Menselijke voortplanting
, Mannelijk voortplantingsorgaan
• De mannelijke geslachtsorganen zijn de teelballen of testes
• Embryonaal ontstaan ze ter hoogte van de nieren uit
hetzelfde weefsel waaruit de vrouwelijke ovaria ontstaan.
Rond het tijdstip van de geboorte dalen ze af in het scrotum.
• Het scrotum is een zakvormig orgaan waar van de holte
oorspronkelijk in open verbinding staat met de buikholte via
het lieskanaal. Na het indalen van de testes worden de
lieskanalen gesloten met behulp van bindweefsel zodanig
dat de holte van het scrotum gescheiden wordt van de
buikholte.
• Bij sommige zoogdieren blijft het lieskanaal open zodanig
dat de testes buiten de voortplantingsperiode terug in de
buikholte kunnen opgenomen worden.
De teelballen (testis) zijn opgebouwd uit talrijke gekronkelde
kanaaltjes, de zaadkanaaltjes. Ze zijn van elkaar gescheiden
door tussenschotten van bindweefsel.
De testes bestaat uit twee functionele componenten:
• de zaadbuisjes waarin de zaadcellen geproduceerd worden
• de Leydigcellen die het mannelijk geslachtshormoon
testosteron produceren.
,• De zaadbuisjes = zaadkanaaltjes bij de mens zijn niet
functioneel bij lichaamstemperatuur. Dit heeft voor
gevolg dat indien de testes niet tijdig indalen dit kan
leiden tot blijvende steriliteit.
• In het scrotum is de temperatuur doorgaans 1,5°C lager
dan in de buikholte. Dit verschil in temperatuur is
voldoende om toe te laten dat het germinaalepitheel op
het ogenblik van de puberteit wel functioneel wordt.
• Tegen de boven- en achterzijde van de teelballen liggen
de bijballen (epididymis). De epididymis is een lang (6
m) zeer sterk gekronkeld buisjes dat als een compacte
massa op het oppervlak van de testis gelegen is. Hierin
rijpen de zaadcellen en worden ze tijdelijk opgeslagen.
• Aan de onderste pool van de testis vertrekken
de zaadleiders (vas deferens) uit de bijballen.
• Voor de zaadleider de urethra bereikt verbreedt deze
zich tot een ampulla en treedt in verbinding met de
afvoergang van de zaadblaasjes.
• Het stuk tussen de ampulla en de urethra
worden ductus ejaculatorius genoemd. De ductus
ejaculatorius is omgeven door een dubbele gladde
spierlaag, die door samentrekken tijdens de ejaculatie
het sperma in de urethra zal uitstorten.
• Tussen twee ejaculaties in worden de zaadcellen
gestapeld in de ampulla. Vooraleer de ductus
ejaculatorius zich uitstort in de urethra trekt hij
doorheen de prostaat en ontvangt hij de afvoergangen
van de klieren van Cowper.
, • De zaadblaasjes, de prostaat en de klieren van Cowper worden samen de accessorische
klieren genoemd.
• De zaadblaasjes bevatten geen zaadcellen maar produceren een groot gedeelte van het
zaadvocht. De rest van het zaadvocht wordt geproduceerd door de prostaat en de klieren van
Cowper. Het mengsel van zaadvocht en spermatozoa wordt semen genoemd.
Het zaadvocht heeft een reeks zeer belangrijke functies
1) het fungeert als transportmiddel voor de zaadcellen
2) het smeert de afvoergangen langs waar de zaadcellen afgevoerd worden
3) het heeft een sterke bufferde werking en beschermt de zaadcellen tegen de zure secreties van
de vrouwelijke genitaliën
4) het is rijk aan suikers (hoofdzakelijk fructose), die als energiebron fungeren voor de zaadcellen.
5) het bevat prostaglandines die de baarmoederspieren doen samentrekken.
Vanaf de prostaatklier sluiten de urinebuis en de zaadleiders op elkaar aan in de penis.