Cultuur
Hassan Fathy (1900-1989)
1. Inleiding
Dit is een afbeelding van de eigen woning van Hassan Fathy. Het
is gebouwd in 1971 in Sidi Krier, in Egypte.
De geschiedenis van de architectuur vanaf 1850 draait niet alleen
om vernieuwing en vooruitgang. Sommige architecten betreuren
dat de industriële omwentelingen aan het einde van de 19de eeuw
ervoor zorgden dat eeuwenoude tradities en vakkennis in korte
tijd verloren gingen.
Na WOI verschuift de focus in de westerse wereld sterk naar vooruitgang.
Architecten als Le Corbusier, Mies van der Rohe en Walter Gropius worden
wereldwijd gezien als vernieuwers. Vooral na WOI verspreidt de Internationale
Stijl zich ook in niet westerse gebieden, waaronder Afrika.
De Egyptische architect Hassan Fathy ziet vanaf de jaren 1940 in Caïro en in
Afrika gebouwen verschijnen die volgens hem geen band hebben met de lokale
cultuur. Hoogbouw, beton en glazen constructies worden voorgesteld als
vooruitgang, maar houden geen rekening met klimaat of traditie. In het hete
Egypte maken glazen gebouwen airconditioning noodzakelijk. Fathy noemt dit
zelfkolonisatie. Dit is het overnemen van westerse vormen die niet passen bij
de eigen cultuur. Na de politieke onafhankelijkheid van veel Afrikaanse landen
blijft men het Westen als norm beschouwen, terwijl eigen kennis en cultuur
worden verwaarloosd. Ook met projecten zoals New Cairo ziet hij geen echte
verbetering.
Caïro in 1940 (of Caïro in 2030) & Hassan Fathy noemt het ‘zelfkolonisatie’
Fathy’s carrière verloopt moeizaam en pas op het einde van zijn leven krijgt hij
erkenning. In 2018 verschijnt de monografie Earth and Utopia. Hij zoekt naar de
wortels van Egypte en pleit voor een hernieuwd verband tussen mens en
omgeving via lokale architectuur. Door terug te keren naar traditionele
bouwmethodes toont zijn werk vandaag opnieuw relevantie.
Het belang van Afrika voor architectenbureau Lacaton & Vassal (Pritzkerprijs 2018):
observatie, nederig, sociaal
, Het Franse bureau Lacaton & Vassal sluit hierbij aan. Philippe Vassal werd sterk
beïnvloed door zijn jaren in Nigeria. Hun aanpak vertrekt vanuit observatie van
wat aanwezig is, met nederigheid tegenover de context en aandacht voor sociale
interactie. Hun architectuur focust op transformeren en aanpassen in plaats van
volledig nieuw bouwen.
Fez (Marokko) – Venetië (Italië) – Isfahan (Iran)
Steden als Fez, Venetië en Isfahan hebben elk een eigen identiteit en cultuur.
Cultuur is de wisselwerking tussen mens en omgeving om fysieke en spirituele
noden te vervullen. Globalisering sinds de Eerste Wereldoorlog doet die
diversiteit steeds meer verdwijnen en legt uniforme vormen op. Fathy
bekritiseert daarom het modernisme en bestudeert tussen de jaren 1940 en
1960 het Arabische huis en het bouwen met leemsteen om Egypte opnieuw
bewust te maken van haar eigen bouwtradities en ruimtelijkheid.
2. Leembouw
Door traditionele bouwtechnieken een nieuw leven te geven wil Fathy ‘bouwen’
voor iedereen toegankelijk maken, goedkoop en duurzaam. Tot zijn verbazing
stelt hij vast dat door industrialisering en de gerichtheid op het Westen ongeveer
1600 jaar kennis en ambacht van leembouw bijna volledig verdwenen is. Muren
optrekken lukt nog, maar een dak of koepel in leemsteen bouwen blijkt een
verloren techniek. Uiteindelijk vindt hij in Nubië in Zuid Egypte nog enkele
ambachtslieden die deze kennis beheersen.
