Belang van politiek
Voorbeeld: Invoeren van autogordel
Liberalen: Willen zo weinig mogelijk overheidsinvloed/inspraak.
Socialisten: Willen veel overheidsinvloed/inspraak.
Politiek heeft impact
- Beperkte maakbaarheid (= de mate waarin iets gerealiseerd kan worden) van de
samenleving: economie, mentaliteit …
- Nationale politiek verliest zijn greep
Comparatieve Politics
= Het vergelijken van het ene land met een ander land.
→ Is een sub discipline in de politieke wetenschappen.
Polarisatie
= Het is een proces waarbij de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving sterker
worden, waardoor groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan.
Voorbeeld: België veel minder polarisatie omdat wij 7 partijen hebben dan in vergelijking met
VSA, daar is meer polarisatie aangezien daar maar 2 partijen zijn
Hoofdstuk 1: Politiek en Politieke wetenschap
1. Politiek
Sturen van de samenleving
- Afspraken als mensen iets samen willen doen.
voorbeeld: Samen met de fietsclub beslissen naar waar je toe gaat fietsen.
- Grotere groep = meer afspraken = formeel
- ‘Politika’ = alles wat met de staat (polis) te maken heeft
Definitie
= Politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
→ Die definitie moet ons ook in staat stellen om variaties te zien, om soorten en vormen van
politiek van elkaar te onderscheiden. Politiek is overal.
1
, 2. Variaties in politiek
2.1 Politiek en territorium (territorium)
Territorium
In België: een territorium gebonden politiek
Voorbeeld: Katholieke kerk: is een groot geheel van regels maar het is niet aan een territorium
gebonden.
Met territorium: Eruit stappen? Verhuizen (moeilijk uitstappen)
Staat
= Is een bepaald samenlevingsverband waar geen macht boven gaat en daar zijn we soeverein
aan.
Decentralisatie en internationalisering: niet alle staten hebben een grondgebied
voorbeeld: Pakistan
2.1 De verschuivende culturele grenzen van de politiek (cultureel)
Reikwijdte van politiek
Verschillende opvattingen over mate waarin regels mogen ingrijpen.
Evolutie in politieke cultuur
Verschuivende opvattingen (in vergelijking met vroeger vb. nachtwakersstaat):
→ de staat doet nu veel meer dan vroeger
- Steeds meer vragen om domeinen ‘politiek’ te regelen
voorbeeld: milieu en klimaat
- Enorme stijging van politieke ingrijpen
voorbeeld: homohuwelijk en adoptie
- Politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven (de overheid
gaat op vraag van de samenleving reguleren)
voorbeeld: niet meer roken in restaurants, cafés …
We kijken relatief snel naar de overheid om onze problemen op te lossen en de
vraag is of we dat budget daarvoor hebben.
Door onze hoge belastingen is er minder ongelijkheid in vergelijking met
andere Europese landen. De overheid heeft een grote invloed in België in
vergelijking met andere Europese landen.
2
, 2.2 De vormen en structuren van de politiek
Vormen
Welke vorm neemt de sturing van de samenleving aan?
Democratische en autoritaire regimes (classificaties)
Democratie
Macht is tijdelijk en gespreid. Er zijn fundamentele rechten en vertegenwoordigers worden
verkozen door de burgers.
Unitaire en federale staten (classificaties)
Unitaire staat
Bestuur komt vanuit één punt. De macht ligt bij de centrale overheid.
Federale staat
Bestuur komt vanuit meerdere punten. De macht is verdeeld.
Variaties in instellingen en procedures
Voorbeeld: verkiezingen, partijen, grondwet …
3. Politieke wetenschap
Wat doet een politicoloog?
Doel: Regelmaat ontdekken in fenomenen en complexe fenomenen vereenvoudigen.
- Sociale werkelijkheid
Is complex (proberen de werkelijkheid te formaliseren in variabelen).
