Kinderen & Adolescenten | Psychopathologie '26
Stoornis Kleurcode
Angstig/Ambivalente hechting ■
Angstig/Vermijdende hechting ■
Gedesorganiseerde hechting ■
Hechtingsstoornissen (RAD/DSED) ■
Voedingsstoornis (ARFID) ■
1. Angstig/Ambivalente Hechting (Gepreoccupeerde Hechting)
Prevalentie: 10–20% van de populatie
Categorie Inhoud
Symptomen • Overmatig aanhankelijk en angstig bij scheiding van de verzorger
• Bij terugkeer van verzorger moeilijk te troosten; ambivalent gedrag (zoekt en wijst af)
• Veel bevestiging nodig; kan zich moeilijk losmaken
• Veeleisend, kan boos worden als behoeften niet direct vervuld worden
• Hoge separatieangst; hyperactivatie van het hechtingssysteem
DSM-5 criteria Geen aparte DSM-5 diagnose — dit is een hechtingsstijl, geen klinische stoornis. Onderscheiden van
Reactieve Hechtingsstoornis (RAD) en Scheidingsangststoornis.
• Scheidingsangststoornis (DSM-5): overmatige angst bij scheiding van hechtingsfiguur, 4 weken,
ontwikkelingsinadequaat, significant lijden/functioneren
Epidemiologie • Prevalentie: 10–20% van kinderen in westerse populaties
• Iets vaker bij meisjes; ook in volwassenheid persistent als hechtingsstijl
Etiologie • Inconsistent responsieve zorg: verzorger soms beschikbaar, soms niet
• Kind weet niet wanneer troost of hulp verwacht kan worden → onzekerheid
• Ouder met eigen onverwerkt verdriet of psychische problematiek
• Omgekeerde hechtingsrelatie (parentificatie): kind zorgt voor ouder
Risicofactoren • Inconsistente sensitiviteit van de opvoeder
• Psychische problemen bij ouder (depressie, angst, persoonlijkheidsstoornis)
• Ernstige conflicten tussen ouders
• Gebrek aan sociaal netwerk van het gezin
• Lage sociaaleconomische status (SES)
• Moeilijk temperament van het kind
, Categorie Inhoud
Beschermende • Veilige gehechtheid bij één of beide ouders
factoren • Ondersteunende partnerrelatie
• Sterk sociaal netwerk
• Therapie/coaching van de ouder gericht op sensitiviteit
• Structuur en voorspelbaarheid in de dagelijkse routine
• Videofeedbacktraining voor opvoeders
Prognose • Persisteert vaak in volwassenheid als gepreoccupeerde gehechtheidsstijl
• Verhoogd risico op angst- en stemmingsstoornissen in adolescentie
• Relatieproblemen (afhankelijk, jaloers) op volwassen leeftijd
• Met vroege sensitieve interventie is verbetering mogelijk
Diagnostiek • Vreemde Situatieprocedure (Ainsworth) – observatie separatie/hereniging (0–18 mnd)
• Gehechtheidsinterview voor kinderen/adolescenten
• Vragenlijsten voor ouders: sensitief gedrag, interactiekwaliteit
• Observatie ouder-kindinteractie in gestructureerde setting
Behandeling • Videofeedback Interventie ter bevordering van Positief Ouderschap (VIPP)
• Ouder-kindtherapie gericht op sensitiviteit en consistentie
• Vaste regels en afspraken bieden structuur voor het kind
• Gezinstherapie indien relationele conflicten aanwezig
Preventie • Vroege screening op risicogezinnen (onveilige hechting ouder, laag SES)
• Prenatale en perinatale ondersteuning van jonge/kwetsbare ouders
• Homevisitation programma's (bijv. VoorZorg, Stevig Ouderschap)
• Sensitivisatietraining voor opvoeders
, 2. Angstig/Vermijdende Hechting (Gereserveerde Hechting)
Prevalentie: 15–20% van de populatie
Categorie Inhoud
Symptomen • Schijnbare onafhankelijkheid; vermijdt fysiek contact of intimiteit
• Weinig of geen zichtbare emotie bij scheiding of terugkeer van verzorger
• Focust zich meer op speelgoed/omgeving dan op de verzorger
• Weinig oogcontact; neutraal affect
• Fysiologisch wél stress (verhoogde cortisol), maar gedragsmatig onderdrukt
DSM-5 criteria Geen aparte DSM-5 diagnose — hechtingsstijl, geen klinische stoornis.
Onderscheid met RAD: vermijdend is een adaptieve strategie; RAD is een klinische stoornis door
ernstige verwaarlozing.
Epidemiologie • Prevalentie: 15–20% westerse kinderen
• Stabiel over de tijd als geen interventie plaatsvindt
Etiologie • Consistente afwijzing of negeren van hechtingsbehoeften door verzorger
• Troostbehoeften van kind worden genegeerd/afgewezen → kind leert behoeften te onderdrukken
• Exploratiedrang ontkennen of tegenwerken door overmatig beschermende ouder
• Deactivering van het hechtingssysteem als copingmechanisme
Risicofactoren • Verzorger die consequent emotionele behoeften afwijst
• Ouder met vermijdende eigen hechtingsstijl
• Weinig warmte of affectie in de gezinsomgeving
• Emotioneel koude of zakelijke opvoedingsstijl
• Hoog prestatiegericht gezinsklimaat
Beschermende • Aanwezigheid van een sensitieve, beschikbare bijkomende hechtingsfiguur
factoren • Stabiliteit en voorspelbaarheid in de omgeving
• Therapie voor de opvoeder gericht op warmte en responsiviteit
• Sterk sociaal netwerk rondom het gezin
Prognose • Persisteert als gereserveerde/afwijzende gehechtheidsstijl in volwassenheid
• Verhoogd risico op sociale problemen, isolatie en depressie
• Moeite met intimiteit en nabijheid in volwassen relaties
• Emotionele regulatieproblemen; alexithymie mogelijk
• Risico op somatische klachten door onderdrukte emoties
Diagnostiek • Vreemde Situatieprocedure (Ainsworth) – observatie separatie/hereniging
• Fysiologische maten (cortisol, hartfrequentie) tonen verborgen stress
• Klinische observatie ouder-kindinteractie
• Gestructureerde interviews met ouder over opvoedstijl
Behandeling • Videofeedback Interventie ter bevordering van Positief Ouderschap (VIPP)
• Ouder-kindtherapie: bevorderen van warmte, responsiviteit en oogcontact
• Graduele blootstelling aan nabijheid en troost
• Psycho-educatie voor ouders over hechtingsbehoeften van het kind
Preventie • Vroege identificatie van emotioneel afwijzende opvoedstijlen
• Homevisitation en opvoedingsondersteuning
• Cursussen voor jonge ouders over sensitief ouderschap
• Intergenerationele cyclus doorbreken via eigen therapie ouder
, 3. Gedesorganiseerde Hechting
Prevalentie: variabel; verhoogd in risicopopulaties (mishandeling, verwaarlozing)
Categorie Inhoud
Symptomen • Tegenstrijdig, inconsistent en verward gedrag richting verzorger
• Tegelijkertijd toenadering zoeken én vermijden (approach-avoidance conflict)
• Bevriezen (freeze), stereotype bewegingen of dissociatief gedrag
• De verzorger is zowel bron van veiligheid als bron van angst
• Ernstige moeite met emotieregulatie
DSM-5 criteria Geen aparte DSM-5 diagnose — hechtingsstijl/patroon, geen klinische stoornis op zichzelf.
Sterk geassocieerd met Reactieve Hechtingsstoornis (RAD) en PTSS.
• Verzorger functioneert als 'frightening-frightened': angstaanjagend én angstig zelf
• Onoplosbaar conflict: vluchten naar of vluchten van de hechtingsfiguur
Epidemiologie • In de algemene populatie: ca. 15–20%
• In risicopopulaties (mishandeling, verwaarlozing, psychiatrische ouder): tot 50–80%
• Meta-analyse Fearon e.a. (2010): sterk verband met gedragsproblemen later
Etiologie • Mishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik door primaire verzorger
• Ouder met onverwerkt trauma (bijv. verlies, eigen mishandeling)
• Ouder met ernstige psychische stoornissen (psychose, borderline)
• Angstaanjagende of schuldinducerende controletechnieken
• Instabiele opvoedingsarrangementen (wisselende verzorgers)
Risicofactoren • Fysieke of emotionele mishandeling door primaire verzorger
• Verwaarlozing van basisbehoeften
• Ouder met eigen onverwerkt verlies of trauma
• Psychiatrische problematiek bij ouder (psychose, depressie, verslaving)
• Armoede, sociale isolatie, gebrek aan steunnetwerk
• Institutionele opvoeding met hoge kind-zorgverhoudingen
Beschermende • Aanwezigheid van één stabiele, sensitieve hechtingsfiguur
factoren • Vroege uithuisplaatsing uit gevaarlijke omgeving
• Stabiele, responsieve pleegzorg
• Traumabehandeling voor de ouder
• Sociaal netwerk dat toezicht en steun biedt
Prognose • Slechtste prognose van alle hechtingsstijlen
• Verhoogd risico op gedragsstoornissen, PTSS, depressie, middelenmisbruik
• Meta-analyse Fearon e.a. (2010): sterk verband met externaliserende gedragsproblemen
• Risico op borderline persoonlijkheidsstoornis in volwassenheid
• Met intensieve vroege interventie is verbetering mogelijk
Diagnostiek • Vreemde Situatieprocedure met aanvullende codering voor gedesorganiseerd gedrag (Main &
Hesse)
• Klinische observatie: bevriezen, stereotype bewegingen, approach-avoidance
• Risicoscreening: veiligheidsonderzoek thuis
• Forensisch onderzoek bij vermoeden van mishandeling/verwaarlozing
• Multidisciplinair overleg (jeugdbescherming, GGZ, JGZ)