Les 1 Bouwmanagement
Les 1 16/02
ruimtelijk beleid
waarom ruimtelijk beleid?
- Al in de vroege 19 e eeuw zijn sporen van ruimtelijk beleid te vinden in
grotere steden
- Vanuit doelopstellingen van esthetiek, gezondheid en veiligheid
gekoppeld aan ontwikkelingsdruk
- Beperkt in toepassingsgebied
de uitbreiding van enkele steden naar het volledige land hangt in grote mate samen met de
ontwikkeling van het woonmodel in belgië
Eind 19e eeuw is
een griezelige periode in de industrialisering (voor de elite)
- Opkomst communisme en socialisme
- Epidemieën door ongezonde levensomstandigheden
- Incest, prostitutie, alcoholmisbruik
Beleidsmatige initiatieven
ontstaan om arbeiders weg te krijgen uit de steden naar het platteland, en om ze via eigenaarschap
een belang bij het behoud van de bestaande orde te geven
- Mobiliteitsbeleid: buurtspoorwegen ontsluiten ‘den buiten’ voor arbeiders
- Woonbeleid private (eigendoms)woningen voor sociale rust
wet arbeidershuisvesting 1889
creëert model van goedkope eigendomswoningen als vorm van ‘sociale
huisvesting’
- Goedkope (sociale) leningen, spaarboekjes, belastingvrijstellingen
- Maatschappijen voor creatie van betaalbare woningen voor arbeiders
- Tussen 1889 en midden 20e eeuw -> 300 000 nieuwbouwwoningen
gesubsidieerd, voornamelijk buiten de steden
- 1 perceel = 1 huis = 1 eigenaar = 1 gezin
1
, Les 1 Bouwmanagement
Wet de taeye 1948
zet dezelfde lijn voort
- Bouw van goedkope woningen na de oorlog via premies, leningen tot 90% van de bouwsom
- mijn overtuiging is dan ook dat door de eigen woning, beter dan door veel woorden over
volksopvoeding, bijgedragen wordt tot de versteviging van ons volksbestaan. (...) Gans he tgezin
gaat leven in en met de natuur en meewerken aan de scheppende schoonheid ( alfred de
taeye)
- De weg naar de grootst mogelijke middelmatigheid (léon stynen)
theorie van padafhankelijkheid:
beleidskeuzes worden in grote mate bepaald door (de
gevolgen van) eerdere beleidskeuzes
- Inelasticiteit in beleid
- Inelasticiteit van instellingen
- Inelasticiteit van mentaliteit (‘baksteen in de
maag’)
Eerste regelgeving
rond ruimtelijke ordening volgt âs wanneer het land al versnipperd bebouwd is, en botst vanaf dan
continu met het ‘gesubsidieerd liberalisme’ waarop het beleid al een eeuw inzette
- Regelgeving komt er zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt als met het doel ’s
lands natuurschoon ongeschonden te bewaren (stedenbouwwet 1962)
- plotse rem op wat mogelijk is op den buiten leidt (o.i.v. Inelasticiteiten) tot continue
slingerbeweging en slaagt er niet volledig in om trends te keren
Ruimtebeslag =
de ruimte ingenomen door onze nederzettingen
- Huisvesting (incl. Tuinen en parken), industriële en
commerciële dooleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden, serres etc.
- Indicator van ruimtelijke spreiding: vlaanderen = 33%, met projectie 2050 = 41-50%
- wat niet binnen het ruimtebeslag valt is open ruimte
Verharding =
de artificiële bedekking van de bodem waardoor essentiële ecosysteemfuncties
verloren gaan
- Ecosysteemfuncties o.a. Waterinfiltratie, plantengroei, koolstofopslag,…
- Indicator van droogte, overstromingen, hitte
2
, Les 1 Bouwmanagement
aanleidingen om aan ruimtelijk beleid te doen
nemen alleen maar toe met de demografische en economische groei op een
beperkte oppervlakte
- Ruimtevragen vanuit industrie, wonen, recreatie blijven toenemen
- Overschrijden van planetaire grenzen vraagt om ingrepen (lagere co2-
uitstoot, herstel van biodiversiteit, keren van ontbossing) die ook weer ruimte
vragen
- Sterkere nood aan beschermen van de open ruimte, het milieu, de natuurwaarden
Ruimtelijk beleid? =
een bewust ingrijpen door de overheid in de ruimtelijke ontwikkeling via fysieke maatregelen of
regelgeving
- Kan om verschillende redenen gebeuren (oa diegene die we gezien hebben) -> belangrijk is dat
het vooral een poging tot sturing is
- Kan heel verschillende vormen aannemen
- Bestaat in grote mate ook uit reflexieve regels
Bestaat uit
ruimtelijke planning, vergunningen, beleid, handhaving (en reflexieve regels)
= is in de ruime zin de systematische voorbereiding van ruimtelijk beleid
- Vaststellen van bepaalde trends in de evolutie van de ruimte (bv toenemend ruimtebeslag)
- Uitdrukken van ambities en bedoelingen m.b.t. Die trends (bv ruimtebeslag afremmen)
- Verantwoorde keuzes maken over handelingen om die ambitie waar te maken (bv verbod op
bijkomend ruimtebeslag invoeren)
- Cyclisch via evaluatie (bv heeft de actie tot een rem op ruimtebeslag geleid?)
