,
,Les 1: Ontstaan van België
1 Inleiding: de actuele dimensie van de
Belgische geschiedenis
1.1 Waarom een cursus Geschiedenis van België?
In tegenstelling tot een cursus over de geschiedenis van Nederland of Frankrijk verdient de
titel Geschiedenis van België extra uitleg. In het publieke debat wordt het voortbestaan van
België door een vrij grote groep mensen al dan niet continu in vraag gesteld. Dat hangt
samen met de complexe staatsstructuur van het land, de politieke rol van taal en
aanzienlijke verschillen tussen noord en zuiden, zowel sociaaleconomisch als politiek.
Lange tijd kenmerkte het zuiden van het land zich door een sterke socialistische
aanwezigheid, terwijl in het noorden vandaag vooral Vlaams-nationalistische partijen
domineren. Bij elke federale regeringsvorming staat de zogenaamde pacificatiedemocratie
- het systeem waarbij Vlaamse en Franstalige partijen via compromissen regeren - opnieuw
op de proef. De laatste anderhalf jaar spitsten de discussies zich toe op het niveau van het
Brussels Gewest, waar de regeringsvorming volledig geblokkeerd raakte.
1.1 Bye Bye Belgium en de internationale blik op België
Op 13 december 2006 zond de Franstalige openbare omroep RTBF een fictieve uitzending
uit onder de naam Bye Bye Belgium. Daarin werd voorgesteld alsof Vlaanderen zich
eenzijdig onafhankelijk had verklaard. Verslaggevers, waaronder Christophe Deborsu,
deden verslag vanop een gesimuleerde betoging met Vlaamse vlaggen. Een banner met de
tekst Ceci est une fiction moest duidelijk maken dat het om een experiment ging, maar veel
kijkers geloofden de uitzending toch. Dit toont aan hoe massamedia politieke percepties kan
beinvloeden en hoe levendig de vraag naar de toekomst van België leeft.
Dat buitenlandse stemmen soms scherper observeren dan binnenlandse, blijkt uit het werk
van de Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt. In zijn artikel Is There a Belgium? (New York
Review of Books, 1999) omschreef hij België als 'een ongelijk lappendeken van elkaar
overlappende en duplicerende autoriteiten'. Hij wees erop dat een federale meerderheid
binnen beide taalgroepen vereist is en dat zelfs het buitenlands beleid - formeel een federale
bevoegdheid - in de praktijk in handen van de gewesten ligt omdat het voornamelijk over
handelsakkoorden gaat, die gewestelijke materie zijn. Zijn conclusie was kernachtig: 'België
is belangrijk, en niet alleen voor de Belgen.'
Judts analyse bleek profetisch. De drie langste nationale regeringsformaties vonden
allemaal plaats in de 21ste eeuw:
• 2010-2011: 541 dagen - langste regeringscrisis ooit
• 2019-2020: 494 dagen - formatie regering-De Croo
• 2024-2025: 236 dagen - derde langste ooit
2
,In januari 2026 verwees de Amerikaanse historicus Timothy Snyder in een interview op Ter
Zake naar België als referentiepunt om het mogelijke uiteenvallen van de Verenigde Staten
te duiden: wat hij bedoelde, zou voor alle Belgen duidelijk moeten zijn - een federale staat in
conflict met zijn deelstaten. Het fragment is beschikbaar via Canvas.
België als postnationaal model of ontmantelde staat? De twee interpretaties sluiten de vraag
in of België een voorbeeld vormt van de toekomst (supranationale besluitvorming, Brussel
als Europese hoofdstad) of van het falen van de natiestaat in de 21ste eeuw. Tijdens de
coronacrisis bleken negen ministers van Volksgezondheid verantwoordelijk te zijn, die in een
formeel overlegorgaan bijeen moesten komen.
Kaart 'Armoederisico op gemeentelijk niveau' (2023) - let op
de donkere vlekken bij Brussel, Luik, Bergen en Verviers
als illustratie van de interactie tussen de communautaire en
de sociaaleconomische breuklijn.
2 Het breuklijnenmodel en zijn beperkingen
2.1 Drie breuklijnen als analytisch kader
Het breuklijnenmodel is een analytisch instrument uit de Amerikaanse politieke
wetenschappen, dat in de jaren 1960 ingang vond om politieke conflicten in industriele
samenlevingen schematisch te analyseren. Voor België onderscheiden politicologen drie
grote breuklijnen:
• De sociaaleconomische breuklijn (kapitaal versus arbeid): dit is de tegenstelling tussen
groepen die inkomen verwerven uit kapitaal en groepen die inkomen verwerven uit
arbeid. Ze manifesteerde zich historisch in de opkomst van de arbeidersbeweging en de
socialistische partij.
• De levensbeschouwelijke (beschouwelijke) breuklijn (klerikaal versus antiklerikaal):
de tegenstelling draaide niet om gelovigen versus ongelovigen, maar om de vraag welke
rol de Katholieke Kerk in het openbare leven en de staat mocht spelen. Liberalen
streefden naar een scheiding van kerk en staat; katholieken naar verstrengeling.
Antiklerikalen konden ook gelovig zijn, maar pleitten voor een publieke sfeer zonder
kerkelijk gezag.
• De communautaire breuklijn (Nederlandstaligen/Vlamingen versus Franstaligen): de
spanning tussen de twee grote taalgemeenschappen. Franstaligen vormen geen
3
, homogene groep: er is een onderscheid tussen Franstalige Brusselaars en Franstalige
Walen.
1.2 Beperkingen van het model
Het breuklijnenmodel is nuttig maar heeft drie belangrijke beperkingen:
• Opkomst en ondergang: breuklijnen zijn niet altijd even relevant. De
levensbeschouwelijke breuklijn was centraal in de 19de eeuw maar kalft af in de 20ste;
vandaag manifesteert ze zich eerder in discussies over erkenning van moskeeën of
levensbeschouwelijk onderwijs, zonder de scherpe politieke spanningen van vroeger.
• Overlappingen en interacties: de drie breuklijnen staan niet los van elkaar. Zo heeft de
communautaire breuklijn een sociaaleconomische dimensie gekregen: het debat over
financiele transfers tussen een 'rijk Vlaanderen' en een 'arm Wallonie' vermengt
communautaire en economische spanningen. De Waalse beweging had ook een
levensbeschouwelijke component: de vrees dat een niet-katholiek Wallonie zou
gedomineerd worden door een dominant katholiek Vlaanderen.
• Nieuwe conflictzones: thema's zoals de milieuproblematiek en migratie passen moeilijk
in de klassieke breuklijnen. Ze scheppen nieuwe politieke polarisatie, ook binnen
traditionele partijen (socialisten, christendemocraten, liberalen).
1.3 Praktijkvoorbeeld: de verschuiving zichtbaar in
twee reportages van Deborsu
De twee reportages van Christophe Deborsu illustreren hoe breuklijnen in amper twintig jaar
kunnen verschuiven. In 2006 (Bye Bye Belgium) draaide het publieke debat om de
communautaire breuklijn: de angst voor de splitsing van België. Eind 2025 veroorzaakte een
nieuwe reportage van Deborsu ophef aan beide kanten van de taalgrens - ditmaal over
inwoners van Verviers die een werkloosheidsuitkering ontvangen en al dan niet werk
zoeken. Het debat ging over de armste straat van België, gesitueerd in een stad met het
hoogste armoederisico. De communautaire dimensie als zodanig (splitsing van België) was
vrijwel afwezig. Hier interageren de sociaaleconomische en de communautaire breuklijn: de
grootste armoedecijfers situeren zich in het zuiden van het land.
3 Bestond België voor 1830?
De vraag naar het bestaan van België voor 1830 hangt af van de interpretatie die men
hanteert. Twee polen zijn denkbaar:
• De essentialistische (romantische) interpretatie: de natie wordt gezien als een
natuurlijke entiteit die al lang bestaat maar onderdrukt wordt. Nationale identiteit zou
teruggaan tot een ver verleden. Deze visie was dominant in de vroege 19de-eeuwse
historiografie, die de jonge Belgische staat legitimiteit wilde geven.
4
, • De constructivistische interpretatie: de natie België is een artificieel product van toeval
en het samenspel van Europese grootmachten. België kon in 1830-1831 onafhankelijk
worden door externe politieke omstandigheden, niet door een eeuwenoud nationaal
gevoel.
In de praktijk ligt het antwoord ergens tussen beide polen. Drie historici geven elk een eigen
invulling aan die vraag.
3.1 Essentialistische interpretatie
● Centraal in de 19de eeuw
● Romantische visie op België
● Vrij jong België dat zichzelf nog moest legitimeren, en wilde benadrukken dat het land
een veel langere geschiedenis had dan initieel aangenomen wordt
● Essentialistisch = natie als natuurlijke entiteit met natuurlijke eigenschappen, wordt
doorheen het verleden onderdrukt, en bevrijdt zich dmv een revolutie, maar natiegevoel
gaat al verder terug.
3.1.1Oude Belgen
● Ambiorix
● Standbeeld in Tongeren
● Tegenstander van Caesar
● Bello Gallico (verslag van de Keizer over zijn bezetting van Gallië)
○ De Belgen zijn de dapperste van alle Galliërs
● “Belgae” zijn stammen die ook in Noord-Frankrijk gevestigd zijn, dus niet alleen Belgen →
anachronisme om over België te spreken in de Klassieke Oudheid
3.1.2Constructivistisch interpretatie
● België als artificiële creatie
● Toeval en samenspel tussen Europese grootmachten die gezorgd heeft voor de
Belgische ontafhankelijkheid
In de praktijk: antwoord is een middenweg tussen beide visies
3.2 De visie van Henri Pirenne (1899-1900)
Henri Pirenne (1862-1935) geldt als de nationale historicus bij uitstek. Zijn meerdelige
Histoire de Belgique (waarvan het eerste deel verscheen in 1900) vormt het klassieke
referentiewerk. In zijn lezing La nation belge (Gent, 1900) verdedigt hij de stelling dat
nationale eenheid in België aan eenheid van bestuur voorafging - omgekeerd aan wat elders
gebruikelijk was:
5