INTERNATIONALE VEILIGHEID
INTRODUCTIE
o Wat veiligheid is en hoe we erover denken heeft gigantische implicaties voor de studie en beleid
ervan
o Wie kan bepalen wat veiligheid betekent (voor wie) en hoe het te verbeteren, heeft veel macht
o Bv. wie domineert discourse over veiligheid in academische en beleidsdebatten
DE RELATIVITEIT VAN “VEILIGHEID”
o Veiligheid als absoluut of universeel begrip in tijd en ruimte, of als relatief begrip (afhankelijk
van tijd, ruimte of persoon)?
Is voor iedereen veiligheid hetzelfde qua betekenis overal ter wereld?
Wat de ene persoon, groep, samenleving of staat als een bedreigende bron van
onveiligheid ervaart, hoeft een ander niet als zodanig te zien
Voor de ene staat is het bezit van een specifiek wapensysteem essentieel voor de
verdediging, voor een andere staat lijkt het een grote bedreiging.
Wat voor de ene sociale groep een existentieel veiligheidsvraagstuk is, is dat niet
voor een andere
DUS
o Veranderende betekenissen, praktijken en instellingen van veiligheid
o Vermijden van het opleggen van een visie op wat veiligheid is of zou moeten zijn (niet wat is
een goed veiligheidsonderwerp en wat niet)
“academisch imperialisme”, is deterministisch “mijn begrip van veiligheid”. Een “en en”
verhaal geen “of of’
TOT HALVERWEGE DE 19 E EEUW
o Dit zou een startpunt kunnen zijn (ook al is dat moeilijk om te nemen)
o Nauwe relatie tussen strategische denkers en de ‘wetenschap’ van oorlog en het daadwerkelijke
staatsbeleid en de praktijken
“Every position which is to be held, even if the enemy passes by it, is a flank position”
(von Clausewitz) concrete tips om oorlog te voeren
TEGEN/ SINDS EINDE 19E EEUW
o Aanvullend, een meer conceptueel of theoretische benadering
‘Oceanen en kanalen verkleinen de kans op escalatie en invasie.’ (Mackinder)
“stopping power of water” (Mearsheimer)
Rol van geografie in oorlogsvoering
DUS
o Externe visie op veiligheid van de staat tegen externe militaire dreigingen.
De grootste bedreigingen komen van buitenaf, dus veiligheid = defensie tegen externe
actoren
o Minder visie op interne veiligheid
Uitbreiding van de politie als institutie als reden interne veiligheid wordt meer een
civiele taak
Afbouw van de rol van de strijdkrachten bij het handhaven van de binnenlandse
orde als reden
o Interne, binnenlandse veiligheid = ‘order’ vs. externe veiligheid = ‘anarchy’ die militair
handelen vereist
Binnen staten heerst ‘order’: een gecentraliseerd gezag met een monopolie op geweld.
Tussen staten heerst ‘anarchy’: geen hoger gezag, dus staten moeten zelf hun veiligheid
garanderen.
, Onderscheid tussen lokale en internationale politiek
Lokaal is er het monopolie op het legitiem gebruik van geweld
’GANGBARE’ VEILIGHEIDSSTUDIES
o ‘mainstream’, ‘gangbare’ visie sinds begin 20e eeuw (door iets gangbaar te noemen creëer je
ook veel macht, want andere dingen zijn niet gangbaar en misschien ook wel niet belangrijk)
o Ontstond uit mix van falen in het interbellum (falen van de Volkenbond)
o Focus op “voorwaarden voor vrede“
Bv. experiment van de Volkenbond en collectieve veiligheid
Wilsonialism (vorming van een algemene bond van naties, vrijheid van scheepvaart,
verwijdering economische belemmeringen, etc.)
o Focus op “oorzaken van oorlog”
Quincy Wright (1942) A study of war
Kennet Waltz (1979) Theory of international politics
Oorzaken zijn individueel, statelijk of lokale politiek, …
o Focus: kernwapenverspreiding, nucleaire afschrikking, het veiligheidsdilemma, alliantievorming,
etc.
Bv. Robert Jervis (afschrikking), Stephen Walt (balance of threat), Glenn Snyder (balance
of power)
o Vooral focus op één type veiligheid: interstatelijke militair geweld (dit is al de periode van de
jaren 80) en één reeks middelen waarmee veiligheid kan worden nagestreefd militair
‘staatsmanschap’
o ‘high politics’ (het existentiële voortbestaan en de veiligheid van de staat) tegenover ‘low
politics’ (kwesties die niet cruciaal zijn voor het onmiddellijke voortbestaan van de staat, maar
die wel essentieel zijn voor het dagelijks functioneren en het maatschappelijk welzijn ervan)
Interstatelijk militair geweld is high politics (1 ding is primair alle andere dingen zijn
secundair)
(ENKELE) VAN DE PROBLEMEN MET DEZE GESCHIEDSCHRIJVING
o Er was heel veel academisch imperialisme
o Weerspiegeling van de concurrentie tussen rivaliserende supermachten
o Marginalisering van andere onderzoekdomeinen binnen veiligheidsstudies (criminele
organisaties, paramilitaire organisaties in Colombia, etc.)
o Samenvoeging van Amerikaanse nationale veiligheidszorgen met de wetenschappelijke
discipline van 'internationale veiligheidsstudies’
Bv. wetenschappelijke tijdschriften
o Global IR: academische discipline van IB en veiligheid studies ontstond niet in het westen in het
interbellum
o Veel van de meest intense dynamieken van hedendaagse veiligheidsrelaties vallen niet (enkel)
onder interstatelijke militaire veiligheidskwesties (minderheden, cultuur, klimaat, etc.)
EN DUS:
o Kritiek op de disciplinerende dimensie van de ‘gangbare’ benadering, door veiligheidsstudies:
Te verbreden, buiten de militaire veiligheid van de territoriale staat
Te verdiepen, van referentieobjecten: individuen, subnationale groepen, biosfeer, etc.
TEGENBEWEGING (CA. JAREN 1990)
o “If everything that causes a decline in human wellbeing is labelled a ‘security’ threat, the term
loses any analytical usefulness and becomes a loose synonym of ‘bad’” (Deudney).
Als alles veiligheid is dan heb je het woord niet meer nodig.
TWEE REACTIES:
, o Afwijzing van verbreding en verdieping, en ‘terugkeer naar het debat over oorlog tussen staten’
(bv. Mearsheimer)
o Omarming van verbreding en verdieping, bv. securitisation theory (Buzan, Waever, & de Wilde)
‘ja, existentiële veiligheidskwesties en de mogelijkheid tot geweld’
’maar veiligheid heeft geen vaste betekenis’: varieert in tijd, ruimte, en referentie object
Door ‘speech acts’ fenomenen benoemen als 'existentiële bedreigingen’, en die
verklaring wordt geaccepteerd door een relevant publiek
De analytische vraag is dan welke veiligheidsclaims (speech acts) worden gemaakt, door
wie en met welk succes in een gegeven context. Een actor beroept zich op ‘existentiële
bedreigingen’ en heeft aanzienlijke macht bij het bepalen van de veiligheidsagenda.
DUS,
o In tegenstelling tot veel ‘gangbare’ veiligheidsstudies en veel critici daarvan, beschouwt de
securitisatie theorie veiligheid niet per se als iets positiefs waarbij "meer beter is".
o Maar wel ‘minder veiligheid’: meer positieve actie houdt in dat een kwestie van de
veiligheidsagenda wordt gehaald: deze wordt "gedesecuritiseerd" en in de sfeer van de
"normale" politiek geplaatst
SAMENGEVAT
o Initieel focus op militaire interstatelijke conflict
o Kritiek wegens beperkte blik
o Verbreding en verdieping van het begrip ‘veiligheid’
o Tegenreactie:
‘terug naar interstatelijk militair conflict’ (Mearsheimer)
‘veiligheid heeft geen vaste betekenis’, bv. Securitisation theory (Waever & Buzan)
o Resultaat:
Veiligheidsstudies zijn enorm verrijkt
Wat ook een uitdaging kan zijn: communiceren de verschillende ‘deel vakgebieden’
voldoende met elkaar?
