Functies van het recht:
Normatieve
Geschil oplossende
Additionele
Instrumentele
Rechtsbronnen:
Wetboek
Verdragen
Jurisprudentie
Gewoonten
HC2:
Soorten recht:
Privaatrecht:
o Vermogensrecht
o Burgerlijk procesrecht
o Ondernemingsrecht
Publiekrecht:
o Straf(proces)recht
o Bestuurs(proces)recht
o Staatsrecht
Kenmerken van een staat:
Aanwezigheid van volksgemeenschap
Afgegrensd grondgebied
Eén orgaan hoogste macht: staatsapparaat
Scheiding van machten:
Wetgevende macht
Uitvoerende macht (bestuurlijke)
Rechterlijke macht
Deze machten zijn over verschillende overheidsniveaus verdeeld door middel van:
Territoriale spreiding: spreiding op basis van gebied
Functionele spreiding: spreiding op basis van functie
Attributie: rechtstreekse toekenning wetgevende bevoegdheid aan staatsorgaan
Delegatie: overdracht bevoegdheid voor rekening en risico van orgaan dat bevoegdheid verkrijgt,
daarbij geldt, eens gegeven blijft gegeven.
Mandaat: afgeleide bevoegdheid, hogere is verantwoordelijk (mandaat toelichting HNR, p. 384)
Samenvatting van Elmar Nijkamp
, De Staten-Generaal (Eerste- en Tweede kamer) hebben de volgende rechten om controlerend op te
treden ten opzichte van het kabinet en de ministers:
Vragenrecht: recht om vragen te sturen naar ministers, die daarop beantwoorden.
Recht van interpellatie (moties/68 gw): mogelijkheid tot oproepen minister, om in discussie
te gaan over een bepaald onderwerp.
Enquêterecht (70 gw): opzetten van een onderzoekscommissie, een rapport is hier de
uitkomst van.
Budgetrecht (105 gw): recht om wijzigingen in de rijksbegroting goed of af te keuren.
AMvB: maatregel die tot stand komt zonder betrokkenheid van het parlement is binnen de grenzen
van de wet.
Wet in formele zin (81-87 gw):
Provincie-organen:
Provinciale staten (PS): hoofd van de provincie, wordt gekozen door de inwoners ervan, kan
verordeningen opstellen (wetgevend).
Gedeputeerde staten (GS): dagelijks bestuur, gekozen door de PS, tegenhanger van de PS en
wordt door hen gecontroleerd.
Commissaris van de koning (CvK): voorzitter/raadgever van de PS, voorzitter en lid van de GS
en is benoemd voor 6 jaar.
Gemeente-organen:
Gemeenteraad (net als PS): gekozen en wetgever (verordeningen)
College van Burgemeesters en Wethouders (B&W): dagelijks bestuur
Burgemeester (net als CvK): aangesteld door regering voor 6 jaar
Rechterlijke macht (112 gw/116 lid 2): rechtspraak in zaken van:
Burgerlijk recht
Strafrecht
Bestuursrecht
Door middel van (wet RO):
Rechtbanken: eerste behandeling zaak, uitspraak over concrete feiten en toepassing recht.
Gerechtshoven: zaken in hoger beroep, uitspraak over concrete feiten en toepassing recht.
Hoge Raad: zaken in cassatie, alleen uitspraak over toepassing recht.
Absolute bevoegdheid: welk gerecht (strafrecht, civiel recht….)
Relatieve bevoegdheid: waar procedure starten, uitgangspunt is woonplaats van gedaagde (93
WBRv)
Samenvatting van Elmar Nijkamp