MET EEN BEPERKING
HOOFDSTUK 3: PERSONEN MET EEN FYSIEKE BEPERKING
INLEIDING
- Er bestaat niet zoiets als dé fysieke beperking
- Er zijn veel redenen die ervoor kunnen zorgen dat iemand tijdelijk of permanent problemen heeft
met mobiliteit, houding en beweging
4 BEELDVORMING
Classificeren van mensen obv klinische en medisch beeld of diagnose is altijd relatief en moet kritisch
bekeken worden
- Ongeveer alle personen met een fysieke beperking (disablility): geconfronteerd met gelijkaardige
obstakels in de samenleving
o Bv: attitudes van anderen, vooroordelen, stigma, …
MESO/MACRO
- Vaak beperkte kennis en opleiding avn professionals voor specifieke behoeften en noden
- Veel hindernissen op vlak van fysieke en digitale toegankelijkheid en beschikbaarheid en
betaalbaarheid van hulpmiddelen
- Communicatie, participatie en inspraak in besluitvorming
o Belangrijk voor inclusie
- Zoektocht naar werk, eerlijke verloning
MICRO
- Beperking heeft grote impact op dagelijks leven, toekomstdromen, gezinsplannen en
kinderwensen
4.1 CEREBRALE PARESE (CP)
4.1.1 TERMINOLOGIE
DEFINITIE EN INCIDENTIE
Cerebrale parese = een groep blijvende aandoeningen van de ontwikkeling van houding en beweging die
leidt tot beperking in beweging en mobiliteit
- Meest voorkomende fysieke beperking bij kinderen en jongeren
- Vaak samen met stoornissen in sensomotoriek, van secundaire stoornissen van
bewegingsapparaat, van stoornissen van perceptie, cognitie, communicatie en gedrag, epilepsie
- Oorzaak:
1
, o Niet progressief (verergert niet) letsel van hersenen tijdens de zwangerschap of tijdens of
na de geboorte
- Aangeboren of verworven (meestal aangeboren)
- Ernst:
o Afhankelijk van aard, ernst en locatie van letsel in de hersenen
DIAGNOSESTELLING
- Binnen eerste 2 jaren vastgesteld
- Door kinderneuroloog en revalidatiearts
- Kijken naar uiterlijke kenmerken van kind
o Bv motoriek en spierspanning, voorgeschiedenis en intelligentie (voor eventuele
achterstand)
- Vervolgens echografiescan, CT-scan of MRI-scan van de hersenen
o Echografie (geluidsgolven)
§ Schade aan de hersenen
o Op echo niets zichtbaar:
§ Kan later nog vastgesteld worden
o MRI-scan
§ Vanaf 2 jaar, betrouwbaarste om hersenschade vast te stellen
ETIOLOGIE
- Geen precieze oorzaken van CP
- Voor conceptie (bevruchting van eicel) al mogelijke risicofactoren
- Voorgeschiedenis van miskramen, epilepsie bij de moeder, familiegeschiedenis van CP of andere
genetische predisposities of achtergrondvariabelen (lage socio-economische status,
meerlingszwangerschappen)
Prenatale risicofactoren (tijdens zwangerschap)
- Infecties in baarmoeder (toxoplasmose, rubella, cytomegalievirus, hiv, herpes)
- Ziektes van de moeder
- Bovenmatig alcohol- en/of drugsgebruik door de moeder
- Zwangerschapscompilaties (bloedingen, infecties, ontstekingen en problemen met de placenta)
Perinatale risicofactoren (tijdens geboorte)
- Hersenen beschadigd (zuurstoftekort = asfyxie)
- Vroeggeboorte
- Laattijdige en geïnduceerde bevallingen
- Te laag geboortegewicht
- Traumatische bloedingen (door kunstverlossingen, mechanische belemmeringen)
Postnatale risicofactoren (na geboorte)
- Infecties (meningitis, encefalitis)
- Cerebrovasculaire aandoeningen bij de baby (hersenbloedingen of trombose bij hartoperaties)
- Kernicterus (te veel aan bilirubine in de diepe hersenkern)
- Ongelukken en trauma (shakeninfantsyndroom)
2
,IMPLICATIE VOOR PRAKTIJK: EEN BELADEN START
- Zeer stresserend, langdurige en traumatische periode voor, tijdens of na de geboorte voor ouders
en kind
- Ouderschap onder druk:
o Zorg uit handen moeten geven
o Moeite met ‘vanzelfsprekende’ dingen
§ Bv voeding geven
o Kinderen vaak angstig en nood aan grote emotionele beschikbaarheid van ouders
o Vroege ervaringen hebben impact op hechtingsprocessen
o Rouwproces, schuldgevoelens van ouders
o Gehechtheid en ouderschap onder druk
§ à Verminderde emotionele beschikbaarheid en sensitieve responsiviteit bij
sommige ouders
IMPLICATIE VOOR PRAKTIJK: KOMT DAT ER OOK NOG BIJ?
- Ook kinderen met CP die normale periode doormaakten rond de geboorte, maar die langzaam
motorische moeilijkheden vertoont
o Kind eet moeilijk
o Motorische mijlpalen (rollen, zitten, kruipen) worden niet of veel te laat gehaald
o De tonus (bewegingen) van het kind komen vreemd over
- Gespecialiseerde hulpverlening:
o Motorisch probleem veroorzaakt door hersenschade + nog andere problemen
- Belangrijk om gedoseerd aan ouders mee te delen (draagkracht van ouders)
- Nood aan beeldvorming van kind en gezin en duidelijk perspectief op kortere en langere termijn
4.1.2 CLASSIFICATIE OP BASIS VAN LOKALISATIE, AARD/KWALITEIT VAN BEWEGINGEN
EN GROFMOTOSCH FUNCTIONEREN
- CP omvat een heterogeen klinisch syndroom dat bestaat uit verschillende symptomen
- Onderverdeeld in verschillende types en gradaties van ernst + op meerdere manieren
geclassificeerd:
o Locatie
o Aard/kwaliteit
o Beweging of het niveau van grof motorisch functioneren
- Aard van de motorische problemen hangt samen met de plaats van de problemen in het
cerebrospinaal zenuwstelsel
CLASSIFICATIE OBV LOCATIE/TOPOGRAFIE
Onderscheidt tussen plegie en parese:
- Plegie = volledige verlamming van de spieren
- Parese = gedeeltelijke/onvolledige verlamming of met andere woorden een verzwakking van de
spieren
Topografisch onderscheid tussen monoplegie (monoparese), diplegie (diparese) en quadriplegie
(quadriparese)
3
, Monoplegie:
- 1 ledemaat aangetast
- Bovenste meer dan onderste
Diplegie:
- Beide benen meer aangetast dan bovenste ledematen
Quadriplegie of tetraplegie:
- Aantasting van alle 4 de ledematen
- Armen evenveel of meer aangetast dan benen
- Zeldzame gevallen:
o 1 ledemaat gespaard = triplegie
Hemiplegie of hemiparese (unilateraal):
- 1 zijde van het lichaam is aangetast
- Beide zijden van het lichaam zijn aangetast = bilaterale plegie of bilaterale parese
CLASSIFICATIE OP BASIS VAN AARD/KWALITEIT VAN BEWEGINGEN
SPASTISCHE CP
= overactieve spieren: stijf en strak
- Bijkomstige beperkingen
o Bv verminderde spierlengte en pijn
- Aangespannen spieren blijven gespannen door hersenletsel
- Aangetaste lidmaten
o Vervorming op lange termijn
o Stijf, overprikkelbaar en hypertonisch
- Oorzaak: stoornis in de motorische cortex
- 85-91%
4