HOORCOLLEGES MATERIEEL
STRAFRECHT
Victoire Garcia
VUB 2026
1
,INHOUDSOPGAVE:
HOORCOLLEGE 1: INLEIDING .......................................................................................... 4
DEEL 1: STRAFRECHT ........................................................................................................... 4
HOOFDSTUK 1: JURIDISCHE SITUERING ........................................................................................... 4
HOOFDSTUK 2: FUNCTIES EN ACHTERGRONDEN ............................................................................... 7
DEEL 2: STRAFWET (PAGINA 75 HANDBOEK) .............................................................................. 11
HOOFDSTUK 1: LEGALITEITSBEGINSEL .......................................................................................... 11
HOOFDSTUK 2: TOEPASSING STRAFWET IN DE TIJD .......................................................................... 13
HOOFDSTUK 3: TOEPASSING VAN DE STRAFWET IN DE RUIMTE............................................................ 16
HOOFDSTUK 4: INTERPRETATIE VAN DE STRAFWET ........................................................................... 18
HOORCOLLEGE 2 ........................................................................................................... 21
DEEL 3: HET MISDRIJF (PAGINA 123 HANDBOEK) ........................................................................ 21
HOOFDSTUK 1: BESTANDDELEN VAN EEN MISDRIJF .......................................................................... 21
HOORCOLLEGE 3 ........................................................................................................... 39
DEEL 3: HET MISDRIJF.......................................................................................................... 39
BESTANDDELEN VAN EEN MISDRIJF: HERHALING .............................................................................. 39
HOOFDSTUK 2: STRAFBARE POGING ............................................................................................. 42
HOOFDSTUK 3: RECHTVAARDIGINGSGRONDEN............................................................................... 49
HOORCOLLEGE 4 ........................................................................................................... 55
DEEL 3: HET MISDRIJF HERHALING .......................................................................................... 55
HET NIEUWE STRAFWETBOEK: POGING ......................................................................................... 55
HET NIEUWE STRAFWETBOEK: RECHTVAARDIGINGSGRONDEN ............................................................ 56
HET NIEUWE STRAFWETBOEK: ART. 14 WETTIGE VERDEDIGING ........................................................... 57
HET NIEUWE STRAFWETBOEK: ART. 15 LEGITIEM VERZET ................................................................... 58
DEEL 4: DE DADER (P191 HANDBOEK) ..................................................................................... 59
2
,HOOFDSTUK 1: STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID (SVHD) .................................................. 59
HOOFDSTUK 2: STRAFBARE DEELNEMING ...................................................................................... 66
HOOFDSTUK 3: DOORWERKING VERZWARENDE BESTANDDELEN EN FACTOREN ...................................... 71
DEEL 4 IN HET HANDBOEK: ‘DE DADER’ (VERVOLG) ..................................................................... 73
HOOFDSTUK 4: SCHULD ............................................................................................................ 73
HOORCOLLEGE 5: STRAF ............................................................................................... 87
DEEL 5: VAN HET HANDBOEK: ‘STRAF’ (P239) ........................................................................... 87
HOOFDSTUK 1: BEGRIPSBEPALING ............................................................................................... 88
HOOFDSTUK 2: DE STRAFFEN (ARTIKEL 36 EN VOLGENDE) ................................................................. 90
HOORCOLLEGE 6: DE STRAF ........................................................................................ 114
HOOFDSTUK 3: STRAFTOEMETING (ARTIKEL 60 - 65) .......................................................................114
HOOFDSTUK 4: VERVAL OF TENIETGAAN VAN DE STRAF -> ARTIKEL 71-76 .............................................132
HOORCOLLEGE 7: ........................................................................................................ 135
DEEL 6: VAN HET HANDBOEK -> BURGERRECHTELIJK BEPALINGEN EN BEVEILIGINGSMATREGELEN (PAGINA
375) ............................................................................................................................. 135
HOOFDSTUK 1: BURGERRECHTELIJKE BEPALINGEN .........................................................................136
HOOFDSTUK 2: BEVEILIGINGSMAATREGELEN .................................................................................141
3
,HOORCOLLEGE 1: INLEIDING
Je mag wetboek meenemen op examen! Veel staat daar in!
Examenvragen komen uit handboek en werkcolleges
Oefeningen uit werkcolleges komen ook aanbod op het examen
Examenvragen: 2.4.5 handboek en 3.7.3 handboek
• Leg uit hoe code Pénal of code Napoleon (1810) en code Pénal Belge (1867) beïnvloed
zijn door de klassieke leer
• Leg uit hoe het nieuwe strafwetboek aansluit bij het gedachtegoed van het nieuwe
sociaal verweer maar ook andere meer daadgerichte elementen bevat
Het recht is een taal, een eigen taal
Het recht leren argumenteren en uitleggen
Recht kunnen uitleggen en begrijpen!!
DEEL 1: STRAFRECHT
HOOFDSTUK 1: JURIDISCHE SITUERING
1. Een begripsomschrijving
Wat is het Sr (5 componenten)
1) Wat is een misdrijf (afwijkingen norm reactie vorm van straf)
2) Wie zijn de daders (rp, np, mij)
3) Wat is een straf (wettelijk bep leed, rechter, als sanctie voor md)
4) Voorwaarden voor opleggingen en uitvoering (beveiligingsmr?)
5) Procedureregels (hoe bevoegde instanties moeten optreden)
Wat is strafrecht
Strafrecht heeft met 5 componenten te maken -> definitie van 5 componenten
Het bepaalt de straffen, daders, voorwaarden voor uit te voeren
Je vindt deze componenten in het strafwetboek
Af en toe terugblikken naar die 5 componenten
4
,2. Strafrecht als publiek recht
- Verticale rechtsverhouding
- Openbare orde (toestemming)
- Niet slachtoffers maar staat straft en moet niet wachten op initiatief SO
- Over slachtoffers: rol opstarten, rol vragen Sr, rol vragen schadevergoeding , rol bij uitvooering
Het is publiek recht geworden, het is net altijd zo geweest -> het is ook al privaat recht geweest
Verticale rechtsverhouding -> je treedt in relatie met de overheid die zegt ik ga daar niet mee akkoord
Het is van openbare orde -> je kan er niet van afwijken
Toestemming -> kannibaal die vroeg mag ik uw teen op eten, mag ik uw arm op eten? -> mag niet,
integriteitsaanslagen kunnen niet horizontaal goedgekeurd worden
Staat moet niet wachten op een klacht om op te treden -> ze mogen zo optreden
Overheid -> rol bij opstarten, specifiek strafproces wordt opgestart,…
3. Materieel en formeel strafrecht
- Materieel = component 1 tot 4
- Formeel = component 5 (is ook andere cursus)
- Het strafuitvoeringsrecht zit in beide
5 componenten die het strafrecht publiekrecht maken
Examen: wat is publiek recht?
