Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Wijsbegeerte van het wetenschappelijk denken

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
38
Geüpload op
02-04-2026
Geschreven in
2025/2026

samenvatting van alle filosofen + hun werken en in welke eeuw/tijdperk, perfect voor het examen.

Voorbeeld van de inhoud

WIJSBEGEERTE V/H WETENSCHAPPELIJK DENKEN

'Wijsbegeerte of het wetenschappelijke denken'. Dat is de titel van dit opleidingsonderdeel. Het waren de
Griekse filosofen, in het bijzonder de zogenaamde 'presocraten' (filosofen vóór Socrates), die het eerst
nadachten op een manier die we vandaag wetenschappelijk zouden noemen: systematisch op basis van
waarnemingen. De ontwikkeling van de wetenschappen valt dan ook zeer lang samen met de geschiedenis
van de filosofie.

De Westerse filosofen ontwikkelden doorheen de eeuwen technieken om betrouwbare kennis te bekomen; ze
stelden zich trouwens ook de vraag wat precies kennis was. Zoetjesaan evolueerden ze naar de 'moderne
wetenschappelijke aanpak' die het licht zag in de 17de eeuw. Lang ging men op zoek naar 'dé'
wetenschappelijke methode – in de veronderstelling dat je maar op één manier aan wetenschap kan doen.
Naarmate de diverse wetenschappelijke disciplines zich ontwikkelen, komt men erachter dat er geen
enkelvoudige manier bestaat om aan wetenschap te doen. Toch zijn er overeenkomsten: systematisch,
gecontroleerd, feitelijk.

We maken kennis in dit opleidingsonderdeel met heel wat filosofen die denkmethoden ontwikkelden om, zoals
gezegd, te komen tot betrouwbare kennis, maar ook manieren om elkaar te overtuigen: technieken die
wetenschappers gebruiken, maar die natuurlijk iedereen kan toepassen, ook in het dagelijkse leven.

De filosofen worden chronologisch gepresenteerd; vandaar dat de cursus verloopt van oudheid (van de 6de
eeuw voor het begin van onze jaartelling tot de 2de eeuw na), naar middeleeuwen (tot de 14de eeuw), over
renaissance en verlichting (tot de 18de eeuw), tot de 19de en zelfs begin van de 20ste eeuw.

De nadruk ligt op de filosofische methodieken; elk hoofdstuk eindigt dan ook met een toepassing van
daarvan voor argumentatie, onderzoek en criminologie

OUDHEID

REDUCTIE- THALES (6e-7e EEUW-MILETE)

REDUCTIE
Herleiding van veelheid naar eenheid. Op zoek naar de archè (oorsprong):
 Die archè blijft steeds onveranderlijk, overal en altijd aanwezig in de natuur.
 Thales: water.
 Demokritos (460-370): atomen.
Radicale reductie: fysicalisme : alles herleiden tot fysica.
Gevaar: demystificatie.  dingen zodanig makkelijk en eenvoudig uitleggen zonder WE achtergrond
ETYMOLOGIE OOK TOEPASSING VAN REDUCTIE
 Archeologie, archaïsmee,… arché
 Biedt inzicht
 Mnemotechniek (geheugenkunst): reeks meethoden van memorisering (associaties om beter te
begrijpen)
THALES
 Geen originele teksten meer
 Anekdotes: zonsverduistering, olijfpers, put
 Eerste natuurfilosoof: op samenhangende wijze zonder te verwijzen naar goden of magische krachten
de natuur (physis) verklaren
 Stelling van thales: herleiden van wereld tot wiskunde (soms demystificatie: te ver)
PYTHAGORAS (6e EEUW- SAMOS)
 Stelling: a2 +b2 =c2
 Relatie tussen intervallen van toonladders en wiskundige verhoudingen.
 Indien de rechthoekzijden gelijk zijn, dan kan de schuine zijde niet worden uitgedrukt als een
verhouding van de rechthoekzijden.
 De natuur kan door het beoefenen van de wiskunde worden begrepen.
TOEPASSINGEN (REDUCTIE)
Argumentatief: Suggereert een diepere waarheid.
Onderzoekend: Zet aan tot verder verkennen door op te delen en dieper te graven.
Voor criminologen: Wat is misdadig gedrag? Is het een sociologisch fenomeen?
Is het een psychologisch fenomeen? Moet je het holistisch verklaren (in de zin dat het een verschijnsel is dat
meer is dan de som van de delen)? Wat is de achterliggende oorzaak?




