KEUZEVAK: SPORTDIËTITIEK
HOOFDSTUK 1 - INTRO INSPANNINGSFYSIOLOGIE
HOOFDSTUK 2 - BIOMETRIE EN ANTROPOMETRIE
HOOFDSTUK 3 - ALGEMENE TRAININGSLEER
HOOFDSTUK 4 - BIOCHEMIE - ENERGIEMETABOLISME EN STOFWISSELING
HOOFDSTUK 5 - INLEIDING SPORTDIÊTIEK
HOOFDSTUK 6 - ANAMNESE EN CONSULTATIETECHNIEKEN
HOOFDSTUK 7 - SPORTVOEDINGSSUPPLEMENTEN
HOOFDSTUK 8 - SPORTVOEDING BIJ KINDEREN EN JONGEREN
Juno Timmerman
,DEEL 1
1. Inspanningfysiologie
1. Brandstof voor sportprestaties = substraten
Substraten
Koolhydraten, vet en proteïne
50% koolhydraten + 50% vet
Korte workout: > koolhydraten
Lange workout: koolhydraten + vet
Koolhydraten
Alle koolhydraten omgezet tot glucose
o 4 kcal/g 2500 kcal opgeslagen in het lichaam
o Primair substraat voor ATP spieren en hersenen
o Te veel aan glucose opgeslagen als glycogeen in lever en spieren
Meer ATP nodig glycogeen kan terug omgezet worden tot glucose
Vet
Efficient substraat want efficiënte opslag
o 9 kcal/g > 70 000 kcal opgeslagen in het lichaam
Substraat voor energie bij lange & intense workouts
o Hoge ATP opbrengst, lage ATP productie
o Moet afgebroken worden tot 3 vrije vetzuren + glycerol
o Enkel de 3 vrije vetzuren = kunnen ATP maken
Proteïne
4 kcal/g
Omgezet in glucose (door gluconeogenese)
Omgezet in vrij vetzuren (door lipogenese)
o Als energievoorraad
o Voor celenergie
Juno Timmerman
, Opgeslagen energie
ATP = adenosinetrifosfaat in kleine hoeveelheden opgeslagen (tot nodig)
Afbraak van ATP om energie vrij te geven:
o ATP + water + ATPase ADP + P + energie
o ADP = lagere energie dan ATP minder bruikbaar
Synthese van ATP uit bijproducten:
o ADP + P + energie ATP (via fosforylatie)
o Kan voorkomen bij afwezigheid van O2
Bio-energetica = basisenergiesystemen
= het proces om substraten in energie om te zetten
Beperkte ATP-opslag
Lichaam moet continu nieuwe ATP aanmaken
3 verschillende ATP-systemen:
ATP-PCr-systeem = anaëroob
o 1 mol ATP/1 mol PCr
o 3-15 seconden opslag is gelimiteerd dus gemakkelijke weg op nieuw ATP
aan te maken
o PCr = fosforcreatine ATP recyclage
PCr + creatine kinase Cr + P + energie
PCr kan niet gebruikt worden voor celenergie
o Vult ATP-opslag aan tijdens rust
Anaërobe glyclolyse
o 2-3 mol ATP/1 mol substraat
o 15 seconden – 2 min
o Glucose-afbraak via glycolyse
o Substraat = glucose (= 1 ATP) of glycogeen (= 0 ATP)
Glucose-6-fosfaat enzymatische reacties in cytoplasma
pyrodruivenzuur
ATP opbrengst: 2 ATP voor glucose / 3 ATP voor glycogeen
o Nadelen:
Lage ATP opbrengst geen efficiënt gebruik van substraat
Te weinig O2 wijzigt pyrodruivenzuur in melkzuur
o Voordelen:
Spiercontractie bij weinig O2
Hogere intensiteit in workout van korte duur
Juno Timmerman
HOOFDSTUK 1 - INTRO INSPANNINGSFYSIOLOGIE
HOOFDSTUK 2 - BIOMETRIE EN ANTROPOMETRIE
HOOFDSTUK 3 - ALGEMENE TRAININGSLEER
HOOFDSTUK 4 - BIOCHEMIE - ENERGIEMETABOLISME EN STOFWISSELING
HOOFDSTUK 5 - INLEIDING SPORTDIÊTIEK
HOOFDSTUK 6 - ANAMNESE EN CONSULTATIETECHNIEKEN
HOOFDSTUK 7 - SPORTVOEDINGSSUPPLEMENTEN
HOOFDSTUK 8 - SPORTVOEDING BIJ KINDEREN EN JONGEREN
Juno Timmerman
,DEEL 1
1. Inspanningfysiologie
1. Brandstof voor sportprestaties = substraten
Substraten
Koolhydraten, vet en proteïne
50% koolhydraten + 50% vet
Korte workout: > koolhydraten
Lange workout: koolhydraten + vet
Koolhydraten
Alle koolhydraten omgezet tot glucose
o 4 kcal/g 2500 kcal opgeslagen in het lichaam
o Primair substraat voor ATP spieren en hersenen
o Te veel aan glucose opgeslagen als glycogeen in lever en spieren
Meer ATP nodig glycogeen kan terug omgezet worden tot glucose
Vet
Efficient substraat want efficiënte opslag
o 9 kcal/g > 70 000 kcal opgeslagen in het lichaam
Substraat voor energie bij lange & intense workouts
o Hoge ATP opbrengst, lage ATP productie
o Moet afgebroken worden tot 3 vrije vetzuren + glycerol
o Enkel de 3 vrije vetzuren = kunnen ATP maken
Proteïne
4 kcal/g
Omgezet in glucose (door gluconeogenese)
Omgezet in vrij vetzuren (door lipogenese)
o Als energievoorraad
o Voor celenergie
Juno Timmerman
, Opgeslagen energie
ATP = adenosinetrifosfaat in kleine hoeveelheden opgeslagen (tot nodig)
Afbraak van ATP om energie vrij te geven:
o ATP + water + ATPase ADP + P + energie
o ADP = lagere energie dan ATP minder bruikbaar
Synthese van ATP uit bijproducten:
o ADP + P + energie ATP (via fosforylatie)
o Kan voorkomen bij afwezigheid van O2
Bio-energetica = basisenergiesystemen
= het proces om substraten in energie om te zetten
Beperkte ATP-opslag
Lichaam moet continu nieuwe ATP aanmaken
3 verschillende ATP-systemen:
ATP-PCr-systeem = anaëroob
o 1 mol ATP/1 mol PCr
o 3-15 seconden opslag is gelimiteerd dus gemakkelijke weg op nieuw ATP
aan te maken
o PCr = fosforcreatine ATP recyclage
PCr + creatine kinase Cr + P + energie
PCr kan niet gebruikt worden voor celenergie
o Vult ATP-opslag aan tijdens rust
Anaërobe glyclolyse
o 2-3 mol ATP/1 mol substraat
o 15 seconden – 2 min
o Glucose-afbraak via glycolyse
o Substraat = glucose (= 1 ATP) of glycogeen (= 0 ATP)
Glucose-6-fosfaat enzymatische reacties in cytoplasma
pyrodruivenzuur
ATP opbrengst: 2 ATP voor glucose / 3 ATP voor glycogeen
o Nadelen:
Lage ATP opbrengst geen efficiënt gebruik van substraat
Te weinig O2 wijzigt pyrodruivenzuur in melkzuur
o Voordelen:
Spiercontractie bij weinig O2
Hogere intensiteit in workout van korte duur
Juno Timmerman