25/09/223
Wijsbegeerte van het wetenschappelijk denken
Inleiding
Etymologie: (gesch van een woord + samenstelling)
à Philosophos (grieks)
- Sophos = wijsheid kennis
- Philo = vriend
- Vriend van de kennis
- Belangstelling tonen voor de kennis
- Beheren van de kennis
- Wijsheid begeren
- Wijsbegeerte, wijsgeer
Alledaagse kennis:
- Verschijnselen
- Gedrag van mensen
- Wat is kennis?
Filosofen: denken na over wat we weten (kritisch zijn)
à Streven naar universaliteit (universele regels = hetzelfde voor iedereen)
à Elke filosoof is v/ mening dat zijn/haar theorie het eindpunt vormt v/d filosofie (arrogantie
is een kenmerk v/e filosoof)
Wat is werkelijk? Ontologie/metafysica/zijnsleer
- Is het bewustzijn werkelijkheid? Want je kan het niet vasthouden
- Wat bestaat? Wat is tijd en ruimte? Wat is vrijheid?
- Heeft het zin te spreken van ‘het individu’ en van ‘een lege ruimte’?
Hoe moeten we leven? Ethiek/moraalfilosofie
Welke kennis is betrouwbaar? Epistemologie/kennisleer/wetenschapsfilosofie
à Wetenschapsfilosofie: nagaan wat wetenschap is, wat het zou moeten zijn en wat er
verkeerd loopt (anders dan andere 2 begrippen)
Wnnr is een redenering correct? Logica/argumentatie
Wnnr is iets mooi? Esthetica (gaan we niet behandelen, geen crimi)
Filosofie is complementair aan de wetenschappen.
Filosofen geven een andere kijk/aanvulling op het antwoord van natuurkundigen,
psychologen, andere wetenschappers.
Filosofische werktuigen:
- Principe van voldoende reden=moet altijd goede reden/verklaring zijn vr alles wat gebeurt
- Maieutiek=Socratische methode v/ vragen stellen om anderen hun eigen kennis ontdekken
- Aforisme=korte, pakkende uitspraak die een diepere waarheid/wijsheid bevat
- Analogie=vergelijking tussen 2 versch zaken/concepten om een idee/begrip verduidelijken
- Dilemma=moeilijke keuze tussen 2 of meer opties
- Reductie ad absurdum=argumentatiefout waarbij een argument wordt weerlegd dr het tot
in het absurde dr te voeren
- Reductie=vereenvoudigen/terugbrengen v/ iets tot de essentie
- Metonymie=woord dat vervangen wordt dr een ander woord dat ermee geassocieerd word
1
,Deel 1: Oudheid
Thales (7e eeuw V.C, Milete): Reductie
Reductie
= herleiding van veelheid nr eenheid
= hereiding v/e complexiteit tot eenvoudigere zaken
= het zoeken naar een dieper liggende oorzaak
= Tot wat kan ik iets reduceren/herleiden? Wat is er onderliggend?
Filosoof zag verscheidenheid in de wereld en zoekt naar iets onderliggend.
à op zoek naar de archè (oorsprong/begin).
Archè = iets dat steeds onveranderlijk blijft, overal en altijd aanwezig in de natuur.
à Archeologie (leer v/d oudheid) en archaïsme (verouderde term) zijn v/ archè afgeleid.
à Etymologie vorm v/ reductie: betekenis v/e woord achterhalen dr het woord te herleiden
tot samenstellende delen.
Thales: archè = water à noodzakelijk/fundamenteel, ligt aan de basis v/d mens (vruchtwater)
Demokritos denkt hier verder over na: water oneindig verdelen à archè = atomen (oneindig)
à Wereld bestond volgens hen uit een gedeelte dat is het zijnde (de materie) en een gedeelte
dat is het niet-zijnde (de lege ruimte).
Estuarium = rivierdelta = een stelsel van aftakkingen v/e rivier, voordat deze in zee of in een
groot meer of woestijn uitmondt, trechtervormige monding van een rivier.
Holisme = wnnr er naar het geheel wordt gekeken en niet naar de som v/d verschillende
onderdelen waarvan iets is opgebouwd.
à Als holist wil je op eenzelfde niveau blijven om te duiden wat er aan de hand is.
à Reductionisme en holisme zijn filosofische attitudes
Hermeneutiek = betekenis is een kwestie v/ interpreteren
à Betekenis v/e woord is afh v/d zin, context, uitspraak, wie en wnnr.