ONTOLOGISCHE VEILIGHEID
o Kernpunt: staten streven niet alleen naar fysieke veiligheid (overleven, territorium, materiële
zekerheid)
Ook streven naar veiligheid van het individu’s ‘zelf’, de ‘ik’, d.w.z. een stabiel gevoel van
identiteit in de loop der tijd
Verandert fundamenteel hoe we kijken naar internationale veiligheid en bv. het
veiligheidsdilemma
o Het begint vanuit het individu’s behoefte om zichzelf continue te ervaren als een actor met de
capaciteit om te handelen, in controle te zijn
Individuen moeten zich zeker voelen over wie ze zijn, als identiteit of zelf
Gaat uit van diepe vormen van onzekerheid bedreigen deze identiteitszekerheid
Dit vereist een stabiele cognitieve omgeving
Bv. in totale onzekerheid over doel, ‘vijand’: moeilijk om middelen aan doelen te
koppelen in een veiligheidsstrategie
“als liberale grootmacht vechten we wereldwijd tegen terrorisme”
o Een fundamentele behoefte die begint met de stelling dat actoren diepe onzekerheid vrezen als
een bedreiging voor hun identiteit
Het subjectieve gevoel van wie men is, dat handelen en kiezen mogelijk maakt en
motiveert
Onzekerheid binnen aanvaardbare grenzen brengen
Ontologische zekerheid op individueel niveau en schaalt deze op naar staten:
‘antropomorfisme’ een land kan geen psychologische stress hebben, maar schrijft
individuele kenmerken toe aan een land
HOE? ROUTINES, GEHECHTHEID EN IDENTITEIT
, o Routines
Geschiedenis (her)schrijving, toespraken, strategische documenten, etc.
In standgehouden door sociale relaties met anderen (en niet intrinsiek aan de staat)
Die het sociale leven regulariseren en het, en het zelf, kenbaar maken
Die ‘vanzelfsprekend zijn’ en onzekerheid verminderen
En die mogelijks grotendeels buiten bewuste keuze gebeuren
o Gehechtheid
De routines geven cognitieve zekerheid, zelfbeelden, en identiteit
Waar mensen aan gehecht geraken
Actoren kunnen zich vastklampen aan conflictueuze routines omdat ze weten wie ze daarin zijn (ook
al lijken die routines vredevol)
HOE DIT “GANGBARE” VERKLARINGEN OMDRAAIT
o Realisme en veiligheidsdilemma:
Conflict ontstaat door onzekerheid over intenties van anderen
Anarchie onzekerheid over intenties van andere actoren verdeling van militaire
macht tussen staten is belangrijk
Landen ondernemen (militaire) acties om fysieke veiligheid te verhogen (bv. territorium)
maar maken, door de tegenreactie van anderen, iedereen meer onveilig
o Ontologische veiligheid
Conflicten kunnen ook worden veroorzaakt door de zekerheid die conflictrelaties hun
deelnemers bieden
Naast fysieke veiligheid, staten zoeken ook cognitieve zekerheid over de eigen identiteit
UITKOMST
o Conflicten kunnen voortduren vanwege zekerheid, niet vanwege onzekerheid.
Onzekerheid en fysiek is de kern van conflict volgens realisme en zekerheid en identiteit
bij ontologische veiligheid
o Zelfs een schadelijke of zelfdestructieve relatie kan ontologische zekerheid bieden, wat betekent
dat staten zich aan conflicten kunnen hechten.
Als je moet overgaan naar een vredevolle relaties kan dat onzekerheid creëren want je
moet opnieuw gaan zoeken wie ben ik, wat is mijn identiteit. Dit zorgt voor
psychologische stress
Vrede genereert ontologische onzekerheid.
Vrede is een toestand van 'zijn', in plaats van slechts een afwezigheid van conflict
Volgens ontologische veiligheid is het gevoel dat het 'er-zijn' veilig en vertrouwd
is. Het is een stabiele emotionele toestand waarin men chaos en angst op afstand
kan houden
Staten "verkiezen" conflict omdat het hun identiteit in stand houdt.
o Het onderhouden van de identiteit wordt een doel op zich (verdere uitbreiding, bv. Rosdale)
RECAP
o Een (gecontesteerde) geschiedenis van studie van internationale veiligheid
De relativiteit van “veiligheid”
Gangbare’ veiligheidsstudies verbreed en verdiept
Tegenreacties: afwijzing en omarming
o Ontologische veiligheid
Diepe vormen van onzekerheid bedreigen deze identiteitszekerheid
Schadelijke of zelfdestructieve relatie kan ontologische zekerheid bieden
Onderhouden van de identiteit wordt een doel op zich
Bv. EU 2016 Global Strategy
INTRODUCTIE
o Wat veiligheid is en hoe we erover denken heeft gigantische implicaties voor de studie en beleid
ervan
o Wie kan bepalen wat veiligheid betekent (voor wie) en hoe het te verbeteren, heeft veel macht
o Bv. wie domineert discourse over veiligheid in academische en beleidsdebatten
DE RELATIVITEIT VAN “VEILIGHEID”
o Veiligheid als absoluut of universeel begrip in tijd en ruimte, of als relatief begrip (afhankelijk
van tijd, ruimte of persoon)?