PRINCIPE VAN VOLDOENDE REDEN - ANAXIMANDER (6 e- 7e EEUW)
ANAXIMANDERS REDENERING
Voor alles wat er gebeurt moet er een reden zijn

,“De aarde is onbeweegelijk omdat een beweging in welke richting ook geen verschil zou maken”
 Alle richtingen zijn gelijk
 Geen reden om in een bepaalde richting te bewegen (want alle richtingen zijn gelijk), dus beweegt
aarde niet
 Er is geen voldoende reden om te bewegen
VERDER UITGEWERKT
Christian Wolff - 1679/1754 : “Niets is zonder reden waarom het veeleer bestaat dan waarom het niet
bestaat.”
Wilhelm von Leibniz – 1646/1716 : “Alhoewel deze redenen ons meestal niet bekend zullen zijn.”
Niet dat ze er niet zijn, wel dat de mens er niet altijd de toegang toe zal hebben

DE ARCHÈ VOLGENS ANAXIMANDER
Apeiron (= onbegrensde) ; er moet iets zijn dat alle dingen gemeen hebben, de ultieme oorzaak, maar precies
daarom is het zelf onbepaald en dus onvatbaar : ‘apeiron’
Datgene wat onderliggend is aan alle dingen heeft zelf geen kenmerken ; alles en niets tegelijkertijd
Komt neer op het principe van voldoende reden; alles heeft een oorzaak, maar is niet altijd gekend

Alles heeft een (materiële) oorsprong, maar die (materiële) oorsprong is (uiteindelijk) onkenbaar.

 Reduceren maar het ultieme open laten
 Principe van voldoende reden betekent niet dat er noodzakelijk een oorzaak moet zijn

REDENEN, MAAR GEEN OORZAKEN


ARTHUR SCHOPPENHAUER (16e / 17e eeuw)


Alles heeft een (materiele) oorzaak, maar die (matereiele) oorzaak is (uiteindelijk) onkenbaar

 Voor alles wat je weet, het feit dat je bestaat, het feit dat je verandert en voor alles wat je doet zal er
een voldoende reden zijn, maar niet noodzakelijk een oorzaak
 Waarom een geschenkje? Waarom leef je? ; Heeft een reden, maar niet noodzakelijk een óorzaak
 Alles heeft een reden, maar moet daarvoor geen oorzaak hebben
 Objecten hebben geen keuze: voor keuze is bewustzijn nodig
 Principe neem je aan of niett want valt niet te bewijzen


DAVID HUME (18e eeuw) – geeft kritiek


Hoe sterk het principe ook mag zijn, valt niet te bewijzen

 Daarom is het ook een principe dat je aanneemt of niet
 Je hebt er een goede reden voor
 Je kan niet aantonen dat er een verband is tussen een reden en oorzakelijkheid
 Je kan niet bewijzen dat er een reden is voor de samenhang in de wereld


TOEPASSINGEN

Argumentatief: Elk onderzoek is gelegitimeerd. Je leert niets bij door te stellen dat er geen reden is voor iets
te zijn zoals het is.

Onderzoekend : alles wat is, heeft een reden : waarom is iets het geval? (stelt jezelf de vraag) Alles moet een
verklaring hebben. Het principe van voldoende reden stimuleert de zoektocht naar kennis.

Criminologen: Voor alles is een reden of oorzaak aan te geven, maar maak onderscheid (anders fysicaliseer je
en kom je misschien op niets). Wat bezielde de betoger om de commissaris neer te slaan? Was hij dronken
(oorzaak)? Was het een wraakactie (reden)?




ANALOGIE - ANAXIMENES (6e EEUW)


LUCHT

,  “Zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem en lucht de gehele wereld.”
 “De sterren draaien om de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt.”
 “Het universum draait als een molensteen.”
 “De sterren zitten vast aan de kristallijne sferen zoals met spijkers.”
 “De zon is zo plat als een blad.”

Bii een sterke analogie vertonen de vergeleken situaties veel gelijkenissen en weinig relevante verschillen (=
zeer moeilijk te vinden) : zijn zwak (veel verschillen)


EMPEDOKLES(4e-5e EEUW)


Analogie over de vier elementen en hun affectie of afkeer met elkaar (water, aarde, lucht & vuur: deze hebben
elkaar nodig, maar kunnen ook problemen veroorzaken)

 “De wisselwerking tussen de dingen houdt nooit op, dan komen ze samen door Liefde, dan worden ze
uit elkaar gedreven door haat of strijd”


XENOPHANES (5e-6e EEUW)


De eerste die het bestaan van de goden in vraag durfde stellen

Analogie van de ossen en de paarden

 “Als ossen en paarden en leeuwen handen hadden en kunstwerken konden scheppen, dan zouden de
paarden de goden afbeelden als paarden, de ossen als ossen en hun lichamen overeenkomstig hun
eigen aard”
 “er is geen mens, en er zal er ook nooit één zijn, die de volledige waarheid kent over de goden. En zelfs
al zou iemand het geluk hebben de volledige waarheid te vinden, dan nog zou hij het zelf niet weten.
Het enige dat we kunnen doen is gissen”
 Als er toch iemand is die de waarheid kent, zal hij het zelf niet weten. We kunnen alleen maar raden. =
mening


TOEPASSINGEN

Argumentatief: Om complexe dingen uit te leggen. Bewijskracht zit in de mate van gelijkenis. (Galileo zag dat
er rond Jupiter maantjes draaiden en voerde dat aan als bewijs voor het heliocentrisme: als er rond een
planeet manen draaien, dan is het zeer aannemelijk dat de planeten rond de zon draaien (zie verder)

Onderzoekend: Leidt tot inzichten omdat ze nieuwe waarnemningen duidt adhv bestaande kennis door
vergelijking. Of ze leidt tot plausibele hypothesen.

