Model ---------------------------------------------------
a) rode cirkel: kind centraal met zjin competenties, autonomie
& verbondenheid
b) blauwe cirkel leerkrachten staan hierbinnen -> kunnen lln.
4 dingen bieden
1. Waarderen
2. Ondersteunen
3. Uitdagen
4. Vertrouwen
c) Gele cirkel: aspecten die vooral besproken worden binnen
dit vak de cirkel van actoren
d) Buitenste cirkel: de maatschappij waarin wij leven =
bespreken v. maatschappelijke thema’s
Binnen dit vak -> antwoorden op 3 diverse vragen --------------------
2 begrippen:
- 1. Leefwereld van lln. ( links ) : de concrete werkelijkheid waarin het kind leeft en
dingen doet ( bv. Schoolcontext, thuiscontext,
leeftijdsgenoten, vrije tijd, hobby’s )
Elk van deze omgevingen = meer of minder
ontwikkelingskansen
Bepaald waarden, normen & interesses
Buitenkant van de persoon
Leefwereld waarin opgroeit: is afhankelijk van de
opvoeding -> gaat op bepaalde manier opgroeien
+ interesses ontwikkelen
- 2. Belevingswereld van kid ( rechts ): de manier waarop het kind de werkelijkheid
beleefd en ervaart
1
, Kernwoorden -> herinneringen, gedachten, angsten, wensen, dromen
bv. Scheiding van kinderen heel anders ervaren door kinderen
Binnenkant van de persoon
1.1. De leefwereld van vroeger en nu
Vroeger Nu
- Online aspect: bestond vroeger niet - Online aspect:
vrijetijdsbesteding = geen verveling
meer ( door GSM )
Ook: heel verleidelijk om snel naar te
grijpen
locatie kunnen volgen van kind
ouders inschrijven op smartschool ->
punten zien
cyberpesten: na school online verder
gaan
- meer u plan trekken, moeilijker om hulp - Nu gemakkelijker mensen leren kennen,
te zoeken hulp zoeken -> zonder echt buiten te
komen = wereld > geworden
- Opvoedingsstijl veel strenger - Opvoedingsstijl verandert: ouders
Bv. ‘Je bent nog maar een kind, reageren anders -> meer respect voor
moeten geen rekening houden’ het kind & in welke fase van ontwikkeling
Kind moest kennis en ervaring bevindt = eigen ervaringswereld
opdoen door straffen + belonen Gevolg: kids mondiger
- ‘leefden onder kerktoren’. - Meer in contact komen met verschillende
Weinig kinderen andere cultuur culturen
Geen kids met gescheiden ouders Komen met diversiteit in contact
Door: online games, televisie,
transport
Je moet u eigen leefwereld in contrast brengen met dat van de kinderen
U leefwereld niet hetzelfde
Uit welke thuiscontext een kind komt: aanpassen, wat heeft die meegemaakt ->
opvolgen
Ook: andere leefwereld in prentenboek:
2
, - Vrouw staat id keuken - Vrouw en man id keuken
- Vrouw duwt de buggy - Man duwt buggy
- Man als boer - Zowel vrouwelijke landbouwer
- Genderspecifiek - Naamgeving gendergelijk
1.2. Leefwereld kinderen vs. Leerkracht
Nu: kinderen opgroeien in: veranderde + evoluerende leefwereld
Als leerkracht: niet altijd vertrouwd -> elke leefwereld van ALLE kinderen
Gevolg: moeilijker voorstelling maken v. andere opgroeiende omstandigheden dan JEZELF
Bv.
- Gezin met migratieachtergrond
- Gezin alleenstaande moeder
- Moeilijk rekeningen betalen
Verder: lerarenkorps Vlaanderen voornamelijk ‘wit’ + financieel goed hebben
Gevaar: als leerkracht -> eigen leefwereld als maatstaf nemen onbewust observaties +
conclusies vormen
Doel leerkracht: inzicht krijgen in diversiteit leefwereld
1.3. Diverse leefwereld van kinderen
Diversiteit beperkt zich niet alleen tot etnisch-culturele diversiteit MAAR ook bv.
- Hoogbegaafd zijn & weinig sociale vaardigheden hebben
- Slechthorend zijn = veel materiële ondersteuning
- 2 papa’s hebben
- …
Definitie diversiteit:
Alle mogelijke verschillen die kunnen bestaan tussen mensen die in onze maatschappij
samenleven op vlak van:
- Gender
- Huidskleur
- Sociale achtergrond
- Seksuele geaardheid
- Religie
- Leeftijd
- …
Deel van diversiteit leefwereld kind: verklaren door verschil in
a) Etnische achtergrond verwijzing naar: bevolkingsgroep waartoe leerling behoord
Bv. Belgen met Marokkaanse etnische achtergrond
b) Culturele achtergrond gaat over: waarden, normen, rolverwachtingen van thuis +
religie
3
, Bv. Oogcontact cultureel bepaald: bij ons onbeleefd als je iemand niet aankijkt,
andere cultuur onbeleefd als je iemand juist wel aankijkt
c) Sociale achtergrond sociale milieu & maatschappelijke groepering
Bv. Kinderen welgestelde ouders = andere wereld dan kansarme
In realiteit deze 3 achtergronden = samenhangen etnische achtergrond vaak cultuur &
sociaal milieu bepalen
Bv. Kinderen uit Syrië ( moslims ) gedeelde waarden en normen MAAR door slechte
migratieachtergrond = minder gunstig sociaal milieu
Diversiteit in klas = heel wat uitdagingen meebrengen -> MAAR leerkracht kijkt naar
diversiteit ALS unieke kans ( respect tonen voor alle leerlingen )
Toepassing: Opdracht 1: Casussen
Bv.
- Ja Boris voelt zich buitengesloten, omdat zijn grootouders langs beide kanten zijn
overleden
Oplossing: een cadeautje maken om op het kerkhof van zijn grootouders te
leggen of een cadeautje voor zijn mama’s maken in de plaats
- Neen
- Ja, omdat hij 2 mama’s heeft en geen papa, waardoor hij niet zou kunnen deelnemen
aan deze activiteit
Oplossing: het veranderen naar ‘ouder’ in de kijker in plaats van papa
- Neen, hij is heel hecht met zijn gezin
- Ja, ik denk dat Boris en zijn gezin het niet zo breed hebben door dat ze in een kleine
flat wonen. Misschien zou hij dit niet zo fijn vinden om dit mee te brengen, of heeft hij
niets gekregen
- Neen
- Neen
- Neen
Op welke verschillende domeinen kan de diversiteit binnen de klasgroep zich voordoen?
4