Is voor iedereen veiligheid hetzelfde qua betekenis overal ter wereld?
Wat de ene persoon, groep, samenleving of staat als een bedreigende bron van
onveiligheid ervaart, hoeft een ander niet als zodanig te zien
Voor de ene staat is het bezit van een specifiek wapensysteem essentieel voor de
verdediging, voor een andere staat lijkt het een grote bedreiging.
Wat voor de ene sociale groep een existentieel veiligheidsvraagstuk is, is dat niet
voor een andere
DUS
o Veranderende betekenissen, praktijken en instellingen van veiligheid
o Vermijden van het opleggen van een visie op wat veiligheid is of zou moeten zijn (niet wat is
een goed veiligheidsonderwerp en wat niet)
“academisch imperialisme”, is deterministisch “mijn begrip van veiligheid”. Een “en en”
verhaal geen “of of’
TOT HALVERWEGE DE 19 E EEUW
o Dit zou een startpunt kunnen zijn (ook al is dat moeilijk om te nemen)
o Nauwe relatie tussen strategische denkers en de ‘wetenschap’ van oorlog en het daadwerkelijke
staatsbeleid en de praktijken
“Every position which is to be held, even if the enemy passes by it, is a flank position”
(von Clausewitz) concrete tips om oorlog te voeren
TEGEN/ SINDS EINDE 19E EEUW
o Aanvullend, een meer conceptueel of theoretische benadering
‘Oceanen en kanalen verkleinen de kans op escalatie en invasie.’ (Mackinder)
“stopping power of water” (Mearsheimer)
Rol van geografie in oorlogsvoering
DUS
o Externe visie op veiligheid van de staat tegen externe militaire dreigingen.
De grootste bedreigingen komen van buitenaf, dus veiligheid = defensie tegen externe
actoren
o Minder visie op interne veiligheid
Uitbreiding van de politie als institutie als reden interne veiligheid wordt meer een
civiele taak
Afbouw van de rol van de strijdkrachten bij het handhaven van de binnenlandse
orde als reden
o Interne, binnenlandse veiligheid = ‘order’ vs. externe veiligheid = ‘anarchy’ die militair
handelen vereist
Binnen staten heerst ‘order’: een gecentraliseerd gezag met een monopolie op geweld.
Tussen staten heerst ‘anarchy’: geen hoger gezag, dus staten moeten zelf hun veiligheid
garanderen.
, Onderscheid tussen lokale en internationale politiek
Lokaal is er het monopolie op het legitiem gebruik van geweld
’GANGBARE’ VEILIGHEIDSSTUDIES
o ‘mainstream’, ‘gangbare’ visie sinds begin 20e eeuw (door iets gangbaar te noemen creëer je
ook veel macht, want andere dingen zijn niet gangbaar en misschien ook wel niet belangrijk)
o Ontstond uit mix van falen in het interbellum (falen van de Volkenbond)
o Focus op “voorwaarden voor vrede“
Bv. experiment van de Volkenbond en collectieve veiligheid
Wilsonialism (vorming van een algemene bond van naties, vrijheid van scheepvaart,
verwijdering economische belemmeringen, etc.)
o Focus op “oorzaken van oorlog”
Quincy Wright (1942) A study of war
Kennet Waltz (1979) Theory of international politics
Oorzaken zijn individueel, statelijk of lokale politiek, …
o Focus: kernwapenverspreiding, nucleaire afschrikking, het veiligheidsdilemma, alliantievorming,
etc.
Bv. Robert Jervis (afschrikking), Stephen Walt (balance of threat), Glenn Snyder (balance
of power)
o Vooral focus op één type veiligheid: interstatelijke militair geweld (dit is al de periode van de
jaren 80) en één reeks middelen waarmee veiligheid kan worden nagestreefd militair
‘staatsmanschap’
o ‘high politics’ (het existentiële voortbestaan en de veiligheid van de staat) tegenover ‘low
politics’ (kwesties die niet cruciaal zijn voor het onmiddellijke voortbestaan van de staat, maar
die wel essentieel zijn voor het dagelijks functioneren en het maatschappelijk welzijn ervan)
Interstatelijk militair geweld is high politics (1 ding is primair alle andere dingen zijn
secundair)
(ENKELE) VAN DE PROBLEMEN MET DEZE GESCHIEDSCHRIJVING
o Er was heel veel academisch imperialisme
o Weerspiegeling van de concurrentie tussen rivaliserende supermachten
o Marginalisering van andere onderzoekdomeinen binnen veiligheidsstudies (criminele
organisaties, paramilitaire organisaties in Colombia, etc.)
o Samenvoeging van Amerikaanse nationale veiligheidszorgen met de wetenschappelijke
discipline van 'internationale veiligheidsstudies’
Bv. wetenschappelijke tijdschriften
o Global IR: academische discipline van IB en veiligheid studies ontstond niet in het westen in het
interbellum
o Veel van de meest intense dynamieken van hedendaagse veiligheidsrelaties vallen niet (enkel)
onder interstatelijke militaire veiligheidskwesties (minderheden, cultuur, klimaat, etc.)
EN DUS:
o Kritiek op de disciplinerende dimensie van de ‘gangbare’ benadering, door veiligheidsstudies:
Te verbreden, buiten de militaire veiligheid van de territoriale staat
Te verdiepen, van referentieobjecten: individuen, subnationale groepen, biosfeer, etc.
TEGENBEWEGING (CA. JAREN 1990)
o “If everything that causes a decline in human wellbeing is labelled a ‘security’ threat, the term
loses any analytical usefulness and becomes a loose synonym of ‘bad’” (Deudney).
Als alles veiligheid is dan heb je het woord niet meer nodig.
TWEE REACTIES:
, o Afwijzing van verbreding en verdieping, en ‘terugkeer naar het debat over oorlog tussen staten’
(bv. Mearsheimer)
o Omarming van verbreding en verdieping, bv. securitisation theory (Buzan, Waever, & de Wilde)
‘ja, existentiële veiligheidskwesties en de mogelijkheid tot geweld’
’maar veiligheid heeft geen vaste betekenis’: varieert in tijd, ruimte, en referentie object
Door ‘speech acts’ fenomenen benoemen als 'existentiële bedreigingen’, en die
verklaring wordt geaccepteerd door een relevant publiek
De analytische vraag is dan welke veiligheidsclaims (speech acts) worden gemaakt, door
wie en met welk succes in een gegeven context. Een actor beroept zich op ‘existentiële
bedreigingen’ en heeft aanzienlijke macht bij het bepalen van de veiligheidsagenda.
DUS,
o In tegenstelling tot veel ‘gangbare’ veiligheidsstudies en veel critici daarvan, beschouwt de
securitisatie theorie veiligheid niet per se als iets positiefs waarbij "meer beter is".
o Maar wel ‘minder veiligheid’: meer positieve actie houdt in dat een kwestie van de
veiligheidsagenda wordt gehaald: deze wordt "gedesecuritiseerd" en in de sfeer van de
"normale" politiek geplaatst
SAMENGEVAT
o Initieel focus op militaire interstatelijke conflict
o Kritiek wegens beperkte blik
o Verbreding en verdieping van het begrip ‘veiligheid’
o Tegenreactie:
‘terug naar interstatelijk militair conflict’ (Mearsheimer)
‘veiligheid heeft geen vaste betekenis’, bv. Securitisation theory (Waever & Buzan)
o Resultaat:
Veiligheidsstudies zijn enorm verrijkt
Wat ook een uitdaging kan zijn: communiceren de verschillende ‘deel vakgebieden’
voldoende met elkaar?