Criminologen: Vergelijk een situatie met een bekende situatie, kan inzicht brengen maar ook bevattelijker
maken voor de anderen.  De allegorie betreft vergelijking met iets uit een ander domein MAAR let op met
vergelijken van situatie met ‘gelijkaardige situaties’ : niet omdat er gelijkenissen zijn dat oorzakelijkheid
dezelfde is.

WET VAN DE NIET-CONTRADICTE – PARMENIDES (ong. 475-ELEA)


“ALLES WAT IS, IS EN KAN NOOIT NIET ZIJN”

 Uitgesloten dat iets is en tegelijkertijd niet is
 De wet is zelf noodzakelijk waar (tautologie): of iets waar is of niet, het is altijd zo dat het niet kan zijn
dat iets waar is en tegelijkertijd vals




Aantonen dat ze niet het geval is:er zijn uitspraken die waar zijn en uitspraken die vals zijn, zoals de wet in
kwestie (in onze veronderstelling)

 Precies wat de wet veronderstelt: er zijn dingen die waar zijn en dingen die vals zijn, maar ze kunnen
niet tegelijkertijd waar & vals zijn

,  Dus als je de wet als onwaar wilt afdoen, moet je eerst de wet zelf aannemen, dus waar
veronderstellen
 Maar als je aanneemt dat ze waar is om ze te kunnen weerleggen dan spreek je jezelf tegen
 De wet is het geval

De wet rationeeel weerleggen lukt niet omdat ze zelf de basis vormt van de rationaliteit

WORDING IS UITGESLOTEN

Als alles is dat is het en is er geen wording, dus ook geen verandering. Verandering is een illusie : onze
zintuigen creëren een schijnwereld

Omstandige argumentatie om de onmogelijkheid van verandering aan te tonen

Verandering veronderstelt vernietiging en creatie: iets gaat van bestaan naar niet-bestaan of van niet-bestaan
naar bestaan.

Verandering impliceert dus dat iets is en tegelijkertijd niet is. En dat is uitgesloten.

 Maar toch is dat mogelijk: want een zelfde iets kan in het heden niet bestaan, maar wel in het
verleden. En het bestaat niet in de toekomst, maar dat kan nog veranderen.
 Maar als we zeggen dat iets bestaat in het verleden, dan is dat.
 En als we zeggen dat iets bestaat in de toekomst, dan is dat.
 Maar bestaan is niets anders dan existeren in het heden: dan vallen verleden en heden en toekomst
samen, terwijl we zeggen dat het verleden en de toekomst juist verschillend zijn van het heden. Het
leidt ons dus tot een contradictie.
 Om de tegenstelling te vermijden ontkende Parmenides zowel het bestaan van tijd als van verandering

Waarneming betreft verandering, dus onze waarneming is misleidend.


HERAKLEITOS (4e-5e EEEUW)


Verandering is reëel: alles is voorturend in beweging

 Eenheid ontstaat op een hoger niveau
 Een rivier is constant in beweging maar tegelijkertijd zien we die toch als een eenheid
 De ultieme eenheid is de kosmos: die door de logos gestructureerde chaos

DE WET VAN LEIBNIZ

Twee objecten x en y zijn identiek indien alle eigenschappen van x eigenschappen zijn van y en omgekeerd

 Als een rivier constant in beweging is, kunnen we dan eigenlijk echt spreken van een eenheid?
 Indien de plaats van een object in de ruimte en het bestaan van een object in de tijd eigenschappen
zijn van een object dan stellen we vast dat de rivier een eigenschap heeft opmoment t1 die verschilt
van de eigenschap op moment t2 .
 Maar als een object op twee verschillende tijdstippen twee onderscheiden eigenschappen heeft (de
plaats is gewijzigd) dan moeten we eigenlijk tot twee verschillende objecten besluiten.
 Dus zijn er twee rivieren!


TOEPASSINGEN
Argumentatief: het is het één of het ander. Zoek en Vermijd contradicties
Ondeerzoekend: Zet aan tot denken. Het dwingt je tot het vermijden van contradicties
Criminologen: let op verdoken contradicties. Bepaalde aanames die los van elkaar staan, kunnen gevolgen
hebben die wel tot een tegenstelling leiden
Wat een eenheid vertoont op een hoger vlak kan op lagere niveaus heel wat diversiteit geven. Voorbeeld :
groep mensen die zich op een festival hetzelfde gedragen kunnen uiteindelijk zeer verschillend zijn en diverse
redenen hebben om dat gedrag te manifesteren.




TEGENFEITELIJKE PARADOXEN – ZENO VAN ELEA (5 e EEUW)
PARADOX
Een situatie die contra-intuïtief is: tegen de mening (“para” – “doxa”)

Documentinformatie

Geüpload op
2 april 2026
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€10,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
zoetrekker6

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
zoetrekker6 Vrije Universiteit Brussel
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
3 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
28
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen