ECONOMIE
S"jn Baert
2025-26
, lOMoARcPSD|60872823
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1: WELVAART EN MARKTEVENWICHT 2
HOOFDSTUK 2: BEHOEFTEN, BEGEERTEN, MODELLEN EN BEELDEN 11
HOOFDSTUK 3: DE ECONOMISCHE SCHOLEN 19
HOOFDSTUK 4: BBP EN HET GEWICHT VAN DE OVERHEID 24
HOOFDSTUK 5: GROEI EN ONGELIJKHEID 32
HOOFDSTUK 6: CONJUCTUUR EN MACRO-ECONOMISCH BELEID 46
HOOFDSTUK 7: DE CRISIS ALS MINSKY-MOMENT 54
HOOFDSTUK 8: BEDRIJVEN 60
HOOFDSTUK 9: MARKTEN 68
HOOFDSTUK 12: TECHNOLOGIE EN INNOVATIE 75
1
,HOOFDSTUK 1: WELVAART EN MARKTEVENWICHT
INLEIDING
Hoe gaat het met onze economie?
® Bedrijven hebben problemen met het vinden van geschikt personeel, recordaantal vacatures
o Knelpuntberoepen = beroepen waarvoor werkgevers moeilijk geschikte kandidaten vinden)
® Drie oorzaken;
1. Kwan>ta>ef tekort door lage uitstroom uit onderwijs
2. Kwalita>ef tekort door kandidaten met te weinig vaardigheden
3. Minder aantrekkelijke arbeidsomstandigheden
Er heerst een goede economie want nieuw personeel aanwerven doet men alleen als het goed gaat.
® MAAR, er zijn ook veel >jdelijke contracten, werklozen die hoog universitair diploma hebben, burn-out
bij werknemers, …
® Conclusie: het gaat goed maar niet goed genoeg!
1.1 GOED MAAR NIET GOED GENOEG
Fiscale ontvangsten: inkomsten die een overheid binnenkrijgt via belas>ngen en heffingen.
® Economische groei zorgt voor meer jobs en hogere fiscale ontvangsten.
o Regering geeM meer uit dan wat ze hebben ® hoge overheids- of poli>eke schuld ® schulden
zullen moeten gedragen worden door de toekoms>ge genera>es.
§ Europese commissie maakt zich zorgen over groot begro>ngstekort in België.
o Cijfers van werkloosheid, vacatures, groei en begro>ngstekorten zijn nodig, maar vertellen
nooit het volledige verhaal.
Analogie met holis=sche geneeskunde:
® Arts moet niet alleen rekening houden met de symptomen maar ook probeert te begrijpen welke
mechanismen aan de basis liggen van bepaalde symptomen.
Moderne economie = complex systeem van produc>e en consump>e met beperkte middelen, waarin
gezinnen, bedrijven en de overheid een rol spelen:
- Private bedrijven: produceren goederen en diensten en zorgen voor de tewerkstelling van gezinnen
- Overheid: voorzien aanbod van publieke goederen en diensten, kopen aan bij bedrijven en stellen
werknemers terecht
o Overheid reguleert de economische markt door spelregels
o VB. Quota, verbod op kinderarbeid, taxen, ...
- Gezinnen: consumeren en kopen goederen en diensten aan, betalen belas>ngen en vormen het menselijke
kapitaal dat de economie doet draaien
o Investeren in de vorming en scholing van kinderen en ondersteunen hierdoor toekoms>ge
economie.
Verschil tussen een bedrijfseconoom en een klassieke econoom:
® Bedrijfseconoom: analyseert de opera>onele werking van organisa>es.
® Economen: bestuderen het globale economische systeem of belangrijke delen van het systeem. Ze
bestuderen het verschil tussen baten en kosten per interven>e of beleidsop>e, de welvaartsanalyse
o Welvaartsanalyse: onderzoekt de mate waarin behoeMen worden bevredigd met beschikbare
middelen, vaak gemeten door het BBP.
