PRACTICUM 1: NAVERWERKING
CARL ROGERS: GRONDHOUDING
- Echtheid: congruentie (sensitief bewustzijn) en transparantie (communicatief
delen)
Hulpverlener = echt dus hulpvrager heeft gevoel dat hij dit ook kan
- Onvoorwaardelijke acceptatie: openstellen zonder oordeel zonder voorwaarden,
niet enkel mensen die onze waarden delen bewustzijn van ons referentiekader/
onze rugzak
Veilige omgeving waardoor hulpvrager zich openstelt
- Empathie (=/ gerustelling of advies of SYMPATHIE): herhaling (parafraseren,
reflectie, concretiseren), luisterend oor
Reacties die niet overeenkomen met grondhouding:
- Adviseren
- Overtreffen: dat is nog niks
- Onderwijzen: bekijk het positief
- Troosten
- Verhalen vertellen: doet me denken aan
- Stilleggen: kop op
- Meeleven: ocharme
- Ondervragen = informationele vragen
- Uitleggen: ik zou… maar
- Corrigeren
Wees je bewust hiervan, probeer dit vermijden!
DIAGNOSE-RECEPTMODEL
Normatief denken:
- Sturende rol: minder gespreksruimte
- Stelt algemene norm voor: verstandig handelen
Deskundigheid:
- Kennis en ervaring VS onwetende hulpvrager
- Obv eigen referentiekader
Houding:
- Actief: zoekt oplossingen
- Diagnose daarna recept voor oplossing
SAMENWERKINGSMODEL
Normatief denken:
, - Geen vooraf bepaald idee over hoe je leven moet leiden (cfr. Onvoorwaardelijke
acceptatie)
- Idee over hoe je leven moet vormgeven: zelf oplossing zoeken
Deskundigheid:
- Probeert inzicht te krijgen in referentiekader van zorgvrager
Houding:
- Wil zorgvrager activeren: werken samen opzoek naar een oplossing
PRACTICUM 2: VOORBEREIDING
CLIËNTGERICHTE GRONDHOUDING
Grondhouding tonen grondhouding omzetten in concrete gedragsvaardigheden:
luister- en exploreervaardigheden en regulerende vaardigheden
ACTIEF LUISTEREN
/= gewoon luisteren:
- Gewoon luisteren: jezelf stilhouden en alles opnemen
- Actief luisteren: niet alleen alles opnemen, maar ook proberen begrijpen/ inzicht
krijgen zowel objectieve (feiten) als subjectieve (beleving) betekenis
Zetten ons eigen referentiekader aan de kant en focussen enkel op de ander
(eigen herinneringen, gedachten opzijschuiven)
Door middel van luister- en exploratievaardigheden
- Verbale:
Info overzichtelijk maken
Nagaan of je al dan niet goed begrepen hebt
Stimulatie
- Non-verbale:
Aandachtig luisteren
Stimulatie
Verbale luistervaardigheden:
Doel: inhoud, betekenis en gevoel na gaan door spiegel voor patiënt te houden
Deelvaardigheden:
- Paraverbaal
= korte verbale reacties je laat merken dat er geluisterd wordt
Bv. Hummen, tussenwerpsels (ja, ok, oh), korte vragen, echoën
,- Parafraseren
= in eigen woorden zeggen voelt zich gehoord/ geaccepteerd,
inzichtsverhogend, kan zorgen voor uitbreiding of correctie
Bv. Dus… (kernboodschap in eigen woorden, maar behoudt van betekenis)
- Gevoelsreflecties geven
= gevoel teruggeven van de cliënt belangrijk voor vertrouwensrelatie
4 basisemoties, maar vaak complexer eenvoudige/ meervoudige, valentie (+ of
-), energieniveau (laag of hoog)
PARAFRASEREN = puur inhoud
REFLECTIE = gevoel
SAMENVATTEN = inhoud en gevoel over langere periode
- Samenvatten
= grote hoeveelheid info overzichtelijk en begrijpbaar maken zorgt voor
helderheid
Bv. Obv hoofdpunten, maar wel nog steeds op vragende wijze
, - Doorvragen: open/ gesloten, verbredend/ verdiepend
Verdiepend = gaan verder op iets
Verbredend = gaan over naar een ander onderwerp
Open = polsen naar meningen, leveren veel info op (veel spreekruimte)
vraagwoorden
Gesloten = gerichte info verkrijgen, info controleren, iets nagaan,
antwoordmogelijkheden beperken inversie werkwoorden
Valkuilen:
Waarom-vragen: gevoel van verantwoording (verander je vraag in wat of
welke)
Suggestieve vragen: antwoord zit er al in vervat
Meervoudige vragen: zorgt voor verwarring (wees selectief)