Oefentoets Circulatie met Uitleg
Vraag Antwoord Uitleg
1. Wat is de belangrijkste Bloedstolling Trombocyten spelen een
functie van trombocyten? essentiële rol in hemostase
door een stolsel te vormen
bij beschadiging van een
bloedvat.
2. Welke bloedcel speelt een Lymfocyt Lymfocyten (T- en B-cellen)
rol in de specifieke afweer? zijn betrokken bij de
specifieke afweer en
reageren gericht op één
antigeen.
3. Wat gebeurt er bij Afbraak van stolsel Fibrinolyse is het proces
fibrinolyse? waarbij fibrine wordt
afgebroken zodat het stolsel
wordt opgelost.
4. Wat is trombocytopenie? Tekort aan trombocyten De term betekent letterlijk
een te laag aantal
bloedplaatjes, wat kan
leiden tot bloedingsneiging.
5. Verschil primaire en Primaire: trombocytenplug; Primaire hemostase vormt
secundaire hemostase? Secundaire: fibrinevorming een voorlopige plug,
secundaire hemostase
maakt deze stevig via
fibrine.
6. Wat is hematopoëse en Vorming van bloedcellen in Alle bloedcellen ontstaan
waar? het rode beenmerg uit stamcellen in het rode
beenmerg via hematopoëse.
7. Geef 2 symptomen van Bleekheid, vermoeidheid Door een tekort aan
anemie. hemoglobine is er minder
zuurstoftransport, wat
vermoeidheid en bleekheid
veroorzaakt.
8. Verschil specifieke en Specifiek: gericht + Niet-specifieke afweer
niet-specifieke afweer? geheugen; Niet-specifiek: werkt snel en algemeen,
algemeen specifieke afweer is gericht
Vraag Antwoord Uitleg
1. Wat is de belangrijkste Bloedstolling Trombocyten spelen een
functie van trombocyten? essentiële rol in hemostase
door een stolsel te vormen
bij beschadiging van een
bloedvat.
2. Welke bloedcel speelt een Lymfocyt Lymfocyten (T- en B-cellen)
rol in de specifieke afweer? zijn betrokken bij de
specifieke afweer en
reageren gericht op één
antigeen.
3. Wat gebeurt er bij Afbraak van stolsel Fibrinolyse is het proces
fibrinolyse? waarbij fibrine wordt
afgebroken zodat het stolsel
wordt opgelost.
4. Wat is trombocytopenie? Tekort aan trombocyten De term betekent letterlijk
een te laag aantal
bloedplaatjes, wat kan
leiden tot bloedingsneiging.
5. Verschil primaire en Primaire: trombocytenplug; Primaire hemostase vormt
secundaire hemostase? Secundaire: fibrinevorming een voorlopige plug,
secundaire hemostase
maakt deze stevig via
fibrine.
6. Wat is hematopoëse en Vorming van bloedcellen in Alle bloedcellen ontstaan
waar? het rode beenmerg uit stamcellen in het rode
beenmerg via hematopoëse.
7. Geef 2 symptomen van Bleekheid, vermoeidheid Door een tekort aan
anemie. hemoglobine is er minder
zuurstoftransport, wat
vermoeidheid en bleekheid
veroorzaakt.
8. Verschil specifieke en Specifiek: gericht + Niet-specifieke afweer
niet-specifieke afweer? geheugen; Niet-specifiek: werkt snel en algemeen,
algemeen specifieke afweer is gericht