Welvaart: KWALITATIEVE maatstaf die meet in welke mate de inzet van schaarse middelen leidt tot de crea>e
van economische baten (een product).
® Schaarse middelen: alle middelen (zoals >jd, geld, grondstoffen of arbeid) waarvan de
beschikbaarheid beperkt is in verhouding tot de onbeperkte behoeMen en wensen van de mens.
2
, lOMoARcPSD|60872823
Verschil tussen monetaire en niet-monetaire baten:
® Monetaire baten: alle voordelen die je direct in harde euro’s kunt uitdrukken. Het is geld dat
binnenkomt of geld dat je bespaart.
o VB. hervormingen leiden tot minder werkloosheid en hoger tewerkstelling bij bedrijven, overheid
spaart werkloosheidsvergoedingen uit en bedrijven kunnen een hogere omzet en winst realiseren
® Niet-monetaire baten: voordelen die een waarde hebben, maar waar je geen prijskaartje aanhangt, je kunt
het niet in euro’s uitdrukken
o VB. na lang zoeken nieuwe werknemers aantrekken = dalen van de werkdruk -> posi>ef voor alle
werknemers want minder stress, minder moe, beter sociaal leven, risico op burn-out daalt.
Een goede economie is een economie die haar poten>eel (aaankelijk van het menselijk en fysiek kapitaal dat
kan worden ingezet) op>maal weet in te zeben in een hoge economische welvaart.
® Deze economieën maken gebruik van kosten- en batenanalyses
o Kostenbatenanalyses = een systema>sche methode waarmee je de verwachte kosten en
opbrengsten (baten) van een project, beslissing of investering tegen elkaar afweegt.
® Doel van deze economische analyses:
o Betere economische keuzes te faciliteren, keuzes die welvaart verhogen
® Economen hebben veel aandacht voor overheidsbeleid omdat grote maatschappelijk projecten vooral
door hen worden georganiseerd.
o Economische analyses worden gebruikt om:
§ Grote investeringsprojecten te evalueren
§ Keuzes inzake sociaal beleid
§ Fiscaal beleid
§ Volksgezondheid
1.2 BELGIE IN DE GLOBAL COMPETITIVENESS INDEX (GCI)
WEF = World Economic Forum
- Opgericht in 1971 om een betere samenwerking tussen overheden en bedrijven te creëren
- Jaarlijkse publica>e van Global Compe==veness Report waar economieën van 137 landen worden
vergeleken op basis van 12 ruime economische domeinen, kunnen onderverdeeld worden in 3
groepen:
o Basisvereisten: kwaliteiten van de na>onale ins>tu>es, de infrastructuur, macro-economische
omgeving, gezondheidszorg en basisonderwijs
o Efficiën=es=muli: efficiënte werking van de markten, de kwaliteit van het hogere onderwijs
en de ruime technologische readiness
o Innova=e en sofis=ca=e: bestudeert het gebruik van nieuwe technologieën in het
bedrijfsleven en het algemene innova>evermogen
De GCI (Global Compe==veness Index) is de concrete ranglijst of het mee>nstrument dat in dit rapport (Global
Compe==veness Report) van het WEF staat.
- De beste landen in de ranking hebben een economie die vandaag zeer goed draait vanuit het
welvaartsperspec>ef en die zich bovendien goed voorbereidt op toekoms>ge evolu>es en
opportuniteiten.
- België op plaats 20 van de 137 = niet slecht maar andere Europese economieën doen beter.
o VB. Zwitserland op plaats 1, Nederland op plaats 4.
- België kampt met:
o Problema>sche macro-economische omgeving ® zwakke begro>ngsdiscipline
o Hoge uitgaande schuld
o Arbeidsmarkt werkt niet op>maal
- Scoort wel goed op vlak van gezondheidszorg, kwaliteit basisonderwijs en sofis>ca>e van bedrijfsleven.
- Daling van plaats 19 naar 20, het gaat goed met onze economie maar de trend is niet posi>ef.
3
,1.3 WELVAART: EEN INTERDISCIPLINAIRE ZOEKTOCHT
Economen bestuderen het ontstaan, de evolu>e en de verdeling van economische welvaart.
® Welvaartsanalyse is interdisciplinair en beperkt zich niet alleen tot de fysieke produc>e van materiële
goederen en diensten.
® Modern welvarend land streeM niet alleen naar een efficiënte economie maar ook naar een inclusieve
maatschappij met een zo hoog mogelijk niveau van welzijn.
o Een inclusieve maatschappij: een maatschappij waar iedereen dezelfde kansen heeM, er
hoge levenskwaliteit is voor iedereen, vrije toegang tot socio-culturele netwerken (onderwijs,
arbeidsmarkt, …) en er een ruime kennisinfrastructuur is (groepen die achterophinken
moeten begeleid worden)
Stel dat economen de vraag krijgen om de werking van de markten voor huisvesteging te analyseren en
sugges>es voor een betere marktwerking moeten formuleren:
- Een tradi=onele economische analyse heeM vooral oog voor de ontwikkeling van de prijzen op de
markten voor nieuwbouwwoningen, bestaande woningen en huurwoningen.
o Indien de prijzen gelijk evolueren met de evolu>e van inkomens ® geen indica>es van
specula>eve prijsevolu>es.
- Economen kijken naar de transac=ekosten of belas>ngen bij aankoop of verkoop van een woning.
o Hoge transac>ekosten = minder snelle verkoop of aankoop
- Ze kijken ook naar de concurren=e op de huisves>ngmarkten: voldoende aanbieders van nieuwe
projecten, controle van de markt door grote bouwondernemingen, vastgoedkantoren etc.
- Toegang tot kapitaal; ondersteunen de financiële instellingen met hun hypothecaire producten de
toegang tot huisves>ngsmarkten of efficiënte en faire manier?
VB. Gemiddelde huurprijzen volgen evolu>e van gemiddelde inkomen maar lage huurprijzen zijn sterk gestegen
® Gezinnen die laagste inkomen hebben beziben geen eigen woning en zijn aaankelijk van het aanbod
op de huurmarkt, lagere inkomens worden hard getroffen door de s>jging van laagste huurprijzen.
® Oplossing: huursubsidies aanbevelen, algemene inkomenssteun
Beleidmakers (mensen die weben maken): ambi>e om de kostprijs te beheersen en tegelijk een hoge kwaliteit
te beheersen.
® Economen hebben een ruimere kijk op dingen, zoals op gezondheidzorg.
o 35% van totale bevolkingsbudget gaat naar chronische aandoeningen, groot deel kan vermeden
worden door een gezondere levenss>jl (VB. ontmoediging van roken en alcoholgebruik)
o In rijkste landen 2-3% naar preven>e en 98% naar de cura>eve gezondheidszorg, maar niet
efficiënt-> middelen voor ac>eve preven>e verhogen
® Investeringen in psychologische gezondheidszorg:
o Argument: hoge maatschappelijke rendement.
o Richard Layard: investeren in mentale gezondheid draagt bij tot een hoger geluk niveau in de
maatschappij ® mens centraal in economische analyses
Besluit: complete welvaartsanalyse is mul>-of interdisciplinair.
® Welvaart is veel meer dan de consump>e van goederen en diensten die geproduceerd worden door
private bedrijven.
1.4 WELVAART UIT MARKTTRANSACTIES
Klassieke startpunt van educa=eve economische analyse: crea>e van welvaart op basis van markbransac>es.
® Transac>es ontstaan wanneer kopers en verkopers het eens zijn over een prijs. Aankoper is vaak de
consument en verkoper de producent. Niet al>jd!
® Economisch mo=ef: consumenten kopen omdat ze baat of voordeel hebben bij de transac>e, ze kopen
omwille van het surplus of de welvaart die ze uit de transac>e halen.
Als één transac>e op een markt tot welvaart leidt, zal de totale economische welvaart s>jgen bij het toename
van het aantal transac>es.
® Toegankelijke markten die goed func>oneren creëren meer welvaart, dan markten met barrières.
o Vraag-aanbodmarkt: elke markt is een ontmoe>ngsplaats van vragers en aanbieders
4
, lOMoARcPSD|60872823
VRAAGZIJDE
Voorwaarden vrager: er moet een poten>ële consument zijn die interesse en voldoende koopkracht heeM.
® Iedere poten>ële consument heeM een individuele waardering voor een product, wat leidt tot
individuele bereidheid tot betalen.
® Bereidheid tot betalen is aaankelijk van aantal aangekochte producten
o De wet van de dalende grensnu^gheid (nut per bijkomende eenheid): de extra voldoening
(het nut) die je uit een product haalt, wordt steeds kleiner wordt naarmate je er meer van
consumeert.
o VB. man in de woes>jn en drankje: eerste glas water smaakt fantas>sch, 2de is lekker, het 3de
glas voegt nauwelijks nog iets toe aan je tevredenheid
Dalende vraagrechte: alle poten>ële consumenten hun bereidheid tot betalen rangschikken van hoog naar laag
Wat is het verband tussen de gevraagde hoeveelheid van een product en de rangschikking van
de individuele bereidheid tot betalen?
Vraagrechte: weinig consumenten bereid om veel te betalen dus naarmate de prijs daalt zullen
er steeds meer consumenten willen aankopen.
® Marktprijs < bereidheid tot betalen ® consument graag aankopen
® Marktprijs > bereidheid tot betalen ® consument koopt niet
De wet van de vraag: de gevraagde hoeveelheid in een markt zal toenemen indien de prijs daalt.
S>jgt de prijs, dan daalt de gevraagde hoeveelheid.
Vraag AFNAME ® vraagrechte naar LINKS; Vraag TOENAME ® vraagrechte naar RECHTS
Groot belang in economische welvaartsanalyse ® het verschil tussen de individuele bereidheid tot betalen en
de unieke marktprijs.
® Wie bereid was van €100 te betalen voor een bepaald product maar ontdekt dat de marktprijs
aanzienlijk lager is €60 geniet van een uitgespaarde betaling €40
o Deze consument geniet van een hogere baat of hoger nut.
o Verschil tussen nut en marktprijs (40€) = individuele consumentensurplus of de economische
transac>e
Deze analyse verklaart het gedrag van de consument op basis van enkele beslissingen:
- Interesse product
- Eigen bereidheid tot betalen (aa. van capaciteit tot betalen) of waardering van het nut
- Bij een marktprijs < de individuele waardering ® kopen en realisa>e individuele consumentensurplus (CS)
- Marktprijs > de individuele waardering ® geen transac>e anders nega>ef individueel CS
AANBODZIJDE
Voorwaarden aanbieder: producenten gebruiken arbeid, kapitaal, technologie, … + efficiënte produc>e om
goederen en diensten aan te bieden die finaal gewaardeerd worden door consumenten.
Elke producent wil bij verkoop minimaal de relevante produc=ekosten recupereren (marktprijs hoger dan de
produc>ekosten per eenheid product)
® Produc=ekost = kost die ontstaat gedurende de produc>e. Die is aaankelijk van de gebruikte technologieën,
de organisa>e van de produc>e, omvang van de onderneming, vaardigheden van het personeel.
Box 1.1. MET WELKE KOST GAAT DE AANBIEDER NAAR DE MARKT?
- 3D-printer: kost €5000 en je kan er duizend kleine objecten mee produceren: kapitaalkost per product = €5
- Pieter wil twaalf trofeeën printen, elke trofee heeft een materiaalkost van €4
- Totale kostprijs = kapitaalsom + marginale kost = €9
Jeugdbeweging NOP vraagt nu aan Pieter om trofeeën te printen, maar zij zijn bereid om slechts €7 te betalen per trofee.
Pieter wil deze bestelling eerst niet aanvaarden, want geboden prijs is lager dan totale kostprijs. Hij aanvaardt uiteindelijk
toch want zijn 3D-printer is al veel gebruikt en heeft een zeer lage verkoopwaarde op de tweedehandsmarkt. Als hij wel
verkoopt aan €7 wint hij meer dan dat hij zijn 3D-printer zou verkopen op de tweedehandsmarkt; hij wil zijn kapitaalskost
maximaal recupereren door te produceren en te verkopen. Een aanbieder gaat dus met de marginale kost"naar de markt".
5
,Aanbod AFNAME ® aanbodrechte naar LINKS; Aanbod TOENAME ® aanbodrechte naar RECHTS
S=jgende aanbodrechte = wanneer we voor alle producten in een markt aangeboden, marginale
produc>ekosten rangschikken van hoog naar laag
- Meest efficiënte aanbieders links en rechts de minst efficiënte aanbieders.
- Bij een zeer lage marktprijs kunnen alleen de meest efficiënte aanbieders verkopen en hun marginale
kosten recupereren.
- VB. Bij een marktprijs van €60 zal een aanbieder met marginale produc>ekost van €75 geen producten
aanbieden, omdat hij per eenheidsproduct een marginaal verlies leidt van €15.
o Aanbieder met marginale produc>ekost van €40 zal wel verkopen aan €60 want hij zal
producenten surplus van €20 hebben.
Aanbieders moeten een aantal belangrijke beslissingen kunnen nemen:
- Bepalen of ze bepaalde producten al dan niet kunnen produceren
- Kostprijs per eenheid in kaart brengen
- Vergelijken van de kost van de marktprijs
Het surplus voor zowel Vrager en Aanbieder hangt af van de marktprijs!!!
1.5 Vraag, aanbod en marktevenwicht
Grote verschillen tussen de economische agenten: poten>ële consumenten die hoge prijs willen betalen, maar
veel meer consumenten die een lage tot zeer lage prijs willen betalen.
® Daarnaast zijn er aanbieders die willen aanbieden bij een lage marktprijs, wat wijs op een lage
marginale produc>ekost en dus hoge technologische efficiën>e
® MAAR, veel meer aanbieders die alleen kunnen aanbieden bij een hogere prijs.
Evenwichtsprijs: de exacte prijs waarbij de hoeveelheid van een product die consumenten willen kopen (de
vraag) precies gelijk is aan de hoeveelheid die producenten willen verkopen (het aanbod). (ZIE Figuur 1.2)
- VB. Bij een prijs van €3 vinden de boeren het de moeite waard om 60 doosjes mee te nemen. Toevallig
is €3 ook precies de prijs waarvoor klanten gezamenlijk bereid zijn om 60 doosjes te kopen.
o Resultaat: Aan het eind van de dag zijn alle 60 doosjes verkocht en is er geen enkele klant die
misgrijpt. De markt is in balans. €3 is in dit geval de evenwichtsprijs.
Wet van het aanbod: een daling van de prijs leidt tot een daling van de aangeboden hoeveelheid
® De aangeboden hoeveelheid van een goed of dienst s>jgt indien de prijs s>jgt
® Posi>eve rela>e
Wet van de vraag: daling van de prijs leidt tot s>jging van de gevraagde hoeveelheid
® Nega?eve rela?e
55 eenheden: 55ste eenheid komt op de markt nadat er al 54 eenheden geproduceerd en
aangekocht zijn.
® Voor deze laatste eenheid zou €80 betaald worden.
o Deze bereidheid tot betalen vinden we op de vraagrechte.
® Indien de marginale produc>ekost van eenheid 55 gelijk is aan €40, dan
genereert dit unieke product een totaal surplus van €40 (€80-€40), ofwel de rode
dubbele pijl in Figuur 1.1
Totale surplus (winst) voor alle transac=es of de welvaart= consumentensurplus (CS) + producentensurplus (PS)
® Het consumentensurplus = de bereidheid tot betalen van alle consumenten − de evenwichtsprijs
o De oppervlakte onder de vraagrechte en boven de horizontale prijslijn.
o De consument geniet ervan omdat hij minder moet betalen dan hij bereid was te betalen
® Het producentensurplus = de evenwichtsprijs − de marginale kost van alle aanbieders
o De oppervlakte tussen de horizontale prijslijn en de s>jgende aanbodrechte.
6
, lOMoARcPSD|60872823
Marginale kost: de extra kosten die een bedrijf maakt om precies één extra eenheid van een product te maken.
Maximale welvaart impliceert maximale efficiën>e.
- De evenwichtsproduc>e komt tot stand bij de aanbieders met de laagste marginale kost en wordt
aangekocht door de consumenten met de hoogste bereidheid tot betalen.
Box 1.2 RELATIEVE PRIJZEN
Op elke markt zijn er voortdurend bewegingen die leiden tot prijs- en hoeveelheidsveranderingen. Bij analyse van één markt, zie je niet wat er
in andere markten gebeurt. Als de prijs van een brood in een markt stijgt van €5 naar €7 kan je concluderen dat brood zeer duur was en nog
duurder wordt. Maar indien in een andere markt de prijs voor 1 kg aardappelen stijgt van €25 naar €50 blijkt ditzelfde brood plots relatief
goedkoop te zijn en valt ook de prijstoename best mee.
➜ relatieve prijsverhoudingen van brood in termen van aardappelen en omgekeerd
➜ net deze verhoudingen bepalen in de praktijk ons gedrag
1.6 Zelfregulerende markten
Huidige vragers van de markt kunnen hun bereidheid tot betalen verhogen (vraagtoename)
® De oorspronkelijke vraagrechte verschuiM dan naar rechts, aanbodcurve
verandert niet.
Heel wat consumenten willen graag aankopen tegen p1 maar botsen op aanbodgebrek.
De aanbieders merken dit ook op en beseffen dat ze meer kunnen produceren. Meest efficiënte produc>e vindt
plaats dus bijkomende produc>e hoger dan Q1 kan enkel komen van aanbieders met een marginale kost hoger
dan p1.
Het aanbod s>jgt een beetje -> MAAR, aanbodtekort is pas weggewerkt bij een nieuwe evenwichtsprijs p2 en
de nieuwe evenwichtshoeveelheid Q2.
® Pas dan is er terug een evenwicht tussen de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid
Vinden van een marktevenwicht is gebaseerd op winstmo=ef: bij een toename van de vraag maken
aanbieders winst op bijkomende produc>e tot het nieuwe marktevenwicht bereikt is.
® Optelsom van consumentensurplus en producentensurplus = maximale welvaart.
® Alle economische agenten hebben economische mo>va>e tot maximaal individueel surplus.
Intervenieer niet in vrije markten en geniet van de zelfregulerende discipline en maximale welvaart
Box 1.3 PRIJSINTERVENTIE DOOR DE OVERHEID: RECEPT VOOR WELVAARTSVERLIEZEN?
® Overheid kan een maximumprijs instellen om de consument te beschermen van de hoge prijzen.
® Indien de overheid een maximumprijs 𝑃! instelt wanneer de vrije evenwichtsprijs 𝑃" bedraagt, zal een onevenwicht op de markt ontstaan
Probleem: de consument is nu wel beschermd tegen een hoge prijs, maar er is onvoldoende aanbod Q.
Oplossing? → aanbieders subsidiëren.
® Maar wat zijn hiervan de welvaartsimplicaaes?
o Vrije marktwerking creëert maximale welvaart en de overheidsintervenae leidt tot welvaartsverliezen.
1.7 VERLIEZERS EN WINNAARS (ZIE VB CURSUS)
Achter elke verandering in de geproduceerde hoeveelheden op de markten schuilen vele winnaars en
verliezers. Wat gebeurt op de ene markt heeM gevolgen voor gekoppelde markten, VB. arbeidsmarkt.
® De arbeids-en kapitaalmarkten moeten zelfregulerend werken.
® Technische efficiën>e is alleen mogelijk als arbeid en kapitaal flexibel worden ingezet.
Wanneer een economie con>nue groeit, zullen de zelfregulerende markten de totale welvaart en efficiën>e
maximaliseren. MAAR, de economie groeit niet al>jd en kan plots krimpen.
7
,1.8 DE DYNAMIEK VAN CONCURRENTIE OP DE MARKT
Aanbieders concurreren o.b.v. hun marginale produc=ekosten.
® Hoe lager de produc>ekost, hoe groter het verschil met de uniforme marktprijs en hoe hoger het
surplus of de marginale winst voor de producent.
® Is de prijs lager dan de marginale produc>ekost, dan kan het aanbod niet verkocht worden. Dit aanbod
verdwijnt dan van de markt.
Concurren=e is belangrijk!!! Een concurren>estrijd kan leiden tot:
® Kwaliteitsverliezen die niet transparant zijn
® Con>nue verbetering van de produc=ekwaliteit.
Scherpe prijsconcurren=e kan ook leiden tot onwenselijk gedrag
® VB. Goedkope goederen produceren door produc>e te verplaatsen naar landen met zeer slechte
arbeidsomstandigheden.
o GEVOLG: concurren>e wordt “gedwongen” om alsook hun produc>e te verplaatsen naar
landen met slechte arbeidsomstandigheden, doen ze dit niet dan dreigen ze uit de markt
verdreven te worden.
1.9 ZELFREGULERENDE MARKTEN
IDENTIEKE PRODUCTEN: GRONDSTOFFENMARKT
Heel wat interna>onale grondstofmarkten werken al lang sterk zelfregulerend.
® VB. de interna>onale prijs voor een vat ruwe olie schommelt leberlijk van minuut tot minuut op basis
van veranderingen in vraag of aanbod
Tussen lokale markten kunnen zeer grote prijsverschillen bestaan, hoewel interna=onale prijzen quasi
iden=ek zijn. Dit is het gevolg van verschillen in belas>ngen op energieproducten.
Box 1.4 ZELFREGULERING DOOR BEDRIJVEN
® Met zelfregulering engageert een bedrijf of een sector zich om bepaalde doelstellingen te halen die veelal direct in
verband staan met de producae.
® 'Vrijwillige akkoorden' = waarbij ze zich vrijwillig engageren om bepaalde duurzaamheidsdoelstellingen in een
gegeven ajdvak te realiseren
Naast de fiscale maatregelen op de prijs is er in ons land prijsregulering voor olieproducten zoals stookolie,
benzine en diesel.
® Minister van Economie bepaalt de maximumprijs, indien je gaat tanken betaal je minder dan de
maximumprijs omdat tanksta>ons net door lagere prijzen klanten willen aantrekken.
® De hoogte van regulerende maximumprijs volgt met enige vertraging de evolu>e van de prijzen op
interna>onale groothandelsmarkten.
De oliemarkt is dus zelfregulerend op het niveau van de groothandel, terwijl de lokale markten voor
olieproducten in vele gevallen verstoord worden door regulering (accijnzen en prijscontrole).
IDENTIEKE PRODUCTEN: BULKPRODUCTEN
Andere belangrijke zelfregulerende markten: bulkproducten zoals voedingswaren (graan, boter, melk, koffie,
fruit en vlees). Consumenten en producenten zijn onderhevig aan de dynamiek van zelfregulerende
interna>onale markten
- Indien de vraag sterk daalt, delen aanbieders en hun werknemers in de klappen
- Indien de vraag sterk s=jgt, genieten alle aanbieders van hoger prijzen en hogere surplussen.
8
, lOMoARcPSD|60872823
IDENTIEKE PRODUCTEN: AUTOMARKT
Veel aandacht besteden aan de verschillende marktvormen in de moderne economie omdat de markten
zodanig verschillend zijn dat ze aparte analyse nodig hebben.
® VB. automarkt: toename van de besteedbare inkomens als gevolg van economische groei kan leiden
tot een hogere vraag en dus ook een hogere produc>e.
o Als economie plots sterkt krimpt zoals bij financieel-economische crisis, krimpt ook de
automarkt (minder besteedbaar inkomen)
PUBLIEKE SECOR
Publieke sectoren reageren ook op maatschappelijke veranderingen. Door toename van de bevolking, s>jgt de
vraag naar onderwijs.
® Door toename van de vraag zal het aanbod van de capaciteit in het onderwijs met enige vertraging
toenemen. (Uitbreiding van onderwijs vraagt lange voorbereiding)
® Door de vergrijzing zal op termijn ook de capaciteit van de kwalita>eve ouderenzorg moeten
toenemen ® capaciteit van kwalita>eve ouderenzorg zal moeten toenemen.
Dus ook in de publieke sector is er een regulering van de aangeboden hoeveelheid op basis van de weben van
vraag en aanbod.
® Deze toename van het aanbod komt er echter niet spontaan, maar is het gevolg van vele
overheidsbeslissingen (andere voorbeelden: remgeld, kleuteronderwijs gra>s, …).
1.10 OVER OUDE EN NIEUWE MARKTEN (NIET ZO BELANGRIJK)
Vrije marktwerking is garan>e voor maximale welvaart en economische efficiën>e, ontstaan gedurende
Industriële revolu>e (1800-1850) in Engeland
Box 1.5: DE EERSTE STAD WAS EEN MARKTPLAATS
® Megbi was de eerste stad in de oudheid (volgens Diodorus van Sicilië).
® Er was een voedselmarkt en er vormde zich een stad rond.
® Megbi = “stad van het voedsel” (vandaag El-kab).
Vroege oudheid: markten in steden en grote dorpen, heel wat steden gegroeid door het succes van de lokale
markten. Mensen wonen graag in de nabijheid van marktplaatsen.
Tot na middeleeuwen: in Europa zijn er veel steden en grote dorpen met lokaal georganiseerde markten.
- Marktkramers in Gent hadden geen besef van aanbod op andere markten, het aanbod van de
producten op lokale markten werd bepaald aan de hand van de vraag van de lokale bevolking.
- Geen garan>e op lucra>eve verkoop omdat vele gemeenten en steden de toegang tot lokale markten
bewust beperkten voor buitenstaanders.
Lokale markten in Engelse steden: lokale bestuurders reguleerden de marktwerking en bepaalden de prijs
waarbij ze rekening hielden met de belangen van zowel de kopers als aanbieders.
- Geen zelfregulerende marktkrachten maar regulering door overheden.
- Geen prikkel om meer te produceren en meer winst te maken -> verkopers verdienen net genoeg om
goed te kunnen leven.
Bewoners van geïsoleerde landelijke gebieden leefden tot na de middeleeuwen min of meer zoals primi=eve
gemeenschappen met landbouw en jacht als collec>eve ac>viteiten:
- Reciprociteit, samenwerking en verdeling
- Niemand redeneert in func>e van eigenbelang of omwille van winstmo>ef
1.11 DE VRIJE MARKT IS GEMAAKT/ LAISSER-FAIRE WAS PLANNED (NIET ZO BELANGRIJK)
17e eeuw: beperkte invoer van exo=sche producten die verhandeld werden in havensteden
® Na de 17e eeuw kwam de industriële revolu=e:
o Gebruik van fossiele energie als drij{racht van machines ® mogelijk maken om
tex>elproducten te produceren tegen lage prijs.
9