Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Politieke Psychologie | VUB | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
67
Geüpload op
26-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting behandelt de lessen van Politieke Psychologie aan de VUB, verzorgd door Prof. dr. Didier Caluwaerts en Prof. dr. Dimokritos Kavadias. Is een goede basis om de kern concepten te begrijpen en te onthouden. Ik ben erdoor geraakt via deze samenvatting. Ik heb de samenvatting aangevuld met de opnames van de lessen. Het examen is vooral inzichtelijk maar dit helpt wel als kapstok en als goede basis succes!!!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

POLITIEKE PSYCHOLOGIE
samenvatting
Prof. dr. Didier Caluwaerts & Prof. dr. Dimokritos Kavadias | VUB


LES 1: INLEIDING TOT POLITIEKE PSYCHOLOGIE
1.1 Wat is Politieke Psychologie?
Politieke psychologie is geen traditionele academische discipline maar een interdiscipline — een
grensgebied tussen psychologie en politieke wetenschappen. De International Society for Political
Psychology bestaat sinds 1976.


Psychologie Wetenschappelijke studie van mentale processen en gedrag van individuen
en groepen.


Politieke Psychologie De objectieve studie van politieke subjectiviteit (Van Ginneken, 1988). Of:
de wetenschappelijke studie van politieke belevingen en politiek gedrag.


Kerndefintie (Oxford "At its core, political psychology concerns the behavior of individuals within
Handbook) a specific political system." (Huddy, Sears & Levy, 2013)


Politieke psychologie is probleemgestuurd: wetenschap om maatschappelijke problemen te begrijpen, niet
wetenschap omwille van de wetenschap. Er zijn ook steeds normatieve posities mee verbonden — denk aan
Taine's conservatisme.

1.2 Historische wortels: Frankrijk (19e eeuw)
De politieke instabiliteit in Frankrijk (1789–1870) gaf de eerste impuls. Elke generatie beleefde een
regimewissel: republiek → keizerrijk → restauratie → juli-monarchie → 2e republiek → 2e keizerrijk → 3e
republiek.

Hyppolyte Taine (1828–1893)
• Positivist en scientistisch historicus: zocht empirisch gefundeerde wetten in de geschiedenis.
• Drie determinanten van menselijk gedrag: le milieu (geografie/klimaat), la race
(erfelijkheid/fysieke staat), le moment (historische situatie).
• Methode: analyse → classeren → definiëren → in verband brengen.
• Politieke positie: conservatief — veroordeelde de Franse Revolutie als abstracte en gevaarlijke
illusie van rationalisme. De mens is niet rationeel.
• Belang: eerste moderne inspiratiebron voor studie van 'volksaarden' en politieke psychologie.
Legde ook basis voor de École Libre de Sciences Politiques.
Boutmy gebruikte het schema van Taine voor de eerste boeken met de expliciete term 'politieke psychologie'
(1901): Essai d'une psychologie politique du peuple Anglais.

Gustave Le Bon (1841–1931)
• Massapsychologie: zijn Psychologie des foules (1895) geldt als het begin van de
massapsychologie.
• Onderscheid 5 oorzaken van menselijk handelen: biologisch, emotioneel, rationeel, collectief,
mystiek.
Centraal inzicht: in een massa verdwijnen de 'hogere psychische functies' (cognitie, rede) en overheersen de
'lagere psychische functies' (driften, het onbewuste).

, • Gezag in de massa: niet rationeel-legaal maar charismatisch — suggestie, prestige en uitstraling
bepalen het gedrag. (Cf. Max Weber's drie gezagstypen: traditioneel, charismatisch, rationeel-
legaal.)
• Politieke relevantie: Le Bon beschreef manipulatie van de publieke opinie en voorspelde al in 1924
de opkomst van dictaturen in Europa.
Webers drie gezagstypen zijn examenrelevant: (1) Traditioneel gezag = gewoonte/geloof; (2) Charisma =
persoonlijke uitstraling; (3) Rationeel-legaal = regels en procedures. Weber dacht dat moderne
samenlevingen richting (3) evolueerden; Le Bon benadrukte het persisteren van (2) in de
massamaatschappij.

1.3 Duitstalige landen: Oostenrijk en Duitsland
Ook hier: politieke instabiliteit (WO I, val keizerrijk, Weimarrepubliek, crisisjaren 1930) als drijfveer voor
onderzoek.

