Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
Inleiding tot het recht
Deel 1: Rechtsfenomenen
Hoofdstuk 1: Concepten van het recht
Afdeling 1: Het recht bestaat niet
Juridisering: het is het verschijnsel in een maatschappij waarbij de burger maatschappelijke
verhoudingen voortdurend ook kwalificeert als een juridisch probleem. Steeds meer dingen in
de samenleving worden bekeken of behandeld als juridische (wettelijke) kwesties. Er wordt
steeds meer gegrepen naar het recht.
De belangrijkste geschreven rechtsregels zijn vastgelegd in de Grondwet, wetten en besluiten en
in het internationaal recht
• Grondwet:
o Belangrijkste nationale document van een land
o Basisregels van de samenleving, zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkheid en
hoe de overheid georganiseerd is
• Wetten
o Gemaakt door het parlement
o Strafrecht, arbeidsrecht, huurrecht, …
• Besluiten
o Uitvoeringsregels gemaakt door de regering, vaak op basis van een wet
o Meer details over hoe de wet moet worden aangepakt
• Internationaal recht
o Regels tussen landen
o Kunnen ook invloed hebben op nationaal recht
Bij recht moeten we vrijheid afnemen om ontwikkelingskansen te geven
1. Formeel rechtssysteem
• Wanneer het geheel van rechtsnormen afkomstig is van één bepaald gezagsstructuur.
Alle wetten en regels komen uit één officieel gezag.
o Belgische federaal rechtssysteem
o Deelstatelijke rechtssysteem (Vlaamse, Waalse, Brusselse en Duitstalige)
o Europese rechtssysteem → tot stand gebracht door Europese organen
• België heeft een zeer ingewikkeld rechtssysteem
o Federale rechtssysteem: groot aandeel van de rechtsbronnen in België nog
steeds of federaal niveau
o Deelstatelijke rechtssysteem: geldt enkel in één bepaalde lidstaat; milieu,
onderwijs en cultuur
o Lokale normen: gemeente
o Grensoverschrijdend rechtssysteem: werkt in België in 3 kanalen
▪ Rechten van de mens (EVRM)
▪ Het Europese of het communautaire recht
▪ Internationaal privérecht
1
,Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
2. Materieel rechtssysteem
• Inhoud van het systeem en niet de organen die het tot stand brengen. Gaat over de regels die
bepalen wat mensen wel en niet mogen doen. Het zegt wat toegestaan is en wat verboden is.
• Belgisch rechtssysteem
o Federaal recht
o Deelstatelijk recht
o Gemeentelijk en provinciaal recht
o Europees recht
• Men probeert te beschrijven hoe het rechtssysteem in elkaar zit: of het in opgebouwd uit losse
gevallen (casuïstisch) of uit duidelijke wetten (doctrine)
o Casuïstisch opgebouwd
▪ De rechtspraak die case na case het rechtssysteem opbouwt
▪ Common law (op basis van de precedentenleer, het stare decisis (vasthouden
aan precedent), dient een gerecht zich te houden aan uitspraken in eerdere
zaken, inzonderheid aan de uitspraken van hogere rechtelijke instanties)
▪ Bindende kracht van de hogere rechters ten opzichte van lagere rechters
▪ Dissenting opinion: de afwijkende mening van een rechter die niet akkoord gaat
met de beslissing van de meerderheid en bijgevolg de uitspraak van het arrest)
o Doctrinegebonden systemen
▪ Er zijn algemene rechtsmodellen en theorieën opgebouwd, het recht werd netjes
op voorhand ingedeeld en elk deel heeft zijn eigen kenmerken
▪ Codificatie voorhanden: er is meestal een vastgelegde regelgeving of
systematiek beschikbaar
▪ Elke case wordt getoetst aan het begrippenrecht
▪ Komt het vaakst voor
• Elke nieuwe juridische beslissing moet inpasbaar zijn in het bestaande systeem + elke nieuwe
activiteit als het bestaand systeem beïnvloeden → gelaagdheid van het systeem
• Rechtsmonisme: betekent dat er één hoogste rechtsorde is in een lang of rechtssysteem. Alle
andere rechtsregels moeten daarmee in overeenstemming komen. Los van de verscheidenheid
aan bronnen in het Belgisch recht wordt het als één geheel gezien
o Aandachtspunten
▪ Hiërarchie in de normen
▪ Eenheid in toepassing
o 1 federaal Hof van Cassatie: past toe
▪ Federale wetten
▪ Deelstatelijke wetten
▪ Internationale gerechtsnormen
o Prejudiciële vragen: vraag van een rechter aan een hogere rechter over hoe een bepaalde
rechtsregel moet worden uitgelegd. Zorgt dat er een uniforme interpretatie is. Kan in 3
gevallen
▪ Door alle rechtscolleges aan het Belgische Grondwettelijk Hof m.b.t. federale en
deelstatelijke formele wetten over de bevoegdheidsregeling en de toepassing
aan de GW
▪ Aan het Hof van Justitie in Luxemburg voor de interpretatie van het
communautaire recht
▪ Aan het Benelux gerechtshof m.b.t. de Benelux-eenvormige verdragen
o Uitputting interne rechtsregels: de verplichting om de interne rechtsbescherming uit te
putten vooraleer de controle te kunne vragen van een internationale instantie
• Europa: materieel gelijklopend
2
,Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
Afdeling 2: Het klassieke recht
1. Een piramidaal en coherent systeem
Bv. Napoleontische codificaties: Code Civil
= logisch, hiërarchisch georganiseerd systeem, dat het resultaat was van een denkproces dat begon bij
eenvoudige, algemene principes en eindigde bij zo logisch mogelijke geordende rechtsregels
De abstracte rechtsregel opgevat als verbod of gebod, voorzien van een sanctie vormde de bouwsteen
van het klassieke recht.
- Internationaal evenwicht tussen soevereine staten
- Rechtsstaat → scheiding der machten
- Procedureel formalisme (onafhankelijke rechter)
Basisregels:
Aan de klassieke rechtsregels lag dus een logische, mathematische orde ten grondslag die door
Rede en dus door het denken zelf was voortgebracht.
Eerste basisregel was de zogenaamde ‘Gouden Regel’: “doe anderen niet aan wat je niet wil dat
anderen jou aandoen”. Het formaliseerde de principiële gelijkheid tussen alle burgers en
plaatste alle sociale verhoudingen in het licht van hun onderlinge wederkerigheid
Tweede basisregel: geldig gesloten contracten moesten worden nagekomen.
Taak van de rechter:
• De wet waardevrij toepassen
• Niet letten op de gevolgen van uitspraken
• Toepassen van syllogisme = logische redenering
Rechtspositivistische school:
• De wil van de wetgever is de enige bron van het recht
• Recht is statisch
o Buiten de staat is er geen recht
• Het recht behoort een waardevrij discipline te zijn
o Moet streven naar objectief en louter beschrijvende analyse
o Er is geen noodzakelijke band tussen recht en moraal
• Scheiding tussen feit en norm: verschil tussen sein (werkelijkheid) en sollen (ideologie)
o Formele totstandkomingsproces van de rechtsnormen bepalend is voor het
rechtskarakter en niet de waarden die eraan de grondslag liggen: inhoudelijk
verwerpelijke wetten verliezen hun geldigheid als wet niet.
• Regels en juridische instellingen staan in deze opvatting los van het complexe
maatschappelijke gebeuren
o Recht is eigen onafhankelijk systeem
3
, Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
• Afdwingbaarheid: recht of regel via de rechter laten naleven
o Bij niet-naleving door de overheid geweld mag worden gebruikt om de regel te
doen naleven onder controle van een rechter
• Taak van de rechter in marginaal in de zin dat van hem/haar verwacht wordt dat de wet
eenvoudigweg wordt toegepast
• België: Hof van Cassatie stelt dat er niet mag getoetst worden aan de Grondwet,
rechters mogen niet nagaan of een wet in strijd is met de Grondwet
2. Materieel en formeel recht
Materieel recht:
• Het recht dat de inhoud van rechten en plichten weergeeft
Formeel recht:
• De bepalingen die betrekking hebben op de rechtshandhaving
Alternatieve vormen van geschillenbeslechting (=het oplossen van een conflict of
meningsverschil tussen twee of meer partijen): bemiddeling, verzoening, onderhandelen
Er zijn de laatste jaren ook vele juridische reguleringsmechanismen tot stand gekomen die
moeilijk onder te brengen zijn in de tweedeling van ‘materieel’ vs ‘formeel’ recht, het is nooit de
bedoeling geweest dat zij voor een rechtbank zouden worden afgedwongen. Bijvoorbeeld:
• Cameratoezicht
• Gedoogbeleid: bepaalde wetsovertredingen bewust niet bestraffen, ook al zijn ze
officieel verboden
• Ontvangen subsidies
• Ontwikkeling verzekeringsmechanismen
3. Publiekrecht en privaatrecht
Publiekrecht:
• Betrekking op de uitoefening van de overheidstaken waarmee de burger geconfronteerd
wordt
o Regelt wat de overheid doet en hoe jij als burger daarmee in aanraking komt
• = deel van het recht dat regelt hoe de overheid functioneert en hoe de overheid omgaat
met burgers
• Regels in publiekrecht hebben eigen kenmerken
o Regels zijn van openbare orde en hebben een sterk bindend karakter
▪ De partijen mogen van regels van publiekrecht in principe onder geen
enkel beding afwijken
o Twee partijen (overheid en burger) staan niet op gelijke voet
▪ Overheidspositie = dominant
▪ Burger = ondergeschikt
• Bv. grondwettelijk recht, strafrecht, fiscaalrecht
4
Inleiding tot het recht
Deel 1: Rechtsfenomenen
Hoofdstuk 1: Concepten van het recht
Afdeling 1: Het recht bestaat niet
Juridisering: het is het verschijnsel in een maatschappij waarbij de burger maatschappelijke
verhoudingen voortdurend ook kwalificeert als een juridisch probleem. Steeds meer dingen in
de samenleving worden bekeken of behandeld als juridische (wettelijke) kwesties. Er wordt
steeds meer gegrepen naar het recht.
De belangrijkste geschreven rechtsregels zijn vastgelegd in de Grondwet, wetten en besluiten en
in het internationaal recht
• Grondwet:
o Belangrijkste nationale document van een land
o Basisregels van de samenleving, zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkheid en
hoe de overheid georganiseerd is
• Wetten
o Gemaakt door het parlement
o Strafrecht, arbeidsrecht, huurrecht, …
• Besluiten
o Uitvoeringsregels gemaakt door de regering, vaak op basis van een wet
o Meer details over hoe de wet moet worden aangepakt
• Internationaal recht
o Regels tussen landen
o Kunnen ook invloed hebben op nationaal recht
Bij recht moeten we vrijheid afnemen om ontwikkelingskansen te geven
1. Formeel rechtssysteem
• Wanneer het geheel van rechtsnormen afkomstig is van één bepaald gezagsstructuur.
Alle wetten en regels komen uit één officieel gezag.
o Belgische federaal rechtssysteem
o Deelstatelijke rechtssysteem (Vlaamse, Waalse, Brusselse en Duitstalige)
o Europese rechtssysteem → tot stand gebracht door Europese organen
• België heeft een zeer ingewikkeld rechtssysteem
o Federale rechtssysteem: groot aandeel van de rechtsbronnen in België nog
steeds of federaal niveau
o Deelstatelijke rechtssysteem: geldt enkel in één bepaalde lidstaat; milieu,
onderwijs en cultuur
o Lokale normen: gemeente
o Grensoverschrijdend rechtssysteem: werkt in België in 3 kanalen
▪ Rechten van de mens (EVRM)
▪ Het Europese of het communautaire recht
▪ Internationaal privérecht
1
,Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
2. Materieel rechtssysteem
• Inhoud van het systeem en niet de organen die het tot stand brengen. Gaat over de regels die
bepalen wat mensen wel en niet mogen doen. Het zegt wat toegestaan is en wat verboden is.
• Belgisch rechtssysteem
o Federaal recht
o Deelstatelijk recht
o Gemeentelijk en provinciaal recht
o Europees recht
• Men probeert te beschrijven hoe het rechtssysteem in elkaar zit: of het in opgebouwd uit losse
gevallen (casuïstisch) of uit duidelijke wetten (doctrine)
o Casuïstisch opgebouwd
▪ De rechtspraak die case na case het rechtssysteem opbouwt
▪ Common law (op basis van de precedentenleer, het stare decisis (vasthouden
aan precedent), dient een gerecht zich te houden aan uitspraken in eerdere
zaken, inzonderheid aan de uitspraken van hogere rechtelijke instanties)
▪ Bindende kracht van de hogere rechters ten opzichte van lagere rechters
▪ Dissenting opinion: de afwijkende mening van een rechter die niet akkoord gaat
met de beslissing van de meerderheid en bijgevolg de uitspraak van het arrest)
o Doctrinegebonden systemen
▪ Er zijn algemene rechtsmodellen en theorieën opgebouwd, het recht werd netjes
op voorhand ingedeeld en elk deel heeft zijn eigen kenmerken
▪ Codificatie voorhanden: er is meestal een vastgelegde regelgeving of
systematiek beschikbaar
▪ Elke case wordt getoetst aan het begrippenrecht
▪ Komt het vaakst voor
• Elke nieuwe juridische beslissing moet inpasbaar zijn in het bestaande systeem + elke nieuwe
activiteit als het bestaand systeem beïnvloeden → gelaagdheid van het systeem
• Rechtsmonisme: betekent dat er één hoogste rechtsorde is in een lang of rechtssysteem. Alle
andere rechtsregels moeten daarmee in overeenstemming komen. Los van de verscheidenheid
aan bronnen in het Belgisch recht wordt het als één geheel gezien
o Aandachtspunten
▪ Hiërarchie in de normen
▪ Eenheid in toepassing
o 1 federaal Hof van Cassatie: past toe
▪ Federale wetten
▪ Deelstatelijke wetten
▪ Internationale gerechtsnormen
o Prejudiciële vragen: vraag van een rechter aan een hogere rechter over hoe een bepaalde
rechtsregel moet worden uitgelegd. Zorgt dat er een uniforme interpretatie is. Kan in 3
gevallen
▪ Door alle rechtscolleges aan het Belgische Grondwettelijk Hof m.b.t. federale en
deelstatelijke formele wetten over de bevoegdheidsregeling en de toepassing
aan de GW
▪ Aan het Hof van Justitie in Luxemburg voor de interpretatie van het
communautaire recht
▪ Aan het Benelux gerechtshof m.b.t. de Benelux-eenvormige verdragen
o Uitputting interne rechtsregels: de verplichting om de interne rechtsbescherming uit te
putten vooraleer de controle te kunne vragen van een internationale instantie
• Europa: materieel gelijklopend
2
,Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
Afdeling 2: Het klassieke recht
1. Een piramidaal en coherent systeem
Bv. Napoleontische codificaties: Code Civil
= logisch, hiërarchisch georganiseerd systeem, dat het resultaat was van een denkproces dat begon bij
eenvoudige, algemene principes en eindigde bij zo logisch mogelijke geordende rechtsregels
De abstracte rechtsregel opgevat als verbod of gebod, voorzien van een sanctie vormde de bouwsteen
van het klassieke recht.
- Internationaal evenwicht tussen soevereine staten
- Rechtsstaat → scheiding der machten
- Procedureel formalisme (onafhankelijke rechter)
Basisregels:
Aan de klassieke rechtsregels lag dus een logische, mathematische orde ten grondslag die door
Rede en dus door het denken zelf was voortgebracht.
Eerste basisregel was de zogenaamde ‘Gouden Regel’: “doe anderen niet aan wat je niet wil dat
anderen jou aandoen”. Het formaliseerde de principiële gelijkheid tussen alle burgers en
plaatste alle sociale verhoudingen in het licht van hun onderlinge wederkerigheid
Tweede basisregel: geldig gesloten contracten moesten worden nagekomen.
Taak van de rechter:
• De wet waardevrij toepassen
• Niet letten op de gevolgen van uitspraken
• Toepassen van syllogisme = logische redenering
Rechtspositivistische school:
• De wil van de wetgever is de enige bron van het recht
• Recht is statisch
o Buiten de staat is er geen recht
• Het recht behoort een waardevrij discipline te zijn
o Moet streven naar objectief en louter beschrijvende analyse
o Er is geen noodzakelijke band tussen recht en moraal
• Scheiding tussen feit en norm: verschil tussen sein (werkelijkheid) en sollen (ideologie)
o Formele totstandkomingsproces van de rechtsnormen bepalend is voor het
rechtskarakter en niet de waarden die eraan de grondslag liggen: inhoudelijk
verwerpelijke wetten verliezen hun geldigheid als wet niet.
• Regels en juridische instellingen staan in deze opvatting los van het complexe
maatschappelijke gebeuren
o Recht is eigen onafhankelijk systeem
3
, Amélie Taillieu 2024-2025 1bachHW
• Afdwingbaarheid: recht of regel via de rechter laten naleven
o Bij niet-naleving door de overheid geweld mag worden gebruikt om de regel te
doen naleven onder controle van een rechter
• Taak van de rechter in marginaal in de zin dat van hem/haar verwacht wordt dat de wet
eenvoudigweg wordt toegepast
• België: Hof van Cassatie stelt dat er niet mag getoetst worden aan de Grondwet,
rechters mogen niet nagaan of een wet in strijd is met de Grondwet
2. Materieel en formeel recht
Materieel recht:
• Het recht dat de inhoud van rechten en plichten weergeeft
Formeel recht:
• De bepalingen die betrekking hebben op de rechtshandhaving
Alternatieve vormen van geschillenbeslechting (=het oplossen van een conflict of
meningsverschil tussen twee of meer partijen): bemiddeling, verzoening, onderhandelen
Er zijn de laatste jaren ook vele juridische reguleringsmechanismen tot stand gekomen die
moeilijk onder te brengen zijn in de tweedeling van ‘materieel’ vs ‘formeel’ recht, het is nooit de
bedoeling geweest dat zij voor een rechtbank zouden worden afgedwongen. Bijvoorbeeld:
• Cameratoezicht
• Gedoogbeleid: bepaalde wetsovertredingen bewust niet bestraffen, ook al zijn ze
officieel verboden
• Ontvangen subsidies
• Ontwikkeling verzekeringsmechanismen
3. Publiekrecht en privaatrecht
Publiekrecht:
• Betrekking op de uitoefening van de overheidstaken waarmee de burger geconfronteerd
wordt
o Regelt wat de overheid doet en hoe jij als burger daarmee in aanraking komt
• = deel van het recht dat regelt hoe de overheid functioneert en hoe de overheid omgaat
met burgers
• Regels in publiekrecht hebben eigen kenmerken
o Regels zijn van openbare orde en hebben een sterk bindend karakter
▪ De partijen mogen van regels van publiekrecht in principe onder geen
enkel beding afwijken
o Twee partijen (overheid en burger) staan niet op gelijke voet
▪ Overheidspositie = dominant
▪ Burger = ondergeschikt
• Bv. grondwettelijk recht, strafrecht, fiscaalrecht
4