GALWEGEN & PANCREAS.
H10 – Slokdarm en maag
10.1 Refluxoesofagitis
Definitie & Pathofysiologie
= ontsteking van slokdarmslijmvlies door herhaald contact met maagzuur.
• Oorzaak: Dysfunctie van onderste slokdarmsfincter (vaak bij maagbreuk).
• Gevolg: Beschadiging van
plaveiselepitheel -> erosies (oppervlakkig)
of ulceraties (diep).
• Risicofactoren: Vet eten, alcohol, koffie,
roken, overgewicht en zwangerschap
(verhoogde buukdruk).
Symptomen
• Typisch: Pyrosis (brandend maagzuur) en retrosternale pijn.
• Extra-oesofagaal: Zure regurgitatie, slokdarmspasmen, prikkelhoest of hik.
• Alarmsymptoom: Dysfagie (sliklast). kan wijzen op verlittekening (vernauwing) of
slokdarmcarcinoom (slechte prognose, vaak pas laat ontdekt).
• Complicatie: Bloedende ulcera kunnen leiden tot anemie (bloedarmoede).
Diagnose
➔ gastroscopie:
• Onderzoek met flexibele camera (endoscoop) via mond.
• Voorbereiding: 6-8 uur nuchter; lokale keelverdoving
(Xylocaine) en eventueel lichte sedatie.
• Beleid: Bij milde klachten start men vaak eerst met een
empirische proefbehandeling (4 weken medicatie) voordat
een gastroscopie wordt uitgevoerd.
Behandeling
• Niet-medicamenteus: Rookstop, vermageren, hoofdeinde bed omhoog, geen grote
maaltijden voor het slapen en vermijden van uitlokkende voeding (koffie, vet, alcohol).
• Medicamenteus:
o Protonpompinhibitoren (PPI's): (bijv. Pantomed, Losec). Blokkeren
zuurproductie. Let op: afbouwen lastig door 'rebound-effect'. Langdurig gebruik
verhoogt risico op infecties en fracturen.
o Antacida: (bijv. Gaviscon, Rennie). Neutraliseren enkel het aanwezige zuur;
geschikt voor milde, incidentele klachten.
,Barrett-slokdarm
Bij chronische schade kan slokdarmweefsel veranderen in maagslijmvlies (metaplasie).
• Risico: weefsel is beter bestand tegen zuur, maar heeft een 20-30x hoger risico op
slokdarmkanker (adenocarcinoom).
• Opvolging: Vereist levenslange PPI-therapie en frequente gastroscopische controle
(elke 3-6 maanden).
10.2 maagbreuk
Definitie
= verworven anatomische afwijking waarbij deel van de maag via natuurlijke opening in het
middenrif (hiatus) naar borstkas uitpuilt.
Pathofysiologie (Types)
breuk ontstaat door verzwakte spiervezels van
middenrif of verhoogde druk in buikholte (door
obesitas, zwangerschap of chronische
constipatie).
drie types:
• Sliding hernia (glijbreuk): overgang tussen slokdarm en maag verschuift naar boven. Dit
komt het vaakst voor en veroorzaakt reflux doordat slokdarmsfincter geen steun meer
krijgt van middenrif.
• Para-oesofageale hernia: deel van de maag schuift naast de slokdarm omhoog.
• Gemengde hernia: combinatie van beide bovenstaande types.
Klinisch beeld
• Vaak asymptomatisch (geen klachten).
• Wanneer er wel klachten, lijken deze op die van refluxoesofagitis (zoals pyrosis en
dysfagie).
Behandeling
• Conservatief: leefstijl (vermageren) en medicatie (zuurremming met PPI's).
• Chirurgisch: operatie enkel overwogen bij ernstige klachten die niet reageren op
standaardtherapie, om maag anatomisch weer onder het middenrif te fixeren.
, 10.3 Peptisch ulcus
= een diep weefseldefect in slijmvlies. vaak "maagzweer" genoemd, kan zich op drie plaatsen
bevinden:
1. De slokdarm (oesofagus)
2. De maag (ventriculus)
3. De twaalfvingerige darm (duodenum)
Pathofysiologie
verstoord evenwicht tussen agressieve factoren
(maagzuur/HCl en pepsine) en beschermende factoren
(alkalische mucuslaag).
De beschermende slijmlaag wordt aangemaakt onder
invloed van prostaglandines. Als deze laag wegvalt, verteert
de maag zichzelf.
2 belangrijkste oorzaken van afbraak zijn:
• Helicobacter pylori: zuurresistente bacterie die mucuslaag koloniseert en afbreekt. bij
bijna alle zweren teruggevonden.
• NSAID-gebruik: ibuprofen of diclofenac remt aanmaak van prostaglandines. Hierdoor
wordt beschermlaag niet meer onderhouden.
Let op: Ook maagsapresistente tabletten kunnen ulcus veroorzaken, omdat het proces indirect
verloopt via de bloedbaan (remming van prostaglandines).
Klinisch beeld
symptomen zijn vaag en aspecifiek:
• Pijn: Doffe, knagende pijn in bovenbuik, vaak 's nachts of op nuchtere maag (omdat er
dan geen voedsel is om het zuur te bufferen).
• Dyspepsie: Snel verzadigd zijn, opgeblazen gevoel, nausea of anorexie.
• Alarmsignalen: Tekenen van bloeding (kan leiden tot anemie) of gewichtsverlies.
Diagnose & Behandeling
Diagnose: gastroscopie met bioptname om H. pylori op te sporen en maligniteit (kanker) uit te
sluiten.
Behandeling:
1. Levensstijl: Stopzetten van uitlokkende factoren (vooral stoppen met NSAID's).
2. Zuurremming: Toediening van PPI's (bijv. pantoprazole) gedurende meerdere weken.
3. Eradicatie-therapie: H. pylori aanwezig -> antibioticakuur (bijv. Tryplera® gedurende 14
dagen) om te voorkomen dat zweer terugkeert.