Hoofdstuk 1............................................................................................................................................3
De fundamentele rechten in relatie tot democratie en sociaal werk in historisch perspectief
plaatsen + verschil tussen klassieke en sociale grondrechten............................................................3
Publiekrecht en privaatrecht (rechtstelsel)....................................................................................7
Hoofdstuk 2............................................................................................................................................9
Het begrip democratie, de beginselen van de rechtstaat en de totstandkoming van de wetgeving. .9
Democratie.....................................................................................................................................9
Totstandkoming van wetgeving....................................................................................................10
Hoofdstuk 3..........................................................................................................................................13
De maatschappelijke ontwikkelingen in het sociale domein van de afgelopen 100 jaar uitleggen
aan de hand van begrippen verzorgingsstaat en participatiestaat...................................................13
......................................................................................................................................................13
Ontstaan -> tijdlijn........................................................................................................................13
Verzorgingsstaat...........................................................................................................................14
Sociale domein en beleid..............................................................................................................15
Participatiestaat............................................................................................................................16
Hoofdstuk 4..........................................................................................................................................17
Uitleggen wat decentralisatie van overheidstaken betekent voor de gemeente, cliënt en
hulpverlener.....................................................................................................................................17
Decentralisatie..............................................................................................................................17
Hoofdstuk 5..........................................................................................................................................18
Driedeling van de sociale zekerheid beschrijven en toelichten aan de hand van de belangrijkste
wetten in het sociale domein...........................................................................................................18
De driedeling................................................................................................................................20
Wetten sociale domein.................................................................................................................22
Hoofdstuk 6..........................................................................................................................................24
Toelichten van recht, het rechtstelsel en rechtsbronnen.................................................................24
Het recht.......................................................................................................................................24
Rechtsbronnen.............................................................................................................................24
Aard van regels.............................................................................................................................24
Het verschil...................................................................................................................................25
Procesrecht...................................................................................................................................26
Hoofdstuk 7..........................................................................................................................................29
Welke stappen kan een sociaal werker inzetten om de politiek te beïnvloeden..............................29
Participatie....................................................................................................................................29
1
,Sociale bewegingen en pressiegroepen........................................................................................30
Overig...........................................................................................................................................30
2
,Hoofdstuk 1
De fundamentele rechten in relatie tot democratie en sociaal werk in historisch
perspectief plaatsen + verschil tussen klassieke en sociale grondrechten.
Mensen rechten
Drie kenmerken van mensenrechten:
Universeel: de rechten zijn overal en altijd geldig
Onvervreemdbaar: je kunt deze rechten niet verliezen
Ondeelbaar: niemand kan een recht afnemen omdat het minder belangrijk is
Mensenrechten beschermen individuen en groepen tegen onrecht en machtsmisbruik.
Mensenrechten zijn juridisch vastgelegd in internationale en regionale verdragen en
nationale wetgeving. Op de grond van deze wetten en verdragen heeft de overheid de
verplichting om mensenrechten te respecteren, beschermen en bevorderen.
Magna Carta: wordt gezien als het eerste mensenrecht document. Er werden voor het
eerst rechten geformuleerd, die later mensenrechten benoemd werden.
Ontwikkelingen van de Magna Carta:
De Magna Carta kende het recht om eigen bezittingen te hebben toe aan de
burger.
Recht om beschermd te worden tegen excessieve boetes
Recht voor gelijkheid.
Deze rechten moesten tegenwicht bieden aan de grotere macht.
Verder ontstonden de mensenrechten door het volgende:
- In de middeleeuwen; waarden kunnen uit nature bestaan, waarden die voor iedereen
gelden. (universele en onvervreemdbare waarden)
- Renaissance; individu kreeg steeds meer een centrale plaats. De gemeenschap verloor
zijn dominantie. Basisbeginselen voor het sterker wordende individu: recht op leven,
vrijheid, veiligheid en het recht op vrije meningsuiting.
- Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring; Thomas Jefferson in 1776, eenieder gelijk
voor de wet.
- Franse revolutie; het op schrift stellen van fundamentele rechten (vrijheid en gelijkheid
in rechte geboren).
The three baskets: de drie generaties mensen rechten:
1. Generatie 1. Politieke rechten worden gezien als mensenrechten die voortkomen
uit democratische traditie van burgers die beschermd willen worden. (Vrijheid van
vergadering, vrijheid van meningsuiting, recht op leven en recht op
godsdienstvrijheid).
2. Generatie 2. De sociale, economische en culturele rechten kwamen na de
industrialisatie. Beschermen alleen was niet meer genoeg, er werd een actieve
inbreng van de Staten verwacht. Gelijkheidsideaal. In deze generatie kwam in
1948 de Universele verklaring van de rechten van de mens tot stand.
3. De nieuwste generatie mensenrechten is gebaseerd op geloof, etniciteit, geslacht
of de noodzaak tot bijzondere bescherming (collectieve rechten). Vb. recht op
zelfbeschikking en het recht op een eerlijke welvaartsverdeling.
3
, Morele rechten: helpen ons definieren welke rechten en verplichtingen we naar anderen
hebben in meer brede zin. Mensenrechten behoren tot morele rechten.
Relevante verdragen waar Nederland partij van is:
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR)
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR)
Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK)
Internationaal Verdrag inzake de rechten van personen met een beperking
(IVRPB)
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden (EVRM)
Europees Sociaal Handvest (ESC)
Mensenrechten in tabel:
Recht op informatie; Recht op vrijheid en veiligheid;
Iedereen heeft recht om informatie te Niemand willekeurig mag van zijn vrijheid
zoeken, te ontvangen of over te dragen. worden beroofd, alleen via wettelijke
voorgeschreven procedure.
- Informatie van de overheid
- Informatie over publieke diensten
- Toegang tot persoonlijke gegevens
De taal moet begrijpelijk zijn voor
iedereen.
Recht op privacy en Recht op lichamelijke integriteit;
databescherming;
Onaantastbaarheid van het menselijke
Het recht om beschermd te worden tegen lichaam. Iedereen heeft zeggenschap over
willekeurige of onwettige inbreuk op de wat er met zijn lichaam gebeurt.
persoonlijke leefsfeer.
Dit recht is onderdeel van het verbod van
- Bescherming persoonsgegevens foltering van onmenselijke of
- Respect voor privéleven, familie- en vernederende behandelingen of
gezinsleven en woning bestraffingen.
- Vertrouwelijke communicatie via brief,
telefoon of e-mail.
Recht op gezondheid; Recht op sociale voorzieningen;
Het recht om gebruik te kunnen maken Recht op sociale zekerheid voor mensen
van goederen en diensten die nodig zijn die (tijdelijk) niet kunnen werken
voor een goede gezondheid vanwege ziekte, handicap, zwangerschap,
werkeloosheid of ouderdom.
Deze diensten moeten:
- In voldoende mate beschikbaar zijn
- Toegankelijk zijn voor iedereen
- Aanvaardbaar zijn
- Van goede kwaliteit zijn
Recht op een behoorlijke Recht op arbeid;
levensstandaard;
Recht op de mogelijkheid om in zijn
Iedereen heeft recht op toereikende onderhoud te voorzien door middel van
huisvestiging, voeding en kleding. vrij gekozen werk.
Recht op huisvestiging: Moet beschikbaar, toegankelijk en veilig
4