Sigmund Freud (1856–1939) — Psychoanalyse
• Centrale concepten: het onbewuste, de droom, de neurose, verdringing.
Freuds driedeling van de psyche (na 1920):
• Es (Id): aanwezig vanaf geboorte. Reflexen, instincten, driften. Gestuurd door het plezierprincipe
(onmiddellijke bevrediging). Volledig onbewust.
• Ich (Ego): grotendeels bewust. Reflecteert over het zelf. Volgt het realiteitsprincipe — stelt
bevrediging uit, vermijdt externe conflicten.
• Uber-Ich (Superego): morele instantie. Ontwikkelt zich via het oplossen van het Oedipus-complex
(identificatie met gezag van de vader).


Andere kernconcepten:
• Libido: seksuele/vitale energie die zich op verschillende manieren uit. Fasen: oraal → anaal →
genitaal.
• Afweermechanismen: verdringing, projectie, rationalisatie, ontkenning.
• Cultuur en agressie: cultuur dwingt ons onze natuurlijke agressie te onderdrukken; dit leidt tot
verschuiving van agressie op zondebokken (andere groepen).
Freuds erfgenamen in de politieke psychologie: Carl Jung (collectief onbewuste, archetypen), Alfred Adler
(minderwaardigheidscomplex), Wilhelm Reich (massapsychologie van het fascisme — strenge opvoeding +
represssie → nationaalsocialisme).

Frankfurter Schule
• Institut für Sozialforschung: onder leiding van Max Horkheimer. Combineerde Weber
(gezag/macht) met Freud.
• Erich Fromm: Escape from Freedom — over de vlucht in autoritaire ideologieën.
• Herbert Marcuse: The One-Dimensional Man — over vervlakking van kritisch denken in de
consumptiemaatschappij.
• Theodor Adorno et al. (1950): The Authoritarian Personality — synthese van filosofische
concepten, klinische studies en kwantitatieve empirische methoden. Onderzocht het 'syndroom' dat
de steun voor autoritaire regimes ondersteunde. Meetinstrumenten: F-schaal (fascisme), E-schaal
(etnocentrisme), AS-schaal (antisemitisme). Tot op heden in gebruik.

1.4 Angelsaksische wereld: behavioristische omwenteling
In Engeland: Graham Wallas (LSE, ~1908) en William Rivers wezen al op de rol van irrationele instincten in
de politiek. Beiden beïnvloedden de Chicagoschool.

Chicago School
• Charles Merriam (1874–1953): grondlegger behavioristische omwenteling. Pleitte voor empirisch
kwantitatief onderzoek en verschuiving van instituties naar politiek gedrag.
• Harold Lasswell: eerste moderne politiek psycholoog. Psychopathology & Politics (1930): zocht
psychische antecedenten (trauma's, nevroses) voor politiek gedrag. Politics: Who Gets What, When
and How? — analyse op basis van psychologische motieven. Eerste onderzoeker naar
individualisering en identiteitsvorming in de politiek (relevant werd pas in de jaren 1980).

Behavioristische omwenteling (1950–1970)

,Voor WO II domineerden politieke filosofie en institutionalisme. Na WO II: institutionele analyse kon
fascisme/nazisme niet voorspellen. Weimarrepubliek was constitutioneel perfect maar bleek niet
levensvatbaar.
Kenmerken van de behavioristische aanpak (Hans Eulau: 'The Root is Man'):
• Regelmaat: politiek gedrag vertoont waarneembare regelmatigheden.
• Verificatie: generalisaties moeten empirisch testbaar zijn.
• Kwantificering: meting en kwantificering voor nauwkeurigheid.
• Systematiek: onderzoek nauw verbonden met theorievorming.
• Integratie: openheid voor andere sociale wetenschappen.
• Waardenvrijheid: normatieve waardering vs. empirische verklaring strikt scheiden.
Dit leidde tot floreren van onderzoek naar: politieke socialisatie, elites, stemgedrag, mobilisatie,
persoonlijkheid en politiek, politieke attitudes, biologische basis van politiek gedrag.


LES 2: PERSOONLIJKHEID EN POLITIEK GEDRAG
2.1 Waarom persoonlijkheid bestuderen?
• Mensen zijn geen tabula rasa: ze brengen stabiele disposities mee.
• Groeiend belang van nieuwsmedia: persoonlijkheid van leiders wordt zichtbaarder.
• Groeiend besef: persoonlijkheid stuurt ook het gedrag van gewone burgers.
Andere verklaringen van politiek gedrag van burgers: belangen, politieke vaardigheden/attituden/middelen,
groepskenmerken (klasse, gender), maatschappelijke/institutionele context, sociaalpsychologische
processen, sociale netwerken.

2.2 Definitie van persoonlijkheid

Persoonlijkheid Een endogeen en gebruikelijk patroon van relatief permanente
karaktertrekken ('traits') die zorgen voor consistentie, directionaliteit en
individualiteit in gedrag, en die situationeel ingebed zijn.


Persoonlijkheidskenmerken kunnen worden uitgedrukt als: noden, zelf-evaluaties, waarden, karaktertrekken
(traits).

2.3 Tradities in de studie van persoonlijkheid
Premoderne theorieën: Hippocrates
• Sanguïnisch: bloed — optimistisch, sociaal.
• Flegmatisch: slijm — rustig, onverstoorbaar.
• Cholerisch: gele gal — opvliegend, agressief.
• Melancholisch: zwarte gal — droefgeestig, teruggetrokken.

Psychoanalyse (Freud — zie ook Les 1)
• Drie elementen: Id (pleasure principle), Ego (reality principle), Superego (morality principle).
• Angsten: neurotische angst (conflict id/ego) en morele angst (conflict ego/superego).
• Afweermechanismen: repressie, projectie, rationalisatie, ontkenning.
• Meting van persoonlijkheden: droomanalyse, vrije associatie.
• Voor leiders — psychobiografieën: neuroticisme, narcisme, paranoia.
Kritiek: validiteit en betrouwbaarheid zijn beperkt; Freud baseerde zich op zijn eigen herinneringen van
sessies. Geen gestandaardiseerde meting.

Motivatietheorieën (McClelland)
• Big Three Motivations: (1) Behoefte aan macht, (2) Behoefte aan betrokkenheid/intimiteit, (3)
Behoefte aan prestaties.
• Meting: Thematic Apperception Test (TAT): respondenten schrijven een verhaal bij een ambigue
afbeelding. De inhoud van het verhaal onthult de dominante motivatie.

, Voorbeeld (Madsen): dezelfde vioolafbeelding leidt tot compleet andere verhalen — een verhaal zonder
prestatiemotivatie vs. een verhaal vol ambitie en doorzettingsvermogen.

Genetische theorieën
• Benaderingen: evolutietheorie, gedragsgenetica.
• Persoonlijkheid correleert met: neurale mechanismen en hormonale processen.
• Metingen: brain imaging (fMRI), monozygotisch tweelingenonderzoek, DNA-onderzoek.
Kritiek: genetica vs. gedrag — onderschatting van socialisatie. Epigenetica toont aan dat genetica en
omgeving niet wederzijds exclusief zijn; genen kunnen worden aan- of uitgezet door omgevingsfactoren.

Karaktertrekken (Trait) Theorieën
Basisstelling: politiek gedrag wordt bepaald door persoonlijkheidskenmerken die stabiel zijn over de tijd.
• Allport: 4500 kenmerken gegroepeerd in cardinale (dominante trek), centrale (5–10
hoofdkenmerken) en secundaire kenmerken.
• Cattell: 16 persoonlijkheidskenmerken (16PF).
• Eysenck: 3 dimensies: extraversie, neuroticisme, psychoticisme.

2.4 De Big Five (OCEAN) — Costa & McCrae
Via lexicale analyse (studie van persoonlijkheidsbeschrijvende woorden in de taal) kwamen Costa en
McCrae tot 5 universele dimensies:


Openness (O) Openheid voor nieuwe ervaringen, creativiteit, intellectuele
nieuwsgierigheid.


Conscientiousness Zorgvuldigheid, discipline, ordelijkheid, betrouwbaarheid.
(C)


Extraversion (E) Sociabiliteit, assertiviteit, positieve emoties.


Agreeableness (A) Inschikkelijkheid, mildheid, vertrouwen, meegaandheid.


Neuroticism (N) Emotionele instabiliteit, angst, stemmingswisselingen.


Belangrijk: correlaten van de Big Five zijn niet noodzakelijk universeel — culturele context speelt een rol bij
de politieke vertaling van persoonlijkheidskenmerken.
Voorwaarden voor een goede Big Five-meting: multidimensionaliteit, handelbaarheid (eenvoudig af te
nemen), doelmatigheid. Er is steeds een trade-off tussen validiteit en betrouwbaarheid.

2.5 Effect van persoonlijkheid op politiek gedrag
Openheid (O)
Politiek gedrag:
• Meer steun voor progressieve/centrum-linkse partijen; minder voor extreem-rechts.
• Meer politieke informatieverzameling en hogere participatiegraad.
Politieke attituden:
• Positieve correlatie met linkse zelfplaatsing.
• Minder etnocentrisch, grotere politieke netwerken.
• Meer politiek vertrouwen, meer politiek zelfvertrouwen, lager cynisme, minder ethisch conservatief.

Conscientiousness (C)
Politiek gedrag:

Documentinformatie

Geüpload op
26 mei 2026
Bestand laatst geupdate op
1 juni 2026
Aantal pagina's
67
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€7,09
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ailu

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ailu Vrije Universiteit Brussel
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
2 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen