Olfactorisch system
Anatomie en perceptie
detectie van chemische stoffen in omgeving: zeer algemeen en wijdverspreid in dierenrijk:
belang geurherkenning: - herkenning familiegenoten en reproductieve partners (belang van feromonen)
- voeding Geurmoleculen in linkerneusgaat binnen,
- gevaar (bv. rot voedsel) vooral in linker hemisfeer verwerkt =
slechts 20% van alle odoranten hebben aangename geur (bij mens) ipsilateraal.
anatomie:
- corticaal systeem vanaf 1ste synaps Honden hebben grote epitheel en grotere
- projecties zijn vnl. ipsilateraal dichtheid, meer receptoren dus beter om
- corticale projecties niet noodzakelijk via thalamus rook te detecteren
- oud type cortex: slechts 2 cellagen itt neocortex (6 lagen)
▪ 1ste orde neuronen (=receptoren): mature neuronen worden voortdurend vervangen
▪ olfactie levensnoodzakelijk bij lagere mammalia (o.a. knaagdieren): sociale communicatie en
voortplanting
▪ afgezwakt bij mens: bv. epithelium sommige honden ~170 cm 2, bij mens ~ 10 cm2 , bij honden
eveneens 100 x meer receptoren/cm2
grotere gevoeligheid bij dieren: - bv. detecteren TNT (mijnen
bv. detecteren ziekten bij mensen (kankers, tuberculose, Covid-19)
bepaalde stoffen (bv. perillaldehyde en icosaan) in talg (huidsmeer) bij Parkinson patienten
vermoedelijk tgv veranderingen in neurotransmitter balans
vroege diagnose mogelijk via huid-testje?
▪ discriminatie van 10.000-100.000 (recente schatting: meer dan biljoen) odoranten, soms met zeer
hoge sensitiviteit (1 deel per 1012), bv. mercaptanen (thiol-verbindingen met zwavelatoom)
▪ draagt bij tot ruimere ‘smaak’perceptie (“flavor”)
▪ 2 route`s: orthonasale vs retronasale route
retronasaal: belangrijk bij geur perceptie voedsel
Tuberculose w veroorz door bacterie. Dieren op getraind om tuberculose of covid op te sporen.
Methanol: ruiken we slecht, super gevoelig voor zwavelverbindingen (mercaptaan).
Als we dingen poeven: geurmolecule w afgescheiden in mond.
Smaken en geur samen is flavor
Fysiologie: 1ste orde olfactieve receptor neuronen (ORNs)
▪ neus reuk: bevochtiging, filtering, verwarming van lucht
▪ olfactorisch epitheel 3 soorten cellen:
- olfactorische receptor neuronen (ORN)
- steuncellen (mucus (slijmlaag zorgen): bevat oa. antilichamen ter bescherming tegen infecties)
- basale cellen (basis voor nieuwe receptor cellen)
▪ reukmoleculen (odoranten) lossen op in mucuslaag
▪ transductie: 2de boodschapper systeem
▪ ORN: dendriet dat eindigt in knop met verschillende cilia, waarop receptoren gelegen zijn
▪ signaaltransductie ORN:
- odorant bindt aan receptor
- stimulatie G-proteïne
- activatie adenylylcyclase: vorming cAMP
- cAMP bindt aan kationkanalen
- influx Na+ en Ca 2+ (depolarisatie)
- Ca 2+ activeert Cl-kanaal
- Cl - vloeit naar buiten amplificatie van depolariserend signaal
▪ olfactorische respons stopt als:
- odoranten wegdiffunderen (afgebroken door enzymen in mucus)
- adaptatie aan de odorant (waarschijnlijk op niveau Cl- -kanaal) (kanalen stoppen met chloorionen nr
buiten te sturen)
Moleculen lossen op in slijmlaag en dan zet het reactie in gang, aanmaak cyclisch anp, kalium kanalen open, zo
depolaisatie. Anion chloor w naar buiten gestuurd, dus cel negatiever w.