ONTOLOGISCHE VEILIGHEID
o Kernpunt: staten streven niet alleen naar fysieke veiligheid (overleven, territorium, materiële
zekerheid)
Ook streven naar veiligheid van het individu’s ‘zelf’, de ‘ik’, d.w.z. een stabiel gevoel van
identiteit in de loop der tijd
Verandert fundamenteel hoe we kijken naar internationale veiligheid en bv. het
veiligheidsdilemma
o Het begint vanuit het individu’s behoefte om zichzelf continue te ervaren als een actor met de
capaciteit om te handelen, in controle te zijn
Individuen moeten zich zeker voelen over wie ze zijn, als identiteit of zelf
Gaat uit van diepe vormen van onzekerheid bedreigen deze identiteitszekerheid
Dit vereist een stabiele cognitieve omgeving
Bv. in totale onzekerheid over doel, ‘vijand’: moeilijk om middelen aan doelen te
koppelen in een veiligheidsstrategie
“als liberale grootmacht vechten we wereldwijd tegen terrorisme”
o Een fundamentele behoefte die begint met de stelling dat actoren diepe onzekerheid vrezen als
een bedreiging voor hun identiteit
Het subjectieve gevoel van wie men is, dat handelen en kiezen mogelijk maakt en
motiveert
Onzekerheid binnen aanvaardbare grenzen brengen
Ontologische zekerheid op individueel niveau en schaalt deze op naar staten:
‘antropomorfisme’ een land kan geen psychologische stress hebben, maar schrijft
individuele kenmerken toe aan een land
HOE? ROUTINES, GEHECHTHEID EN IDENTITEIT
, o Routines
Geschiedenis (her)schrijving, toespraken, strategische documenten, etc.
In standgehouden door sociale relaties met anderen (en niet intrinsiek aan de staat)
Die het sociale leven regulariseren en het, en het zelf, kenbaar maken
Die ‘vanzelfsprekend zijn’ en onzekerheid verminderen
En die mogelijks grotendeels buiten bewuste keuze gebeuren
o Gehechtheid
De routines geven cognitieve zekerheid, zelfbeelden, en identiteit
Waar mensen aan gehecht geraken
Actoren kunnen zich vastklampen aan conflictueuze routines omdat ze weten wie ze daarin zijn (ook
al lijken die routines vredevol)
HOE DIT “GANGBARE” VERKLARINGEN OMDRAAIT
o Realisme en veiligheidsdilemma:
Conflict ontstaat door onzekerheid over intenties van anderen
Anarchie onzekerheid over intenties van andere actoren verdeling van militaire
macht tussen staten is belangrijk
Landen ondernemen (militaire) acties om fysieke veiligheid te verhogen (bv. territorium)
maar maken, door de tegenreactie van anderen, iedereen meer onveilig
o Ontologische veiligheid
Conflicten kunnen ook worden veroorzaakt door de zekerheid die conflictrelaties hun
deelnemers bieden
Naast fysieke veiligheid, staten zoeken ook cognitieve zekerheid over de eigen identiteit
UITKOMST
o Conflicten kunnen voortduren vanwege zekerheid, niet vanwege onzekerheid.
Onzekerheid en fysiek is de kern van conflict volgens realisme en zekerheid en identiteit
bij ontologische veiligheid
o Zelfs een schadelijke of zelfdestructieve relatie kan ontologische zekerheid bieden, wat betekent
dat staten zich aan conflicten kunnen hechten.
Als je moet overgaan naar een vredevolle relaties kan dat onzekerheid creëren want je
moet opnieuw gaan zoeken wie ben ik, wat is mijn identiteit. Dit zorgt voor
psychologische stress
Vrede genereert ontologische onzekerheid.
Vrede is een toestand van 'zijn', in plaats van slechts een afwezigheid van conflict
Volgens ontologische veiligheid is het gevoel dat het 'er-zijn' veilig en vertrouwd
is. Het is een stabiele emotionele toestand waarin men chaos en angst op afstand
kan houden
Staten "verkiezen" conflict omdat het hun identiteit in stand houdt.
o Het onderhouden van de identiteit wordt een doel op zich (verdere uitbreiding, bv. Rosdale)
RECAP
o Een (gecontesteerde) geschiedenis van studie van internationale veiligheid
De relativiteit van “veiligheid”
Gangbare’ veiligheidsstudies verbreed en verdiept
Tegenreacties: afwijzing en omarming
o Ontologische veiligheid
Diepe vormen van onzekerheid bedreigen deze identiteitszekerheid
Schadelijke of zelfdestructieve relatie kan ontologische zekerheid bieden
Onderhouden van de identiteit wordt een doel op zich
Bv. EU 2016 Global Strategy