Geluid: fysische eigenschappen
geluid: drukwisselingen uiterst kleine verplaatsingen
luchtdeeltjes (~ 10-11 m bij drempel, 10-5 m bij pijngrens)
snelheid geluid in lucht ~ 343 m/s
o samendrukken: hoge druk
o ontspannen: lage druk
Geluid: frequentie en amplitude
2 eig belangrijk:
Frequentie = toonhoogte, hoge freq = hoge toon, lage freq = lage
toon.
Amplitude : maat verschil in druk. Luidheid. Hoge amplitude
klinken luider dan kleine amplitude = zacht.
Sinusgolf
frequentie: toonhoogte (‘pitch’) Hier voorgesteld, adhv frequentie of amplitude kan je zien of het
amplitude (intensiteit): luidheid hoge, luide, zachte toon is.
Hoogste toon: rechts boven.
Luidheid: 2 bovenste. Even luid. Rechts onder. hoogste
Geluid: fysische eigenschappen
▪ perceptuele grenzen: - frequentie-bereik mens: 20 Hz - 20 kHz Vestibulair systeem =
- intensiteit: fysische maat: verschil tussen samengeperste en ontspannen lucht
bereik van 6 grootteordes (1 miljoen)! (vgl. 1 muis en 5 olifanten) evenwichtsysteem.
▪ infrasound: communicatie dieren, natuurlijke fenomenen, menselijke bron
geen bewuste perceptie, kan wel invloed hebben op vestibulair systeem
▪ ultrasound: communicatie dieren, echolocatie (bepaling locatie objecten dmv geluid) medische toepassingen
(echografie)
Verandering druk tov standaard druk: in
decibel uitgedrukt.
Geluidsdruk verdubbeld, komt dat
overeen met stijging van 6dB = veel!
, ▪ intensiteit kan in decibels (dB) worden uitgedrukt:
- dB SPL (Sound Pressure Level): logaritmische schaal van verandering in druk / ref. druk
- ref. druk = 2 x 10-5 N/m2 (~ gemiddelde menselijke gehoordrempel op 1 kHz, deze is dus 0 dB SPL)
▪ vb.: geluidsdruk x2 ~ + 6 dB (=20log2)
x 10 ~ + 20 dB (=20log10)
x 100 ~ + 40 dB (=20log100)
▪ gehoorschade: niet enkel aantal dB belangrijk, ook duratie van blootstelling aan bepaald geluidsniveau
Duur is ook belangrijk!
Stuk? Voor bep frrequentierange doof
zijn.
▪ perceptuele dimensies:
- toonhoogte (pitch) frequentie van golf
- luidheid (intensiteit) amplitude van golf
- Klankkleur bv/ viool vs gitaar
- lokalisatie
- duratie
▪ perceptie van intensiteit van geluid hangt af van frequentie: isofoonkrommen: verband frequentie en
intensiteit
▪ eenheid luidheid (L) = foon (1 F) Niet even gevoelig voor frequenties. Foonlijnen: alle
▪ bij 1kHz: waargenomen luidheid ~fysisch gemeten geluidsniveau puntjes op die lijn van 40 bv, gaan we als even luid
▪ gehoor gevoeligst rond 4kHz: waarom? => spraak! percipieren. Voor sommige freq weinig gevoelig:
▪ geluid: bestaat zelden uit enkelvoudige periodische geluidsgolven punten die hoger liggen, fysisch meer druk zijn om die
toch als 40dB te gaan precipieren. Moeten intenser
zijn om die aan 40dB waar te nemen. Gevoeligst
onderaan curve, daar fysisch druk minste zijn om aan
bep geluidheid te percipieren. Alles op zelfde lijn is
even luid!!!
▪ meestal spectrum van frequenties en intensiteiten
dit geeft unieke tonale kwaliteiten aan bv. stem of muziekinstrumenten (klankkleur of timbre)
▪ elke golfvorm kan als som van sinussen en cosinussen beschreven worden (Fourier-analyse) cochlea
functioneert als ‘prisma’ en ontbindt de golven in hun samenstellende componenten
▪ 2 manieren om geluid te beschrijven: in “frequentiedomein” en in “tijdsdomein”:
beide domeinen zijn informatief: zowel spectrum als tijd
Op 2 manieren voorstellen.
Door fourier analyse: signaal (golf) kan je ook voorstellen in
frequentiedomein.
Toon die uit meerdere freq bestaat hier ook in grafiekje ergens
weergegeven.
geluid: drukwisselingen uiterst kleine verplaatsingen
luchtdeeltjes (~ 10-11 m bij drempel, 10-5 m bij pijngrens)
snelheid geluid in lucht ~ 343 m/s
o samendrukken: hoge druk
o ontspannen: lage druk
Geluid: frequentie en amplitude
2 eig belangrijk:
Frequentie = toonhoogte, hoge freq = hoge toon, lage freq = lage
toon.
Amplitude : maat verschil in druk. Luidheid. Hoge amplitude
klinken luider dan kleine amplitude = zacht.
Sinusgolf
frequentie: toonhoogte (‘pitch’) Hier voorgesteld, adhv frequentie of amplitude kan je zien of het
amplitude (intensiteit): luidheid hoge, luide, zachte toon is.
Hoogste toon: rechts boven.
Luidheid: 2 bovenste. Even luid. Rechts onder. hoogste
Geluid: fysische eigenschappen
▪ perceptuele grenzen: - frequentie-bereik mens: 20 Hz - 20 kHz Vestibulair systeem =
- intensiteit: fysische maat: verschil tussen samengeperste en ontspannen lucht
bereik van 6 grootteordes (1 miljoen)! (vgl. 1 muis en 5 olifanten) evenwichtsysteem.
▪ infrasound: communicatie dieren, natuurlijke fenomenen, menselijke bron
geen bewuste perceptie, kan wel invloed hebben op vestibulair systeem
▪ ultrasound: communicatie dieren, echolocatie (bepaling locatie objecten dmv geluid) medische toepassingen
(echografie)
Verandering druk tov standaard druk: in
decibel uitgedrukt.
Geluidsdruk verdubbeld, komt dat
overeen met stijging van 6dB = veel!
, ▪ intensiteit kan in decibels (dB) worden uitgedrukt:
- dB SPL (Sound Pressure Level): logaritmische schaal van verandering in druk / ref. druk
- ref. druk = 2 x 10-5 N/m2 (~ gemiddelde menselijke gehoordrempel op 1 kHz, deze is dus 0 dB SPL)
▪ vb.: geluidsdruk x2 ~ + 6 dB (=20log2)
x 10 ~ + 20 dB (=20log10)
x 100 ~ + 40 dB (=20log100)
▪ gehoorschade: niet enkel aantal dB belangrijk, ook duratie van blootstelling aan bepaald geluidsniveau
Duur is ook belangrijk!
Stuk? Voor bep frrequentierange doof
zijn.
▪ perceptuele dimensies:
- toonhoogte (pitch) frequentie van golf
- luidheid (intensiteit) amplitude van golf
- Klankkleur bv/ viool vs gitaar
- lokalisatie
- duratie
▪ perceptie van intensiteit van geluid hangt af van frequentie: isofoonkrommen: verband frequentie en
intensiteit
▪ eenheid luidheid (L) = foon (1 F) Niet even gevoelig voor frequenties. Foonlijnen: alle
▪ bij 1kHz: waargenomen luidheid ~fysisch gemeten geluidsniveau puntjes op die lijn van 40 bv, gaan we als even luid
▪ gehoor gevoeligst rond 4kHz: waarom? => spraak! percipieren. Voor sommige freq weinig gevoelig:
▪ geluid: bestaat zelden uit enkelvoudige periodische geluidsgolven punten die hoger liggen, fysisch meer druk zijn om die
toch als 40dB te gaan precipieren. Moeten intenser
zijn om die aan 40dB waar te nemen. Gevoeligst
onderaan curve, daar fysisch druk minste zijn om aan
bep geluidheid te percipieren. Alles op zelfde lijn is
even luid!!!
▪ meestal spectrum van frequenties en intensiteiten
dit geeft unieke tonale kwaliteiten aan bv. stem of muziekinstrumenten (klankkleur of timbre)
▪ elke golfvorm kan als som van sinussen en cosinussen beschreven worden (Fourier-analyse) cochlea
functioneert als ‘prisma’ en ontbindt de golven in hun samenstellende componenten
▪ 2 manieren om geluid te beschrijven: in “frequentiedomein” en in “tijdsdomein”:
beide domeinen zijn informatief: zowel spectrum als tijd
Op 2 manieren voorstellen.
Door fourier analyse: signaal (golf) kan je ook voorstellen in
frequentiedomein.
Toon die uit meerdere freq bestaat hier ook in grafiekje ergens
weergegeven.