Analyze > descriptive > frequency
- Te analyseren variabele ingeven
- Indien niet nodig frequentie tabel aan of uit zetten
- Statistics
o Centrale maten
▪ Gemiddelde (mean)
▪ Mediaan
▪ Mode
▪ Sum
o Verdeling
▪ Skewness
▪ Kurtosis
o Dispersion
▪ Standaard deviatie
▪ Variantie
▪ Bereik
▪ Max
▪ Min
▪ SE Mean
o Percentiele waarden
▪ Kwartielen
▪ Cummulatieve frequenties
Statistische parameter:
- Meest gepaste spreiding en centrum maten
- Nominaal → enkel spreidingsmaat modus berekenen en geen centrum maten
- Ordinaal → modus en centrummaat mediaan, spreidingsmaat Q1, Q2, Q3
- Ratio/interval → centrum gemiddelde, spreiding standaard afwijking
Variabele interpreteren:
- Maten van vorm (mag pas vanaf interval schaal)
o G1 scheefheid
o G2 curtosis
o Anders geen spraken van maten van vorm
Grafiek maken:
- Histogram vanaf interval niveau
- Staaf mag altijd al vanaf nominaal
- Staafgrafiek
o Syntax > graphs > (legacy dialog) > grafiek soort aanduiden
o Sum group of cases en sum separate variables → niet duidelijk wanneer te gebruiken
dus beide proberen
o Variabele invoegen categorie axis > bovenaan manier van weergeven aanduiden >
paste
- Histogram
o Syntax > graphs > (legacy dialog) > grafiek soort aanduiden
o Variabele ingeven bij variable > paste
o Selecteren > play
- Onafhankelijke variabele altijd op de X-as
- Boxplot
o Niet bij nominale
Variabele maken:
- Transform > compute variable
- Naam aan variabele geven en aan geven wat je wilt > paste
1
, - Selecteren > play
- Dataview
Gemiddelde nemen van variabele:
- Analyse > descrip > descript > variabele ingeven > paste > selecteren > play
Of
- Analyse > descript > freque > reset > juiste variabele kiezen > statistics > mean > continue >
paste
Select cases
- Data > select cases
- Variabele invoegen en voorwaarden toevoegen
- 1 groep kiezen? Dan = waarde gelinkt aan die groep
- > paste > selecteer > play
- & → en, | → of
- Data opvragen?
o Analyze > descript > descript > variabele kiezen > paste > selecteer > play > aflezen
- !!!! select cases altijd afzetten
o Data > select cases > all cases > paste > selecteer > play
➔ Zo kan je van een specifieke groep bepaalde percentages aflezen
Scheefheid:
- Analyze > desprict > frequency > gewenste variabele aanduiden > stat
- Skewness en kurtosis aanuiden > conti > paste > selecteer > play
- G1: skewness
o = 0 → symmetrisch
o > 0 → rechtsscheef
o < → linksscheef
- G2: kurtosis
o = 0 → mesokurtorisch
o > 0 → lepokurtorisch
o < 0 → platykurtisch
ONE SAMPLE T-TEST
Analyze – Compare means – One sample t-test
μ (van HA) invullen bij testvalue.
Voorwaarden: N ≥ 30 of normaal verdeeld
Hypothese
• H0: mhu = 0
• HA: Éénzijdig of tweezijdig? zie hypothes: >/< of ≠
Belangrijk om juiste sig-waarde af te lezen in de output!
Wanneer éénzijdige hypothese: contradictorische score?
Als je gemiddelden tegengesteld zijn aan wat je verwacht (hypothesen) moet je: 1 – p-waarde doen.
(bv. Je verwacht dat mhu > 24 en komt een mhu uit van 20)
Conclusie: t(df)= …, p= ….
Opmerking: wanneer p-waarde = 1 → APA: p > alfa
2
- Te analyseren variabele ingeven
- Indien niet nodig frequentie tabel aan of uit zetten
- Statistics
o Centrale maten
▪ Gemiddelde (mean)
▪ Mediaan
▪ Mode
▪ Sum
o Verdeling
▪ Skewness
▪ Kurtosis
o Dispersion
▪ Standaard deviatie
▪ Variantie
▪ Bereik
▪ Max
▪ Min
▪ SE Mean
o Percentiele waarden
▪ Kwartielen
▪ Cummulatieve frequenties
Statistische parameter:
- Meest gepaste spreiding en centrum maten
- Nominaal → enkel spreidingsmaat modus berekenen en geen centrum maten
- Ordinaal → modus en centrummaat mediaan, spreidingsmaat Q1, Q2, Q3
- Ratio/interval → centrum gemiddelde, spreiding standaard afwijking
Variabele interpreteren:
- Maten van vorm (mag pas vanaf interval schaal)
o G1 scheefheid
o G2 curtosis
o Anders geen spraken van maten van vorm
Grafiek maken:
- Histogram vanaf interval niveau
- Staaf mag altijd al vanaf nominaal
- Staafgrafiek
o Syntax > graphs > (legacy dialog) > grafiek soort aanduiden
o Sum group of cases en sum separate variables → niet duidelijk wanneer te gebruiken
dus beide proberen
o Variabele invoegen categorie axis > bovenaan manier van weergeven aanduiden >
paste
- Histogram
o Syntax > graphs > (legacy dialog) > grafiek soort aanduiden
o Variabele ingeven bij variable > paste
o Selecteren > play
- Onafhankelijke variabele altijd op de X-as
- Boxplot
o Niet bij nominale
Variabele maken:
- Transform > compute variable
- Naam aan variabele geven en aan geven wat je wilt > paste
1
, - Selecteren > play
- Dataview
Gemiddelde nemen van variabele:
- Analyse > descrip > descript > variabele ingeven > paste > selecteren > play
Of
- Analyse > descript > freque > reset > juiste variabele kiezen > statistics > mean > continue >
paste
Select cases
- Data > select cases
- Variabele invoegen en voorwaarden toevoegen
- 1 groep kiezen? Dan = waarde gelinkt aan die groep
- > paste > selecteer > play
- & → en, | → of
- Data opvragen?
o Analyze > descript > descript > variabele kiezen > paste > selecteer > play > aflezen
- !!!! select cases altijd afzetten
o Data > select cases > all cases > paste > selecteer > play
➔ Zo kan je van een specifieke groep bepaalde percentages aflezen
Scheefheid:
- Analyze > desprict > frequency > gewenste variabele aanduiden > stat
- Skewness en kurtosis aanuiden > conti > paste > selecteer > play
- G1: skewness
o = 0 → symmetrisch
o > 0 → rechtsscheef
o < → linksscheef
- G2: kurtosis
o = 0 → mesokurtorisch
o > 0 → lepokurtorisch
o < 0 → platykurtisch
ONE SAMPLE T-TEST
Analyze – Compare means – One sample t-test
μ (van HA) invullen bij testvalue.
Voorwaarden: N ≥ 30 of normaal verdeeld
Hypothese
• H0: mhu = 0
• HA: Éénzijdig of tweezijdig? zie hypothes: >/< of ≠
Belangrijk om juiste sig-waarde af te lezen in de output!
Wanneer éénzijdige hypothese: contradictorische score?
Als je gemiddelden tegengesteld zijn aan wat je verwacht (hypothesen) moet je: 1 – p-waarde doen.
(bv. Je verwacht dat mhu > 24 en komt een mhu uit van 20)
Conclusie: t(df)= …, p= ….
Opmerking: wanneer p-waarde = 1 → APA: p > alfa
2