In 1945 start Fathy met de bouw van New Gourna, een nieuw dorp volledig
opgetrokken in leem, met de knowhow van Nubische bouwmeesters. Met lokaal
gemaakte leemblokken van klei, water en gefermenteerd stro als bindmiddel
realiseert hij een kleine nederzetting als experiment. Deze mud architecture of
adobe is het resultaat van eeuwenlange verfijning van duurzame en
energiezuinige constructies, waarbij ventilatie en isolatie ruimtelijk worden
geïntegreerd.
In zijn boek Architecture for the Poor beschrijft hij het volledige bouwproces dat
uiteindelijk mislukt. Niet de architectuur of constructie faalt, maar de sociale
organisatie. Door miscommunicatie van de overheid komt New Gourna in
verkeerde handen terecht en wordt het dorp snel verbouwd en aangepast.
, Slechts enkele families voor wie en met wie Fathy bouwde wonen er nog. In
2021 start een intensieve restauratie van de publieke gebouwen met steun van
UNESCO.
School – Moskee - Theater
Daarna volgen talrijke projecten voor moskeeën, stadsuitbreidingen en
woningen. Teleurgesteld in een overheid die beton, glas en hout verkiest, wijkt
Fathy 5 jaar uit naar Athene. Vanaf de jaren 1960 realiseert hij opnieuw vele
projecten, vaak voor een rijker cliënteel. Ook zijn eigen woning in Sidi Krier is
belangrijk als prototype voor een toeristische unit, maar het blijft bij dit ene
experiment zonder verdere navolging.
3. Ruimte
Hassan Fathy benadrukt dat de specifieke Arabische context zich niet alleen uit in
materiaalgebruik maar ook in de ruimtelijke werking van architectuur.
Architectuur weerspiegelt altijd een cultuur. In de Arabische cultuur is niet de
muur zelf belangrijk, maar de ruimte tussen de muren. Het exterieur en de
volumes aan de buitenkant creëren volgens Fathy geen echt ruimtegevoel. Er zijn
geen façades, enkel interieurs en gevormde ruimtes die door hun vormgeving en
decoratie een gevoel van oneindigheid oproepen.
Hij spreekt over de muzikaliteit van de ruimte, in moskeeën en woningen,
decoratie en stedenbouw. Hij vergelijkt architectuur met muziek via 3 principes:
▪ Melodie is de opeenvolging van elementen.
▪ Harmonie is het samenspel tussen verschillende onderdelen.
▪ Contrapunt is de verrassing, de overgang en de verwachting in de beweging
van de ene ruimte naar de andere.
In zijn eigen woning (1971, Sidi Krier, Egypte) komt
deze visie duidelijk naar voren. De kern van die
muzikaliteit ligt in de belangrijkste ruimte van zijn
woningen, de Qa’a. Dit is een lege, overkoepelde
ruimte waar gasten worden ontvangen. In de moskee
symboliseert de koepel het hemelgewelf. De Qa’a
vormt een tegenhanger van de koer, die buiten ligt en
de hemel als het ware binnen zijn muren opvangt.
, Zoals een theater, een piramide of een woning een eigen opeenvolging en poëzie
van ruimte heeft, zo draagt elke architectuur een herkenbare ruimtelijke logica in
zich. Die muzikaliteit van ruimte is cultureel bepaald en zit verankerd in ons
onderbewustzijn.
4. Africa als voorbeeld
Het werk van Hassan Fathy is na een halve eeuw relevanter dan ooit op het
gebied van klimaat, duurzaamheid, economie en ambacht. Afrika heeft binnen
design een belangrijke rol verworven in thema’s die de westerse wereld lang
verwaarloosde. Uit moeilijke contexten zoals kolonisatie en oorlog groeit een
nieuw continent dat via kunst, design en architectuur zijn positie opeist.
Het Franse bureau Lacaton & Vassal maakt spaarzaamheid tot kernprincipe. Jean
Philippe Vassal werkte vijf jaar in Nigeria, wat hij als tweede opleiding
beschouwde. Vanuit schaarste ontwikkelde hij inventieve en poëtische
oplossingen. Hun architectuur zoekt balans tussen bouwen en niet-bouwen,
waarbij afbraak wordt vermeden en toevoegen, verbouwen en transformeren
centraal staan.
Het Belgische bureau BC architects trekt soortgelijke lessen uit een onderzoek in
Burundi (2012). In België passen ze de techniek van gestampte aarde toe om
uitgravingen en terreinaanpassingen duurzaam te hergebruiken, bijvoorbeeld:
La Maison des Femmes van Ouled Merzoug (Marokko, 2019, BC Architects)
Architecten zoals Francis Kéré, Mariam Kamara, David Adjaye en Kunlé Adeyemi
vernieuwen onze kijk op architectuur. 100 jaar na het ‘modernisme’ lanceren zij
een 2de modernisme waarin duurzaamheid, ambacht, ecologie en digitalisatie
samengaan. Binnen deze evolutie wordt het aandeel van Fathy belangrijker.
Koepelconstructie en detail opbouw muren en dak Serpentine Pavillion 2019, Kéré in Londen (2)
David Adjaye, 130 William in NY (1) Mariam Kamara, Markt, Dandaji in Nigeria (3)
Projecten zoals ‘130 William’ (NY, David Adjaye), de markt (Dandaji, Nigeria,
Mariam Kamara) en het ‘Serpentine Pavilion 2019’ (Londen, Francis Kéré) tonen
deze benadering. Wat we van Afrika kunnen leren ligt voor de hand. Afrikaans
design stelt het ontwerpen, het maken en het waarnemen zelf opnieuw in vraag.
Links zie je nog een werk van Hassan Fathy en een foto
van de Senegalese fotograaf Omar Vector Diop.
Hassan Fathy (1900-1989)
1. Inleiding
Dit is een afbeelding van de eigen woning van Hassan Fathy. Het
is gebouwd in 1971 in Sidi Krier, in Egypte.
De geschiedenis van de architectuur vanaf 1850 draait niet alleen
om vernieuwing en vooruitgang. Sommige architecten betreuren
dat de industriële omwentelingen aan het einde van de 19de eeuw
ervoor zorgden dat eeuwenoude tradities en vakkennis in korte
tijd verloren gingen.
Na WOI verschuift de focus in de westerse wereld sterk naar vooruitgang.
Architecten als Le Corbusier, Mies van der Rohe en Walter Gropius worden
wereldwijd gezien als vernieuwers. Vooral na WOI verspreidt de Internationale
Stijl zich ook in niet westerse gebieden, waaronder Afrika.
De Egyptische architect Hassan Fathy ziet vanaf de jaren 1940 in Caïro en in
Afrika gebouwen verschijnen die volgens hem geen band hebben met de lokale
cultuur. Hoogbouw, beton en glazen constructies worden voorgesteld als
vooruitgang, maar houden geen rekening met klimaat of traditie. In het hete
Egypte maken glazen gebouwen airconditioning noodzakelijk. Fathy noemt dit
zelfkolonisatie. Dit is het overnemen van westerse vormen die niet passen bij
de eigen cultuur. Na de politieke onafhankelijkheid van veel Afrikaanse landen
blijft men het Westen als norm beschouwen, terwijl eigen kennis en cultuur
worden verwaarloosd. Ook met projecten zoals New Cairo ziet hij geen echte
verbetering.
Caïro in 1940 (of Caïro in 2030) & Hassan Fathy noemt het ‘zelfkolonisatie’
Fathy’s carrière verloopt moeizaam en pas op het einde van zijn leven krijgt hij
erkenning. In 2018 verschijnt de monografie Earth and Utopia. Hij zoekt naar de
wortels van Egypte en pleit voor een hernieuwd verband tussen mens en
omgeving via lokale architectuur. Door terug te keren naar traditionele
bouwmethodes toont zijn werk vandaag opnieuw relevantie.
