Psychologisch Onderzoek
THEATER XXXXX
XXXXX
Studentnummer: XXXXX
Maart 2025
Opleidingsinstituut NCOI
HBO Bachelor Toegepaste Psychologie
Module: Praktijkgericht Psychologisch Onderzoek Docent: XXXXX
,VOORWOORD
Voor u ligt de moduleopdracht voor het vak Praktijkgericht Psychologisch Onderzoek, geschreven in het
kader van mijn studie HBO Bachelor Toegepaste Psychologie aan opleidingsinstituut NCOI. Mijn naam is
XXXXX
Het onderwerp van dit onderzoek – betrokkenheid van vrijwilligers – sluit naadloos aan bij mijn activiteiten
als bestuurslid van XXXXX, de organisatie achter Theater XXXXX. Vrijwilligers zijn onmisbaar voor dit
theater, en ik heb van dichtbij ervaren hoeveel energie, maar ook uitdagingen, hun inzet met zich
meebrengt. Deze directe betrokkenheid heeft mijn nieuwsgierigheid geprikkeld naar de psychologische
factoren die bijdragen aan duurzame vrijwillige inzet. De praktijk bood niet alleen inspiratie, maar ook een
rijke voedingsbodem voor dit onderzoek.
Het onderzoek is in de eerste plaats bedoeld voor de directeur en het bestuur van Theater XXXXX, maar
het biedt ook inzichten voor andere non-profitorganisaties die afhankelijk zijn van vrijwilligers. De resultaten
en aanbevelingen beogen praktische handvatten te bieden om verloop terug te dringen en binding te
versterken – met oog voor zowel individuele motivatie als organisatiecultuur.
Het schrijven van deze opdracht heb ik ervaren als een waardevolle voorbereiding op de afstudeeropdracht
in fase 4 van mijn opleiding. Tegelijkertijd vond ik het proces uitdagend, met name in het behouden van
overzicht tijdens de verschillende fasen van het onderzoek en het analyseren van de verzamelde gegevens,
vooral op statistisch vlak. Deze ervaringen hebben mij veel geleerd over onderzoeksvaardigheden en mijn
eigen groeipunten.
XXXXX
XXXXX
XXXXX, 30 maart 2025
1
, SAMENVATTING
Theater XXXXX in XXXXX draait grotendeels op vrijwillige inzet, maar kampt met toenemend verloop onder
vrijwilligers, met name binnen de groep nieuwkomers. Dit verhoogt de druk op het vaste team, verstoort de
dienstverlening en vormt een risico voor de continuïteit. Het doel van dit praktijkgericht psychologisch
onderzoek is om inzicht te verkrijgen in factoren die de betrokkenheid van vrijwilligers beïnvloeden en op
basis daarvan aanbevelingen te doen ter versterking van duurzaam vrijwilligersbeleid.
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de praktijkgerichte onderzoekscyclus van Verhoeven (2022) en
omvatte zowel literatuuronderzoek als een mixed-methods praktijkstudie onder 28 vrijwilligers. Als
theoretisch kader dienden het Three-Component Model of Commitment (Meyer & Allen, 1991), de
Zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 2000) en de Continuïteitstheorie (Atchley, 1989). Voor het
kwantitatieve deel werd een aangepaste versie van de Organizational Commitment Questionnaire gebruikt;
voor het kwalitatieve deel zijn open vragen toegevoegd over motivatie en binding.
De resultaten wijzen op een overwegend hoge betrokkenheid. Vrijwilligers scoorden gemiddeld 60 op een
schaal van 70, met sterke affectieve en normatieve componenten en een gemiddelde intentie-score van 6,1
(op een 7-puntsschaal). De kwalitatieve data bevestigen dit beeld: vrijwilligers ervaren emotionele
verbondenheid, betekenis en sociale cohesie. Wel signaleren zij ruimte voor verbetering op het gebied van
erkenning, inspraak en communicatie. De standaarddeviatie van 1,2–1,3 wijst op relevante onderlinge
verschillen.
Op basis van deze inzichten wordt een interventie aanbevolen in de vorm van een begeleid reflectie- en
verbindingsprogramma, waarin nieuwe vrijwilligers worden gekoppeld aan peer-ambassadeurs (2–7 jaar
actief) en waarin maandelijkse reflectiesessies plaatsvinden. Deze aanpak is gericht op het versterken van
affectieve en normatieve betrokkenheid, bevordert sociale integratie en sluit aan bij principes uit alle drie
toegepaste theorieën. Door ook te investeren in interne en externe continuïteit, zoals geformuleerd door
Atchley, kan verloop dat samenhangt met faseovergangen beter worden opgevangen.
Voor vervolgonderzoek wordt aanbevolen om gebruik te maken van een grotere, representatieve steekproef
in combinatie met anonieme digitale vragenlijsten en begeleide focusgroepen. Deze aanpak vergroot de
generaliseerbaarheid van de resultaten en biedt diepgaander inzicht in motivaties van minder zichtbare
subgroepen binnen het vrijwilligersbestand.
2