BLOEDGASANALYSE
= geeft info over respiratoire toestand van pt en de invloe dop zuur-base evenwicht in diens lichaam
INLEIDING
ZUUR-BASE
Zuur-base stoornissen kunnen wijzen op aanwezigheid van ernstige ziekte.
Een zuur:
= een substantie die waterstofionen (H+-ionen) kan afgeven in een waterige oplossing
§ Vb: zoutzuur = HCl → in waterige oplossing → H+ + Cl-
Een base:
= een substantie die H+ ionen kan binden in een waterige oplossing
§ Vb: natriumhydroxide = NaOH → in waterige oplossing → Na+ + OH- → OH + H+ → H2O
Zuurtegraad van een oplossing:
= de mate waarin deze oplossing H+ ionen bevat = pH
§ pH is het logaritme van 1 gedeeld door de concentratie H+ ionen
In formule: pH = log 1 = - log [H+] ➔ Hoe zuurder, hoe lager de pH
[H+]
§ Range van 0 tot 14
§ Concentratie H+ ionen in lichaam = ongeveer 40 nmol/L → normale pH tussen 7.35 en 7.45
o < 7.35 = acidose
o > 7.45 = alkalose
De pH is gelijk aan het negatieve logaritme van de concentratie H+ ionen. Hoe meer H+ ionen in een
oplossing, des te kleiner de waarde voor pH.
Bij verstoring van concentratie H+-ionen werken 3 mechanismen samen om dit te herstellen:
1) Intra- en extracellulaire buffers
o Belangrijkste intracellulaire buffers: hemoglobine en fosfaat
→ Eerstelijnsverdediging: werkt snel, maar tijdelijk
o Belangrijkste extracellulaire buffer: bicarbonaat-buffersysteem
• Zeer krachtig systeem
• Koolzuur (H2CO3) is voorraad van zowel zuren als basen:
, 2) Respiratoire systeem (longen): verzorgt mate van CO2-uitscheiding door regulatie van
longventilatie
3) Renale systeem (nieren): verzorgt mate waarin HCO3 en H+-ionen uitgescheiden worden
Buffers = stoffen die zuren en/of basen reversibel kunnen binden en hiermee de werking van deze
zuren of basen tijdelijk kunnen elimineren. Buffers binden H+ ionen, of geven deze juist af
afhankelijk van de pH. Elke substantie die reversibel H+ ionen kan binden of afgeven kan in principe
worden beschouwd als een buffer.
Zowel hb als fosfaat zijn in staat H+ aan zich binden en vervolgens weer los te laten.
In het geval van een acidose (teveel aan H + ionen) zal HCO3- zich binden aan het overschot aan H+
ionen. Er ontstaat dan koolzuur dat zich vervolgens weer splitst in CO2 + H2O. Het koolstofdioxide
(CO2) wordt vervolgens uitgeademd. In het geval van een alkalose (tekort aan H + ionen), zal H2CO3
zich splitsen in H+ + HCO3-. De HCO3- wordt via de nieren uitgescheiden. De H+ ionen worden in het
lichaam vastgehouden (de concentratie H+ ionen in het lichaam stijgt) en de pH herstelt zich
(daalt).
De uiteindelijke (langetermijn)oplossingen worden verzorgd door het ademhalingsstelsel en de
nieren.
Het unieke van het bicarbonaat buffersysteem, is dat het een open systeem is. De term "open"
houdt in dat via dit buffersysteem zuren en basen van buiten het lichaam kunnen worden
opgenomen of uit het lichaam kunnen worden verwijderd. Daarom is het een veel krachtiger
systeem dan de andere buffersystemen in het lichaam die een rol spelen bij de regulatie van het
zuur-base evenwicht.
Respiratoire regulatie van zuur-base evenwicht
§ CO2 of koolstofdioxide
o = afbraakproduct van metabole processen
o Wordt voornamelijk gevormd bij verbranding van glucose
o Hoe meer CO2 zich opstapelt, hoe zuurder het lichaam wordt (pH ↓)
§ Door het ademminuutvolume te regelen, heeft het lichaam invloed op de concentratie CO 2 in
het bloed
o Hoe ↑ ademminuutvolume, hoe ↑ CO2-uitscheiding, hoe ↓ CO2concentratie in het bloed
➜ pH zal stijgen
o Hoe ↓ ademminuutvolume, hoe ↓ CO2-uitscheiding, hoe ↑ CO2concentratie in het bloed
➜ pH zal dalen
Dit is een zeer snel compensatiemechanisme!
CO2 is de hoofdrolspeler bij de respiratoire regulatie van het zuur-base evenwicht in ons lichaam.
Verbranding van glucose draagt het meest significant bij. Glucose wordt hierbij verbruikt en CO 2 en H2O
worden gevormd. Hoe meer glucose wordt verbrand, des te meer CO2 wordt gevormd.
CO2 lijkt geen H+ ionen te bezitten. Dus hoe kan het lichaam nu zuur worden van CO 2? Zie formule op
vorige slide. We zagen daarnet dat vrijgekomen CO2 reageert met water en zo koolzuur vormt, wat
opnieuw gaat splitsen tot H+-ionen en bicarbonaat. Hoe meer CO2 in het lichaam, hoe zuurder het
lichaam dus wordt, aangezien er meer H+-ionen zijn.
Ademminuutvolume = teugvolume x ademhalingsfrequentie
dus sneller of dieper ademen of combinatie
Renale regulatie van zuur-base evenwicht