PERSOONLIJKHEIDSLEER
Pedagogische Wetenschappen jaar 1
Academische Pabo jaar 3
,Inhoudsopgave
HC1 – persoonlijkheidsleer............................................................................................................................. 2
HC1 – psychoanalyse (Freud).......................................................................................................................... 4
HC2 – evolutietheorie.................................................................................................................................... 7
HC2 – genen en persoonlijkheid................................................................................................................... 10
HC3 – intelligentie........................................................................................................................................ 11
HC3 – intelligentietheorieën......................................................................................................................... 12
HC3 – IQ testen............................................................................................................................................ 15
HC4 – traits/karaktereigenschappen............................................................................................................ 17
HC4 - stress, coping, aanpassing en gezondheid............................................................................................20
HC5 – motieven en cultuur........................................................................................................................... 23
HC5 – cultuur en persoonlijkheid.................................................................................................................. 27
HC6 – affect en persoonlijkheid.................................................................................................................... 30
HC6 – emoties.............................................................................................................................................. 33
HC7 – kijk op jezelf....................................................................................................................................... 36
H7 – sociale identiteit en interacties............................................................................................................. 39
OEFENEN WEEK 1......................................................................................................................................... 42
1
,HC1 – persoonlijkheidsleer
Persoonlijkheid is de set psychologische trekken (traits, karaktereigenschappen) en
mechanismen (processen) binnen het individu die zijn geordend en redelijk stabiel over tijd
zijn. Het heeft invloed op interacties en aanpassingen aan de intrapsychische (eigen wereld),
fysieke en sociale omgevingen.
Persoonlijkheidsonderzoek: kennis over traits trekken kan helpen bij het beschrijven van
persoonlijkheidsdimensies en het verklaren en voorspellen van gedrag. Er wordt gekeken
naar hoeveel trekken er zijn, hoe deze zijn georganiseerd, wat de oorsprong is en wat de
correlaties zijn tussen de gevolgen van trekken.
Psychologische mechanismen: processen van persoonlijkheid, dynamisch, hoe ontstaan, wat
drijven, bevorderen en belemmeren de traits. Vaak cognitieve processen betrokken bij
informatieverwerking.
Input blackbox output
Begrippen interactie met en aanpassing naar omgeving:
Perceptie: interpretatie van omgeving: hoe ervaar je het
Selectie: welke situaties kiezen we
Evocaties: reacties die we onbewust (door persoonlijkheid) bij andere
teweegbrengen
Manipulaties: manieren waarop we anderen bewust proberen te beïnvloeden
Adaptieve functie persoonlijkheid: om doelen te bereiken moet je je aanpassen,
evolutie, afhankelijk van omgeving
Fysieke omgevingsfactoren: omgang met bedreigingen, kansen zien
Intrapsychische omgeving: persoonlijke herinneringen, verlangens, ervaringen
Niveaus van persoonlijkheid:
Human nature: zoals iedereen,
Individuele en groepsverschillen: zoals sommigen
Individuele uniciteit: alleen jij
Domeinen van kennis:
Dispositioneel: trekken, neigingen
Biologisch: genen, psychofysiologie en evolutie
Intrapsychisch: mentale mechanismen/ conflicten (vaak onbewust)
Cognitief-ervaring: gedachten, gevoelens, ervaringen, intelligentie
Sociaal en cultureel
Aanpassingen: coping, adaptie
2
, Theorieën over persoonlijkheid
Doel/rol: kader voor onderzoek, organiseren van kennis en voorspellen en verklaren
van gedrag
Criteria: comprehensiveness (volledig, verklaard meeste feiten), heuristieke
waarden (leidt tot nieuwe ontdekkingen), testbaar (kun je testbare hypothesen
formulieren vanuit de theorie), parsimony (weinig vooronderstellingen/aannames),
compatibiliteit en integratie tussen domeinen en niveaus van persoonlijkheid
3
Pedagogische Wetenschappen jaar 1
Academische Pabo jaar 3
,Inhoudsopgave
HC1 – persoonlijkheidsleer............................................................................................................................. 2
HC1 – psychoanalyse (Freud).......................................................................................................................... 4
HC2 – evolutietheorie.................................................................................................................................... 7
HC2 – genen en persoonlijkheid................................................................................................................... 10
HC3 – intelligentie........................................................................................................................................ 11
HC3 – intelligentietheorieën......................................................................................................................... 12
HC3 – IQ testen............................................................................................................................................ 15
HC4 – traits/karaktereigenschappen............................................................................................................ 17
HC4 - stress, coping, aanpassing en gezondheid............................................................................................20
HC5 – motieven en cultuur........................................................................................................................... 23
HC5 – cultuur en persoonlijkheid.................................................................................................................. 27
HC6 – affect en persoonlijkheid.................................................................................................................... 30
HC6 – emoties.............................................................................................................................................. 33
HC7 – kijk op jezelf....................................................................................................................................... 36
H7 – sociale identiteit en interacties............................................................................................................. 39
OEFENEN WEEK 1......................................................................................................................................... 42
1
,HC1 – persoonlijkheidsleer
Persoonlijkheid is de set psychologische trekken (traits, karaktereigenschappen) en
mechanismen (processen) binnen het individu die zijn geordend en redelijk stabiel over tijd
zijn. Het heeft invloed op interacties en aanpassingen aan de intrapsychische (eigen wereld),
fysieke en sociale omgevingen.
Persoonlijkheidsonderzoek: kennis over traits trekken kan helpen bij het beschrijven van
persoonlijkheidsdimensies en het verklaren en voorspellen van gedrag. Er wordt gekeken
naar hoeveel trekken er zijn, hoe deze zijn georganiseerd, wat de oorsprong is en wat de
correlaties zijn tussen de gevolgen van trekken.
Psychologische mechanismen: processen van persoonlijkheid, dynamisch, hoe ontstaan, wat
drijven, bevorderen en belemmeren de traits. Vaak cognitieve processen betrokken bij
informatieverwerking.
Input blackbox output
Begrippen interactie met en aanpassing naar omgeving:
Perceptie: interpretatie van omgeving: hoe ervaar je het
Selectie: welke situaties kiezen we
Evocaties: reacties die we onbewust (door persoonlijkheid) bij andere
teweegbrengen
Manipulaties: manieren waarop we anderen bewust proberen te beïnvloeden
Adaptieve functie persoonlijkheid: om doelen te bereiken moet je je aanpassen,
evolutie, afhankelijk van omgeving
Fysieke omgevingsfactoren: omgang met bedreigingen, kansen zien
Intrapsychische omgeving: persoonlijke herinneringen, verlangens, ervaringen
Niveaus van persoonlijkheid:
Human nature: zoals iedereen,
Individuele en groepsverschillen: zoals sommigen
Individuele uniciteit: alleen jij
Domeinen van kennis:
Dispositioneel: trekken, neigingen
Biologisch: genen, psychofysiologie en evolutie
Intrapsychisch: mentale mechanismen/ conflicten (vaak onbewust)
Cognitief-ervaring: gedachten, gevoelens, ervaringen, intelligentie
Sociaal en cultureel
Aanpassingen: coping, adaptie
2
, Theorieën over persoonlijkheid
Doel/rol: kader voor onderzoek, organiseren van kennis en voorspellen en verklaren
van gedrag
Criteria: comprehensiveness (volledig, verklaard meeste feiten), heuristieke
waarden (leidt tot nieuwe ontdekkingen), testbaar (kun je testbare hypothesen
formulieren vanuit de theorie), parsimony (weinig vooronderstellingen/aannames),
compatibiliteit en integratie tussen domeinen en niveaus van persoonlijkheid
3