Deconstructivisme = stelt stradtionele ideeën over structuur en betekenis in vraag.
Radicale reductie (Demokritos): fysicalisme = alles herleiden tot fysica
Gedrag kan je sociologisch, criminologisch, psychologisch, fysisch, chemisch en
natuurkundig verklaren.
Gevaar/probleem: demystificatie = als je te ver gaat in je uitleg dan gaat de romantiek in de
wereld verdwenen, de mystiek verdwijnt.
Een reductionist kan een theorie definiëren als een dr versch mensen gedeelde visie.
à Visie = sterk beargumenteerde opinie
à Opinie = gefundeerde mening
à Mening = persoonlijke opvatting
à Opvatting = geheel v/ proposities die een individu gelooft
2
,Thales (600 V.C, Milete)
- Niks zelf neergeschreven maar is allemaal doorverteld (indirect bewijsmateriaal)
à door Plato en Aistoteles
- Anekdotes: zonsverduistering, olijfpers, put
- Eerste natuurfilosoof: alles is vanuit de natuur te verklaren zonder goden/magie
- Verband met wiskunde: stelling van Thales (wereld herleiden tot wisk)
Pythagoras (600 V.C, Samos)
- Stelling van Pythagoras: a2 +b2 =c2
- Indien rechthoekzijden gelijk zijn kan de schuine zijde niet worden uitgedrukt
- Relatie tussen intervallen v/ toonladders en wiskundige verhoudingen
- De natuur kan door het beoefenen v/ wisk worden begrepen
Abstractie
Reductie is een aspect v/ abstractie: het algemene denkproces waarbij men probeert in de
werkelijkheid het gedeelte en differentierende te onderscheiden.
Om te abstraheren moet men universaliseren (v/h bijzondere nr het algemene) + reduceren.
Abstractie kan leiden tot idealisering: we laten datgene waarvan we veronderstellen dat het er
niet toe doet buiten beschouwing.
Toepassingen v/ reductie
- Argumentatief: suggereert een diepere waarheid
- Onderzoekend: zet aan tot verder verkennen door op te delen en dieper te graven
- Voor criminologen: Wat is misdadig gedrag? Is het een sociologisch, psychologisch of
holitisch fenomeen?
Anaximander (7e eeuw V.C, Milete): Principe van voldoende reden
Principe v/ voldoende reden: voor alle dingen in de wereld is er een oorzaak aan te voeren.
Niets gebeurt zomaar en alles is dus verklaarbaar.
Anaximanders redenering
- De aarde is onbeweeglijk omdat een bew in welke richting ook geen verschil zou maken.
à Alle richtingen zijn gelijkwaardig (windrichtingen)
- Er is geen reden om te bewegen in een bepaalde richting (want alle richtingen zijn gelijk)
dus de aarde beweegt niet. Er is geen voldoende reden om te bewegen.
- Volgens Aristoteles was Anaximander 1ste die gebruik maakt v/ principe v/ voldoende rede
Filosofen hebben respect voor hun voorgangers en gaan aan de slag met leerstof die al
ontwikkelt is en bouwt daar dus verder op voort.
Christian Wolff: “Alles heeft een reden om te bestaan, anders zou het niet bestaan.”
à Er is voor alles een reden dus ook een oorzaak.
Wilhelm von Leibniz: “Alhouwel deze oorzaken meestal niet bekend zullen zijn.”
à Niet dat ze er niet zijn, maar de mens weet niet alles en heeft er niet altijd toegang tot.
3
, De archè volgens Anaximander
Anaximander veronderstelt dat er nog iets dieper is.
Archè: apeiron = het onbegrensde (de basismaterie is onbegrensd, onbereikbaar en ongekend)
à Het is alles en tegelijkertijd niets
à Bv: atomen zijn niet zichtbaar en onbereikbaar.
Principe v/ voldoende reden: Er is een materiële oorsprong aan alles, alles heeft voldoende
reden om te bestaan, maar die oorsprong is onkenbaar.
Redenen, maar geen oorzaken
Het principe v/ voldoende reden betekent niet dat er noodzakelijk een oorzaak is.
Schopenhauer (18e eeuw):
- Voor alles dat je weet, het feit dat je bestaat en verandert en voor alles wat je doet zal
er voldoende reden zijn, maar niet noodzakelijk een oorzaak.
- Oorzakelijkheid: ‘doordat’ en ‘daardoor’
- Redenen: ‘daarom’ en ‘omdat’
- Bv: Je koopt een geschenk omdat je iem graag ziet, niet doordat je iem graag ziet.
Kritiek v/ Hume (18e eeuw)
Hoe sterk het principe ook mag zijn, het valt niet te bewijzen.
- Principe = iets dat je wel/niet aanneemt of wel/niet in gelooft.
- Je kan een goede reden hebben om een principe te aanvaarden.
- De evolutieprincipes zijn redenen, geen oorzaken.
Je kan niet aantonen dat er een verband is tussen reden en oorzaak.
Je kan niet bewijzen dat er een reden is voor de samenhang in de wereld.
Reden = iets dat een verband legt tussen de situatie en een handeling.
Toepassingen
- Argumentatief gebruik: Elk onderzoek is gelegitimeerd: je leert niets bij door te stellen dat
er geen reden is voor iets te zijn zoals het is.
- Onderzoekend gebruik: Alles wat is, heeft een reden: dat is zelf de reden dat je je steeds
weer de vraag stelt waarom iets het geval is. Alles moet dus een verklaring hebben. Het
principe van voldoende reden stimuleert als geen ander de zoektocht naar kennis.
- Voor criminologen: Voor alles is een reden of een oorzaak aan te geven, maar maak het
onderscheid. Bv: dronken à oorzaak, wraakactie à reden
Anaximenes (6e eeuw V.C, Milete): Analogie
= je vergelijkt een onbekende toestand met een bekende toestand (overeenkomsten).
5 analogiën v/ Anaximenes
“Zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem en lucht de gehele
wereld.”
- Lucht is iets dat in leven houdt, houdt ons en de aarde in leven (essentieel)
- Luct is een fundamenteel element
- Als lucht verdunt ontstaat vuur en als luct verdicht ontstaat water
à Verdere verdichting leidt levert de aarde op
“De sterren draaien rond de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt.”
- Een tulband draait zoals de molensteen.
- Een blad is niet mooi rond, een tulband zit tegen het hoofd aan.
“Het universum draait als een molensteen.”
- Molensteen: waterrad drijft molensteen aan, molensteen kan je niet afremmen.
4
Wijsbegeerte van het wetenschappelijk denken
Inleiding
Etymologie: (gesch van een woord + samenstelling)
à Philosophos (grieks)
- Sophos = wijsheid kennis
- Philo = vriend
- Vriend van de kennis
- Belangstelling tonen voor de kennis
- Beheren van de kennis
- Wijsheid begeren
- Wijsbegeerte, wijsgeer
Alledaagse kennis:
- Verschijnselen
- Gedrag van mensen
- Wat is kennis?
Filosofen: denken na over wat we weten (kritisch zijn)
à Streven naar universaliteit (universele regels = hetzelfde voor iedereen)
à Elke filosoof is v/ mening dat zijn/haar theorie het eindpunt vormt v/d filosofie (arrogantie
is een kenmerk v/e filosoof)
Wat is werkelijk? Ontologie/metafysica/zijnsleer
- Is het bewustzijn werkelijkheid? Want je kan het niet vasthouden
- Wat bestaat? Wat is tijd en ruimte? Wat is vrijheid?
- Heeft het zin te spreken van ‘het individu’ en van ‘een lege ruimte’?
Hoe moeten we leven? Ethiek/moraalfilosofie
Welke kennis is betrouwbaar? Epistemologie/kennisleer/wetenschapsfilosofie
à Wetenschapsfilosofie: nagaan wat wetenschap is, wat het zou moeten zijn en wat er
verkeerd loopt (anders dan andere 2 begrippen)
Wnnr is een redenering correct? Logica/argumentatie
Wnnr is iets mooi? Esthetica (gaan we niet behandelen, geen crimi)
Filosofie is complementair aan de wetenschappen.
Filosofen geven een andere kijk/aanvulling op het antwoord van natuurkundigen,
psychologen, andere wetenschappers.
Filosofische werktuigen:
- Principe van voldoende reden=moet altijd goede reden/verklaring zijn vr alles wat gebeurt
- Maieutiek=Socratische methode v/ vragen stellen om anderen hun eigen kennis ontdekken
- Aforisme=korte, pakkende uitspraak die een diepere waarheid/wijsheid bevat
- Analogie=vergelijking tussen 2 versch zaken/concepten om een idee/begrip verduidelijken
- Dilemma=moeilijke keuze tussen 2 of meer opties
- Reductie ad absurdum=argumentatiefout waarbij een argument wordt weerlegd dr het tot
in het absurde dr te voeren
- Reductie=vereenvoudigen/terugbrengen v/ iets tot de essentie
- Metonymie=woord dat vervangen wordt dr een ander woord dat ermee geassocieerd word
1
,Deel 1: Oudheid
Thales (7e eeuw V.C, Milete): Reductie
Reductie
= herleiding van veelheid nr eenheid
= hereiding v/e complexiteit tot eenvoudigere zaken
= het zoeken naar een dieper liggende oorzaak
= Tot wat kan ik iets reduceren/herleiden? Wat is er onderliggend?
Filosoof zag verscheidenheid in de wereld en zoekt naar iets onderliggend.
à op zoek naar de archè (oorsprong/begin).
Archè = iets dat steeds onveranderlijk blijft, overal en altijd aanwezig in de natuur.
à Archeologie (leer v/d oudheid) en archaïsme (verouderde term) zijn v/ archè afgeleid.
à Etymologie vorm v/ reductie: betekenis v/e woord achterhalen dr het woord te herleiden
tot samenstellende delen.
Thales: archè = water à noodzakelijk/fundamenteel, ligt aan de basis v/d mens (vruchtwater)
Demokritos denkt hier verder over na: water oneindig verdelen à archè = atomen (oneindig)
à Wereld bestond volgens hen uit een gedeelte dat is het zijnde (de materie) en een gedeelte
dat is het niet-zijnde (de lege ruimte).
Estuarium = rivierdelta = een stelsel van aftakkingen v/e rivier, voordat deze in zee of in een
groot meer of woestijn uitmondt, trechtervormige monding van een rivier.
Holisme = wnnr er naar het geheel wordt gekeken en niet naar de som v/d verschillende
onderdelen waarvan iets is opgebouwd.
à Als holist wil je op eenzelfde niveau blijven om te duiden wat er aan de hand is.
à Reductionisme en holisme zijn filosofische attitudes
Hermeneutiek = betekenis is een kwestie v/ interpreteren
à Betekenis v/e woord is afh v/d zin, context, uitspraak, wie en wnnr.
Deconstructivisme = stelt stradtionele ideeën over structuur en betekenis in vraag.
Radicale reductie (Demokritos): fysicalisme = alles herleiden tot fysica
Gedrag kan je sociologisch, criminologisch, psychologisch, fysisch, chemisch en
natuurkundig verklaren.
Gevaar/probleem: demystificatie = als je te ver gaat in je uitleg dan gaat de romantiek in de
wereld verdwenen, de mystiek verdwijnt.
Een reductionist kan een theorie definiëren als een dr versch mensen gedeelde visie.
à Visie = sterk beargumenteerde opinie
à Opinie = gefundeerde mening
à Mening = persoonlijke opvatting
à Opvatting = geheel v/ proposities die een individu gelooft
2
,Thales (600 V.C, Milete)
- Niks zelf neergeschreven maar is allemaal doorverteld (indirect bewijsmateriaal)
à door Plato en Aistoteles
- Anekdotes: zonsverduistering, olijfpers, put
- Eerste natuurfilosoof: alles is vanuit de natuur te verklaren zonder goden/magie
- Verband met wiskunde: stelling van Thales (wereld herleiden tot wisk)
Pythagoras (600 V.C, Samos)
- Stelling van Pythagoras: a2 +b2 =c2
- Indien rechthoekzijden gelijk zijn kan de schuine zijde niet worden uitgedrukt
- Relatie tussen intervallen v/ toonladders en wiskundige verhoudingen
- De natuur kan door het beoefenen v/ wisk worden begrepen
Abstractie
Reductie is een aspect v/ abstractie: het algemene denkproces waarbij men probeert in de
werkelijkheid het gedeelte en differentierende te onderscheiden.
Om te abstraheren moet men universaliseren (v/h bijzondere nr het algemene) + reduceren.
Abstractie kan leiden tot idealisering: we laten datgene waarvan we veronderstellen dat het er
niet toe doet buiten beschouwing.
Toepassingen v/ reductie
- Argumentatief: suggereert een diepere waarheid
- Onderzoekend: zet aan tot verder verkennen door op te delen en dieper te graven
- Voor criminologen: Wat is misdadig gedrag? Is het een sociologisch, psychologisch of
holitisch fenomeen?
Anaximander (7e eeuw V.C, Milete): Principe van voldoende reden
Principe v/ voldoende reden: voor alle dingen in de wereld is er een oorzaak aan te voeren.
Niets gebeurt zomaar en alles is dus verklaarbaar.
Anaximanders redenering
- De aarde is onbeweeglijk omdat een bew in welke richting ook geen verschil zou maken.
à Alle richtingen zijn gelijkwaardig (windrichtingen)
- Er is geen reden om te bewegen in een bepaalde richting (want alle richtingen zijn gelijk)
dus de aarde beweegt niet. Er is geen voldoende reden om te bewegen.
- Volgens Aristoteles was Anaximander 1ste die gebruik maakt v/ principe v/ voldoende rede
Filosofen hebben respect voor hun voorgangers en gaan aan de slag met leerstof die al
ontwikkelt is en bouwt daar dus verder op voort.
Christian Wolff: “Alles heeft een reden om te bestaan, anders zou het niet bestaan.”
à Er is voor alles een reden dus ook een oorzaak.
Wilhelm von Leibniz: “Alhouwel deze oorzaken meestal niet bekend zullen zijn.”
à Niet dat ze er niet zijn, maar de mens weet niet alles en heeft er niet altijd toegang tot.
3
, De archè volgens Anaximander
Anaximander veronderstelt dat er nog iets dieper is.
Archè: apeiron = het onbegrensde (de basismaterie is onbegrensd, onbereikbaar en ongekend)
à Het is alles en tegelijkertijd niets
à Bv: atomen zijn niet zichtbaar en onbereikbaar.
Principe v/ voldoende reden: Er is een materiële oorsprong aan alles, alles heeft voldoende
reden om te bestaan, maar die oorsprong is onkenbaar.
Redenen, maar geen oorzaken
Het principe v/ voldoende reden betekent niet dat er noodzakelijk een oorzaak is.
Schopenhauer (18e eeuw):
- Voor alles dat je weet, het feit dat je bestaat en verandert en voor alles wat je doet zal
er voldoende reden zijn, maar niet noodzakelijk een oorzaak.
- Oorzakelijkheid: ‘doordat’ en ‘daardoor’
- Redenen: ‘daarom’ en ‘omdat’
- Bv: Je koopt een geschenk omdat je iem graag ziet, niet doordat je iem graag ziet.
Kritiek v/ Hume (18e eeuw)
Hoe sterk het principe ook mag zijn, het valt niet te bewijzen.
- Principe = iets dat je wel/niet aanneemt of wel/niet in gelooft.
- Je kan een goede reden hebben om een principe te aanvaarden.
- De evolutieprincipes zijn redenen, geen oorzaken.
Je kan niet aantonen dat er een verband is tussen reden en oorzaak.
Je kan niet bewijzen dat er een reden is voor de samenhang in de wereld.
Reden = iets dat een verband legt tussen de situatie en een handeling.
Toepassingen
- Argumentatief gebruik: Elk onderzoek is gelegitimeerd: je leert niets bij door te stellen dat
er geen reden is voor iets te zijn zoals het is.
- Onderzoekend gebruik: Alles wat is, heeft een reden: dat is zelf de reden dat je je steeds
weer de vraag stelt waarom iets het geval is. Alles moet dus een verklaring hebben. Het
principe van voldoende reden stimuleert als geen ander de zoektocht naar kennis.
- Voor criminologen: Voor alles is een reden of een oorzaak aan te geven, maar maak het
onderscheid. Bv: dronken à oorzaak, wraakactie à reden
Anaximenes (6e eeuw V.C, Milete): Analogie
= je vergelijkt een onbekende toestand met een bekende toestand (overeenkomsten).
5 analogiën v/ Anaximenes
“Zoals onze ziel, die lucht is, ons in stand houdt, zo omringen adem en lucht de gehele
wereld.”
- Lucht is iets dat in leven houdt, houdt ons en de aarde in leven (essentieel)
- Luct is een fundamenteel element
- Als lucht verdunt ontstaat vuur en als luct verdicht ontstaat water
à Verdere verdichting leidt levert de aarde op
“De sterren draaien rond de aarde zoals een tulband ons hoofd omringt.”
- Een tulband draait zoals de molensteen.
- Een blad is niet mooi rond, een tulband zit tegen het hoofd aan.
“Het universum draait als een molensteen.”
- Molensteen: waterrad drijft molensteen aan, molensteen kan je niet afremmen.
4