Anatomie en perceptie
detectie van chemische stoffen in omgeving: zeer algemeen en wijdverspreid in dierenrijk:
belang geurherkenning: - herkenning familiegenoten en reproductieve partners (belang van feromonen)
- voeding Geurmoleculen in linkerneusgaat binnen,
- gevaar (bv. rot voedsel) vooral in linker hemisfeer verwerkt =
slechts 20% van alle odoranten hebben aangename geur (bij mens) ipsilateraal.
anatomie:
- corticaal systeem vanaf 1ste synaps Honden hebben grote epitheel en grotere
- projecties zijn vnl. ipsilateraal dichtheid, meer receptoren dus beter om
- corticale projecties niet noodzakelijk via thalamus rook te detecteren
- oud type cortex: slechts 2 cellagen itt neocortex (6 lagen)
▪ 1ste orde neuronen (=receptoren): mature neuronen worden voortdurend vervangen
▪ olfactie levensnoodzakelijk bij lagere mammalia (o.a. knaagdieren): sociale communicatie en
voortplanting
▪ afgezwakt bij mens: bv. epithelium sommige honden ~170 cm 2, bij mens ~ 10 cm2 , bij honden
eveneens 100 x meer receptoren/cm2
grotere gevoeligheid bij dieren: - bv. detecteren TNT (mijnen
bv. detecteren ziekten bij mensen (kankers, tuberculose, Covid-19)
bepaalde stoffen (bv. perillaldehyde en icosaan) in talg (huidsmeer) bij Parkinson patienten
vermoedelijk tgv veranderingen in neurotransmitter balans
vroege diagnose mogelijk via huid-testje?
▪ discriminatie van 10.000-100.000 (recente schatting: meer dan biljoen) odoranten, soms met zeer
hoge sensitiviteit (1 deel per 1012), bv. mercaptanen (thiol-verbindingen met zwavelatoom)
▪ draagt bij tot ruimere ‘smaak’perceptie (“flavor”)
▪ 2 route`s: orthonasale vs retronasale route
retronasaal: belangrijk bij geur perceptie voedsel
Tuberculose w veroorz door bacterie. Dieren op getraind om tuberculose of covid op te sporen.
Methanol: ruiken we slecht, super gevoelig voor zwavelverbindingen (mercaptaan).
Als we dingen poeven: geurmolecule w afgescheiden in mond.
Smaken en geur samen is flavor
Fysiologie: 1ste orde olfactieve receptor neuronen (ORNs)
▪ neus reuk: bevochtiging, filtering, verwarming van lucht
▪ olfactorisch epitheel 3 soorten cellen:
- olfactorische receptor neuronen (ORN)
- steuncellen (mucus (slijmlaag zorgen): bevat oa. antilichamen ter bescherming tegen infecties)
- basale cellen (basis voor nieuwe receptor cellen)
▪ reukmoleculen (odoranten) lossen op in mucuslaag
▪ transductie: 2de boodschapper systeem
▪ ORN: dendriet dat eindigt in knop met verschillende cilia, waarop receptoren gelegen zijn
▪ signaaltransductie ORN:
- odorant bindt aan receptor
- stimulatie G-proteïne
- activatie adenylylcyclase: vorming cAMP
- cAMP bindt aan kationkanalen
- influx Na+ en Ca 2+ (depolarisatie)
- Ca 2+ activeert Cl-kanaal
- Cl - vloeit naar buiten amplificatie van depolariserend signaal
▪ olfactorische respons stopt als:
- odoranten wegdiffunderen (afgebroken door enzymen in mucus)
- adaptatie aan de odorant (waarschijnlijk op niveau Cl- -kanaal) (kanalen stoppen met chloorionen nr
buiten te sturen)
Moleculen lossen op in slijmlaag en dan zet het reactie in gang, aanmaak cyclisch anp, kalium kanalen open, zo
depolaisatie. Anion chloor w naar buiten gestuurd, dus cel negatiever w.