= is in strikte zin de opmaak van plannen (structuur-, beleids-, bestemmings-, uitvoerings-) om de
ruimtelijke ontwikkeling te sturen
- Plannen zijn een specifieke vorm van regelgeving, nl ruimtelijke regelgeving
- Planning in deze zin te onderscheiden van stedenbouw, waarmee eerder het fysieke ontwerp
van de ruimte bedoeld wordt
Wet ’62
Wet van 8 april 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw
(‘stedenbouwwet’) bevat voor het eerst een systeem van ruimtelijke planning voor belgië
- Zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt als met het doel ’s lands natuurschoon
ongeschonden te bewaren
3
, Les 1 Bouwmanagement
Voorziet een systeem van steeds fijner wordende (bestemmings)plannen op verschillende niveaus
- nationaal plan en streekplannen (nooit opgemaakt) zouden grote lijnen
vastleggen
- Gewestplannen, algemene plannen van aanleg (apa) en bijzondere
plannen van aanleg (bpa) verfijnen verder
- Verkavelingsplan en bouwplan leiden tot realisatie
gewestplan
Goedgekeurd tussen
1976 en 1980, en leggen bestemmingen vast voor het volledige belgische
grondgebied
- ‘gewest’ wijst hier op een oude administratieve indeling
- plan is gedetailleerder dan oorspronkelijk bedoeld, en legt o.w.v. « rechtszekerheid »
bestemmingen vast tot op perceelsniveau
« bestemming »
geeft aan welke functies in een bepaald gebied toegelaten zijn
- Gekoppeld aan voorschriften in kb 28 december 1972
- “de woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht
en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening
niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor
sociaal-cultu- rele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische
voorzieningen, voor agrarische bedrijven.”
Kritieken
- De plannen creëren een overaanbod aan zgn. ‘harde’ bestemmingen
- Omdat de plannen geen vervaldatum hebben, zitten we min of meer voor eeuwig gevangen in
een systeem van bestemmingsplanning op perceelsniveau
- Opdeling van functies is typisch modernistisch, en niet meer volledig in lijn met huidige (of
zelfs toenmalige) maatschappijvisie
- Plannen zijn statisch, passief en bevatten weinig visie
4
Les 1 16/02
ruimtelijk beleid
waarom ruimtelijk beleid?
- Al in de vroege 19 e eeuw zijn sporen van ruimtelijk beleid te vinden in
grotere steden
- Vanuit doelopstellingen van esthetiek, gezondheid en veiligheid
gekoppeld aan ontwikkelingsdruk
- Beperkt in toepassingsgebied
de uitbreiding van enkele steden naar het volledige land hangt in grote mate samen met de
ontwikkeling van het woonmodel in belgië
Eind 19e eeuw is
een griezelige periode in de industrialisering (voor de elite)
- Opkomst communisme en socialisme
- Epidemieën door ongezonde levensomstandigheden
- Incest, prostitutie, alcoholmisbruik
Beleidsmatige initiatieven
ontstaan om arbeiders weg te krijgen uit de steden naar het platteland, en om ze via eigenaarschap
een belang bij het behoud van de bestaande orde te geven
- Mobiliteitsbeleid: buurtspoorwegen ontsluiten ‘den buiten’ voor arbeiders
- Woonbeleid private (eigendoms)woningen voor sociale rust
wet arbeidershuisvesting 1889
creëert model van goedkope eigendomswoningen als vorm van ‘sociale
huisvesting’
- Goedkope (sociale) leningen, spaarboekjes, belastingvrijstellingen
- Maatschappijen voor creatie van betaalbare woningen voor arbeiders
- Tussen 1889 en midden 20e eeuw -> 300 000 nieuwbouwwoningen
gesubsidieerd, voornamelijk buiten de steden
- 1 perceel = 1 huis = 1 eigenaar = 1 gezin
1
, Les 1 Bouwmanagement
Wet de taeye 1948
zet dezelfde lijn voort
- Bouw van goedkope woningen na de oorlog via premies, leningen tot 90% van de bouwsom
- mijn overtuiging is dan ook dat door de eigen woning, beter dan door veel woorden over
volksopvoeding, bijgedragen wordt tot de versteviging van ons volksbestaan. (...) Gans he tgezin
gaat leven in en met de natuur en meewerken aan de scheppende schoonheid ( alfred de
taeye)
- De weg naar de grootst mogelijke middelmatigheid (léon stynen)
theorie van padafhankelijkheid:
beleidskeuzes worden in grote mate bepaald door (de
gevolgen van) eerdere beleidskeuzes
- Inelasticiteit in beleid
- Inelasticiteit van instellingen
- Inelasticiteit van mentaliteit (‘baksteen in de
maag’)
Eerste regelgeving
rond ruimtelijke ordening volgt âs wanneer het land al versnipperd bebouwd is, en botst vanaf dan
continu met het ‘gesubsidieerd liberalisme’ waarop het beleid al een eeuw inzette
- Regelgeving komt er zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt als met het doel ’s
lands natuurschoon ongeschonden te bewaren (stedenbouwwet 1962)
- plotse rem op wat mogelijk is op den buiten leidt (o.i.v. Inelasticiteiten) tot continue
slingerbeweging en slaagt er niet volledig in om trends te keren
Ruimtebeslag =
de ruimte ingenomen door onze nederzettingen
- Huisvesting (incl. Tuinen en parken), industriële en
commerciële dooleinden, transportinfrastructuur, recreatieve doeleinden, serres etc.
- Indicator van ruimtelijke spreiding: vlaanderen = 33%, met projectie 2050 = 41-50%
- wat niet binnen het ruimtebeslag valt is open ruimte
Verharding =
de artificiële bedekking van de bodem waardoor essentiële ecosysteemfuncties
verloren gaan
- Ecosysteemfuncties o.a. Waterinfiltratie, plantengroei, koolstofopslag,…
- Indicator van droogte, overstromingen, hitte
2
, Les 1 Bouwmanagement
aanleidingen om aan ruimtelijk beleid te doen
nemen alleen maar toe met de demografische en economische groei op een
beperkte oppervlakte
- Ruimtevragen vanuit industrie, wonen, recreatie blijven toenemen
- Overschrijden van planetaire grenzen vraagt om ingrepen (lagere co2-
uitstoot, herstel van biodiversiteit, keren van ontbossing) die ook weer ruimte
vragen
- Sterkere nood aan beschermen van de open ruimte, het milieu, de natuurwaarden
Ruimtelijk beleid? =
een bewust ingrijpen door de overheid in de ruimtelijke ontwikkeling via fysieke maatregelen of
regelgeving
- Kan om verschillende redenen gebeuren (oa diegene die we gezien hebben) -> belangrijk is dat
het vooral een poging tot sturing is
- Kan heel verschillende vormen aannemen
- Bestaat in grote mate ook uit reflexieve regels
Bestaat uit
ruimtelijke planning, vergunningen, beleid, handhaving (en reflexieve regels)
= is in de ruime zin de systematische voorbereiding van ruimtelijk beleid
- Vaststellen van bepaalde trends in de evolutie van de ruimte (bv toenemend ruimtebeslag)
- Uitdrukken van ambities en bedoelingen m.b.t. Die trends (bv ruimtebeslag afremmen)
- Verantwoorde keuzes maken over handelingen om die ambitie waar te maken (bv verbod op
bijkomend ruimtebeslag invoeren)
- Cyclisch via evaluatie (bv heeft de actie tot een rem op ruimtebeslag geleid?)
= is in strikte zin de opmaak van plannen (structuur-, beleids-, bestemmings-, uitvoerings-) om de
ruimtelijke ontwikkeling te sturen
- Plannen zijn een specifieke vorm van regelgeving, nl ruimtelijke regelgeving
- Planning in deze zin te onderscheiden van stedenbouw, waarmee eerder het fysieke ontwerp
van de ruimte bedoeld wordt
Wet ’62
Wet van 8 april 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw
(‘stedenbouwwet’) bevat voor het eerst een systeem van ruimtelijke planning voor belgië
- Zowel uit economisch, sociaal en esthetisch oogpunt als met het doel ’s lands natuurschoon
ongeschonden te bewaren
3
, Les 1 Bouwmanagement
Voorziet een systeem van steeds fijner wordende (bestemmings)plannen op verschillende niveaus
- nationaal plan en streekplannen (nooit opgemaakt) zouden grote lijnen
vastleggen
- Gewestplannen, algemene plannen van aanleg (apa) en bijzondere
plannen van aanleg (bpa) verfijnen verder
- Verkavelingsplan en bouwplan leiden tot realisatie
gewestplan
Goedgekeurd tussen
1976 en 1980, en leggen bestemmingen vast voor het volledige belgische
grondgebied
- ‘gewest’ wijst hier op een oude administratieve indeling
- plan is gedetailleerder dan oorspronkelijk bedoeld, en legt o.w.v. « rechtszekerheid »
bestemmingen vast tot op perceelsniveau
« bestemming »
geeft aan welke functies in een bepaald gebied toegelaten zijn
- Gekoppeld aan voorschriften in kb 28 december 1972
- “de woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht
en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening
niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor
sociaal-cultu- rele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische
voorzieningen, voor agrarische bedrijven.”
Kritieken
- De plannen creëren een overaanbod aan zgn. ‘harde’ bestemmingen
- Omdat de plannen geen vervaldatum hebben, zitten we min of meer voor eeuwig gevangen in
een systeem van bestemmingsplanning op perceelsniveau
- Opdeling van functies is typisch modernistisch, en niet meer volledig in lijn met huidige (of
zelfs toenmalige) maatschappijvisie
- Plannen zijn statisch, passief en bevatten weinig visie
4