FINANCIEEL MANAGEMENT
Inhoudsopgave
Deel 1: Bespreking van de jaarrekening ................................................................................................ 3
Hoofdstuk 1: De balans ................................................................................................................... 3
Inleiding: Jaarrekening ................................................................................................................ 3
Vermogen ................................................................................................................................... 3
Evenwicht ................................................................................................................................... 4
Balans ........................................................................................................................................ 5
Hoofdstuk 2: de resultaatrekening ................................................................................................. 14
Indeling van de resultaatrekening: ............................................................................................ 14
h3: de resultatenverwerking ........................................................................................................... 23
Resultaatverwerking : winst........................................................................................................ 24
Resultaatverwerking: verlies ...................................................................................................... 25
Balans vs Resultatenrekening .................................................................................................... 26
BOEKINGSREGELS .................................................................................................................... 28
H4: De toelichting ......................................................................................................................... 29
De toelichting kan logisch worden opgedeeld in 4 grote delen: ..................................................... 29
Voorbeeld van een goed gestructureerde toelichting ................................................................... 31
Case HUBO ............................................................................................................................... 31
Herhalingsoefeningen ................................................................................................................... 33
Multiple choice vragen over deel 1 ! ............................................................................................ 36
Deel 2: analyse van de jaarrekening ................................................................................................... 37
Hoofdstuk 1: de liquiditeit ............................................................................................................. 37
Aandachtspunten balans ........................................................................................................... 38
Liquiditeitstesten ...................................................................................................................... 40
Hoofdstuk 2: Solvabiliteit .............................................................................................................. 44
Liquiditeit vs solvabiliteit ............................................................................................................ 44
Algemene schuldgraad .............................................................................................................. 46
hOOFDSTUK 3: Rentabiliteit .......................................................................................................... 53
Rendabiliteit op verkopen – rechts foto boven ............................................................................. 53
Deel 3: Prijsberekening en kostencalculatie ....................................................................................... 58
Hoofdstuk 1: Kostprijsberekening in een onderneming .................................................................... 58
, Samenstellende elementen van de kostprijs ............................................................................... 58
Directe kosten ........................................................................................................................... 59
Indirecte kosten ........................................................................................................................ 59
Opslagpercentage indirecte kosten ............................................................................................ 59
Kostprijs ................................................................................................................................... 60
oPSLAGMETHODE ..................................................................................................................... 60
Hoofdstuk 2: Van kostprijs naar verkoopprijs .................................................................................. 64
Wat is brutowinstopslag? ........................................................................................................... 64
Het doel van Brutowinstopslag ................................................................................................... 65
Waarom is dit belangrijk? ........................................................................................................... 65
Brutowinstopslag vs brutowinst ................................................................................................. 65
Brutowinstopslag vs Brutowinstmarge ........................................................................................ 65
Hoofdstuk 3 : Van verkoopprijs naar consumentenprijs ................................................................... 68
Consumentenprijs ..................................................................................................................... 68
Multiple Choice: ........................................................................................................................ 70
,DEEL 1: BESPREKING VAN DE JAARREKENING
HOOFDSTUK 1: DE BALANS
De balans = De balans laat zien
wat een bedrijf heeft en hoe dat
is betaald op een specifiek
moment.
INLEIDING: JAARREKENING
= De doel van boekhouden
= Document die inzicht geeft in
de investeringen,
financieringsvormen, resultaten,
opbrengsten, kosten,… van een onderneming.
= Is een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van een bedrijf of organisatie.
Voor wie?
- Fiscus (Belastingdienst): Om te controleren hoeveel belasting moet worden betaald (winst / verlies)
- Jezelf / bedrijf: Om strategische beslissingen
te nemen en te zien of het bedrijf gezond is.
- Potentiële klanten / partners: Om vertrouwen
te krijgen in de stabiliteit van het bedrijf.
- Aandeelhouders / investeerders: Om te
beoordelen of ze winst (dividend) krijgen en of
het bedrijf rendabel is.
- Financiële instellingen / Banken: Om te
beoordelen of het bedrijf kredietwaardig en
solvabel is.
- Leveranciers: Om te zien of het bedrijf zijn facturen kan betalen.
- Personeel: Om zekerheid te hebben over loon en de continuïteit van het bedrijf.
VERMOGEN
Activa = Alle bezittingen van een onderneming (wat het bedrijf heeft).
Passiva = Hoe de bezittingen zijn gefinancierd (eigen vermogen + schulden).
Handelsvorderingen = Bedragen die klanten nog moeten betalen aan het bedrijf.
Leveranciersschuld = Bedragen die het bedrijf nog moet betalen aan
leveranciers.
Resultatenrekening = Overzicht van opbrengsten en kosten over een bepaalde
periode dat de winst of het verlies toont.
AANWENDING VAN VERMOGEN
→Om een handelszaak te kunnen voeren heeft een handelaar GELD nodig
- Infrastructuur voor de zaak
- Gebouwen / Magazijn / Bestelwagen / …
- Voorraad aankopen
→We moeten KOOPKRACHT hebben of VERMOGEN tot kopen.
, OORSPRONG VAN VERMOGEN
Eigen vermogen: Het vermogen dat van de eigenaar(s) zelf is. Het is het deel dat overblijft als alle
schulden zijn betaald.
Voorbeeld: Je start een zaak en investeert zelf 20.000 euro spaargeld. Dat is eigen vermogen. Als je later
50.000 euro aan bezittingen heeft en 30.000 euro schulden, dan is:
Eigen vermogen = 50.000 – 30.000 = 20.000 Dat is het deel dat echt van jou is.
(SPAARGELD / KAPITAAL)
Vreemd vermogen: Geld dat door anderen (derden) aan de onderneming ter beschikking wordt gesteld,
voor korte of lange termijn. Dit moet worden terugbetaald.
Voorbeeld: Een banklening van 15.000 euro → Lange termijn vreemd vermogen
Een openstaande factuur van een leverancier van 5.000 euro → korte termijn vreemd vermogen
Dit zijn schulden van het bedrijf.
EVENWICHT
Giftshop: Samenstelling van het vermogen op datum: 30/07/20X1
Dubbel boekhouden
= een boekhoudsysteem waarbij elke
verrichting altijd twee keer wordt
geregistreerd:
1 keer debet (links) en 1 keer credit
(rechts)
Activa (werkmiddelen)
Vraag: Wat heeft het bedrijf?
Wat wordt ermee gefinancierd?
Dit zijn de bezittingen van de onderneming.