Arbeidsovereenkomst
ONTSLAG WEGENS DRINGENDE REDEN EN
HET KENNELIJK ONREDELIJK ONTSLAG
Het ontslag op staande voet, waarin de werkgever de
werknemer iets voor de voeten werpt.
, 1. Inleiding
1.1 Feiten
In het arrest van 15 maart 2019 nam het Arbeidshof te Brussel kennis van een
conflictsituatie tussen werkgever en werknemer, die resulteerde in een opzegging van
de arbeidsovereenkomst met opzegtermijn. Uiteindelijk brak dit conflict uit in een
ontslag wegens dringende reden, die door artikel 35 van de
arbeidsovereenkomstenwet (hierna ‘AOW’) ingeroepen werd.
PJ (hierna verkort als werknemer) is sinds 20 september 2016 in dienst getreden bij
bvba De Prins Retail (hierna verkort als werkgever) als winkelbediende, maar ziet zijn
arbeidsovereenkomst gedurende de periode van 16 januari 2017 tot 9 januari 2018
geschorst worden wegens ziekte. Slechts één dag na terugkomst wordt hij op de
hoogte gebracht dat zijn arbeidsovereenkomst beëindigd moet worden, met een nog
te presteren opzeggingstermijn van 9 maanden. Niettemin is de werkgever overtuigd
dat hij voldoende bewijzen heeft verzameld om vervolgens het ‘ontslag wegens
dringende reden’ in te roepen. Daarentegen staat de werknemer die geen krimp geeft
en naar de rechter stapt om het ontslag aan te vechten. De werknemer tracht met deze
procedure een opzeggingsvergoeding, een forfaitaire boete en een schadevergoeding
wegens het ‘kennelijk onredelijk ontslag’ te bekomen.
Aanvaardt het Hof de dringende reden, dan verliest de werknemer het aanvullende
recht op de opzegvergoeding en eventuele schadevergoeding.1 Daarentegen zal er een
schadeplicht in hoofde van de werkgever worden verschuldigd bij miskenning van de
dringende reden.2
1 D. HEYLEN, L. VERMEULEN en I. VERREYT., “De beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder het
eenheidsstatuut”, Intersentia, Antwerpen, 2014, 117.
2 C. BOSSE, “Bewijslastverdeling in het Belgische arbeidsrecht”, RW 2000-2001, afl. 16, 617.
ONTSLAG WEGENS DRINGENDE REDEN EN
HET KENNELIJK ONREDELIJK ONTSLAG
Het ontslag op staande voet, waarin de werkgever de
werknemer iets voor de voeten werpt.
, 1. Inleiding
1.1 Feiten
In het arrest van 15 maart 2019 nam het Arbeidshof te Brussel kennis van een
conflictsituatie tussen werkgever en werknemer, die resulteerde in een opzegging van
de arbeidsovereenkomst met opzegtermijn. Uiteindelijk brak dit conflict uit in een
ontslag wegens dringende reden, die door artikel 35 van de
arbeidsovereenkomstenwet (hierna ‘AOW’) ingeroepen werd.
PJ (hierna verkort als werknemer) is sinds 20 september 2016 in dienst getreden bij
bvba De Prins Retail (hierna verkort als werkgever) als winkelbediende, maar ziet zijn
arbeidsovereenkomst gedurende de periode van 16 januari 2017 tot 9 januari 2018
geschorst worden wegens ziekte. Slechts één dag na terugkomst wordt hij op de
hoogte gebracht dat zijn arbeidsovereenkomst beëindigd moet worden, met een nog
te presteren opzeggingstermijn van 9 maanden. Niettemin is de werkgever overtuigd
dat hij voldoende bewijzen heeft verzameld om vervolgens het ‘ontslag wegens
dringende reden’ in te roepen. Daarentegen staat de werknemer die geen krimp geeft
en naar de rechter stapt om het ontslag aan te vechten. De werknemer tracht met deze
procedure een opzeggingsvergoeding, een forfaitaire boete en een schadevergoeding
wegens het ‘kennelijk onredelijk ontslag’ te bekomen.
Aanvaardt het Hof de dringende reden, dan verliest de werknemer het aanvullende
recht op de opzegvergoeding en eventuele schadevergoeding.1 Daarentegen zal er een
schadeplicht in hoofde van de werkgever worden verschuldigd bij miskenning van de
dringende reden.2
1 D. HEYLEN, L. VERMEULEN en I. VERREYT., “De beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder het
eenheidsstatuut”, Intersentia, Antwerpen, 2014, 117.
2 C. BOSSE, “Bewijslastverdeling in het Belgische arbeidsrecht”, RW 2000-2001, afl. 16, 617.