Het belang van Afrika voor architectenbureau Lacaton & Vassal (Pritzkerprijs 2018):
observatie, nederig, sociaal
, Het Franse bureau Lacaton & Vassal sluit hierbij aan. Philippe Vassal werd sterk
beïnvloed door zijn jaren in Nigeria. Hun aanpak vertrekt vanuit observatie van
wat aanwezig is, met nederigheid tegenover de context en aandacht voor sociale
interactie. Hun architectuur focust op transformeren en aanpassen in plaats van
volledig nieuw bouwen.
Fez (Marokko) – Venetië (Italië) – Isfahan (Iran)
Steden als Fez, Venetië en Isfahan hebben elk een eigen identiteit en cultuur.
Cultuur is de wisselwerking tussen mens en omgeving om fysieke en spirituele
noden te vervullen. Globalisering sinds de Eerste Wereldoorlog doet die
diversiteit steeds meer verdwijnen en legt uniforme vormen op. Fathy
bekritiseert daarom het modernisme en bestudeert tussen de jaren 1940 en
1960 het Arabische huis en het bouwen met leemsteen om Egypte opnieuw
bewust te maken van haar eigen bouwtradities en ruimtelijkheid.
2. Leembouw
Door traditionele bouwtechnieken een nieuw leven te geven wil Fathy ‘bouwen’
voor iedereen toegankelijk maken, goedkoop en duurzaam. Tot zijn verbazing
stelt hij vast dat door industrialisering en de gerichtheid op het Westen ongeveer
1600 jaar kennis en ambacht van leembouw bijna volledig verdwenen is. Muren
optrekken lukt nog, maar een dak of koepel in leemsteen bouwen blijkt een
verloren techniek. Uiteindelijk vindt hij in Nubië in Zuid Egypte nog enkele
ambachtslieden die deze kennis beheersen.
In 1945 start Fathy met de bouw van New Gourna, een nieuw dorp volledig
opgetrokken in leem, met de knowhow van Nubische bouwmeesters. Met lokaal
gemaakte leemblokken van klei, water en gefermenteerd stro als bindmiddel
realiseert hij een kleine nederzetting als experiment. Deze mud architecture of
adobe is het resultaat van eeuwenlange verfijning van duurzame en
energiezuinige constructies, waarbij ventilatie en isolatie ruimtelijk worden
geïntegreerd.
In zijn boek Architecture for the Poor beschrijft hij het volledige bouwproces dat
uiteindelijk mislukt. Niet de architectuur of constructie faalt, maar de sociale
organisatie. Door miscommunicatie van de overheid komt New Gourna in
verkeerde handen terecht en wordt het dorp snel verbouwd en aangepast.
, Slechts enkele families voor wie en met wie Fathy bouwde wonen er nog. In
2021 start een intensieve restauratie van de publieke gebouwen met steun van
UNESCO.
School – Moskee - Theater
Daarna volgen talrijke projecten voor moskeeën, stadsuitbreidingen en
woningen. Teleurgesteld in een overheid die beton, glas en hout verkiest, wijkt
Fathy 5 jaar uit naar Athene. Vanaf de jaren 1960 realiseert hij opnieuw vele
projecten, vaak voor een rijker cliënteel. Ook zijn eigen woning in Sidi Krier is
belangrijk als prototype voor een toeristische unit, maar het blijft bij dit ene
experiment zonder verdere navolging.
3. Ruimte
Hassan Fathy benadrukt dat de specifieke Arabische context zich niet alleen uit in
materiaalgebruik maar ook in de ruimtelijke werking van architectuur.