- Structuren
Posities en rollen van mensen bepalen hun gedrag (niet alleen persoonlijkheden).
Patronen herkennen? Door te vergelijken (2 manieren)
- Grote N: veel waarnemingen
- Kleine n: goed gekozen waarnemingen
Politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en instellingen beschrijven,
begrijpen en verklaren en niet beoordelen (afstandelijk naar politiek te kijken).
3
,Veel groepen praten over de politiek (burgers, journalisten, kunstenaars …). Politieke
wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en fenomenen verklaren, begrijpen en
beschrijven (net zoals journalisten), MAAR niet beoordelen. Daarom hebben ze eigen regels.
Intellectuele distantie
Doel is niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet en om zelf deel te nemen MAAR
neutraliteit bestaat niet (we hebben allemaal voorkeuren, belangen, interesses …).
Politieke wetenschappers moeten afstandelijk en neutraal zijn.
→ Essentie van sociale wetenschappen, mensen worden bepaald door hun omgeving.
Keuze van onderwerpen: Neutraal blijven en open verslag doen van je bevindingen en het
moet transparant zijn (wetenschapper), zodat het kan gebruikt worden door anderen. In
vergelijking met journalisten die verslag doen met hun eigen meningen en opinies.
Wetenschappelijke methode
Veel bewuste en ingezamelde waarnemingen. Fenomenen verklaren (dat uiting is van een
bredere categorie) en vergelijken (bewust gaan zoeken naar gelijkaardige en verschillende
cases)
Systematiek
Wanneer er zich een incident voordoet, kan de politicoloog proberen het te duiden als een
verschijnsel dat deel uitmaakt van een brede categorie, het is een specifiek geval van een
algemeen verschijnsel.
Kwantitatieve en kwalitatieve benaderingen
De methode die je wilt gebruiken hangt af van de vraag die beantwoord moet worden en van
de aard van de verzamelde data.
- Kwalitatief: Bestudeert meer aspecten van elke interventie, en zo verzamel je nog
altijd op een systematische manier een grote hoeveelheid data.
- Kwantitatief: De data die je verzameld hebben dan de vorm van cijfers, die je met
behulp van statistische technieken kunt analyseren.
Openheid
Wetenschappers zijn transparant over hoe het onderzoek gevoerd is, iemand anders kan dat
onderzoek perfect nadoen en hoogstwaarschijnlijk uitkomen op hetzelfde resultaat, zo wordt
er cumulatief gebouwd (controleren en verfijnen). Journalistiek is daar het tegengestelde van.
4
, 4. Instrumenten van (politieke) wetenschap
‘Eigen’ taal van politieke wetenschappen: orde brengen in de chaos of complexiteit
4.1 Concepten
Concepten
= Is een begrip, een algemene categorie, een verschijnsel dat benoemd wordt met de
bedoeling het precies te kunnen afbakenen.
Zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken
→ casuïstiek (= de behandeling van individuele gevallen in een specifiek gebied)
Gender
Gender (= mentaal) vs. geslacht (= biologisch)
Ideaaltype
Essentie: Hoofd en bijzaken van elkaar te kunnen onderscheiden.
4.2 Modellen
Modellen
Bepaalde vereenvoudigde voorstelling van de realiteit, maar geen reproductie daarvan (vb.
wegenkaart). Een model wil dingen benoemen en bespreekbaar maken, en geeft relaties aan
tussen de concepten (variabelen).
Politieke kringloop (D. Easton)
- Eisen: Vragen vanuit individuen of groepen om een politieke oplossing van een
probleem.
- Sluiswachters (gatekeepers): Verschillende mechanismen die de uiting van politieke
eisen enigszins reguleren.
- Steun: Uitingen van vertrouwen in het systeem.
5
, - Terugkoppeling: Eisen en steun worden omgezet in politieke beslissingen in regels
waarmee de samenleving gestuurd wordt.
4.3 Theorieën
Theorie
Beschrijven hoe en waarom politieke verschijnselen met elkaar in verband staan.
→ Kunnen we niet rechtstreeks waarnemen.
Hypothese
Resultaat van waarnemingen en onderzoek:
Interpretaties tussen bepaalde politieke verschijnselen MAAR bepaalde theorieën sturen dan
zo mee de waarnemingen en onderzoeken. Hypothese is daarom een cruciale link tussen
theorie en onderzoek.
Voorbeeld: Waarom heeft Griekenland wantrouwen in hun overheid? Omdat de overheid het
daar niet goed doet.
Hoofdstuk 2: Staat en macht
1. Wat is macht?
Bindende regels
= Eigenheid van de regels van een staat: bindend
→ Je moet die regels volgen ook al ben je er niet mee eens (<-> burgerlijke
ongehoorzaamheid)
Macht
= Er worden regels opgelegd aan de leden over de politieke gemeenschap. Ze oefen macht uit
over hun leden. De enige manier om te ontsnappen is de gemeenschap verlaten.
Democratie
= Bewindvoerders krijgen macht van volk. Als die macht is afgestaan, dan gehoorzamen
(soort van sociaal contract). Je kan alleen orde hebben op een grondgebied, door de macht
afgestaan aan bepaalde vertegenwoordigers die dan de regels opleggen. Als die regels er dan
zijn moeten we dan gehoorzamen aan die regels.
Wat is het verschil tussen gezag en macht?
6
,Macht = Zijn wil op te leggen aan anderen, ook tegen eventuele weerstand.
Gezag = Machtsuitoefening dat aanvaard wordt, die als legitiem wordt gezien, en in de
praktijk ook gevolgd wordt.
7
,Burgerlijke ongehoorzaamheid
Als burgers zich verzetten tegen een aantal regels, omdat ze er niet mee eens zijn. Het begrip
verwijst naar de fundamentele menselijke en morele overwegingen die aan de basis liggen van
het verzet.
Gezag
= Verwijst naar machtsuitoefening die aanvaard wordt, dia als legitiem wordt gezien, en in de
praktijk ook wordt gevolgd.
→ Internalisatie van de regels = Die zijn als een gewoonte opgenomen, we volgen die regels
zonder na te denken.
Voorbeeld: Als je een café binnenwandelt en je rookt dan doe je je sigaret uit voor je het café
binnen wandelt.
Soorten gezag (Weber)
- Traditioneel gezag: traditie en gewoonte
- Charismatisch gezag: persoonlijke eigenschappen van gezagsdrager
- Rationeel – legalistisch gezag: uit respect van de regels
Chronisch verloop in types van gezag:
Moderne samenleving: rationele gezag (we vragen redenen voor het uitoefenen van een
macht) → We zien traditioneel en charisma enkel terug voorkomen in het koningshuis
(monarchie). Variaties binnen een samenleving vertonen dat we historische evoluties
doormaken.
2. Hoe macht meten?
Macht aantonen en bewijzen is moeilijk:
Vermogen
Macht is de mogelijkheid van A om te zorgen dat B een handeling stelt die B anders niet zou
stellen. Dat is niet in overeenstemming met wat A wil, dat zijn onbedoelde effecten.
Voorbeeld: De prof (A) heeft macht over zijn leerlingen (B). De prof heeft macht mijn zijn
examen naar de studenten toe. Waardoor de leerlingen hun handelingen beïnvloed worden
door de macht van de prof. De macht vanuit de leerlingen is de evaluatie over de prof, de prof
gaat zijn handelingen ook veranderen op basis van die macht.
Drang
Macht zit in een machtsstrijd tussen actoren. De vrijheid of keuzemogelijkheden van actoren
worden beperkt door de macht van andere actoren.
Voorbeeld: Niemand zou vrijwillig belastingen willen betalen als er niet de macht van de staat
was, die ons desnoods kunnen dwingen op belastingen te betalen.
8
,Onzichtbare macht
Veel machtsuitoefening is onzichtbaar.
Voorbeeld: We weten niet wat er in de ministerraad gebeurt, daar hangen geen camera’s.
Diffuse macht
De oorsprong van de machtsuitoefening is vaak niet makkelijk te achterhalen of terug te
brengen tot specifieke actoren. De causaliteit van macht is bijzonder lastig.
Voorbeeld: Politieke agenda – setting
Drie dimensies (gezichten) van macht
1. Beslissen, bevelen en afdwingen
→ Naakte macht: meest zichtbare vorm van macht
voorbeeld: maximumsnelheid
2. Agenda – setting
= De mate waarin iets op de agenda staat. De invloed hebben op de mate waarin er over
thema’s gepraat of niet gepraat wordt.
3. Macht als ideologische hegemonie
= Erin slagen om ervoor te zorgen dat bepaalde dingen vanzelfsprekend zijn en niet in
discussie worden gesteld.
Niet alleen politici mag macht uit oefenen (vb. journalisten)
→ “vierde macht”
Discours: circulaire macht
Anticipatie op machtsuitoefening. Macht circuleert voortdurend in de maatschappij en niet
éénduidig kan worden beschouwd als een bezit van een bepaalde groep machtshebbers.
Machtsstrijd
De machtsstrijd tussen een groot aantal actoren. Macht is bijzonder moeilijk om het bestaan
van al die afzonderlijke vormen van macht aan te tonen en de effecten ervan op een
ondubbelzinnige manier vast te stellen.
Amartya Sen
Macht is één actor isoleren is problematisch. De samenleving heeft macht nodig om orde en
sturing te realiseren. Wanneer we macht problematiseren, dan problematiseren we ook de
ongelijke mate waarin mensen deelnemen aan de macht.
voorbeeld: Partijen in een coalitieregering.
Macht is vaak alleen negatief.
9
, Brede definitie: Ongelijkheid is ook vorm van macht (onderdrukking) waardoor mensen niet
al hun mogelijkheden ontwikkelen.
3. De macht van de staat
Overheid concentreert veel macht (welvaartstaat)
- In de moderne welvaartstaat is de overheid goed voor ongeveer de helft van het bruto
binnenlands product (BBP).
- De politiek is aanwezig in bijna elk aspect van de samenleving.
- De discussie tussen linkse en rechtse partijen. Linkse partijen willen een grote mate
van overheidsinterventie. Rechtse partijen willen het omgekeerd.
Proces van staatsvorming (stappen)
Eerste stap: Concentratie van machtsmiddelen (geld, organisatie, expertise)
<-> concurrenten (adel, kerk …) hebben systematisch machtsmiddelen verloren waardoor de
politieke systemen meer vrij spel hebben gekregen.
Tweede stap: Verwerven van legitimiteit
→ De overheid dient aanvaard te worden als geldige gezaghebber.
Derde stap: De personalisatie van gezag
→ Legitimiteit is niet langer afhankelijk van het charisma of de populariteit van één bepaalde
leider, maar bepaald door het geheel van regels en instellingen.
Vierde stap: Homogenisering
→ Politieke systemen streven naar de regels op eenzelfde manier toe te laten passen op het
gehele grondgebied.
De langzame groei naar een natiestaat
Natiestaat
Is een grote mate van legitimiteit en bijzonder veel machtsmiddelen kan inzetten om zijn
regels na te leven. Er is ook een grote mate van diversiteit. Ze leggen een relatief
gedragspatroon op aan iedereen die ermee te maken krijgt.
→ Bevolking, taal, staat en cultuur vallen samen
Monopolie op legitiem geweld
Staatsmonopolie
= Staat kan geweld gebruiken om regels af te dwingen. Enkel de staat mag geweld gebruiken.
Voorbeeld: Wettelijke zelfverdediging: Stel dat je fiets gestolen wordt, dan mag je de dief niet
van de fiets trekken enkel de politie mag dat.
10