Traditioneel 2 takken: materieel en formeel strafrecht
4.1. Nationaal sr = regel met nuance in federaal land en met strafbev voor prov
& gem
Nationaal strafrecht
• Toekijken -> we zijn geen unitair land
• Het is een zeldzaam model
• Gemeenschappen en gewesten kunnen ook strafrecht maken binnen hun
bevoegdheden
In de Wet op bijzondere instellingen -> bepaling: als gemeenschappen en gewesten strafrecht gaan
vormen met betrekking tot component 2,3 en 5 (zie hiervoor) -> dan moeten ze overleg plegen met de
federale overheid
Provincies en gemeentes mogen ook strafrecht maken -> kunnen strafrecht maken ter onderscheiding
van hun verordening (zo is openbaar plassen in ene gemeente verboden en in andere gemeente niet)
5
,Strafrecht is nationaal -> het zit overal, het is een passe partout geworden
4.2. Internationaal Sr
1. Nationaal recht met intern achtergrond
2. Intern gedefin md afgehandeld op intern niveau (MISr)
3. Nationale regels over rechtsmachtrecht
4. Procedures int hoven en procedures int rechtshulp (FISr)
Internationaal strafrecht -> verzamelnaam voor heel diverse dingen
In België mag je geen volkeren uitmoorden of daar aan bijdragen -> gekomen door een internationale
conventie op de genocide van 1946 en andere internationale initiatieven
VH= van het
ID= in de
Sr= strafrecht
Verdrag van Rome op de internationale misdrijven (genocide, oorlogsmisdrijven en Internationaal Hof
dat die misdrijven kan vervolgen)
5.1. Algemeen (1-4 comp )en bijzonder (1&3 comp) Strafrecht
5.2. Algemeen Sr
è art 1-78; zeven hoofdstukken en complementaire wetten zoals interneringswet;
opschortingswet; wet externe rechtspositie
5.3. Bijzonder Sr (art. 79-691) bv doodslag (art 96)
è Uitbreiding Boek 2 én via vele bijzondere strafwetten
5.4. Toepassing algemeen strafrecht op bijzonder strafrecht?
è Nieuw art. 77 (boek 1 is van toepassing tenzij…) Handboek vgl met art. 100 oud en bespreekt
art 11 Bijz Wet 1980 tot herv instellingen dat beperkingen bevat voor nieuwe vormen van
Srelijke verantwoordelijkheid
Regels over de regels zitten ook in wet op internering, opschorting,… -> meer abstractere regels over
hoe het strafrecht nu werkt
Bijzonder strafrecht -> de concrete misdrijven -> je vindt er in het wetboek ongeveer 500
Wet die we veel zullen gebruiken: Drugwet
Milieuwetten enzo zitten daar ook onder
6
,Algemene regels van het strafrecht van toepassing -> meta regels -> op alle strafrecht -> ook in de
bijzondere wetten (tenzij die uitzonderingen maken) -> overal
Algemene regels -> component 2, 3 en 5 -> zijn van toepassing op alle misdrijven overal, whenever
(tenzij uitzondering)
Examen paar jaar geleden: art. 100 -> uitleggen voor 15 min
HOOFDSTUK 2: FUNCTIES EN ACHTERGRONDEN
1. Strafrecht als mensenwerk in context (verandert in tijd&ruimte)
2. Een sociale constructie met diepe wortels
1. Wortels in het dierenrijk (vb poetsvissen)
2. Wortels van het Sr
2.2.1. Jagers-verzamelaars: °complexe emoties (schaamte)&normen
2.2.2. Landbouwers: °rechtssysteem en °Sr dat we vandaag kennen
2.2.3. Strafrecht als beperking van het intern geweld: °legaliteit °proportionaliteit
2.2.4. Strafrecht als toelating: °rol van de staat (Sr publiek r ipv privaat r)
2.2.5. Instrumentaliteit en rechtsbescherming: agv rol vd staat w Sr instrument van
gericht op ondersteunen van beleid
2 examenvragen hierover (kennen met oog op de twee vragen)
Voor de criminoloog vaste kost, gewone kost
Strafrecht is mensenwerk en het veranderd in tijd en ruimte
• Het veranderd, maar het wordt niet perse beter
• Het gaat niet zomaar vanzelf
• We gaan het zelf beter moeten maken
• Eigen verantwoordelijk is belangrijk
• Veranderingen zijn er
Er zouden ook in ons strafrecht dingen kunnen veranderen -> voortdurende alertheid!
• Je kan bv niet met 3 trouwen -> polyamoureus
Poetsvissen -> soort strafrecht
Diepe wortels bij de mensen -> schaamte en schuld -> is naar bovengekomen, is een hypothese -> bij
jagersgemeenschappen complexe emoties -> je kreeg normen
Strafrecht zoals we het vandaag kennen -> laten samenvallen met de opbouw van de
landbouwgemeenschap
Je kreeg de groeiende rol van de staat -> van privaat naar publiek recht -> vorst besloot welke
strafrechtelijke procedures werden ingesteld
7
,Daarna moderne staat die veel gebruik maakte van het strafrecht -> evolutie
3. Strafrechtsgeschiedenis/theorie
3.1. Caveat door feiten en theorieën samen te behandelen suggereer je soms ten onrechte een
strikt verband
3.2. Van wraakrecht naar publiek Sr (11de E – 15de E): bloedgeld én vredegeld
3.3. Sr van en voor de vorst (15de E tot 18de E): aanvullingen geinspireerd door eigen belangen
van lokaal Sr/drie ordonnantieën 1570 Filips 2 (zoon Karel V)
3.4. Daad- en schuldSr – klassieke leer (eind 18de E – eind 10de E)
3.4.1. Legitiem en effectief Srè°6 belangrijke beginselen (L Pr, S,Pers, G &Pu)
3.4.2. Strafrecht dat mensen kan veranderen: ° eenzamen gevangenisstraf
3.4.3. De homo economicus als mensbeeld
3.4.4. Daad- en schuldSr (en dus weinig aandacht voor persoon van dader)
3.4.5. Klassiek Sr (als bescherming belangen vermogende burgerij)
2 examenvragen:
Oud strafwetboek: dateert uit eind 18e eeuw en begin 19e eeuw -> men had klassieke visie op de mens
en de rol van het recht
• Zit in het oud strafwetboek en nog voor een stuk in ons huidig strafwetboek
• Visie: er zijn beginselen -> legaliteit, proportionaliteit, persoonlijkheid van de straf,
publiciteit,…
• homo economicus -> we wegen af -> pleeg ik een misdrijf of niet? -> Volledig onder
invloed van onze rationaliteit
• Aandacht van strafrecht ging niet uit naar de dader (die waren niet interessant), maar
naar wat ze gedaan hadden
• Als je iets deed en je kreeg een straf en je zat die uit dan kon je opnieuw beginnen
Klassiek strafrecht: mooie dingen die we niet meer mogen weggooien (ficties zouden humane
wetenschappers zeggen)
• Spanningsverhouding tussen juristen en sociologen
• Interessante spanning tussen wat we willen en wat we zien
3.4.5. De wetboeken van het klassiek Sr
- Code Lepleletier (1791, terreur (1792-1794), Code Merlin (1795)
- Code Pénal of Code Napoleon (1810)
- Code Pénal Belge (1867)
- Code J Rozie en D Vandermeersch (BS april 2024) = het nieuws strafwetboek (zie verder)
3.5. Dader- en gevaarSr – sociaal verweer (eind 19de – 1ehelft 20ste E)
3.5.1. Sociaal verweer en het mensbeel van de onvrije mens
3.5.2. Gevaar en dader in de plaats van schuld en daad
3.5.3. Sociaal verweer in België
3.5.4. Strafrecht op twee sporen
3.5.5. Sociaal verweer en maatschappij
8
,Klassiek strafrecht -> is geleidelijk aan veranderd, men kreeg andere denkbeelden -> men ging kijken
naar daders -> niet zo zeer de misdadige daad gaan bestraffen, maar men ging kijken naar de persoon
die de misdaad had gepleegd en die gaan straffen op basis van wie hij of zij is
Sociaal verweer -> mens is net vrij, niet altijd controleren en we moeten de maatschappij beschermen
en hun managen
3.6. DaderSr met een menselijk gelaat – nieuw sociaal verweer (tweede helft 20ste E)
3.6.1. Strafrecht met aandacht voor rechtsbescherming en resocialisatie
3.6.2. Nieuw sociaal verweer
3.6.3. Nieuw sociaal verweer en maatschappij
Nieuw sociaal verweer -> blijven dader gericht werken -> blijven kijken naar de mensen achter het
misdrijf -> rekening houden met bescherming en resocialisatie
3.7. Postmodern Sr (laatste kwart 20steE en 21ste E)
Kritisch tegen overheid en Sr (niks werkt)
Geen nieuwe dominante benadering vh Sr
3.7.2.1. DaadSr voor daadwerkelijke bestraffing (geen individualisering dader nmet lage straffen
, maar terug proporitionaliteit tss daad en straf
3.7.2.2. DaadSr zonder veel schuld: regelstrafrecht zoals Wegverkeerswet
3.7.2.3. DaadSr met administratieve sanctie: GASwet agv daderonafhankelijk Sr
3.7.2.4. DaadSr ter rechtsbescherming (proportioaliteit en legaliteit terug bovenaan)
3.7.2.5. Risico-daderSr: toch wel dadergericht soms omwille van what works (recidivisme)
3.7.2.6. Mensenrechtelijk daderSr: toch ook aandacht reintegratie, desistance, recht op zorg
3.7.2.7. Slachtoffer en herstel: abolitionisme en herstelrecht als alternatieve zienswijzen
Een eigentijds Nieuw Strafwetboek
3.7.3. zie volgende slide
3.7.3. De wetboeken van het klassiek Sr en het nieuwe Sw
- We zagen evolutie van Code Lepleletier (1791) tot Code Pénal Belge (1867)
- Code J Rozie en D Vandermeersch (BS april 2024)
= het nieuws strafwetboek
- Modern nederlands; accuraat dus rechtszekerheid; coherent dus vlot toe te passen
- Geen echte theorie maar wel kenmerken van nieuw sociaal verweer dus dader gericht met
individualisering maar met temperingen door de principes van het klassieke strafrecht met toch
ook wel elementen om soms zeer zwaar te straffen (oa door herhaling en door behoud
terbeschikkingstelling)
Examenvraag: wetboek is gelinkt aan nieuw sociaal verweer -> elementen van klassiek verweer,
verharding -> er zit nog een constante in (theoretisch gezien) -> ook andere bezorgdheden die in het
wetboek zitten
Lezen en zelf doen voor examen!
9
, Het nieuwe Strafwetboek: de doelstellingen van de straf
è Op 22 februari 2024 heeft het Federale Parlement het nieuwe Strafwetboek goedgekeurd.
Voortaan verankerd in de wet
1. Uiting geven aan de afkeuring van de samenleving over de schending van het strafrecht
2. Het bevorderen van het herstel van het sociale evenwicht en het herstellen van de schade die
door het strafbare feit is veroorzaakt
3. De rehabilitatie en sociale re-integratie van de dader bevorderen
4. De samenleving beschermen
Binnen de grenzen van de wet moet de rechter ervoor zorgen dat het strafbare feit en de straf evenredig
zijn.
Voordat de rechter een straf oplegt, moet hij rekening houden met deze doelstellingen en met de
ongewenste neveneffecten van de straf voor de direct betrokkenen, hun familie en vrienden en de
samenleving als geheel.
Gevangenisstraf is het laatste redmiddel en kan alleen worden opgelegd wanneer de doelstellingen van
de straf niet kunnen worden bereikt door een van de andere straffen of maatregelen waarin de wet
voorziet.
Als de rechter van mening is dat een straf van niveau 2 moet worden opgelegd om het strafbare feit te
bestraffen en kiest voor gevangenisstraf in dit strafniveau, moet hij de redenen aangeven waarom de
doelstellingen van de straf niet kunnen worden bereikt door een van de andere straffen van niveau 2.
=> Strengere verplichting voor een rechter om een straf te motiveren
Opmerking: ook leuke dingen bye bye cumul rechtspersonen bye bye bye onderscheid mededader /
medeplichtige.
10