Rechtshandeling
1. Art. 3:33 BW: rechtshandeling komt tot stand door een op een rechtsgevolg gerichte wil en een
verklaring
- Uitzondering art. 3:32 BW: handelingsonbekwaamheid
2. Art. 3:37 BW: uitleg van de verklaring
- Lid 1: vormvrij
- Lid 3: ontvangsttheorie
3. Art. 3:34 BW: wil komt niet overeen met de verklaring
4. Art. 3:35 BW: gerechtvaardigd vertrouwen
1. Er is een verklaring of een gedraging van de persoon tegen wie het gerechtvaardigd
vertrouwen gebruikt wordt
2. Deze verklaring is door de wederpartij opgevat als een tot haar gerichte verklaring van een
bepaalde strekking
3. De wederpartij mocht deze verklaringen onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs
ook zo opvatten (behoorde zij onderzoek te doen naar de daadwerkelijke bedoeling van de
wederpartij) -> goede trouw (art. 3:11 BW)
5. In strijd met de redelijkheid en billijkheid van art. 6:248 BW?
Haviltex norm: het komt aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaar
verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten
verwachten
Totstandkoming overeenkomst
Precontractuele fase
Afgebroken onderhandelingen
1. Hoofdregel is contractsvrijheid
2. Tenzij rompovereenkomst tot stand is gekomen -> dan dus wel een ovk
3. Tenzij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt (CBB/JPO r.o. 3.6) -> dan dus wel een ovk
Wanneer rompovereenkomst
1. De partijen moeten het eens zijn over de essentiële punten van de overeenkomst.
Bepaalbaarheidseis art. 6:227 BW
2. De bedoelingen van de partijen moeten met elkaar overeenkomen -> partijen begrijpen elkaars
verklaringen en gedragingen (art. 6:248 BW)
Volmacht art. 3:60 BW
1. Bevoegdheid om te vertegenwoordigen gekregen van principaal
2. Vertegenwoordiger moet in naam van de principaal handelen
Onmiddellijke vertegenwoordiging -> vertegenwoordiger handelt in naam van de principaal
(Kribbebijter)
Middellijke vertegenwoordiging -> vertegenwoordiger handelt niet in naam van de principaal, maar
in eigen naam in opdracht van de principaal
Art. 3:61 BW
Lid 1: verlening volmacht (ING/BERA) -> kan schriftelijk, uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden
Lid 2: bescherming van het vertrouwen van de wederpartij (toedoenbeginsel) -> ING/ BERA: de
wederpartij moet beschermd worden, wanneer het gebaseerd is op het toedoen van de achterman
, dan wel op de factoren die in zijn risicosfeer liggen.
1. Rechtshandeling die in de naam van een ander wordt verricht
2. Wederpartij aanwezig
3. Die door een verklaring of gedraging van een ander
4. Heeft aangenomen en redelijkerwijs mocht aannemen dat er een toereikende volmacht was
Gevolg art. 3:66 BW
Rechtshandeling ontstaat alleen als de bevoegdheid binnen de grenzen blijft -> uitzonderingen:
- Art. 3:69 BW: bekrachtiging door de achterman -> aansprakelijkheid tussenpersoon art. 3:70 BW
- Art. 3:61 lid 2 BW (ING/BERA)
Tussenpersoon aansprakelijk stellen:
- 3:70: geen rechtshandeling, dan rust er een verbintenis op tussenpersoon om voor de
omvang van de volmacht in te staan jegens de wederpartij.
- 6:162 jo. 6:170: noot Globe/Groningen: als tussenpersoon handelt uit eigen belang.
3:66 lid 1: eisen aan vertegenwoordiging
- Handelen binnen de grenzen van een bevoegdheid en;
- Handelen in naam van de achterman
Week 2
Verjaring?
1. Sprake van verjaring art. 3:310 lid 1 jo. lid 4 BW
2. Rechtsverwerking HR Bos/Provencial
3. 2 gronden
- Gerechtvaardigd vertrouwen ontstaat aan zijde schuldenaar, veroorzaakt door schuldeiser
- Onredelijke benadeling of verzwaring van de positie van de schuldenaar bij het effectueren
rechtsvordering
Nietigheid rechtshandeling art. 3:40 BW (Esmilo/Mediq)
1. Contractsvrijheid bij rechtshandeling
- Beperkt door feitelijke omstandigheden (bv. gevallen met maar 1 aanbieder)
- Uitzonderingen art. 3:40 BW (strijd met de wet, goede zeden of openbare orde)
2. Art. 3:40 lid 2 BW (strijd met de wet in formele zin)