Kind is geen kleine volwassene
Een kind is kleiner dan een volwassene, lichamelijk en geestelijk onrijper en minder ervaren. Daardoor
zijn kinderen veel kwetsbaarder dan volwassenen. Vooral de geestelijke onrijpheid doet hen zo anders
zijn.
Aan elke leeftijdsfase zijn specifieke kenmerken verbonden, waardoor per leeftijdsgroep nog eens
belangrijke verschillen bestaan.
Per leeftijdsgroep verschillende kenmerken
De zuigeling (14 dagen - 1 jaar)
Kan nog geen onderscheid maken tussen onlustgevoelens die in hemzelf optreden en
onprettige ervaringen die van buitenaf komen.
De zuigeling mist de mogelijkheid tot verbaal contact. Hij kan zijn gevoelens enkel tot
uiting brengen door lachen of huilen. Huilen kan veel betekenissen hebben: honger
hebben, pijn hebben, …
De peuter (1 - 3 jaar)
Het eerste onderscheid dat hij leert, is het onderscheid tussen hemzelf en zijn vaste
verzorger (meestal de moeder).
De peuter kan een situatie nog niet overzien en bij een opname in het ziekenhuis is
het kind zeer angstig. Het kind zal zich hevig verzetten: agressief worden, voedsel
weigeren, braken, niet willen of niet kunnen slapen, … .
De peuter wordt ook belemmerd in zijn ontwikkelingsdrang, de ontwikkeling zal
stagneren of er zal regressie optreden.
De kleuter (3 - 6 jaar)
Kleuter begint een onderscheid te maken tussen hemzelf en de wereld buiten hem.
In deze periode krijgen zij een eerste beeld van oorzaak en gevolg, alhoewel dit niet
altijd met de realiteit overeenkomt. Ze leggen vaak verkeerde verbanden.
Het lagere schoolkind (6 - 12 jaar)
Nu kan het kind wel al een duidelijk onderscheid maken tussen zijn eigen lichaam en
de wereld om hem heen.
Het kind zoekt verklaring voor zijn ziekte. Dit kan wel nog gepaard gaan met
fantasieën over de ziekte en de oorzaak ervan.
Tot +/- de leeftijd van 10 jaar heeft het kind weinig inzicht in zijn lichamelijk
functioneren.
1
,5 aspecten zijn van belang waarbij het kind geen reeël beeld heeft van de oorzaak van de ziekte, of
wat de ziekte doet met zijn lichaam, welke zijn dit?
De aard van de ziekte:
Betreft het een éénmalige of een chronische aandoening? Bij een chronische ziekte
beweegt het leven zich a.h.w. tussen 2 opflakkeringen in.
De klachten
Hier telt voornamelijk de pijn. Daarbij komen er nog andere ongemakken bv. braken,
koude rillingen, de zichtbaarheid van de ziekte, enz.
Medische consequenties
Moet het kind herhaaldelijk worden opgenomen of frequent op consultatie komen?
Een kind kan last ondervinden van een dieet, een slecht smakende medicatie,
pijnlijke onderzoeken of behandelingen.
Gedragsbeperkingen
Door bepaalde beperkingen wordt het kind in een uitzonderingspositie geplaatst en
zo geconfronteerd met zijn ziekte. Dit komt vooral tot uiting wanneer een kind niet
kan meespelen met andere kinderen.
De prognose
Elk kind gaat ervan uit dat het weer beter wordt. Dit optimisme wordt aanvankelijk
zeker nog door de omgeving beklemtoond.
Wanneer de ziekte echter lang duurt of de prognose wijzigt, zal het kind uit de
gewijzigde houding van de omgeving opmaken dat er iets mis gaat.
2
,Behoeften van het kind
Op niet somatisch vlak
Behoefte aan psychische veiligheid
Behoefte aan geborgenheid
Behoefte aan aanvaarding, erkenning,waardering
Behoefte aan zelfrealisatie, zelfstandigheid, toekomst
Behoefte aan spel en ontspanning
Behoefte aan onderwijs
Behoefte aan contact
Behoefte aan privacy
Behoefte aan afhankelijkheid/onafhankelijkheid
Op somatisch vlak
Behoefte aan fysieke veiligheid
Steeds bedje dichtdoen
Geen medicatie in nabijheid van het kind plaatsen
Vensters en deuren voldoende sluiten
Gevaarlijk, kapot of te klein speelgoed verwijderen
Geen plastiek zakken in nabijheid kind plaatsen
Stopcontacten beveiligen
Geen spelden gebruiken in het bed van het kind
Steeds bij kind blijven bij opnemen temperatuur
Behoefte aan rust en slaap
Behoefte aan hygiene en comfort
Behoefte aan gezondheid
Behoeften van de ouders
Behoefte aan contact
Behoefte aan info
Behoefte aan begrip
Behoefte aan vertrouwen
Behoefte aan waardingen en respect
Behoefte aan privacy
Behoefte aan zekerheid
Soorten opnames
Geplande opname
Bij een geplande ingreep of gepland onderzoek
Spoedopname of acute opname
Bij een ongeval
Bij convulsies
Spoedoperatie
Indicaties voor ziekenhuisopname
Medische indicatie
Onderzoek of behandeling die thuis niet mogelijk is
Wanneer continue observatie vereist is
Wanneer er ernstig besmettingsgevaar is
Sociale indicatie
Indien ouders hun kind zelf niet kunnen verzorgen
3
, Bij sociale omstandigheden: ondervoeding, kinderverwaarlozing/mishandeling
Welke voorbereiding kan men treffen bij de opnames?
