• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 6 pagina's
Samenvatting

samenvatting inleiding criminologie- sociaal structurele theorieën

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 6 pagina's

korte samenvatting inleiding criminologie- sociaal structurele theorieën

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding tot criminologie
Les 4 – sociaal structurele theorieën




Emile Durkheim – anomietheorie
- 1893-1897
- Samenleving als oorzaak van criminaliteit
- Afwezigheid van maatschappelijke normen en regels = anomie
o  ontstaan van crimineel gedrag
o Periode van transitie (overgang van samenleving)
 Post moderne  moderne
o Ontwikkeling van nieuwe samenleving: moderne samenleving
 Overgang van Franse revolutie  industriële revolutie
 Welke invloed op samenleving?
 De la division du travail social 1893
 PM: Van weinig differentiatie (iedereen gelijk en collectief
bewustzijn) doet iemand iets fout: reactie = emotioneel, regels
gericht op vergelding
 Organische solidariteit
  M: arbeidsverdeling, specialisatie (we zijn nu afhankelijk van
elkaar) (regels worden anders  eerder gericht op herstel)
 Mechanische solidariteit
o Bij te snelle overgang van traditionele naar modernere samenleving is het
nieuwe stelsel van functies, regels, normen waarden nog niet af
 Ontstaan anomie  periode van wetteloosheid en wegvallen van
normatieve remmen op menselijk gedrag
o Kijken structuur
o Solidariteit= lijm van samenleving
o Straffen = middel om solidariteit te versterken
 Premodern: repressief, vergelding, collectief bewustzijn
 Moderne: herstelgericht, orde door functionele afhankelijkheid in
institutionele regulering
o Baseerde zich op zelfdodingcijfers 1897 om uitspraak te doen over
cirminaliteitcijfers
 Bij modernisering (premodern naar moderne samenleving): angst
voor uit elkaar vallen van sociale cohesie en samenleving
 Indicator: aantal zelfdodingen

Robert K. Merton- straintheorie
- 1938-1968
- Tijdsgeest:
o Tot WO 1: belle epoque, gouden bloeitijd
o Eind 1920: grote depressie (1929-1939)

, o VS: landbouwoverschotten, veel geld geleend , VS had geld geleend aan
andere landen: terugbetaling: moeizaam:
 Beurscrash NY (1929): stijgende prijzen, dalende aandeelprijzen
 Paniek
o Verkoop aandelen
 Aandelen zakken in waarden (spaargeld,
investeringen verloren)
 Banken failliet, werkloosheidcijfers nemen toe
 Crisis in de wereld
 In europa:
 Crisis: dictoriale regimes (nazi duitsland)
 Legde basis voor verzorgingsstaat & toenemende
overheidsinterventies
 Situatie van sociale ongelijkheid & relatieve deprivatie (ene groep
voelt zich benadeeld tov andere groep
- 1910-2003: Merton bouwt verder op Durkheim
- Durkheim: anomie is normloosheid
- Merton: anomie: als de meerderheid gelooft dat cultureel voorgeschreven doelen
voor iedereen haalbaar zijn terwijl het niet het geval is  spanning (strain) tussen
doelstellingen & middelen
o Anomie: je hebt culturele doelen van de maatschappij die behaald moeten
worden
- Oorzaak: materialisme amerikanen, foucs op rijkdom, the american dream
- Criminaliteit= gevolg van niet op elkaar afgestemd zijn van aspiraties
o Wensen en behoeftes (doelen) vs. Mogelijkheden verwachtingen en ideën
(legitieme middelen)
o Mensen in sociale lagen met beperktere toegang legitieme middelen 
voelen noodzaak tot criminaliteit (je hebt dus niet de legitieme middelen
om die doelen te bereiken)
- hoe reageren op anomie?
1. Conformiteit: met legale middelen de culturele doelen bereiken
a. Stabiele samenleving
2. Innovatie: aanvaarding van culturele doelen: maar niet de institutionele
middelen
a. Inzet van illegale middelen
b. Doel heiligt de middelen  meeste criminaliteit
3. Ritualisme: culturele doelen beperkt/ niet relevant (eigen doelen)
a. Houden zich wel aan legale middelen
4. Terugtrekking: verwerping van culturele doelen en de institutionele
middelen
a. Doelen kunnen me niet schelen en ik heb toch niet de middelen
b. Terugtrekken uit MY
5. Rebellie: afwijzing van culturele doelen & instutionele middelen en
streven naar alternatieve samenleving
a. Zelf iets nieuws realiseren


Albert K. Cohen – subculturele benadering
- 1955

Inhoudsopgave

  1. 01 Emile Durkheim – anomietheorie 1
    1. Robert K. Merton- straintheorie 1
  2. 02 Albert K. Cohen – subculturele benadering 2
    1. Richard Cloward & Lloyd Ohlin- differentiële opportuniteitstheorie 3
  3. 03 Chicago school 4
    1. Robert E. Park & Ernest W. Brugess 4
  4. 04 Clifford Shaw & Henry McKay – sociale desorganisatietheorie 5

Documentinformatie

Geüpload op
24 februari 2026
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen