het optimaliseren van het leerproces: bijvoorbeeld
door het creëren van een leeromgeving die de betrokkenheid en motivatie van
leerlingen stimuleert. Leerlingen leren namelijk meer als ze gemotiveerd zijn.
Een krachtige leeromgeving is te herkennen aan het gedrag van leerlingen, die zich
hier tevreden en actief bezighouden met hun leertaak. Kracht van de leeromgeving
bestaat uit:
- Welzijn van de leerling
Een leerling die zich prettig voelt Gata met plezier naar school. Dit is moeilijk te
meten. Als leerkracht heb je niet de complete invloed op het welzijn van een kind,
bijvoorbeeld als opa of oma overleden is. Je kunt er wel voor kiezen om op zo’n
gebeurtenis op een bepaalde manier te reageren in de klas.
- Mate van betrokkenheid van de leerling
De mate van betrokkenheid zegt iets over de intensiteit waarmee de leerling bezig
is met een activiteit. Je kunt de kracht van de leeromgeving meten door de
betrokkenheid van een individu of van de hele groep te peilen. Er zijn vijf niveaus
voor het meten van betrokkenheid, je kijkt hiervoor naar de focus op een activiteit.
1) geen activiteit 2) onderbroken activiteit 3) activiteit zonder intensiteit 4) activiteit
met enkele intensieve momenten 5) ononderbroken, intensieve activiteit.
Een krachtige leeromgeving bereik je door te voldoen aan de drie basisbehoeften. Als
deze zijn bereikt voelen leerlingen zich prettig en zijn ze betrokken.
• Competentie: de leerling moet het gevoel hebben de stof aan te kunnen
Het onderwijs is gericht op wat een leerling net niet kan en niet op wat de leerling
totaal niet kan. Een docent moet dus inzicht hebben op het leerproces van
leerlingen, dit kan door:
- Denkstappen analyseren: waar staat de leerling in het proces en welke hobbels
moet hij nog overkomen. De leerkracht heeft hier een nadeel, omdat hij boven de
leerstof staat.
- Aan elkaar laten uitleggen: een leerling krijgt ook inzicht in z’n eigen leerproces
als hij de stof aan anderen uitlegt. Leerling onthouden meer als ze op deze actieve
manier bezig zijn met de leerstof.
• Relatie: de leerling moet het gevoel hebben erbij te horen
Een leerling functioneert het best als hij vertrouwen heeft in de leerkracht en het
gevoel heeft bij de groep te horen en gezien te worden. Manieren om dit te
bereiken:
- het sociale proces stimuleren en benutten: leerlingen moeten school als een plek
zien die bijdraagt aan hun sociale leven. In de lessen moet een goede werksfeer
zijn waarin elke leerling geneigd is om te participeren. De leertheorie sociaal-
constructivisme past hierbij, het gaat dan om leerlingen die de stof eigen maken.
- Ook in een grote groep alle leerlingen bij de les betrekken: sommige leerlingen
voelen zich in grote groepen anoniem en onopgemerkt. Samenwerking in een grote
klas is een goede manier om deze leerlingen te betrekken. Activerende didactiek:
verzamelbegrip voor alle pedagogisch-didactische interventies van een leraar om
de (denk)activiteiten van zijn leerlingen te stimuleren, bijvoorbeeld samenwerken.
- communicatieadviezen ter harte te nemen: er zijn een aantal communicatieregels
(Handboek voor leraren - p. 31).
• Autonomie: de leerling moet deels eigen keuzes kunnen maken
Er moet bepaalde keuzevrijheid zijn. Er is vaak een doel vastgesteld in het
curriculum: hoe de leerlingen tot dit doel komen is aan hen. Tijdens deze route kan
je kiezen voor de docent als hulpbron, maar dit hoeft niet.
Bij adaptief onderwijs worden deze basisbehoeften aangepast naar het individuele
niveau van de leerling. Dit is een tijd- en energie vretend proces, maar zeer
bevorderend voor motivatie.

,Wat kan nog meer zorgen voor motivatie: enthousiasme van de leraar, betekenis
geven aan de leerstof (intrinsiek) en verwachtingen van de leraar duidelijk maken.
Wanneer de leraar positieve verwachtingen uit naar de leerlingen, dit ook positief
effect heeft op de prestaties van leerlingen (pygmalioneffect). Je verwachtingen
moeten niet te hoog zijn: leerlingen belanden dan in de paniekzone, wat ze nadelig
kan beïnvloeden.

Growth mindset: cognitieve vermogens kan je ontwikkelen. Tijdens de opvoeding zijn
deze mensen gestimuleerd om intitiatief te nemen en nieuwe dingen te ondernemen.
Fixth mindset: overtuiging dat intelligentie vastligt. Deze mensen denken dat ze
beoordeeld worden op prestaties en doen daarom graag dingen waar ze goed in zijn.
Mindset is geen vaststaande eigenschap, maar een strategie om om met onbekende
zaken om te gaan. Een mindset is dus niet in elke situatie gelijk. Om een growth
mindset bij leerlingen te stimuleren kan je feedback geven op zaken als inzet,
doorzettingsvermogen en eigen keuzes maken, dit zal op ten duur zorgen voor meer
motivatie omdat de leerling het gevoel heeft dat hij kan groeien in zijn leerproces.
Hoe stimuleer je een growth mindset:
• Geef complimenten gericht op het leerproces en niet enkel op de leerling zelf
• Geef het goede voorbeeld: laat zien dat je je best doet en geef niet snel op
• Reflecteer samen met leerlingen op het leerproces en de ingezette strategieën.
Maak ze bewust van het verschil tussen een fixed- en growth mindset
! Als leerlingen willen groeien moeten ze altijd een duidelijk doel voor ogen hebben.

De vier leerstijlen van Kolb:
1. Doener (actief experimenteren en concreet ervaren)
Hij begint gewoon met de opdracht zonder plan. Als het niet werkt, past hij zich
makkelijk aan de situatie aan.
2. Beschouwer (verschillende invalshoeken en relfecties)
Hij kijkt naar eerdere situatie en wat daar goed of fout ging. Hij maakt veel
plannen, maar vindt het moeilijk om eruit te kiezen.
3. Denker (abstract en observaties benutten)
gebruikt een model of een samenvatting om zo boven de leerstof te staan.
4. Beslisser (abstractie om te experimenteren)
Gebruikt ook graag theorieën en modellen, maar experimenteert hiermee gelijk in
de praktijk.
Argumenten waarom deze theorie kut is: het aanpassen van je didactiek naar de
leerstijl van de leerling heeft geen zijn want dit leidt niet tot leerwinst. Stem dus niet je
doceerstijl af met de leerstijlen van je leerlingen. Je les moet wel variatie hebben om
zo aan te sluiten bij de vier leerstijlen, laat je
eigen voorkeur niet te veel doorschemeren.
Argumenten waarom de theorie wel
interessant is: dit laat zien dat een volledig
leerproces is opgebouwd uit vier fasen. Er is
een constante wisselwerking tussen theorie en
praktijk. Daarnaast is er ook geen begin of
eind wat laat zien dat de leerling kan beginnen
waar die wilt en zich blijft ontwikkelen.

Gardner: meervoudige intelligenties
Intelligentie: de bekwaamheid om een
probleem op te lossen. Dit kan op
verschillende manieren, wat impliceert dat
mensen over verschillende bekwaamheden
beschikken om problemen op te lossen. Deze
zogenoemde voorkeursintelligenties geven aan waar iemand goed in is; het woord

, talent is misschien meer op zijn plaats. De theorie biedt inzicht in de sterke en zwakke
kanten van de leerlingen en de docent kan daarop inspelen.


1.2 Wat is leren
Leren is mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten een relatief stabiele
gedragsverandering tot stand komt. De relatief stabiele gedragsverandering is het
gevolg van innerlijke leerresultaten die we in het gedrag vaak (maar niet altijd)
terugzien. De innerlijke leerresultaten vormen dus een basis, die in verschillende
situaties kan leiden tot verschillend gedrag. Transfer: men kan het geleerde toepassen
in een andere situatie dan die waarin de kennis is aangeleerd. In het onderwijs is
sprake van intentioneel (doelgericht) leren, hoewel er ook sprake is van incidenteel
leren (leren zonder bedoeling, kind leert praten voordat het naar school is geweest).
Er is sprake van leeractiviteiten als directe ervaring, sociale interactie, nadenken
(reflectie) en verwerken van theorie een rol hebben gespeeld. In alle gevallen bestaat
dat leren echter uit voortbouwen op wat delegering al weet: voorkennis speelt een
hoofdrol.
• Leren door directe ervaring
Deze vorm van leren vindt plaats door een directe ervaring te ondergaan of door
een directe ervaring op te doen door te handelen.
• Leren door sociale interactie
Deze vorm van van leren gaat over het proces van informatie uitwisselen met
anderen. Dit kan bewust en onbewust.
• Leren door nadenken
Deze vorm van leren kan aan het handelen vooraf gaan, maar kan ook tijdens of
(lang) na het handelen plaatsvinden.
• Leren door verwerken van de theorie
Deze vorm van leren is naar aanleiding van theorie die is uitgelegd door de docent,
leerlingen denken bij het maken van de opdracht terug aan de uitleg.
—> Er zijn vier stadia van kennisverwerking van theorie (verwant met de theorie van
Bloom) —>
1. Onthouden
Jaartallen, dit is vooral korte termijn geheugen. Willen leerlingen de jaartallen uit
het hoofd weten, dan moet het worden opgeslagen in het langetermijngeheugen.
2. Begrijpen
In eigen woorden vertellen wat de lesstof inhoudt. Dit is iets anders dan uit je hoofd
leren: wat je uit je hoofd leert hoef je niet te begrijpen.
3. Integreren (nieuwe kennis wordt gekoppeld aan al aanwezige kennis)
Het opfrissen van voorkennis als ‘opstapje’ voor nieuwe kennis.
4. Toepassen
Nieuwe kennis benutten om een probleem op te lossen. Ervaren dan kennis
gebruikt wordt als gereedschap is goed voor de motivatie.

1.3 De werking van het geheugen
De nieuwe kennis moet worden opgenomen in het geheugen. We onderscheiden drie
soorten geheugen:
1. Zintuigelijk geheugen: poortwachter
Informatie komt in de eerste instantie via zintuigen binnen. Dit is de ruwste en
meest onbewerkte vorm en gaat zeer snel. De nieuwe informatie wordt vergeleken
met al bestaande informatie. Alleen de informatie die wordt herkend krijgt toegang
tot het kortetermijngeheugen. Betekenisloze informatie krijgt geen toegang en
verdwijnt. Selectief waarnemen is noodzakelijk: we horen en zien alleen de dingen
waar we aandacht aan besteden (filtering). Dit gebeurt op onbewust niveau. Voor
de docent is het belangrijk dat we niet betekenisloze informatie verspreiden dat
door leerlingen wordt weggefilterd.
€8,98
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
sarah1637

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
sarah1637 Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
14
Laatst verkocht
3 maanden geleden
Samenvattingen

Afgestudeerd docent geschiedenis en bezig met Nederlands.

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen