Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 89 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Tentamen uittreksel Bouwstenen van Management en Organisatie NCOI + reader en visuals + 85 oefenvragen + examenhacks + leerdoelen en kernbegrippen + 30 veel voorkomende tentamenvragen. Nieuw 2025

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 89 pagina's

Dit is alles dat je nodig bent voor NCOI Management en Organisatie van NCOI in 2025. Het is een tentamensamenvatting: compacter dan een gewone samenvatting, alleen de belangrijkste hoofdstukken voor het tentamen. We hebben van alles toegevoegd: oefenvragen, kernbegrippen, specifieke hacks, tips en tricks en meerkeuzevragen die je vaak krijgt op tentamen. Alles in 1.

Voorbeeld van de inhoud

Tentamen Uittreksel Bouwstenen van Management en
Organisatie

NCOI 2025

Jan Eppink 9789055163410
5e editie

+ Reader Management en Organisatie NCOI + alle visuals
+ 85 oefenvragen met antwoorden
+ Examenhacks
+ Alle leerdoelen
+ 40 belangrijkste kernbegrippen
+ 30 veel voorkomende tentamenvragen (meerkeuze zonder
antwoorden)

De oefenvragen zijn specifiek over de onderwerpen uit het boek, geen
verrassingen.

,Compact uittreksel

,
, HOOFDSTUK 2 Management, organisatie en besluitvorming
Wat is management: 3 betekenissen
• Groep functionarissen
• Activiteiten van managers
• Een vakgebied

Welke rollen zijn er:
Tayler; - Aansturen bedrijfsprocessen op wetenschappelijke wijze,
taakgericht Fayol; - Constituerende taken plannen, vooruitzien,
organiseren
- Dirigerende taken  opdracht geven en
controleren Mintzberg; * Interpersoonlijke rollen 
boegbeeld
* Informele rollen  informatie verstrekken intern en extern organisatie
* Besluitvormende rollen  problemen oplossen en besluiten nemen

Wat is een organisatie: 3 beschrijvingen
• Eenheid van mensen, middelen en methoden om doel te bereiken
• De wijze waarop de organisatie is ingericht
• De activiteiten van het organiseren

Output; goederen of diensten aan afnemers afleveren
Input; grondstoffen of middelen inkopen bij een leverancier
Troughput of transformatieproces = input omzetten tot output, binnen troughput
onderscheid men logistieke (activiteiten die de uiteindelijke producten voortbrengen) en
ondersteunende activiteiten. De ondersteunende activiteiten sturen de logistieke act.
aan.

Logistiek
Input Troughput Output

Ondersteunend

Kenmerken theorie management en organisatie;
Beschrijvende theorie; Descriptief
Hoe ziet de werkelijkheid eruit volgens de ontdekker (Mintzberg)
Voorschrijvende theorie; Prescriptief of normatief
Hoe is de werkelijkheid te verbeteren (Kotter)
Universeel of situatieafhankelijk; Contingentiebenadering
Hoe de werkelijkheid er altijd
uitziet

Probleem: Als de situatie anders is en afwijkt van de gestelde doelen die in de organisatie
zijn afgesproken.
Fasen besluitvorming: 1. probleemstelling  2. oplossingsrichtingen  3. kiezen
1. Probleemstelling; Om goed zicht te krijgen op de oorzaak van een probleem 
krachtenveldanalyse maken




2. Oplossingsrichtingen; Creativiteit bevorderen
Brainstormen; – Ontwikkelen van nieuwe ideeën
- Geen kritiek uiten
- Ideeën combineren en verbeteren
- Stimuleren van wilde ideeën
 geschikt voor duidelijk omschreven problemen

Inhoudsopgave

  1. 01 HOOFDSTUK 2 Management, organisatie en besluitvorming 4
  2. 02 HOOFDSTUK 3 Omgeving van organisaties 6
  3. 03 HOOFDSTUK 4 Stategieformulering 8
  4. 04 HOOFDSTUK 8 Leiding geven en ontwikkelen 27
  5. 05 HOOFDSTUK 12 Het besturen van bedrijfsprocessen 35
  6. 06 HOOFDSTUK 14 Arbeidsverdeling 38
  7. 07 HOOFDSTUK 15 Relaties en bevoegdheden 44
  8. 08 HOOFDSTUK 17 Strategie  operaties  organisatiestructuur 51
  9. 09 Capita Selecta 1 Cultuur in organisaties 55
  10. 10 Capita Selecta 2 Groei en ontwikkeling van organisaties 59
  11. 11 Reader Artikel 1 Missie en Visie 60
  12. 12 Reader Artikel 2 Organisatiestructuur 62
  13. 13 Reader Artikel 3 Wat is een Processtructuur 63
  14. 14 Reader Artikel 5 7s Mc kinsey 67
  15. 15 Reader Artikel 8 De 7 eigenschappen van effectief leiderschap 67
  16. 16 Reader Artikel 9 Welke cultuurtypes zijn er? 68
  17. 17 Reader Artikel 10 Mintzberg en organisatie structuren 72
  18. 18 Reader Artikel 11 Een lerende organisatie 75
  19. 19 85 oefenvragen met antwoorden 75
    1. Basisprincipes van Management 75
  20. 20 1. Wat is de definitie van management? Antwoord: Management is het proces van het plannen, organiseren, leiden en controleren van middelen om organisatiedoelen te bereiken. 75
  21. 21 2. Welke drie managementniveaus bestaan er in een organisatie? Antwoord: Strategisch management, tactisch management en operationeel management. 75
  22. 22 3. Wat zijn de vier kernfuncties van een manager? Antwoord: Plannen, organiseren, leidinggeven en controleren. 75
  23. 23 4. Noem een voorbeeld van een interne en een externe factor die management beïnvloedt. Antwoord: Interne factor: medewerkersmotivatie. Externe factor: concurrentie in de markt. 75
  24. 24 5. Welke rol speelt communicatie in management? Antwoord: Communicatie is essentieel om doelen te stellen, beslissingen te delen, taken te coördineren en conflicten op te lossen. 75
    1. Organisatiestructuren 75
  25. 25 6. Wat is een organisatiestructuur? Antwoord: Een organisatiestructuur is de manier waarop taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen een organisatie zijn verdeeld en gecoördineerd. 75
  26. 26 7. Wat is het verschil tussen een functionele en een divisiestructuur? Antwoord: Een functionele structuur verdeelt taken op basis van functies (bijvoorbeeld marketing, financiën), terwijl een divisiestructuur taken verdeelt op basis van producten, markten of geografische gebieden. 75
  27. 27 8. Wat betekent 'span of control'? Antwoord: Span of control verwijst naar het aantal medewerkers dat direct door één manager wordt aangestuurd. 75
  28. 28 9. Noem twee voordelen van een platte organisatiestructuur. Antwoord: Kortere communicatielijnen en snellere besluitvorming. 75
  29. 29 10. Wat is een matrixstructuur? Antwoord: Een structuur waarbij medewerkers rapporteren aan meer dan één leidinggevende, bijvoorbeeld aan een functionele manager en een projectmanager. 75
    1. Leiderschap en Motivatie 76
  30. 30 11. Wat is het verschil tussen management en leiderschap? Antwoord: Management richt zich op processen en structuren, terwijl leiderschap zich richt op mensen inspireren en richting geven. 76
  31. 31 12. Noem drie stijlen van leiderschap volgens Lewin. Antwoord: Autoritair, democratisch en laissez-faire. 76
  32. 32 13. Wat is het doel van motivatietheorieën in management? Antwoord: Begrijpen wat mensen motiveert om hun prestaties te verbeteren en hun doelen te bereiken. 76
  33. 33 14. Wat houdt de tweefactorentheorie van Herzberg in? Antwoord: De theorie onderscheidt hygiënefactoren (voorkomen ontevredenheid) en motivatiefactoren (stimuleren tevredenheid). 76
  34. 34 15. Welke rol speelt emotionele intelligentie in leiderschap? Antwoord: Emotionele intelligentie helpt leiders om emoties te begrijpen, relaties te beheren en effectieve communicatie te bevorderen. 76
    1. Verandermanagement 76
  35. 35 16. Wat is verandermanagement? Antwoord: Het proces van plannen, implementeren en begeleiden van veranderingen in een organisatie. 76
  36. 36 17. Wat zijn de drie fasen van verandering volgens Lewin? Antwoord: Unfreeze, Change en Refreeze. 76
  37. 37 18. Wat is weerstand tegen verandering? Antwoord: De natuurlijke reactie van medewerkers om veranderingen in hun werkomgeving te vermijden of te bestrijden. 76
  38. 38 19. Noem twee methoden om weerstand tegen verandering te overwinnen. Antwoord: Effectieve communicatie en het betrekken van medewerkers bij het veranderproces. 76
  39. 39 20. Wat is de rol van een verandermanager? Antwoord: Het begeleiden van het veranderproces, het motiveren van medewerkers en het aanpakken van obstakels. 76
    1. Strategie en Planning 76
  40. 40 21. Wat is strategisch management? Antwoord: Het proces van het formuleren, implementeren en evalueren van strategieën om organisatiedoelen te bereiken. 76
  41. 41 22. Noem de vijf krachten van Porter. Antwoord: De macht van leveranciers, de macht van kopers, de dreiging van nieuwe toetreders, de dreiging van substituten en de concurrentie-intensiteit. 76
  42. 42 23. Wat is een SWOT-analyse? Antwoord: Een methode om de interne sterktes en zwaktes en de externe kansen en bedreigingen van een organisatie te analyseren. 76
  43. 43 24. Wat is het verschil tussen missie en visie? Antwoord: Een missie beschrijft de huidige doelen en activiteiten van de organisatie, terwijl een visie de toekomstige ambities beschrijft. 76
  44. 44 25. Wat is het doel van operationele planning? Antwoord: Het opstellen van korte termijn plannen om strategische doelen te realiseren. 76
    1. Strategieformulering 76
  45. 45 1. Wat is het doel van strategieformulering? Antwoord: Het bepalen van de lange termijn doelen en de acties die nodig zijn om deze doelen te bereiken. 76
  46. 46 2. Wat zijn de drie niveaus van strategie in een organisatie? Antwoord: Corporate strategy (bedrijfsniveau), business strategy (zakelijk niveau) en functional strategy (functioneel niveau). 76
  47. 47 3. Welke drie generieke strategieën definieerde Michael Porter? Antwoord: Kostenleiderschap, differentiatie en focusstrategie. 76
  48. 48 4. Wat is het verschil tussen strategische en tactische planning? Antwoord: Strategische planning richt zich op langetermijndoelen, terwijl tactische planning zich richt op de uitvoering van die doelen op middellange termijn. 77
  49. 49 5. Noem twee voordelen van een duidelijke strategie. Antwoord: Het helpt bij het stellen van prioriteiten en het creëren van een concurrentievoordeel. 77
    1. Leiding geven en ontwikkelen 77
  50. 50 6. Welke leiderschapsstijlen onderscheidt het situationeel leiderschapsmodel van Hersey en Blanchard? Antwoord: Instrueren, begeleiden, ondersteunen en delegeren. 77
  51. 51 7. Wat is transformationeel leiderschap? Antwoord: Een leiderschapsstijl waarbij de leider medewerkers inspireert en motiveert om boven zichzelf uit te stijgen en veranderingen te omarmen. 77
  52. 52 8. Wat is het verschil tussen formeel en informeel leiderschap? Antwoord: Formeel leiderschap wordt toegewezen via een officiële rol, terwijl informeel leiderschap voortkomt uit persoonlijke invloed en respect. 77
  53. 53 9. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een goede leider? Antwoord: Communicatievaardigheden, visie, integriteit, empathie en besluitvaardigheid. 77
  54. 54 10. Hoe kan een leider persoonlijke ontwikkeling bij medewerkers stimuleren? Antwoord: Door coaching, training, feedback en het bieden van groeimogelijkheden. 77
    1. Arbeidsverdeling 77
  55. 55 11. Wat is arbeidsverdeling? Antwoord: Het proces waarbij taken worden opgedeeld en verdeeld over verschillende mensen of afdelingen. 77
  56. 56 12. Wat is het verschil tussen horizontale en verticale arbeidsverdeling? Antwoord: Horizontale arbeidsverdeling verdeelt taken op hetzelfde hiërarchische niveau, terwijl verticale arbeidsverdeling taken verdeelt tussen verschillende hiërarchische niveaus. 77
  57. 57 13. Wat zijn de voordelen van arbeidsverdeling? Antwoord: Efficiëntie, specialisatie en verhoging van productiviteit. 77
  58. 58 14. Noem een nadeel van te ver doorgevoerde arbeidsverdeling. Antwoord: Monotone werkzaamheden kunnen leiden tot demotivatie bij medewerkers. 77
  59. 59 15. Hoe kan arbeidsverdeling effectief worden geïmplementeerd? Antwoord: Door duidelijke taakomschrijving, coördinatie tussen afdelingen en regelmatig overleg. 77
    1. Structuren organisaties 77
  60. 60 16. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een lijnorganisatie? Antwoord: Eenvoudige structuur, duidelijke gezagslijn en directe communicatie. 77
  61. 61 17. Wat is een platte organisatiestructuur? Antwoord: Een structuur met weinig hiërarchische niveaus, wat zorgt voor korte communicatielijnen en snelle besluitvorming. 77
  62. 62 18. Wat is het verschil tussen een centralisatie en decentralisatie in een organisatiestructuur? Antwoord: Bij centralisatie worden beslissingen op een hoger niveau genomen, terwijl bij decentralisatie beslissingen dichter bij de werkvloer worden genomen. 77
  63. 63 19. Noem een voordeel van een matrixstructuur. Antwoord: Het combineert de voordelen van functionele en projectmatige structuren en bevordert samenwerking. 77
  64. 64 20. Wat is de invloed van de organisatiestructuur op de bedrijfscultuur? Antwoord: Een formele structuur kan een hiërarchische cultuur creëren, terwijl een informele structuur een open en flexibele cultuur stimuleert. 77
    1. Elementen McKinsey 77
  65. 65 21. Wat zijn de zeven elementen van het 7S-model van McKinsey? Antwoord: Strategy, Structure, Systems, Shared values, Skills, Style en Staff. 77
  66. 66 22. Welke drie elementen van het 7S-model zijn 'harde factoren'? Antwoord: Strategy, Structure en Systems. 77
  67. 67 23. Wat wordt bedoeld met 'shared values' in het 7S-model? Antwoord: De kernwaarden die de basis vormen voor de cultuur en het gedrag in de organisatie. 78
  68. 68 24. Hoe kunnen de 'zachte factoren' in het 7S-model een organisatie beïnvloeden? Antwoord: Ze beïnvloeden de motivatie en samenwerking van medewerkers en daarmee het succes van de organisatie. 78
  69. 69 25. Wat is het doel van het 7S-model? Antwoord: Het analyseren van de interne samenhang van een organisatie om effectiviteit te verbeteren. 78
    1. Culturen 79
  70. 70 26. Welke vier cultuurtypes onderscheidt het model van Quinn en Cameron? Antwoord: Familiecultuur, adhocratiecultuur, marktcultuur en hiërarchiecultuur. 79
  71. 71 27. Wat is een familiecultuur? Antwoord: Een mensgerichte cultuur waarin samenwerking en loyaliteit centraal staan. 79
  72. 72 28. Wat kenmerkt een adhocratiecultuur? Antwoord: Innovatie, flexibiliteit en creativiteit. 79
  73. 73 29. Wat is het belangrijkste doel van een marktcultuur? Antwoord: Resultaten behalen en concurrentievoordeel realiseren. 79
  74. 74 30. Hoe kan een organisatie haar cultuur veranderen? Antwoord: Door leiderschap, communicatie en het belonen van gewenst gedrag. 79
    1. Organisatietypen 79
  75. 75 31. Welke vijf organisatietypes beschrijft Mintzberg? Antwoord: Simpele structuur, machinebureaucratie, professionele bureaucratie, divisiestructuur en adhocratie. 79
  76. 76 32. Wat is een kenmerk van een machinebureaucratie? Antwoord: Standaardisatie van processen en een sterke hiërarchie. 79
  77. 77 33. Wat wordt bedoeld met 'adhocratie' volgens Mintzberg? Antwoord: Een flexibele, innovatieve organisatie die goed is in het oplossen van complexe problemen. 79
  78. 78 34. Wat is de rol van de strategische top in Mintzbergs model? Antwoord: Het bepalen van de strategie en het bewaken van de doelstellingen van de organisatie. 79
  79. 79 35. Hoe kan een organisatie volgens Mintzberg succesvol zijn? Antwoord: Door de juiste structuur te kiezen die aansluit bij de omgeving en doelen van de organisatie. 79
    1. De 7 eigenschappen van effectief leiderschap (Stephen Covey) 79
  80. 80 36. Wat is de eerste eigenschap van effectief leiderschap volgens Covey? Antwoord: Proactief zijn. 79
  81. 81 37. Wat betekent 'einddoel voor ogen houden'? Antwoord: Werken met een duidelijk beeld van wat je wilt bereiken. 79
  82. 82 38. Wat houdt 'prioriteiten stellen' in volgens Covey? Antwoord: Focus op wat belangrijk is, niet alleen op wat urgent lijkt. 79
  83. 83 39. Hoe definieert Covey 'win-win-denken'? Antwoord: Het zoeken naar oplossingen die voor alle betrokkenen voordelen opleveren. 79
  84. 84 40. Wat is 'synergie' volgens Covey? Antwoord: Het creëren van resultaten die groter zijn dan de som van individuele bijdragen. 79
    1. Strategieformulering (vervolg) 79
  85. 85 41. Wat is een kerncompetentie van een organisatie? Antwoord: Een unieke eigenschap of vaardigheid die een organisatie onderscheidt van de concurrentie. 79
  86. 86 42. Hoe kan benchmarking bijdragen aan strategieformulering? Antwoord: Door de prestaties en processen van de organisatie te vergelijken met die van concurrenten en best practices. 79
  87. 87 43. Wat is het verschil tussen een offensieve en een defensieve strategie? Antwoord: Een offensieve strategie richt zich op groei en uitbreiding, terwijl een defensieve strategie zich richt op het beschermen van bestaande posities. 79
  88. 88 44. Wat betekent 'strategische fit'? Antwoord: Het op elkaar afstemmen van interne sterke punten en externe kansen om een concurrentievoordeel te behalen. 79
  89. 89 45. Wat is het belang van externe analyse in strategieformulering? Antwoord: Het helpt bij het identificeren van kansen en bedreigingen in de omgeving van de organisatie. 79
    1. Leiding geven en ontwikkelen (vervolg) 79
  90. 90 46. Wat is het verschil tussen taakgericht en mensgericht leiderschap? Antwoord: Taakgericht leiderschap focust op het behalen van doelen, terwijl mensgericht leiderschap zich richt op het welzijn en de motivatie van medewerkers. 79
  91. 91 47. Hoe beïnvloedt situationeel leiderschap de effectiviteit van een manager? Antwoord: Het stelt de manager in staat om de leiderschapsstijl aan te passen aan de behoeften van medewerkers en de situatie. 80
  92. 92 48. Waarom is feedback geven een belangrijk onderdeel van leiderschap? Antwoord: Het helpt medewerkers te groeien, prestaties te verbeteren en verwachtingen te verduidelijken. 80
  93. 93 49. Wat wordt bedoeld met 'authentiek leiderschap'? Antwoord: Een leiderschapsstijl waarbij de leider handelt vanuit eigen waarden, eerlijk is en vertrouwen opbouwt. 80
  94. 94 50. Noem twee manieren waarop leiders innovatie in een team kunnen bevorderen. Antwoord: Door een veilige werkomgeving te creëren en ideeën van medewerkers aan te moedigen. 80
    1. Arbeidsverdeling (vervolg) 80
  95. 95 51. Wat is een functieomschrijving? Antwoord: Een document dat de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van een functie beschrijft. 80
  96. 96 52. Waarom is coördinatie belangrijk bij arbeidsverdeling? Antwoord: Om ervoor te zorgen dat taken en activiteiten goed op elkaar zijn afgestemd en efficiënt worden uitgevoerd. 80
  97. 97 53. Wat wordt bedoeld met taakroulatie? Antwoord: Het regelmatig wisselen van taken tussen medewerkers om variatie en flexibiliteit te bevorderen. 80
  98. 98 54. Hoe kan een organisatie balans vinden tussen specialisatie en generalisatie? Antwoord: Door medewerkers zowel specifieke vaardigheden als brede kennis te laten ontwikkelen. 80
  99. 99 55. Wat is een nadeel van te weinig arbeidsverdeling? Antwoord: Overbelasting van medewerkers en onduidelijke verantwoordelijkheden. 80
    1. Organisatiestructuur (vervolg) 80
  100. 100 56. Wat zijn de kenmerken van een projectorganisatie? Antwoord: Tijdelijke teams, focus op specifieke doelen en een flexibele structuur. 80
  101. 101 57. Hoe verschilt een netwerkorganisatie van een traditionele organisatie? Antwoord: Een netwerkorganisatie werkt samen met externe partijen en is flexibel en minder hiërarchisch. 80
  102. 102 58. Wat betekent 'organisatie-inrichting'? Antwoord: Het proces van het bepalen van de structuur, processen en systemen binnen een organisatie. 80
  103. 103 59. Wat is het verband tussen organisatiestructuur en besluitvorming? Antwoord: In een gecentraliseerde structuur ligt de besluitvorming bij de top, terwijl in een gedecentraliseerde structuur beslissingen worden gedelegeerd. 80
  104. 104 60. Noem een nadeel van een te complexe organisatiestructuur. Antwoord: Vertraging in communicatie en besluitvorming. 80
    1. 7S-model van McKinsey (vervolg) 80
  105. 105 61. Wat is de relatie tussen 'style' en 'shared values' in het 7S-model? Antwoord: De leiderschapsstijl ('style') moet de kernwaarden ('shared values') ondersteunen om consistentie binnen de organisatie te waarborgen. 80
  106. 106 62. Hoe kunnen organisaties het 7S-model gebruiken bij een reorganisatie? Antwoord: Door te analyseren hoe veranderingen in één element de andere elementen beïnvloeden. 80
  107. 107 63. Wat is het belang van 'skills' in het 7S-model? Antwoord: 'Skills' verwijst naar de kerncompetenties van medewerkers die bijdragen aan de doelen van de organisatie. 80
  108. 108 64. Hoe kan het 7S-model helpen bij strategische veranderingen? Antwoord: Door te zorgen voor afstemming tussen strategie, structuur en cultuur tijdens het veranderproces. 80
  109. 109 65. Wat is een zwakte van het 7S-model? Antwoord: Het houdt onvoldoende rekening met externe factoren zoals marktontwikkelingen en concurrentie. 80
    1. Cultuurtypes (vervolg) 81
  110. 110 66. Hoe kan een sterke organisatiecultuur bijdragen aan succes? Antwoord: Het zorgt voor duidelijke waarden, betrokkenheid en consistent gedrag binnen de organisatie. 81
  111. 111 67. Wat is een zwakte van een hiërarchiecultuur? Antwoord: Het kan innovatie en flexibiliteit belemmeren door de focus op regels en procedures. 81
  112. 112 68. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van een marktcultuur? Antwoord: Competitiegericht, focus op resultaten en winstgevendheid. 81
  113. 113 69. Hoe beïnvloedt nationale cultuur de organisatiecultuur? Antwoord: Nationale cultuur bepaalt vaak de waarden en normen die de organisatiecultuur beïnvloeden. 81
  114. 114 70. Wat is een 'toxische organisatiecultuur'? Antwoord: Een cultuur waarin negatief gedrag zoals wantrouwen, slechte communicatie en gebrek aan respect overheersen. 81
    1. Mintzberg (vervolg) 81
  115. 115 71. Welke rol speelt de middenlinie in Mintzbergs organisatietypologie? Antwoord: Het verbinden van de strategische top met de operationele kern. 81
  116. 116 72. Wat zijn de voordelen van een simpele structuur volgens Mintzberg? Antwoord: Snelheid, flexibiliteit en directe communicatie. 81
  117. 117 73. Hoe verschilt een professionele bureaucratie van een machinebureaucratie? Antwoord: Een professionele bureaucratie vertrouwt op de expertise van medewerkers, terwijl een machinebureaucratie vertrouwt op standaardisatie van processen. 81
  118. 118 74. Wat is een nadeel van een divisiestructuur volgens Mintzberg? Antwoord: Het kan leiden tot een gebrek aan synergie tussen divisies. 81
  119. 119 75. Hoe past Mintzbergs typologie in een snel veranderende omgeving? Antwoord: De adhocratie is het meest geschikt vanwege de focus op innovatie en flexibiliteit. 81
    1. De 7 eigenschappen van effectief leiderschap (vervolg) 81
  120. 120 76. Wat betekent 'proactief zijn' in de context van leiderschap? Antwoord: Zelf initiatief nemen en verantwoordelijkheid dragen voor je acties. 81
  121. 121 77. Hoe helpt ‘einddoel voor ogen houden’ bij prioriteiten stellen? Antwoord: Het geeft richting en zorgt ervoor dat je je focus behoudt op lange termijn doelen. 81
  122. 122 78. Waarom is luisteren belangrijk in de eigenschap ‘eerst begrijpen, dan begrepen worden’? Antwoord: Het bevordert empathie en versterkt de communicatie. 81
  123. 123 79. Hoe kun je synergie bereiken in een team? Antwoord: Door verschillen te waarderen, samen te werken en ieders sterke punten te benutten. 81
  124. 124 80. Wat is de zevende eigenschap van effectief leiderschap? Antwoord: 'Houd de zaag scherp' – voortdurende zelfverbetering op fysiek, mentaal, emotioneel en spiritueel gebied. 81
    1. Overkoepelende vragen (extra verdieping) 81
  125. 125 81. Hoe kun je elementen van het 7S-model combineren met Mintzbergs typologie? Antwoord: Door de structuur (structure) te koppelen aan Mintzbergs organisatievormen en de stijl (style) aan leiderschap binnen die vormen. 81
  126. 126 82. Wat is het verband tussen cultuurtypes en strategieformulering? Antwoord: Een organisatiecultuur moet aansluiten bij de gekozen strategie om succes te behalen. 81
  127. 127 83. Hoe beïnvloeden leiderschap en arbeidsverdeling elkaar? Antwoord: Een leider bepaalt hoe taken worden verdeeld en bewaakt de samenwerking tussen teams. 81
  128. 128 84. Welke rol speelt de omgeving in het kiezen van een organisatiestructuur? Antwoord: Een stabiele omgeving vraagt om een hiërarchische structuur, terwijl een dynamische omgeving meer flexibiliteit vereist. 81
  129. 129 85. Waarom zijn de zeven eigenschappen van effectief leiderschap relevant in elke organisatie? Antwoord: Ze vormen een universeel kader om leiderschap te verbeteren en doelen te bereiken. 81
  130. 130 Examenhack tips & tricks NCOI 82
    1. Algemeen overzicht: Wat is belangrijk en wat minder? 82
    2. Tips voor het lezen van het boek (ken modellen, theorieen, culturen, structuren, stijlen!!!) 82
    3. Belangrijke hoofdstukken in het boek 82
    4. Belangrijke strategieën, modellen en theorieën 82
    5. Strategieën voor het leren van deze onderwerpen 83
    6. Wat mag je absoluut niet vergeten? BELANGRIJK!! 83
    7. Examenspecifieke tips BELANGRIJK!! 83
  131. 131 15 leerdoelen NCOI 83
  132. 132 40 belangrijkste kernbegrippen voor tentamen 84
    1. Strategisch Management 84
    2. Organisatiestructuur 84
    3. Proces- en verandermanagement 85
    4. HRM en motivatie SUPER BEL!!! 85
    5. Financieel en operationeel management 85
  133. 133 30 veel voorkomende meerkeuze vragen ZONDER antwoorden 86

Gekoppeld boek
 image
Jan Eppink, Gert-Jan Melker Bouwstenen van management en organisatie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789055163410 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Dit is een tentamenuittreksel: alleen de belangrijkste hoofdstukken voor het tentamen zijn behandeld
Geüpload op
31 december 2024
Aantal pagina's
89
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€11,50
Gekocht door 11 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
7970
Volgers
2695
Items
2773
Laatst verkocht
2 uur geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers

1 jaar geleden

Dank je wel voor jouw review, wordt gewaardeerd! Groet Daan en Sven

1 jaar geleden

Ik denk dat ik hier heel veel aan ga hebben voor het examen! Dank je wel

Fijn om te horen. Veel succes en hartelijk dank! Groet Daan en Sven

1 jaar geleden

Hartelijk bedankt! Groet scriptiebibliotheek




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen