Deel 1 : Algemene principes van Belgisch belastingrecht
Het fiscaal recht is de rechtstak waarin is vastgelegd welke prestaties de overheid kan vragen van
individuele deelnemers, waaronder fysieke personen, vennootschappen, etc., aan onze samenleving. Het
fiscaal recht behoort tot het publiek recht.
→ Publiek recht : Regels die verhouding tussen rechtsonderhorigen en de overheid bepalen.
Fiscaal recht bevat rechtsvoorschriften m.b.t. volgende punten :
→ Hoe de overheid rechtsgeldige aanspraak kan maken op een prestatie van onderhorigen, dus
onder welke voorwaarden en binnen welke grenzen men belastingen kan opleggen.
→ Het toepassingsgebied.
→ Hoe de fiscus de effectieve betaling van belastingen kan bewerkstelligen.
→ Over welke rechtsmiddelen beschikt de belastingplichtige.
Belastingrecht gaat over de rechtsgrond van de belastingbevoegdheid, dus waarom en op basis waarvan
de overheid belastingen mag heffen. Deze bevoegdheid is beperkt en wordt begrensd door hogere
rechtsbronnen zoals de Grondwet.
→ Belangrijke vraag : Onder welke voorwaarden mag belasting geheven worden en binnen welke
grenzen moet die belastingheffing blijven.
→ Link met legaliteitsbeginsel : Belastingen mogen alleen geheven worden als er een wettelijke
basis voor is.
Rechtsgeldige aanspraak
In principe kan bijna alles belast worden, maar alleen als er een voldoende aanknopingspunt is met de
staat. Er zijn 2 aanknopingspunten : Personeel en Zakelijk.
1. Personeel/persoonlijk : Via het domiciliebeginsel, de woonplaats van een persoon bepaalt dat
een staat je mag belasten.
2. Zakelijk : Via het liggingsbeginsel, waar zich iets bevindt, bijv. vastgoed. Via het
bronstaatsbeginsel, waar het inkomen ontstaat.
Voorbeeld : Persoonlijke en territoriale aanknopingspunten kunnen botsen, bijv. een persoon
gedomicilieerd in België, maar ontvangt zijn inkomen uit Frankrijk. Beide landen kunnen tegelijk aanspraak
maken, waardoor dubbele belasting ontstaat. Dubbelbelastingverdragen bepalen welk land (of beide)
mogen belasten en hoeveel.
Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied van belastingen wordt bepaald door het subject (wie), het object (wat) en de
timing, wanneer dat de belasting ontstaat (bv. per jaar of per transactie).
1
,Effectieve betaling
Het belastingrecht omvat ook dwangmaatregelen van de overheid om belastingen te innen. Als iemand
niet vrijwillig betaalt, kan de overheid ingrijpen met bijvoorbeeld beslag op goederen of
belastingverhoging. Alvorens de overheid overgaat op een sanctionering, zal er eerst een
betalingsherinnering worden opgestuurd.
Rechtsmiddelen
Belastingrecht omvat ook fiscale geschillenbeslechting, dat is een term voor wat er gebeurt als de
belastingplichtige en de fiscus het oneens zijn. Er zijn 2 manieren om conflicten op te lossen :
administratief (naar/ bij fiscus zelf) of gerechtelijk (belastingplichtige vs. fiscus).
Geschiedenis & belang van belastingen
Veroveringstaksen : Oudste vorm van belastingen, waarbij overwinaars in oorlog beslag legden op
goederen van overwonnen volkeren of hen een tribuut lieten betalen.
Tolheffingen : Belastingen op het verkeer van goederen.
Belasting op oogst : Een belasting op landbouwopbrengst, vaak werd deel van oogst zelf afgestaan.
Grondbelasting : Een belasting op het bezit of gebruik van grond, gebaseerd op de waarde of oppervlakte
van het land.
Cedulaire belasting : Na WO 1 werd een systeem ingevoerd waarin verschillende soorten inkomsten apart
werden belast tegen eigen tarieven.
(globale) Inkomensbelastingen : In 1962 werden cedulaire belastingen vervangen door globale
inkomensbelastingen. De vorm bestaat uit meerdere types belastingen (bv. vennootschapsbelasting),
maar komt samen tot een algemeen systeem dat het totale inkomen belast.
Het belang van belastingen kan in het heden niet worden ontkend. Ze vormen echter de financiële
brandstof van de verzorgingsstaat waarmee de overheid beleid kan voeren. Het zijn de inkomsten van de
overheid waarmee ze veiligheid, onderwijs, volksgezondheid, infrastructuur, etc. kan financieren.
Definitie en functie van de belasting
De definities van het concept ‘belasting’ zijn vrij talrijk en evolueert mee met de samenleving en nieuwe
ontwikkelingen. Uit de definitie van het begrip ‘belasting’ kunnen 4 essentiële elementen gedistilleerd
worden.
1. Rechtsband : Een juridische verplichting tussen burger en overheid. De materiële
belastingschuld gaat over het berekenen van de belasting, de formele belastingschuld gaat over
het bestaan en de opeisbaarheid van de belasting.
2. Partijen : Tussen de overheid/belastingheffer en de belastingplichtige. De overheid heeft een
autonome belastingbevoegdheid, deze ligt bij verschillende niveaus : de federale staat,
gemeenschappen & gewesten en provincies & gemeenten.
-> Ook supernationale instellingen kunnen belastingen heffen zoals de EU.
3. Voorwerp : Wat er wordt belast.
4. Financieel doel : Ze dienen om inkomsten te genereren voor de overheid.
2
,Partijen
1. Federaal niveau bepaalt inkomstenbelasting (IB), BTW, douanerechten en accijnzen. Douanerechten
worden door de EU, supernationale instelling, beïnvloed. Federale belastingen kunnen worden
onderverdeeld in : inkomen, consumptie, specifieke goederen/transacties en administratieve rechten.
2. Gewestelijk (regionaal) niveau bepaalt regionale of gewestelijke belastingen zoals afvalheffingen of
leegstandsheffingen.
3. Provinciaal en gemeentelijk niveau bepaalt lokale belastingen zoals belasting op reclamedrukwerk.
4. Hybride vormen : Belastingen waarbij meerdere beleidsniveau betrokken zijn, dus de bevoegdheid
gedeeld of gemengd is. Vaak wordt de belasting op federaal niveau bepaalt en kunnen lagere niveaus
belastingvermindering of – vermindering hieraan toevoegen.
Verder wordt ook een indeling gemaakt tussen indirecte en directe belastingen.
→ Indirecte belastingen : Wordt geheven op transacties/consumptie en verloopt in stappen. Elke
schakel betaalt bijvoorbeeld btw, maar kan die aftrekken, indien doorverkoop, uiteindelijk draagt
de eindconsument, die het goed consumeert, de belasting.
→ Directe belasting : Wordt rechtsreeks geheven op een persoon. Doorschuiven is niet mogelijk,
de belastingplichtige betaalt zelf aan de staat.
Partij : Overheid
Gewesten hebben toegewezen belastingbevoegdheden, er zijn regionale belastingen. De belasting is
federaal van aard, maar opbrengst gaat naar de gewesten en deze mogen bepaalde elementen zoals
tarieven, heffingsgrondslag en vrijstellingen bepalen.
→ Toepassing : De personenbelasting (PB) wordt federaal berekend. Gewesten mogen daarop
ingrijpen via opcentiemen, verminderingen en verhogingen.
→ Opcentiemen : Extra % op basisbelasting, 100 opcentiemen betekenen een bijkomende
belasting van één euro op elke euro belasting. Dus 786 opcentiemen is € 7,86 per € 1
basisbelasting.
Gewesten mogen belastingvoordelen/vermindering geven voor bepaalde uitgaven rond wonen zoals :
aankoop of behoud van eigen woning, beveiliging, renovatie van woningen en energiebesparende
investeringen in eigen woning.
Echter mogen gewesten hun belastingbevoegdheid niet vrij uitoefenen. Ze moeten bepaalde principes
respecteren. Er mag naast de uitgelegde concepten, geen oneerlijke fiscale concurrentie tussen regio’s
zijn, ze mogen geen dubbele belasting creëren en het vrij verkeer binnen de Europese unie respecteren.
→ Federale loyaliteit : Gewesten mogen het federale systeem niet ondermijnen, noch tegengaan.
→ Europees kader : Ze moeten rekening houden met regels van de economische en monetaire
unie.
Gemeenschappen/gewesten ontvangen een deel van de opbrengt uit de personenbelasting en de BTW,
maar hebben niet altijd de bevoegdheid om die belastingen zelf te regelen.
Ook gemeenten hebben een toegewezen belastingbevoegdheid via opcentiemen en aanvullende
belastingen. Die aanvullende belasting is een extra heffing boven op de personenbelasting, het is een
percentage bepaalt door de gemeente.
3
, Beperkingen aan fiscale bevoegdheid
1. EU-wetgeving : De EU coördineert en harmoniseert indirecte belastingen zoals BTW en accijnzen.
Lidstaten zijn dus niet volledig vrij.
2. Nationale wetgeving : De federale wetgeven kan grenzen/beperkingen opleggen aan lagere overheden
die we eerder hebben besproken.
Partij : Belastingplichtige
Belastingplichtige : De persoon bij wie het belastbaar feit zich voordoet, bijvoorbeeld degene die inkomen
verdient of een goed bezit.
Belastingschuldige : De persoon die effectief de belasting moet betalen. Dit kan dezelfde persoon zijn,
maar dat is niet altijd het geval. Bijvoorbeeld bij wettelijk samenwonenden komt de aanslag gezamenlijk
toe, alsnog blijft iedereen eigen belastingplichtige, maar voor de betaling kan de fiscus (indien nodig) de
andere partner aanspreken.
-> Toepassing : Oprichtersaansprakelijkheid, normaal is de vennootschap belastingplichtige,
maar oprichters kunnen hoofdelijk aanspraken zijn als de vennootschap binnen 3 jaar na
oprichting failliet is en het aanvangskapitaal duidelijk onvoldoende was om de bedrijfsactiviteit
over minstens 2 jaar normaal uit te voeren.
Voorwerp
Een belasting is een heffing of prestatie ten voordele van de overheid. In principe gaat het om een
geldsom, maar er bestaan uitzondering. Vooral vroeger kan men bijdragen via prestaties zoals legerdienst
of bijzitten bij verkiezingen of betalen van successie rechten in natura (via kunstwerken).
Financieel doel
Belastingen dienen om openbare uitgaven van algemeen nut te financieren. Voor belastingen is er geen
directe tegenprestatie en krijg je geen individuele dienst in ruil.
-> Retributies : Je betaalt de overheid voor een concrete dienst, bijvoorbeeld parkeergeld. Dit is
geen belasting door de directe tegenprestatie.
-> Parafiscale bijdragen : Je betaalt voor de sociale zekerheid en je bouwt persoonlijke rechten op
zoals een recht op pensioen. Dit is geen belasting want je zal iets in ruil krijgen.
Actua toepassing : Vennootschapsbijdrage is een forfaitaire bijdrage die vennootschappen moeten
betalen anders zoude zelfstandigen via vennootschap sociale bijdragen kunnen ontwijken. De
juridische kwestie onderzocht of dit nu een bijdrage of een belasting is.
Belastingen dienen om algemene uitgaven van openbaar nu te dekken. Sociale zekerheidsbijdragen
zijn bestemd voor financiering stelsels ter tegemoetkoming om inkomen uit arbeid te vervangen. Het is
niet beslissen waar het geld naartoe gaat en of je er rechten voor krijgt om iets ‘parafiscaal’ te noemen.
Er moet een voldoende band bestaan tussen betaler van bijdrage en groep die sociale bescherming
krijgt om iets ‘parafiscaal’ te noemen als doorslaggeven criterium.
Vennootschapsbijdrage : Geen directe band met sociale rechten, dus een belasting.
Een 2de criterium is, wanneer het 1ste alleen niet voldoet, een voldoende relevante band tussen
bijdrageplichtigen en het collectief der sociaal verzekerden door wie de bijdrage wordt gefinancierd.
Deze wordt gebruikt voor het onderscheiden tussen bijdragen en belasting.
4