Hoofstuk 2: bodem
De gesteentecyclus en de indeling van gesteenten toelichten
Gesteente zijn samengesteld uit 1 of meerdere mineralen volgens
oorspong onderscheiden we 3 groepen
Magmatische of stollinggesteenten: (graniet, basalt),
ontstaan door stolling van magma, onder de aardkorst bij hoge
druk en temperatuur gevormd, stolling magma (dieptegesteente),
stolling lava aan het aardoppervlak (uitvloeiingsgesteente),
matige diepte en pyroclatische (ganggesteente),
Sedimentaire of afzettingsgesteenten: ontstaan aan het
aardoppervlak onder normale druk en temperatuur,
opeenstapeling van losse materialen ten gevolge van diverse
processen (verwering, transport, bezinking), na afzetting kunnen
deze losse sedimentaire gesteenten verder fysische en
chemische wijzigingen ondergaan en eventueel vast worden (vb
kalksteen), kalksteen geeft verweringsleem of verweringsklei, de
verweringsproducten van zandsteen zijn steeds zandig
Metamorfe gesteenten: gesteente die een transformatie
hebben ondergaan onder invloed van hoge temperaturen, druk
en plooiingen. (Vb: marmer, kwartsiet, leisteen), ze hebben door
verwerking belangrijke massa’s materiaal achtergelaten waarop
bodems ontwikkeld zijn
Gesteentecyclus: schematische manier om processen in en op
de aardkorst te beschrijven, die te maken hebben met de evolutie
van gesteente. De cyclus bevat 3 hoofdtypen gesteente en
beschrijft de processen die tussen de 3 plaatsvinden
Je kent het onderscheid tussen primaire en secundaire mineralen en
kan dit uitleggen aan de hand van voorbeelden.
Primaire mineralen: weinig veranderd in samenstelling nadat
ze zijn uitgestoten als lava (kwarts, mica, veldspaten)
Secundaire mineralen: wel verandering ondergaan via afbraak,
verwering, syntheseprocessen (silicaatkleien, ijzeroxiden)
Je weet uit welke chemische elementen de mineralen kwarts,
veldspaat, mica, carbonaten, oxiden, kleimineralen zijn opgebouwd.
Kwarts Silicium, zuurstof
Veldspaat K, Na of Ca
Mica Si, Al, K, O, H
Carbonaten Ca, C, O
Oxiden Fe, Al, Mn
,Kleimineralen Si, Al, O, H
Je weet dat bepaalde mineralen al gemakkelijker verweerbaar zijn dan
andere en kan dit toelichten aan de hand van voorbeelden.
Kwarts: praktisch onverweerbaar
Mica: verschillende verweerbaarheid
Carbonaten: goed verweerbaar
Leg uit wat chemische verwering, fysische verwering en biologische
verwering is en licht dit toe aan de hand van een voorbeeld.
Mechanische afbraak: drukvermindering,
temperatuurschommeling, drukstijging (zandwoestijnen)
Chemische verwering: volumeverandering, instorting (oplossing
door water of zwakke zuren, hydratatie, hydrolyse, oxidatie en
reductie)
Biologische verwering: veroorzaakt door planten en dieren (met
wortels holtes indringen)
Wat wordt bedoeld met de volgende stelling : verweringsprocessen zijn
een combinatie van afbraak- en syntheseprocessen? Geef een
voorbeeld van deze twee processen bij de verwering van een primair
mineraal
Een bodem onstaat doordat mineralen tegelijk worden
afgebroken en nieuwe stoffen worden gevormd
Afbraakprocessen: primaire mineralen worden chemisch of
fysisch afgebroken
Syntheseprocessen: uit de vrijgekomen elementen ontstaan
nieuwe (secundaire) mineralen
Product van afbraak + opbouw
Afbraak: hydrolyse: ionen komen vrij
Synthese: vrijgekomen Al + Si: vorming klei mineralen
Primaire mineralen -> afbraak -> opgeloste bestanddelen->
nieuwe mineralen
Op welke manieren is water betrokken bij chemische
verweringsreacties? Geef 3 manieren.
Oplossing
Hydratatie
Hydrolyse
Leg uit hoe neerslag de bodemvorming kan beïnvloeden.
, Hoeveelheid chemische verwering
Uitspoeling (eluviatie) van nutriënten
Transport van stoffen in bodemprofiel
Bodemzuurtegraad
Brengt stoffen aan
Meer regen = sterkere verwering en uitloging
Welke 4 factoren beïnvloeden het doorsijpelen van neerslag doorheen
de bodem en leg ze uit.
1. Textuur (zand -> snelle infiltratie, klei -> traag)
2. Bodemstructuur (goede aggregaten-> betere poriën-> meer
infiltratie)
3. Moedermateriaal (bepaalt textuur en doorlaatbaarheid)
4. Reliëf/ helling (steil-> afstroming, vlak-> infiltratie)
Geef een voorbeeld van hoe moedermateriaal kan variëren op Vlaamse
schaal maar ook op schaal van een landschap
Vlaamse schaal
Kempen Zand
Leemstreek Leem
Polders Klei
Landschapschaal
Helling Colluvium
Valei Alluvium
Geef 5 factoren die bodemvorming beïnvloeden. Vergelijk hierbij een
naaldbos in de kempen met een akkerland in het glooiende landschap
van de leemstreek
Factor Naaldbos kempen Akkerland leemstreek
Klimaat Meer uitloging Minder
Organismen Zure strooisellaag Intens bodemleven
Reliëf Vlak Glooiend
Moedermateriaal Zand Leem
Tijd Podzolvormig Luvisolvorming
Geef aan de hand van 4 voorbeelden weer hoe het bodemleven
bodemvorming kan beïnvloeden.
