VERKENNING VAN TAALONTWIKKELEND LESGEVEN
Als leerkracht ga je in alle andere vakken Nederlands gaan stimuleren, aanleren, feedback geven,… = taal
is in elk vak aanwezig!
WERKEN AAN TAALCOMPETENTIE DE HELE DAG DOOR
1. Taal als motor van brede ontwikkeling
2. Geïntegreerd werken aan taal in de lagere school aan taal werken in andere vakken, taal
integreren in alle andere domeinen (vb. les WERO met een tekst, je werkt aan taal door de
leerlingen te laten lezen, begrijpen,… & ook talig gaan begeleiden)
3. Taalkrachtig onderwijs doorheen de dag ondersteunen, feedback geven, stimuleren,…
WAT IS TAALCOMPETENTIE?
Competentie:
Competent zijn = je kan iets goed, je hebt de vaardigheden om iets te kunnen
Zet je in om volwaardig deel te kunnen nemen aan de maatschappij
Taalcompetentie:
Taalkennis
o Wat je bewust en onbewust weet over allerlei aspecten van taal, taalgebruik en
taalsysteem
o Nodig om talige vaardigheden toe te passen en af te stemmen op je doel
Talige vaardigheden
o Talige handelingen die je kunt uitvoeren: lezen, luisteren, schrijven, spreken en
gesprekken voeren
o In staat om die handelingen uit te voeren
Worden ondersteund door attitudes
o = hoe je staat tegenover taal, vind je het leuk, niet,… Bij kinderen de feeling voor taal
stimuleren, het is belangrijk voor sociale vaardigheden,…
o Emotie, houding, motivatie ten aanzien van taal en eigen taalcompetentie
Grote samenhang van die 3 termen!
Pillaert J. Didactiek Nederlands 1 Pagina 1 van 40
,TAALONTWIKKELEND LESGEVEN = TOL = TAALKRACHTIG ONDERWIJS
Aandacht hebben voor taal op elk moment van de dag.
Hoe leer je zelf het beste taal?
Expliciet taal leren – impliciet taal leren
o Expliciet:
Je gaat expliciet mee bezig zijn, heel bewust
Vb. Frans leren met een afdekblaadje
o Impliciet:
Je doet het tussen de lijnen door, leerlingen hebben niet door dat ze taal aan het
leren zijn
Vb. leerkracht haalt kernwoorden uit de tekst, ik zal dat ook een keer doen
Taalkrachtig onderwijs = impliciet
o Speelt in op natuurlijke vermogen om taal te leren
o Impliciet talen leren wordt moeilijker hoe ouder je wordt
HOE KAN JE JE EIGEN LEEROMGEVING/LESSEN TAALKRACHTIG MAKEN?
Geef taal de ruimte!
Speel in op het natuurlijke leervermogen
Probeer zelf gevoelig te zijn voor de taal die jouw expertise ondersteunt
Gebruik ‘levend materiaal’
kortom: de krachtige leeromgeving!
ZEVEN DIDACTISCHE PRINCIPES VOOR HET STIMULEREN VAN TAALCOMPETENTIE IN DE
LAGERE SCHOOL
TALIGE GRONDHOUDING
Fundament!
Attitude tegenover taal
Randvoorwaarden: zin én durf stimuleren (kinderen moet zin en durf hebben!)
o Een leeromgeving die uitdagend, betekenisvol en veilig is
Niet alleen zin om taal te gebruiken, maar ook taalcompetentie uit te breiden
o Veiligheid (om antwoorden te geven)
o Vertrouwen
o Plezier (bouwen, voelen met taal)
Hoge verwachtingen koesteren:
o Hoge maar haalbare verwachtingen je geeft leerlingen vertrouwen dat ze kunnen
groeien in taalontwikkeling
Kan je doen door doelen op te stellen, rijk taalaanbod, uitdagende, functionele
opdrachten
o Gepaste ondersteuning aanbieden = veilige context niet in gevaar brengen vertrouwen
en veiligheid
Pillaert J. Didactiek Nederlands 1 Pagina 2 van 40
, Talig repertoire: eventueel andere taal – leerlingen alle hulpbronnen inzetten
o Vergelijkingen maken met thuistaal
o Alle hulpbronnen kunnen inzetten
o Groepje kinderen met zelfde thuistaal kinderen laten overleggen in thuistaal & daarna
vertellen in het Nederlands
Hoe beter ze thuistaal kennen, hoe beter ze Nederlands zullen leren
o Nog hulpbronnen:
Persoonlijke hulpbronnen
Eerdere ervaringen
Interesses
Cognitieve of metacognitieve strategieën
Samenvatten
Plannen
Sociale hulpbronnen
Klasgenoten
Leraren die uitleg geven
Materiële of technologische hulpbronnen
Woordenboeken
Taalmuur
o Hierop inspelen = verhogen gevoel van competentie, autonomie en verbondenheid
o Taaldiversiteit is normaal en waardevol
In lager onderwijs: basis van taal al verworden
o Maar leren van een taal stopt nooit
Bij sommigen loopt dat vlot, bij anderen minder
Leerlingen mogen fouten maken
CONTEXTRIJK
Betekenisvolle context (hangen samen met functionaliteit) & concrete materialen op basis
daarvan kan je nieuwe talige kennis, vaardigheden en attitudes daaraan vasthaken
o Interesses
Je laat zien dat je hen erkent als unieke, lerende individuen
o Voorkennis (verschillend bij leerlingen!)
Vergemakkelijkt en verduurzaamt het leren en zorgt voor meer mentale ruimte
om na te denken over nieuwe kennis
Zit vaak verstopt, maar je kan wel linken leggen als je daar tijd voor neemt
o Leefwereld
o Thuistaal van leerlingen is ook een vorm van context en voorkennis
Ruimte geven om hierover uit te wisselen
o zorgt ervoor dat de kinderen nieuwsgierig zijn
Kennis van de wereld verruimen via taal
o Door te verruimen zorg je dat leerlingen bijleren en nieuwe talige kennis opbouwen
o Door een rijk taalaanbod: leren nieuwe begrippen, inzichten, verbanden,…
o Leerlingen breiden hun kennis van de wereld uit via taal
Je weet waar je mee bezig bent en gebruikt dat als kapstok
Contextrijk en taalkrachtig onderwijs via een thema/project
o Vb. thema: de Polen – pinguïns houden zich warm via sociale warmte of samenklonteren
drama-les: tableau vivant: zelfde tafereel
Pillaert J. Didactiek Nederlands 1 Pagina 3 van 40
, FUNCTIONEEL
Iets echts, relevants en interessants doen waarbij taal nodig is
Taal met een doel! = betekenisvolle taak
Samenwerking = functioneel (vergelijk ook met interactief)
o Motivatie/betrokkenheid
2 invullingen van functioneel
o Levensechte doelen
Leerlingen gebruiken taal om een doel in de echte wereld te bereiken
o Betekenisvolle doelen
Taal wordt ook functioneel als ze ingezet wordt om een doel te bereiken dat voor
leerlingen betekenisvol, boeiend of relevant is
Uitdaging!
o Als leerlingen voelen dat leerstof nut heeft gaan ze uitgedaagd zijn
o Dus een interessant einddoel nodig
Functionaliteit hangt vaak samen met contextrijk
ONDERSTEUNING
Ondersteuning voor de hele klas:
o Visuele ondersteuning
Foto’s, schema’s,…
o Talige ondersteuning
Een rijk taalaanbod aanbieden, benoemt handelingen,…
o Modelleren (zie ook strategie-instructie in didactiek lezen en schrijven)
= hardop denkend voordoen
= je doet voor en verwoordt je handelingen stap voor stap
Leerlingen kijken mee in jouw hoofd
Hogere-orde-denkprocessen zijn zichtbaar
Bv. Begrijpend lezen: kernwoorden selecteren – hardop denkend voordoen (zie
ook didactiek begrijpend lezen)
Verschil met voordoen?
Voordoen = hoe leerlingen te werk moeten gaan
Modellen = hoe JIJ een spel aanpakt
o Stappenplannen of voorbeelden
Je maakt je verwachtingen helder met concrete hulpmiddelen
o Feedback (zie ook ‘interactief’)
Krachtig groeimiddel
Feedback = beschrijving van huidige stand van zaken
Feed-up = beschrijving van de gewenste leeruitkomst
Feedforward = beschrijving van de stap die nodig is om bij het gewenste
leeruitkomst te komen
Hoe gerichter de ondersteuning hoe meer die oplevert
Gerichte ondersteuning – scaffolding
o Eerst de nodige stappen geven en dat langzaam terug afbouwen
o GRRIM-model
Gradual release of responsibility instruction model
Ondersteuning (= scaffold) gaan afbouwen
Pillaert J. Didactiek Nederlands 1 Pagina 4 van 40