Examenvragen → handboek! + slides
• Geel gearceerd zijn nieuwe inzichten die niet in het handboek staan
• Niet in het geel = samenvatting van de tekst in het HB
Examen: 1 toepassingsvraag, 1 actualiteitsvraag en 30 MKZ met giscorrectie, zie doelstelling ppt
• Niet feiten en problemen, wel uitdagingen en oplossingen
• cijfers niet exact
• inleiding steeds belangrijk
• ppt donwloaden
DE SAMENLEVING BESTAAT: EEN PLEIDOOI VOOR ONT -MOETING
• Opvoeding of genen (nature/nurture)
• ‘bestaat’ → de Staat opmaken
• Ont-moeting
o pleidooi voor minder normering want we zijn een ‘moet’ samenleving, minder moeten
o Tegelijk een pleidooi voor meer ontmoeting= plekken om mensen te ontmoeten neemt af
• Misschien laten sociale media ons minder ontmoeten dan dat we zouden denken (opletten voor
genderbias, ethic bias…)
• Conclusie na 4 hoofdstukken: we leven in een diverse SL
DE SAMENLEVING
• Heeft twee gedaanten
o Een feest: Sociale media kan een feest zijn (video’s delen,…) - sociale zekerheid zorgt
ervoor dat er weinig ongelijkheid is
o Een drama: Maar ook drugsproblemen in Brussel/Antwerpen, Gaza, Rusland vs Westen,
zelfmoord
o Statica: leven dat wij gaan leiden lijkt grotendeels op dat van onze ouders
o Dynamica: samenleving verandert snel
Statistieken vertrouwen in democratie
• Weinig politieke kennis/vertrouwen = democratisch probleem
• Iets wat lang geleden gebeurd is (WOII) gaat nog steeds invloed hebben op ons
• Denemarken, Duitsland, Nederland hebben wel hoger vertrouwen
• 10% is niet tevreden met hun leven in onze rijke samenleving
o cijfers → uit het leven stappen als ‘sociaal feit’
o La suicide (Durkheim)
= mentale last en democratie die amper overleefd → oplossing?
• Slotanalyse= analyse voor organisatie (sterktes en zwakheden/opportunities and threats)
• Bedreiging van de manier waarop de samenleving geleefd wordt
WAAROM ?
Bij het voltooien van dit opleidingsonderdeel, kunnen studenten:
• beschrijven welke evoluties onze maatschappij gedurende de laatste vier à vijf decennia heeft
doorgemaakt;
• een sociaalwetenschappelijke verklaring geven voor deze evoluties;
• belangrijke maatschappelijke instituties in België aangeven (bv. huwelijk)
• de ontwikkelingen in die instituties beschrijven;
• schetsen welke sociale problemen relevant zijn (geweest) en hierbij mogelijke oplossingen
formuleren.
• Samenleving kunnen bestaten/meten
• Indicatoren die de staat van de samenleving beschrijven kennen en leren hanteren
Verder ontwikkelen studenten als resultaat van het leerproces een kritische houding tegenover
berichtgeving in de (sociale) media over de diverse onderwerpen in de cursus (zonder mening)
1
,DEEL 1: DE SAMENLEVING ALS GEMEENSCHAP
HOOFDSTUK 1: PRIMAIRE RELATIES
Vandaag
• Liefde als motor van relatiebreuken
o Liefde als (recent/westers) sociaal construct
o Samenleving anders dan vroeger (vrouwen die geen of later kinderen krijgen)
• De obsessie van de westerse samenleving voor kinderen
• Spectaculaire ontwikkelingen op het terrein van de relatievorming tss mannen en vrouwen
beschrijven
o Multidiverse samenlevingen
• Ontwikkelingen verklaren adhv maatschappelijke processen vanaf jaren ‘60
“VROEGER WAS HET ANDERS”
Vaak gehanteerde referentiepunt: het naoorlogse kern of standaardgezin
• Veel en jong huwen
• Spoedig na huwelijkssluiting 3 tot 4 kinderen (binnen het huwelijk)
• Geen zijpistes (zoals onwettige kinderen) en geen tussenstations (zoals ongehuwd samenwonen)
• Echtscheiding was zeldzaam
• Sekse specifieke rolverdeling (man werken, vrouw thuis)
= triompf van het klassieke kerngezin (het boomergezin)
“VANDAAG”
• Dinks (double income, no kids)
• Lat relaties en hola’s (living apart together)
• Vogelnestgezinnen
• Mozaiekgezinnen (kinderen uit verschillende relaties)
• Singles allerlei
• Generatiegezinnen (kinderen terug thuis wonen)
• Polyamorie
LIEFDE IN CIJFERS
• Aantal huwelijk gedaald
• Cijfers 2015 en cijfers van nu (covid daling in huwelijken)
• Nu vrij stabiel
• Huwelijk is een sociaal feit (zoals zelfdoding,…)
Bij het zien van de cijfers
• “in welke mate worden ze beïnvloed door bevolkingsomvang?”
• “in welke mate worden ze beïnvloed door bevolkingsstructuur en ‘population at risk’?”
o Vrouwen die nu ook gaan werken
• “in welke mate zijn ze tijdsgebonden, een momentopname? Of welke contextuele/temporele
factoren zijn van invloed?” (corona)
TROUWEN: NIET ENKEL EEN KWESTIE VAN AANTALLEN
= ook een kwestie van alternatieven (van hoeveel → wie?)
• Vroeger huwelijk nodig om inkomen man te kunnen gebruiken
• Nu niet meer huwen om onze relationele status een wettelijke status te geven
Trouwen of niet: does it matter?
• Yes
o Wettelijk samenwonende geen onderlinge verplichting tot hulp en bijstand hebben?
o Er onderhoudsplicht bestaat tav jouw schoonouders na een huwelijk?
o Een wettelijke samenwoonst eenzijdig kan beëindigd worden?
o Een huwelijk niet kan beëindigd worden zonder ‘sociale controle’?
o Wettelijk samenwonenden geen recht op een overlevingspensioen
2
, • Dus zowel binnen familierecht, erfrecht, pensioenrecht, … bestaan verschillen
• Regeerakkoord De Wever= fiscaal voordeel tussen gehuwden zal weggewerkt worden
DE INFLUENCERS OP ONZE HUWELIJKSCIJFERS
• Bevolkingsstructuur: population at risk+ huwelijksmarkt
• Regelgevend kader: wat kan, wat kan niet, en onder welke voorwaarden?
• Secularisering – individualisering (we gaan onszelf op de markt zetten/mooier voorstellen)
o Relatie is geen economisch engagement, maar een uitdrukking van eigen stamboom
o We worden gedwongen om authentiek te zijn → dit kan door relatiekeuzes
• Beschikbaarheid van alternatieven – pluriformisering
• Waarden en normen: wat willen we van een relatie
• Trouwen biedt financiële mogelijkheden
Einde der liefde in cijfers
• Kans dat relatie eindigt na lange tijd was altijd kleiner
• Hoe korter de relatie hoe meer er gescheiden wordt, tegen statistieken in
• Huwelijk en scheiding zijn sociaal feit
• Nederland meer protestantse cultuur dus minder scheiding, wetgeving
DE INFLUENCERS OP DE (ECHT)SCHEIDINGSCIJFERS
• Bevolkingsstructuur, huwelijkscijfers, verwanten en uitlopers
• Regelgevend kader: wie, hoe, voorwaarden, …
• Tweeverdieners en economische zelfstandigheid (vrouwen)
• Verzorgingsstaat
• Daling vruchtbaarheidscijfers
o Kinderen als rem / motivator
• Waarden en normen, oftewel ‘mentaliteitsverandering”
o individuele zelfbewustzijn en persoonlijke uitbouw leven= individualisering
o Nadruk op de liefde
o Secularisering
• Socialisatie en normalisering, verhoogde sociale zichtbaarheid
ECHTSCHEIDING: GEVOLGEN
Demografisch
• Kwantitatief: oa. meer huishoudens, meer singles
• Kwalitatief: meer mensen met gezinsverleden, instabiele levensloop, veel opeenvolgende
gezinscontexten en transities
o Sequentieel monogaam
o Slide traditioneel gezin: norm 50 jaar geleden is nu de uitzondering geworden, huizen nog
steeds hierop gebaseerd → probleem worden dat deze generatie geen huis vindt
o Veel relatiebreuken → mentale schade → weer invloed op het volgende
Sociaal emotioneel
• Voor gescheidenen zelf
• Voor de kinderen
• Breder netwerk
Financieel economisch
• Divorce divide: reproductie en versterking sociale ongelijkheden
• Eenverdieners
• Maatschappelijke kosten
• Woningmarkt/files
Praktische uitlopers met emotionele tentakels
• Bv. voor leerkrachten tijdens ouderavond
• Bv. vrijetijdsactoren, sportclubs
3
, DE OBSESSIE VAN DE WESTERSE SAMENLEVING VOOR KINDEREN
VRUCHTBAARHEID IN CIJFERS: POPULATION AT RISK
• LVC: leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer (EXAMEN)
o Geboorten die zich voortdoen van één kalenderjaar
o Bij vrouwen tussen 15 en 45/50 jaar (som van verschil= 30, vruchtbaarheidscijfers)
o Voor de betrokken leeftijdsgroep
• TVC: Totaal vruchtbaarheidscijfer
o Som van de 30/35 LVC’s
o Stock (momentopname) en flow (beweging van alle vrouwen die op leeftijd zijn om
kinderen te krijgen)
o Info over de vraag of en hoe bevolking zichzelf in stand houdt
VRUCHTBAARHEID: VERVANGINGSNIVEAU
Om bevolking op peil te houden/ Als een populatie zichzelf reproduceert → Elke 100 vrouwen moeten 208
kinderen (100 meisjes en 105 jongens) baren om de bevolking te reproduceren (elke vrouw 2,08 kinderen)
• 1965: daling, vervolgens tot 1972 meer kinderen geboren dan nodig → bevolking was aan het
verjongen
• Grafiek 2010: 1,6 vgl met 2,1 → 25% kinderen te weinig geboren = minder jongeren en meer
ouderen
• We hebben te maken met een structureel verouderde samenleving
• Jonge mensen komen terecht in oude samenleving
MENTAAL WELZIJN
• nog nooit zo slecht geweest
• politiek vertrouwen is laag
= Durkheim → het zijn sociale feiten
Hoe komt het dat de SL wordt geconfronteerd met die uitdagingen?
• het psychiatriseren van sociale feiten
• SL wordt gekenmerkt door gigantische diversiteit
• Diversiteit zit erin dat we een sneller wordende verouderde SL (zie boven)
SHIFT IN DE CONTEXT VAN GEBOORTEN
• Van binnen naar buiten het huwelijk
o Meer dan 1 op 2 geboorten buiten huwelijk (versus 7% in 1990)
o 25% van de 0-17 jarigen leeft niet met beide ouders in 1 huishouden (versus 15% in 1990)
• Uitgestelde kinderen
o Later kinderen krijgen
o Niet meer product van de economie maar van de technologie (eicellen laten invriezen)
• Niet of half verwante kinderen:
4