1. Afbraak organisch materiaal-> humusvorming
De gesteentecyclus en de indeling van gesteenten toelichten
Gesteente zijn samengesteld uit 1 of meerdere mineralen volgens
oorspong onderscheiden we 3 groepen
Magmatische of stollinggesteenten: (graniet, basalt),
ontstaan door stolling van magma, onder de aardkorst bij hoge
druk en temperatuur gevormd, stolling magma (dieptegesteente),
stolling lava aan het aardoppervlak (uitvloeiingsgesteente),
matige diepte en pyroclatische (ganggesteente),
Sedimentaire of afzettingsgesteenten: ontstaan aan het
aardoppervlak onder normale druk en temperatuur,
opeenstapeling van losse materialen ten gevolge van diverse
processen (verwering, transport, bezinking), na afzetting kunnen
deze losse sedimentaire gesteenten verder fysische en
chemische wijzigingen ondergaan en eventueel vast worden (vb
kalksteen), kalksteen geeft verweringsleem of verweringsklei, de
verweringsproducten van zandsteen zijn steeds zandig
Metamorfe gesteenten: gesteente die een transformatie
hebben ondergaan onder invloed van hoge temperaturen, druk
en plooiingen. (Vb: marmer, kwartsiet, leisteen), ze hebben door
verwerking belangrijke massa’s materiaal achtergelaten waarop
bodems ontwikkeld zijn
Gesteentecyclus: schematische manier om processen in en op
de aardkorst te beschrijven, die te maken hebben met de evolutie
van gesteente. De cyclus bevat 3 hoofdtypen gesteente en
beschrijft de processen die tussen de 3 plaatsvinden
Je kent het onderscheid tussen primaire en secundaire mineralen en
kan dit uitleggen aan de hand van voorbeelden.
Primaire mineralen: weinig veranderd in samenstelling nadat
ze zijn uitgestoten als lava (kwarts, mica, veldspaten)
Secundaire mineralen: wel verandering ondergaan via afbraak,
verwering, syntheseprocessen (silicaatkleien, ijzeroxiden)
Je weet uit welke chemische elementen de mineralen kwarts,
veldspaat, mica, carbonaten, oxiden, kleimineralen zijn opgebouwd.
Kwarts Silicium, zuurstof
Veldspaat K, Na of Ca
Mica Si, Al, K, O, H
Carbonaten Ca, C, O
Oxiden Fe, Al, Mn
,Kleimineralen Si, Al, O, H
Je weet dat bepaalde mineralen al gemakkelijker verweerbaar zijn dan
andere en kan dit toelichten aan de hand van voorbeelden.
Kwarts: praktisch onverweerbaar
Mica: verschillende verweerbaarheid
Carbonaten: goed verweerbaar
Leg uit wat chemische verwering, fysische verwering en biologische
verwering is en licht dit toe aan de hand van een voorbeeld.
Mechanische afbraak: drukvermindering,
temperatuurschommeling, drukstijging (zandwoestijnen)
Chemische verwering: volumeverandering, instorting (oplossing
door water of zwakke zuren, hydratatie, hydrolyse, oxidatie en
reductie)
Biologische verwering: veroorzaakt door planten en dieren (met
wortels holtes indringen)
Wat wordt bedoeld met de volgende stelling : verweringsprocessen zijn
een combinatie van afbraak- en syntheseprocessen? Geef een
voorbeeld van deze twee processen bij de verwering van een primair
mineraal
Een bodem onstaat doordat mineralen tegelijk worden
afgebroken en nieuwe stoffen worden gevormd
Afbraakprocessen: primaire mineralen worden chemisch of
fysisch afgebroken
Syntheseprocessen: uit de vrijgekomen elementen ontstaan
nieuwe (secundaire) mineralen
Product van afbraak + opbouw
Afbraak: hydrolyse: ionen komen vrij
Synthese: vrijgekomen Al + Si: vorming klei mineralen
Primaire mineralen -> afbraak -> opgeloste bestanddelen->
nieuwe mineralen
Op welke manieren is water betrokken bij chemische
verweringsreacties? Geef 3 manieren.
Oplossing
Hydratatie
Hydrolyse
Leg uit hoe neerslag de bodemvorming kan beïnvloeden.
, Hoeveelheid chemische verwering
Uitspoeling (eluviatie) van nutriënten
Transport van stoffen in bodemprofiel
Bodemzuurtegraad
Brengt stoffen aan
Meer regen = sterkere verwering en uitloging
Welke 4 factoren beïnvloeden het doorsijpelen van neerslag doorheen
de bodem en leg ze uit.
1. Textuur (zand -> snelle infiltratie, klei -> traag)
2. Bodemstructuur (goede aggregaten-> betere poriën-> meer
infiltratie)
3. Moedermateriaal (bepaalt textuur en doorlaatbaarheid)
4. Reliëf/ helling (steil-> afstroming, vlak-> infiltratie)
Geef een voorbeeld van hoe moedermateriaal kan variëren op Vlaamse
schaal maar ook op schaal van een landschap
Vlaamse schaal
Kempen Zand
Leemstreek Leem
Polders Klei
Landschapschaal
Helling Colluvium
Valei Alluvium
Geef 5 factoren die bodemvorming beïnvloeden. Vergelijk hierbij een
naaldbos in de kempen met een akkerland in het glooiende landschap
van de leemstreek
Factor Naaldbos kempen Akkerland leemstreek
Klimaat Meer uitloging Minder
Organismen Zure strooisellaag Intens bodemleven
Reliëf Vlak Glooiend
Moedermateriaal Zand Leem
Tijd Podzolvormig Luvisolvorming
Geef aan de hand van 4 voorbeelden weer hoe het bodemleven
bodemvorming kan beïnvloeden.
1. Afbraak organisch materiaal-> humusvorming