Architectuur weerspiegelt altijd een cultuur. In de Arabische cultuur is niet de
muur zelf belangrijk, maar de ruimte tussen de muren. Het exterieur en de
volumes aan de buitenkant creëren volgens Fathy geen echt ruimtegevoel. Er zijn
geen façades, enkel interieurs en gevormde ruimtes die door hun vormgeving en
decoratie een gevoel van oneindigheid oproepen.
Hij spreekt over de muzikaliteit van de ruimte, in moskeeën en woningen,
decoratie en stedenbouw. Hij vergelijkt architectuur met muziek via 3 principes:
▪ Melodie is de opeenvolging van elementen.
▪ Harmonie is het samenspel tussen verschillende onderdelen.
▪ Contrapunt is de verrassing, de overgang en de verwachting in de beweging
van de ene ruimte naar de andere.
In zijn eigen woning (1971, Sidi Krier, Egypte) komt
deze visie duidelijk naar voren. De kern van die
muzikaliteit ligt in de belangrijkste ruimte van zijn
woningen, de Qa’a. Dit is een lege, overkoepelde
ruimte waar gasten worden ontvangen. In de moskee
symboliseert de koepel het hemelgewelf. De Qa’a
vormt een tegenhanger van de koer, die buiten ligt en
de hemel als het ware binnen zijn muren opvangt.
, Zoals een theater, een piramide of een woning een eigen opeenvolging en poëzie
van ruimte heeft, zo draagt elke architectuur een herkenbare ruimtelijke logica in
zich. Die muzikaliteit van ruimte is cultureel bepaald en zit verankerd in ons
onderbewustzijn.
4. Africa als voorbeeld
Het werk van Hassan Fathy is na een halve eeuw relevanter dan ooit op het
gebied van klimaat, duurzaamheid, economie en ambacht. Afrika heeft binnen
design een belangrijke rol verworven in thema’s die de westerse wereld lang
verwaarloosde. Uit moeilijke contexten zoals kolonisatie en oorlog groeit een
nieuw continent dat via kunst, design en architectuur zijn positie opeist.
Het Franse bureau Lacaton & Vassal maakt spaarzaamheid tot kernprincipe. Jean
Philippe Vassal werkte vijf jaar in Nigeria, wat hij als tweede opleiding
beschouwde. Vanuit schaarste ontwikkelde hij inventieve en poëtische
oplossingen. Hun architectuur zoekt balans tussen bouwen en niet-bouwen,
waarbij afbraak wordt vermeden en toevoegen, verbouwen en transformeren
centraal staan.
Het Belgische bureau BC architects trekt soortgelijke lessen uit een onderzoek in
Burundi (2012). In België passen ze de techniek van gestampte aarde toe om
uitgravingen en terreinaanpassingen duurzaam te hergebruiken, bijvoorbeeld:
La Maison des Femmes van Ouled Merzoug (Marokko, 2019, BC Architects)
Architecten zoals Francis Kéré, Mariam Kamara, David Adjaye en Kunlé Adeyemi
vernieuwen onze kijk op architectuur. 100 jaar na het ‘modernisme’ lanceren zij
een 2de modernisme waarin duurzaamheid, ambacht, ecologie en digitalisatie
samengaan. Binnen deze evolutie wordt het aandeel van Fathy belangrijker.
Koepelconstructie en detail opbouw muren en dak Serpentine Pavillion 2019, Kéré in Londen (2)
David Adjaye, 130 William in NY (1) Mariam Kamara, Markt, Dandaji in Nigeria (3)
Projecten zoals ‘130 William’ (NY, David Adjaye), de markt (Dandaji, Nigeria,
Mariam Kamara) en het ‘Serpentine Pavilion 2019’ (Londen, Francis Kéré) tonen
deze benadering. Wat we van Afrika kunnen leren ligt voor de hand. Afrikaans
design stelt het ontwerpen, het maken en het waarnemen zelf opnieuw in vraag.
Links zie je nog een werk van Hassan Fathy en een foto
van de Senegalese fotograaf Omar Vector Diop.