allergie en ivm het immuunsysteem
1. Fysiopathologie en indeling van pijn
Pijn = onaangenaam gevoel en emotionele beleving geassocieerd met echte of potentiële
weefselschade of schade
Acute pijn
o Transiënt
o Stimulus-respons related
o Trigger ontstaat in periferie tgv thermale, mechanische of chemische factoren
Chronische pijn
o Nociceptieve pijn (inflammatoire pijn): weefsel
o Neuropathische pijn: zenuwen
1.1. Nociceptieve pijn:
ontstaat door prikkeling van de nociceptoren (= sensorische receptoren, zorgen voor
afferente signalisatie naar het CZS) detectie van weefselschade, deze kan oppervlakkig
(huid), diep (spieren/skelet/gewrichten) of visceraal (ingewanden) zijn
Weefselbeschadiging zal leiden tot vrijstellen van verschillende mediatoren (ATP,
bradykinine, substance P, histamine, prostaglandines, leukotriënen, Nters, ionen, … )
Kan onderdrukt worden door lokale anesthetica onderdrukking nociceptoren
alsook de pijngeleiding
3 soorten receptoren: Aß-, A-delta- en C-fibers:
Niet pijnlijke stimulus
wordt verwerkt door
Aß
Pijnlijke door de A-
delta
Pijnlijke
chemische/brandende
pijn
, - Niet-gemyeliniseerd (70%)
o C-fibers
o Smalle diameter trage pijn-conductie
o Brandende, meer diffuse pijn, aanhoudend
- Gemyeliniseerd (30%)
o A-delta-fibers
o Medium tot large diameter
o Snelle pijn-conductie
o Prikkelende pijn, eerste scherpe gewaarwording
Dragen pijnsignaal van periferie naar dorsal root projectie neuronen zo naar CZS in
thalamus en cortex/limbisch systeem = Driezenuwketting
Verklaart aangrijpingspunt
van lokale anesthetica
verschillende NT in de pijnregulatie