Spoedopname
Er is weinig tot geen tijd om het kind op de opname voor te bereiden
Geplande opname
Voorbereiding van de ouders gebeurt door de behandelende arts. Dit is belangrijk zodat zij op
hun beurt het kind kunnen voorbereiden0
Voorbereiding van het kind: ouders vertellen waarom het kind naar het ZH moet. Het niveau
van de uitleg hangt af van het verstandelijke niveau van het kind. Hetgeen verteld wordt
moet absoluut waar zijn.
Methodes hiervoor kunnen zijn: boekjes, aangepast speelgoed, bezoek brengen aan
kinderafdeling, infofolders, themalessen op school, …
Verpleegkundige zorgen bij opname
Aanbrengen ID bandje
Meten gewicht, lengte en schedelomtrek
Controle vitale functies (temp, RR, pols, AH)
Opname urinestaal
Helpen bij doktersonderzoek
Uitvoeren of helpen bij bloedafname, start infuus, …
Bij het afnemen van de anamnese zijn een aantal aandachtspunten,welke?
Neem de anamnese af in een rustige en kindvriendelijke ruimte.
Laat alle aanwezigen zitten en zit zelf ook.
Leg uit waarom een verpleegkundige anamnese (naast een medische anamnese) belangrijk
is. Vertel dat de informatie nodig is voor een optimale zorgverlening.
Stel de vragen niet alleen aan de ouders, maar betrek het kind er ook bij door belangstelling
te tonen voor zijn beleving, school, vriendjes, hobby’s, …
Vermijd vakjargon, spreek gewone taal.
Stel bij voorkeur open vragen. Zo worden er meer details verkregen. Onderbreek de ouders
zo min mogelijk.
Observeer ook het non-verbale gedrag.
4
,Welke zaken kunnen geobserveerd worden?
Algemene indruk Gezond, vermoeid, bleek, slap, pijn, kleur
Respiratie Apneu, tachypneu, dyspneu, bradypneu
Gebruik ademhalingsspieren:
neusvleugelen
tirage
Hoorbare ademhaling:
stridor
kreunen
hoesten
Circulatie Bradycardie, tachycardie
Kleur huid, lippen, extremiteiten
Oedemen
Bloedverlies, hematomen, petechiën
Temperatuur
Maagdarmstelsel Misselijkheid
Regurgitatie, braken, braakneigingen
Defecatie
Observatie buik: darmlissen,
vaattekeningen, gespannen
Urinestelsel Mictie: kleur, geur, frequentie, …
Bijzonderheden omtrent de uitwendige
geslachtsorganen
Neurologische toestand Reactie op omgeving, prikkels, pijn
Slaappatroon
Huilen
Motoriek van alle ledematen
Reflexen
Tremoren
Gehoortoestel
Bril
Sociaal Communicatie: verbaal en non-verbaal
Spel en hobby’s
Reactie van kind en ouders op de
opname
5
,Voeding en vochtopname
Zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind
Bij opname kan arts dieet voorschrijven: lactosevrij, glutenvrij, hypo allergene voeding, …
Aandachtspunten bij voeding
Bij jonge kinderen toediening door ouders stimuleren
Indien mogelijk grotere kinderen in groep laten eten
Bij het ronddragen van de dienbladen: voedsel nogmaals controleren
Vochttoediening: bij zuigeling: 140ml/kg/24u, bij ouder kind: 1500 tot 2000 m per dag
Kinderen die niet mogen bewegen hebben extra vocht nodig om obstipatie te voorkomen.
Bij vochtbeperking dienen alle dranken uit de kamer verwijderd te worden
Therapeutische voedingen
Hypo allergene
Anti regurgitatie
Melkvoeding voor betere verzadiging
Lactosevrij/lactosearme melk
Sojavoeding
Semi elementaire voeding
Melk voor kleine ongemakken
Melk voor prematuren en dysmaturen
Fixatie van kinderen
In principe wordt niet gefixeerd, doch kan het nodig zijn in volgende situaties:
Gebruik van pols of enkelbandjes wanneer het kind een maagsonde, blaassonde of IV infuus
heeft of wanneer krabben moet vermeden worden
Armkokers of elleboogspalken om te voorkomen dat het kind aan zijn mond/gezicht komt
Fixeren door een VPK bij bepaalde onderzoeken en/of behandelingen
Waar dient op gelet te worden bij het noteren van observaties?
Nauwkeurig noteren
Rapportage moet ter zake zijn, beknopt en duidelijk
Steeds datum en uur vermelden
Rapportage moet duidelijk leesbaar zijn
Welke specifieke kenmerken zijn er bij veranderingen in het spelgedrag?
Een ziek kind kan zich minder goed concentreren, het is vlugger moe. Hierdoor kan een ziek
kind terugvallen in een lager spelniveau.
Doordat het kind vlugger vermoeid is, zal het kind het spel niet afmaken.
Het kind toont minder initiatief en exploratiedrang. Vaak moet het spel op gang gebracht en
gestimuleerd worden. Er is meer begeleiding nodig.
Er is een wisselvallige spelkeuze aanwezig.
Een ziek kind heeft nood aan aandacht en speelt liever met iemand.
6
,Wat zijn voor en nadelen van rooming in en ouderparticipatie?
Voordelen Nadelen
Contact tss ouders en kind blijft bestaan Verschillen worden geaccentueerd : de ene
heeft de ouders steeds bij zich en de andere
niet
Contact tss ouders en VPK wordt intensiever → Mogelijk overbezorgde ouders of negatieve
vertrouwensrelatie wordt opgebouwd houding kan de verpleging bemoeilijken
Ouders krijgen niet het gevoel dat ze hun kind Omstandigheden kunnen het voor de ouders
afstaan moeilijk maken om aanwezig te zijn. Het
verzoek om regelmatig in ZH aanwezig te zijn
kan hen in verlegenheid brengen.
Bij pasgeborene dient contact met ouders nog
opgebouwd te worden en moeten dus zoveel
mogelijk aanwezig zijn
Kinderen worden sneller uit ZH ontslagen
omdat ouders ze zorg sneller op zich kunnen
nemen
Aandachtspunten bij ontslag naar huis
Instructies geven omtrent:
Voeding
Medicatie: soort, dosis, tijdstip, toedieningswijze, tijdsduur
Bedrust
Wanneer het kind terug naar buiten mag, naar school, en/of sporten
Controle afspraak
Eventueel wondzorg of briefje voor de thuisverpleging
Isolatieverpleging soorten (voorbeeld kunnen geven)
Beschermende isolatie of omgekeerde isolatie
Kind is zeer gevoelig voor infecties
Prematuren
Kinderen met leukemie
Kinderen die orgaantransplantatie ondergaan
Kinderen met ernstige brandwonden
Bronisolatie of gewone isolatie
Kind is de besmettingsbron en omgeving dient hiervoor beschermd te worden
MRSA besmetting
Strikte isolatie
Toegepast bij zeer besmettelijke infectieziekten. Éénpersoonskamer met sas.
Standaardisolatie
Toegepast bij minder besmettelijke ziekten
7
, Barriéreverpleging
Kind is in een zaal geïsoleerd
Universele isolatie
Kinderen die gevoelig zijn voor infectie maar ook zelf een bron zijn van infectie
Pre operatieve zorg
Lichamelijke voorbereiding
Dag voor de operatie
Routine onderzoeken: bloed en urinestaal afnemen, RX foto’s
Ontlastingsklysma
Hygienische zorgen
Operatiedag
Administratieve voorbereiding
o Identiteit
o Aard van de ingreep
o Gewicht van het kind
o Bijzonderheden: allergieën, thuismedicatie, …
o Prémedicatie
Indentificatie armbandje en bed naamtekenen
Nuchter houden
o Zuigelingen: 4 uur
o Peuters en kleuters: 6 uur
o Schoolkinderen: 8 uur
Verwijderen van juweeltjes
Voor naar de operatiekamer te brengen kind laten urineren en OP hemdje aandoen
Knuffel meegeven met het kind
Post operatieve zorg aandachtspunten
Regelmatig kind observeren
Bewustzijn
AH
Hartslag
Temp
Urinelozing
Huidskleur
Infuus
Misselijkheid
Evt RR
Verband, sondes, drains, …
Alle observaties goed noteren en plotse veranderingen onmiddellijk melden aan arts
Kind comfortabele houding geven, liefst met het hoofd zijwaarts gedraaid
Evt handjes en voetjes fixeren in geval van infuus, maagsonde, blaassonde, …
Regelmatig kamer binnengaan en ouders geruststellen
8